Gratis reisvoorstel aanvragen

Wales, een reis langs kastelen en hoge bergen

Bestemming: A. Cardiff (Wales) , B. Caerphilly , C. Carmarthenshire , D. St. Davids , E. Fishguard , F. Harlech , G. Beddgelert , H. Bangor , I. Hay-on-Wye , J. Crickhowell , K. Cardiff , L. Bristol (Engeland)
Periode: juli 2015
Vervoer: Huurauto en vliegtuig
Accommodatie: Hostels/AirBnB

Wales. Het land van kastelen, sprookjes, mooie verhalen, glooiende heuvels. Het land van de mythe van King Arthur, aardige mensen en schattige dorpjes. Zo stelde ik mij Wales voor. Meer wist er eigenlijk niet van, behalve dat Cardiff de hoofdstad was en dat Welsh schier onmogelijk verstaanbaar schijnt te zijn. Maar toch wilde ik er graag heen. Zo graag zelfs dat toen mijn ouders besloten op vakantie te gaan in de Cotswolds in Engeland, ik direct het besluit nam om mee te gaan en daarna in mijn eentje een korte rondreis door Wales te maken.

Maar waarom dan uitgerekend naar Wales? Voor het weer hoef je er meestal niet heen en ook niet omdat het er goedkoop is, want dat is het niet. Toch heb ik al mijn hele (prille – ik ben 22 jaar oud) leven een fascinatie gehad voor dat grote eiland naast ons. Op de een of andere manier voel ik me aangetrokken tot de Britse cultuur. Ik hou van de kneuterigheid, van de nette mensen en van de taal. En de keren dat ik er al was, smaakten naar meer.

Wales route uitstippelen
Wales route uitstippelen


Wales moest het dus worden. Al snel waren er plannen gesmeed voor een korte rondreis van vijf dagen door het hele land. Met een huurauto, want met het openbaar vervoer red je het daar niet. Zeker niet als je veel dingen in korte tijd wilt bekijken. Dagen besteed ik achter mijn pc aan het uitstippelen van een route die ik wilde afleggen en het opzoeken van bezienswaardigheden die ik wilde bekijken. Uiteindelijk resulteerde dat in een volgepropte planning voor vijf dagen. Eerst volgde dus de vakantie in de Cotswolds en aan het eind daarvan werd ik door mijn ouders op de trein gezet in Cheltenham. Een goed uur later stapte ik uit in Cardiff. Mijn eerste overnachting had ik geregeld bij een AirBnB in het noordwesten van Cardiff. Ik sjouwde daarheen met mijn tassen en vond de sleutel onder een baksteen naast de voordeur, mijn eerste kennismaking met de sympathieke bevolking.

Toen ik mijn spullen had uitgestald op mijn logeerkamer, was het rond elf uur in de ochtend. Ik pakte mijn cameratas en trok erop uit. In eerste instantie naar Llandaff Cathedral, net ten noorden van Cardiff. Blijkbaar was ik als enige op dat idee gekomen op de vrijdagochtend, want eenmaal daar was het heerlijk rustig. De kathedraal was verlaten op een enkele verdwaalde bezoeker na en een handjevol mensen van de toeristeninformatie. Ik stapte naar binnen en werd direct benaderd door een vrouw. Ze vroeg of ze mij wat mocht vertellen over de kathedraal en ik antwoordde instemmend. Kort vertelde de vrouw over de kathedraal en hoe die in de Tweede Wereldoorlog vrijwel geheel was vernietigd. Een gedeelte van de pilaren moest na de oorlog herbouwd en het dak was helemaal gerenoveerd. De ligging, in een dal omringd door heuvels, was te verklaren door de vele oorlogen die Wales heeft gekend. Door de kathedraal te verstoppen, hoopte men vernietiging ervan te voorkomen. Na deze ontmoeting, verkende ik de kathedraal op eigen houtje. Een halfuur later liep ik weer naar de uitgang en werd ik opnieuw aangeklampt door de vrouw waarmee ik eerder had gesproken. Ze informeerde naar mijn vakantie en ik vertelde haar enthousiast over mijn plannen. Zo stond de volgende dag ook St. Davids Cathedral op het programma, een soort zusterkerk van de kathedraal waar ik was. De vrouw bedankte mij voor mijn bezoek en gaf aan dat ik het juiste land had gekozen voor mijn bezoek: “Welshmen are very friendly people,” zei ze lachend.
Llandaff Cathedral
Llandaff Cathedral


