Voor de kust van Florida en ten noorden van Cuba bevinden zich de 700 eilandjes van de Bahamas. Zo`n 30 tot 40 eilanden zijn bewoond. De grotere eilanden New Providence met Paradise Island en Grand Bahama zijn geweldige vakantiebestemmingen. Het hele jaar door kan je genieten van de tropische zon. En een verfrissend zeewindje zorgt voor een aangenaam klimaat.
De eilanden van de Bahamas bevinden in de Atlantische Oceaan, ten oosten van de Amerikaanse staat Florida, ten noorden van Cuba en Haïti, en ten westen van de Britse Turks- en Caicoseilanden.
In de hoofdstad Nassau (New Providence) vindt je naast koloniale bouwwerken, sfeervolle markten en diverse gezellige winkelstraten. Na zonsondergang is er een uitgebreid uitgaansleven.
Buiten Nassau liggen geweldige stranden, waarvan Cable Beach de bekendste is. De hotels hier zijn comfortabel en hebben veel sportmogelijkheden zoals watersporten, tennis- en golfbanen. Wie rust en ontspanning zoekt kan op een van de talrijke Family Islands terecht.
Er staan 0 onderwerpen in het Bahamas forum. Stel een vraag of praat gezellig mee!
De twee grootste internationale luchthavens bevinden zich op de eilanden New Providence en Grand Bahama. De vlucht van Amsterdam naar Florida duurt ongeveer negen uur. De Bahamas liggen op ongeveer een uur vliegen van Florida.
Ook kan je per boot vanaf de Verenigde Staten, vanuit Florida gaan er al zo`n 20 rederijen naar de Bahamas.
Op de Bahamas wordt aan de linkerkant van de weg gereden. De wegen zijn over het algemeen overal goed onderhouden en goed begaanbaar. Op veel plaatsen kan je een auto of scooter huren.
Het reizen tussen de eilanden gaat het snelst per boot. Er gaan (privé)watertaxi’s en een ferry tussen Nassau en Eleuthera. Avontuurlijker is een tocht met de postboot. Ooit uitgevonden om de post tussen de verschillende eilanden te bezorgen, maar nu ook in gebruik om van A naar B te komen. Het is niet luxe op de boten en ze varen niet altijd volgens schema, maar je reist wel met de lokale bevolking mee.
Je kan ook per vliegtuig tussen de eilanden reizen. Bijna dagelijks gaan er vluchten tussen Nassau en de andere eilanden. Het nadeel is dat je altijd eerst naar Nassau moet voor je verder kunt reizen naar een ander eiland. Ook niet handig is dat de vluchtschema’s vaak en onverwacht veranderen.
Het gemiddelde prijsniveau van de Bahamas ligt hoger dan in Nederland.
De officiële munteenheid is de Bahamaanse dollar, maar ook Amerikaanse dollars worden geaccepteerd.
De Bahamas zijn veilige eilanden, maar gebruik je verstand, met name in toeristische plaatsen als Nassau en Freeport kan het gebeuren dat je portomonnee wordt gestolen. Houd de deuren van je auto gesloten en laat er geen waardevolle spullen in achter. In Nassau neemt het aantal gewapende overvallen toe. Dit is vooral een gevolg van de drugshandel. De Bahamas zijn een belangrijke doorvoerhaven van cocaïne en marihuana van Zuid-Amerika naar Noord-Amerika. Kom niet in de verleiding om op straat drugs te kopen. Het wemelt er van de Amerikaanse politieagenten.
Er wonen ongeveer 300.000 mensen op de Bahamas. Een etnische minderheid zijn de Haïtianen die de laatste jaren in grote getale van het naburige eiland kwamen om werk te zoeken op de Bahamas. De levensverwachting ligt voor mannen op 67 jaar en voor vrouwen op 77 jaar. De bevolking is vrij jong; 64% van de bevolking is jonger dan dertig. Het grootste gedeelte van de bevolking, 80%, woont in de steden. De bevolking is voornamelijk van Britse, Amerikaanse, Ierse of Griekse afkomst. Een klein gedeelte van de bevolking is afkomstig uit Aziatische gebieden.
De inwoners van de Bahamas doen het rustig aan. Geen zorgen voor de dag van morgen, is hun gezegde. Ze hebben een geheel eigen gevoel voor humor en zijn gek op feesten. Aan bruiloften en begrafenissen wordt veel aandacht geschonken.