De rest van de dag liep ik door Cardiff. Ik kocht een souvenirtje, genoot van de groene oase van rust die in de vorm van een enorm stadspark is neergelegd en bekeek Cardiff Castle, de eerste van vele kastelen die ik onderweg zou tegenkomen. Ook had ik vooraf al een rondleiding in het nationale stadion van Wales geboekt: het Millenium Stadium. De rondleiding was indrukwekkend en ik kreeg veel informatie over twee van de nationale sporten van Wales die daar worden gespeeld: voetbal en rugby. Voor cricket was een apart stadion in het park neergezet. Aan het einde van de dag liep ik moe, maar voldaan terug naar mijn logeeradres. Mijn gastvrouw was inmiddels thuis en ik kletste nog even met haar. De volgende dag zou ik mijn huurauto ophalen, naar het westen rijden en onderweg veel bezienswaardigheden aandoen. Toen ik die avond uiteindelijk op bed ging liggen, zag ik op mijn horloge dat ik die dag 40.000 stappen had gezet. Als ik eerlijk ben, voelde ik dat ook wel in mijn benen.
Het Millenium Stadium
Het Millenium Stadium


De volgende ochtend had ik toast met lemoncurd als ontbijt. Ik bedankte de gastvrouw voor haar gastvrijheid en vertrok al vroeg, omdat ik om tien uur mijn huurauto moest ophalen. Opnieuw wandelde ik de hele stad door, aangezien ik in het industriegebied naast de haven moest zijn. Tegen tien uur bereikte ik het opgegeven adres, maar tot mijn verbazing kon ik het autoverhuurbedrijf, Europcar, niet vinden. Ik liep vlug een autodealer binnen en vroeg naar Europcar. Al snel werd mij duidelijk dat die hier niet meer zaten. Sterker nog, ze waren tien maanden geleden al verhuisd. Bang dat mijn reservering zou vervallen als ik me niet op tijd meldde, probeerde ik Europcar te bereiken. In de tussentijd liep ik weer door Cardiff, zo goed en zo kwaad als het ging proberend om de aanwijzingen van de autodealer naar het nieuwe adres te volgen. Na een halfuur in de wacht, kreeg ik eindelijk Europcar te pakken. Ik was inmiddels de halve stad weer doorgelopen. De man van het autoverhuurbedrijf stelde mij gerust en zei dat mijn auto nog de hele dag beschikbaar was, maar het bleek dat ik wel de verkeerde kant op was gelopen. Ik zuchtte eens diep en liep toen weer terug. Ruim een halfuur later arriveerde ik dan toch eindelijk bij het nieuwe adres. De man daar verontschuldigde zich en gaf aan dat de tussenpartij waar ik mijn auto had geboekt al tien mailtjes had gehad over de adreswijziging, maar het weigerde door te voeren in zijn bestand. Het maakte mij al niet meer zoveel uit. Ik was allang blij dat ik eindelijk mijn auto mee kon nemen.

Het eerste punt op mijn uitgestippelde route was Caerphilly Castle, net ten noorden van Cardiff. Een prachtig kasteel, omgeven door een slotgracht en nog in redelijk goede staat. Ook de eerste bezienswaardigheid die onder ‘Cadw’ viel, de overheidsorganisatie van Wales die historische monumenten beheert. Ik kocht voor de komende dagen een Visitors pass waarmee ik onbeperkte toegang tot Cadw monumenten zou hebben. Na Caerphilly Castle ging de reis verder naar het westen.
Caerphilly Castle
Caerphilly Castle


Onder de Brecon Beacons langs, reed ik naar het tweede kasteel van de dag: Carreg Cennen Castle. Van over de enorme, glooiende heuvels kon ik het kasteel al van ver zien liggen. En wat ligt het mooi! Het kasteel zelf stelt niet meer zoveel voor – het is een veredelde ruïne – maar wat een prachtige ligging. Op een van de hoogste heuvels in de omgeving heb je een prachtig uitzicht over het groene glooiende landschap om je heen. Werkelijk adembenemend. Toen ik klaar was met fotograferen en een timelapse had gemaakt (ik wilde op veel verschillende plekken een timelapse van 100 foto’s maken voor een compilatievideo na afloop), gooide ik alles achterin de auto en reed ik verder. Verder naar het oosten, ditmaal met St. Davids als doel. Bij Llandaff Cathedral had ik er al even over gehoord, maar ook op internet had ik veel gelezen over deze kathedraal. Aan het begin van de avond arriveerde ik in het officieel kleinste stadje van de UK. De kathedraal was anders dan ik me had voorgesteld. Niet minder mooi, maar anders. Op foto’s had het geleken alsof de kathedraal in een open groene weide lag, waarbij je de zee eigenlijk al in de verte zou kunnen zien. Tenminste, dat had ik er in gedachten van gemaakt. In het echt bleek de kathedraal in een kleine vallei naast het stadje te liggen. Omdat het al avond was, waren de kathedraal en de bisschopsvertrekken ernaast gesloten. Toch bood de kathedraal een imposante aanblik en was het zeker de moeite van het omrijden waard. Bovenop de heuvel was de kathedraal net in één beeld te vangen met mijn camera. Ik genoot nog even van de rust en de omgeving. Pas toen het zachtjes begon te druppelen, begaf ik me weer naar de auto.
St. Davids Cathedral
St. Davids Cathedral



Die avond arriveerde ik in Fishguard, waar ik een Bed & Breakfast had geboekt. De eigenaar deed open en keek me verbaasd aan toen ik zei dat ik gereserveerd had. Of ik het zeker wist, vroeg hij. Ik antwoordde bevestigend en hij haalde zijn boekje erbij. De man bladerde er even door en toen brak er een glimlach door op zijn gezicht. Het klopte wel. Hij had zich in de datum vergist, maar in het boekje stond het wel goed. Ik kreeg mijn kamer gewezen – de meest luxe van de reis – en de sleutels overhandigd. Net voor hij vertrok, vroeg de man of ik mijn auto op de kade had geparkeerd. Dat had ik inderdaad. “Oh, dan is het goed. Die overstroomt maar eens in het jaar,” stelde de man mij gerust. Ik lachte mee, maar hoopte stiekem wel dat mijn huurauto er de volgende dag nog gewoon zou staan. De volgende ochtend was ik al vroeg wakker. Het ontbijt zou pas over anderhalf uur opgediend worden, dus ik besloot een ochtendwandeling te maken. Ik liep de heuvel waar Fishguard op gebouwd is omhoog (ik verbleef officieel in Lower Fishguard, de naam zegt het al) en vond daar op enkele huizen sporen van het relatief roemruchte verleden van de plaats. Zo vond in Fishguard in 1797 de laatste invasie van Brits grondgebied plaats door Franse troepen. Na twee dagen gaven de Fransen zich over en werd er een vredesverdrag getekend in de Royal Oak Pub in Fishguard. Mijn ochtendwandeling leidde me naar een uitzichtpunt vanaf waar je de hele baai kon overzien waar Lower Fishguard aan gelegen was. De zon kwam net op boven de heuvels in het oosten en ik besloot om ook daar een timelapse te maken. Na een halfuurtje liep ik terug naar beneden, waar ik net op tijd was voor het meest uitgebreide ontbijt dat ik ooit heb gehad. Allerlei soorten fruit, dranken, toast, bacon met tomaat, worstjes en ga zo maar door. Na dat feestmaal kreeg ik nog twee Welsh cookies mee voor onderweg en nam ik afscheid. Mijn auto stond nog waar ik hem had achtergelaten en ik reed fluitend de stad uit.
Het adembenemende uitzicht over Lower Fishguard Bay
Het adembenemende uitzicht over Lower Fishguard Bay



Eerst ging ik naar het zuiden, waar op zo’n twintig minuten rijden Strumble Head Lighthouse lag, een vuurtoren op een spectaculaire rotspartij. Eigenlijk had ik die de vorige dag al willen zien, maar toen was mijn eigen programma een beetje uitgelopen. Nu kwam ik daar dus ’s ochtends vroeg aan over weggetjes waar je met samengeknepen billen zat te hopen dat je geen tegenliggers ontmoette. De wegen waren smal en uitwijken haast onmogelijk. Om de paar honderd meter zat een uitwijkplek, maar daartussen… Gelukkig kwam ik op de heenweg weinig tegen en ik vergat voor het gemak maar even dat ik over dezelfde weg terug moest. De vuurtoren was echter verbluffend mooi. Je kon er niet helemaal naartoe lopen, maar dat was ook niet nodig. De schitterende rotspartijen en imposante kliffen zorgden voor een indrukwekkend uitzicht. Ik volgde voor een uurtje het Pembrokeshire Coastal Path dat langs de hele kustlijn loopt in zuidwest-Wales en keerde toen terug naar de auto. Vlug verruilde ik mijn wandelschoenen voor makkelijkere schoenen, want het was nu mijn bedoeling om in ruim drie uur ver naar het noorden te rijden.  Ook de terugweg over de nauwe weggetjes wist ik te overleven en via Fishguard reed ik naar het noorden toe. Nu klinkt ruim 3 uur autorijden saai en dat zou het op een Nederlandse snelweg ook zijn, maar in Wales heb je daar geen last van. De weg gaat constant naar links of naar rechts en omhoog of omlaag. Achter elke heuvel wacht een nieuw spectaculair vergezicht en menig keer stopte ik op een parkeerplaats om foto’s te nemen of om de omgeving simpelweg op me te laten inwerken.
Strumble Head Lighthouse
Strumble Head Lighthouse