Goombay is de traditionele muziekstijl op de Bahamas. Het combineert Afrikaanse en Britskoloniale invloeden. Het wordt al sinds de slaventijd gespeeld. Kenmerkend is het geluid van de drums, gemaakt van geitenhuid (goombay).
Op de vlag van de Bahamas verwijst het geel naar zandstranden en de eilanden zelf en de blauwe banen staan voor de zee. De zwarte driehoek staat voor de eenheid van het volk. De vlag is het resultaat van een ideeënwedstrijd.
De bloemen- en plantenpopulatie is niet erg uitgebreid, dat komt o.a. door de rotsachtige bodem van de eilanden. Er zijn ongeveer 1370 bomen- en plantensoorten te vinden op de Bahamas. Voorbeelden hiervan zijn de Bahamian mahogany en de Bahamian pine. Pijnbomen zijn de meest voorkomende bomen in het noorden en westen, aangevuld met struikgewas en palmen. De palmboom is er in vele soorten en maten te vinden.
De Bahamas kennen dertien inheemse diersoorten, die stuk voor stuk met uitsterven worden bedreigd. Twaalf van deze dieren zijn vleermuissoorten. De andere, meest bijzondere, diersoort die alleen op de Bahamas voorkomt is de hutia, verwant aan de cavia. Het beest heeft de grootte van een kat. Afstammelingen van de hutia zijn ook op Cuba en Jamaica aangetroffen. Helaas wordt ook dit knaagdier met uitsterven bedreigd. Verder leven er op de Bahamas veel dieren in het wild, zoals beren, ezels en paarden.
De medische zorg is goed, veel artsen op de Bahamas hebben een opleiding in de Verenigde Staten gevolgd. In veel hotels houden artsen dagelijks spreekuur.
In principe heb je voor de Bahamas geen vaccinaties nodig. Voor actuele adviezen neem contact op met de GGD, Travel Clinic of het Tropencentrum.
De officiële taal is het Engels. Veel inwoners spreken een eigen soort dialect.
Baja Mar, oftewel: ondiepe zee. Zo noemde Columbus de eilandengroep in 1492. De naam die de Spaanse ontdekkingsreiziger verzon, werd verbasterd tot Bahamas. Columbus stuitte op de Bahamas op zijn route naar Azië. Het eiland Dan Salvador houdt steevast vol dat hij als eerste op hun eiland aankwam, maar dat wordt door geschiedkundigen betwist. De eerste eilanden werden al in 300 tot 400 v.Chr. bewoond door indianen, die waarschijnlijk van Cuba kwamen. In de 10e eeuw vestigden de Lucaya-indianen zich er. Toen Columbus zo’n vijf eeuwen later arriveerde, nam hij ze mee naar Spanje om daar als slaven in de mijnen te werken. Het duurde geen 25 jaar voor de hele stam uitstierf door slavernij en ziektes.
In 1648 arriveerde een groep Engelse puriteinen, de zogenaamde Eleutheraanse avonturiers, op zoek naar godsdienstvrijheid. Door de gunstige ligging werd de eilandengroep algauw populair onder handelaren en piraten.
Ten tijde van de Amerikaanse revolutie vluchtten Engelse loyalisten naar de Bahamas en namen veelal hun slaven mee. Aan het eind van de 18e eeuw slaagden zij erin de Spanjaarden te verdrijven van de eilanden waar zij zich gevestigd hadden. De Amerikaanse Burgeroorlog was een goede opsteker voor de Bahiaamse economie, die duurde tot de oorlog was beslecht. De drooglegging van Amerika, van 1919 tot 1934, bracht vele smokkelaars naar de Bahamas. Daarna stortte de economie in, mede doordat de opbrengst van sponzen dramatisch terugliep. De dip duurde tot de Tweede Wereldoorlog. Al halverwege de 19e eeuw kwam het toerisme op de eilandengroep op gang, maar de stroom toeristen bereikte pas een hoogtepunt toen Cuba in 1961 haar grenzen sloot voor Amerikaanse toeristen. In 1969 werd de kolonie onderdeel van het Britse Verenigd Koninkrijk. Op 10 juli 1973 werd de eilandengroep officieel onafhankelijk.