Na een lange tocht kwam ik in Harlech aan, waar Harlech Castle als volgende op mijn lijstje stond. Het kasteel zelf was niet zo speciaal. Het is een rechthoekige burcht die in goede staat verkeert, maar het is ook hier de ligging die het speciaal maakt. Op een plateau verheft het kasteel zich boven de grote weg die eronder langs loopt. Als je om je heen kijkt zie je de zee in het westen vlakbij en de bergen in het noorden verder weg. En met bergen bedoel ik ook echt bergen, want na de heuvels in zuid-Wales zie je het gebergte in het noorden echt voor je opdoemen. Na het maken van de nodige foto’s, reed ik landinwaarts naar Beddgelert, een schattig dorpje middenin de bergen en aan de voet van de hoogste berg van allemaal, Mount Snowdon. De legende wil dat het dorp is vernoemd naar de hond Gelert van edelman Llywelyn de Grote die diens zoon van een wolf redde, maar juist als dader werd gezien en dus door een misverstand werd omgebracht door zijn eigen baas. Het dorp is nu vooral bekend om de idyllische brug die middenin het dorp te vinden is.
Het dorpje Beddgelert
Het dorpje Beddgelert



Na een tijdje ging ik door naar het even verderop gelegen meer Llyn Dinas. Daar parkeerde ik mijn auto langs de weg en ging ik met mijn camera op pad. Het leverde weer extra materiaal op voor mijn timelapse, net als toen ik even later stopte langs de weg met uitzicht op Pen-y-Pass, waar de weg tussen Mount Snowdon en Glyder Fawr doorliep en het zonlicht net door de wolken brak. Het leverde magische beelden op van de bergpas, waar ik volgens plan de volgende ochtend ook mijn beklimming van Mount Snowdon zou beginnen.
Het meer Llyn Dinas
Het meer Llyn Dinas



Ik reed door de pas naar het noorden en stopte onderweg nog bij het laatste kasteel van de dag, Dolbadarn Castle. Het bleek niet veel meer dan een grote toren op een heuvel, maar met Llyn Peris (een bergmeer) en de bergen op de achtergrond toch een mooie bezienswaardigheid. Uiteindelijk was het al laat in de avond toen ik bij mijn logeeradres in Bangor arriveerde waar ik twee nachten zou blijven. Ik werd hartelijk ontvangen en viel al snel in slaap. De volgende dag genoot ik van een goed ontbijt. De specialiteit van gebraden en gekookte worst met tomaat en peper sloeg ik af, maar kreeg ik wel mee op een sandwich als lunch. Het was mijn plan om Mount Snowdon te beklimmen en ik reed daarom terug naar de Peny-Pass. Daar kocht ik een parkeerkaart voor vier uur, deed mijn wandelschoenen aan en stopte alle andere spullen in mijn camera rugtas. Ik was net een paar meter op weg toen het begon te regenen. De tocht omhoog zou ik via de Pyg track doen, een van de acht paden die naar de top lopen. Deze paden variëren qua moeilijkheidsgraad en drukte en ik had gekozen voor een redelijk pittige en relatief rustige route. Ook weer niet té rustig, want uit veiligheidsoverwegingen liep ik liever niet helemaal alleen. Op het eerste gedeelte van de route passeerde ik veel andere lopers die allemaal het slechte weer trotseerden. Sommige zagen er goed voorbereid uit, anderen (een stel jonge meiden) liepen op sneakers en met dunne jasjes aan.
De Pyg Track naar de top van Mount Snowdon,
De Pyg Track naar de top van Mount Snowdon,


Wat al snel opviel was de verbondenheid die je op de een of andere manier voelde met de andere mensen die deze klim naar 1.100 meter hoogte ook aandurfden. En er werd goed op elkaar gelet. Steeds als je iemand tegenkwam, werd er over en weer geïnformeerd of alles goed was. Mocht iemand dan problemen hebben of een onsamenhangend antwoord geven, dan kon er hulp worden geregeld. Gestaag liep ik omhoog, zonder de top te kunnen zien, daarvoor was het weer te slecht. Op een gegeven moment liep ik gelijk op met een Engelsman van rond de 30 jaar en een man van middelbare leeftijd met zijn zoontje. Omdat ons tempo ongeveer gelijk lag, werd er stilzwijgend besloten om bij elkaar te blijven. Er ontstonden wat gesprekken, terwijl we de top naderden en de regen steeds heviger werd. Inmiddels durfde ik mijn camera al niet meer tevoorschijn te halen. Op het begin van de beklimming had ik nog enkele foto’s geschoten, maar door de regen durfde ik dat al lang niet meer. Sterker nog, ik begon me steeds meer zorgen te maken over mijn camera nu mijn tas doorweekt raakte. Ook mijn smartphone had ik al uit mijn broekzak gehaald en diep weggestopt in mijn kleding, in de hoop hem droog te houden.

Uiteindelijk bereikten we na twee uur klimmen de top. Het zicht was bovenop Mount Snowdon niet veel meer dan tien meter en de regen ongenadig hard, maar we hadden het gehaald. Er werd snel een foto geschoten bij het kleine monument bovenop, waarna we beschutting zochten in het café dat daar is gebouwd. Niet alleen kunnen klimmers daar op adem komen, het is ook de eindhalte van het stoomtreintje dat men kan nemen naar de top. We zaten net met een warme kop chocolademelk aan tafel, toen er een bel klonk. Er werd omgeroepen dat het café over een halfuur zou sluiten, vanwege de slechte weersomstandigheden op de berg. Niet alleen regende het nog altijd hard, er waren ook harde windstoten die de beklimming gevaarlijk maakten. Maar niet alleen sloot het café, de stoomtrein zou nog slechts één keer naar beneden rijden, maar hij zat al volgeboekt. Met andere woorden, de rest van de mensen werd duidelijk gemaakt dat ze zo snel mogelijk de berg af moesten zien te komen. Verwonderd keek ik mijn reisgenoten aan. We besloten onze drankjes op te drinken en samen aan de tocht naar beneden te beginnen, omdat dat ons het meest veilig leek. Ik pakte mijn tas opnieuw in, waarbij ik de camera en smartphone zo goed mogelijk wegstopte. De regen was al tot binnenin doorgedrongen. Met een poncho om de tas moest het lukken ze te redden, hoopte ik.

Zelf was ik tot op het bot doorweekt. Nooit eerder was ik zo verregend geweest en met elke stap hoorde ik het water klotsen. Over een pad dat parallel liep aan de heenweg, gingen we naar beneden. De rotsen waren hier en daar spekglad en iedereen was op zijn hoede, terwijl er om ons heen steeds meer riviertjes de berg afliepen. De sfeer werd er echter niet minder om. We praatten onderweg voluit over ons hobby’s, werk en andere dingen en voor ik er erg in had, waren we al bijna weer beneden. Eenmaal bij de parkeerplaats namen we afscheid van elkaar en gingen we elk onze eigen weg. Ik reed snel terug naar mijn logeeradres in Bangor, nam een warme douche en deed droge kleren aan. Alle spullen die ik bij me had, stalde ik uit op mijn kamer. Alles was zeiknat, maar mijn camera en smartphone hadden de tocht overleefd. Meer tijd om te treuzelen gaf ik mezelf niet. De volgende halte was Conwy Castle.

het sprookjesachtige Conwy Castle
het sprookjesachtige Conwy Castle


Mijn beklimming van Mount Snowdon had ruim vierenhalf uur geduurd, dus het was al laat in de middag toen ik bij Conwy Castle arriveerde. Inmiddels had ik al zoveel kastelen gezien dat ik er iets sneller doorheen ging dan eerder, maar het kasteel was ontegenzeggelijk imposant. Conwy Castle is nagenoeg intact en ligt aan de rivier Conwy met drie kenmerkende bruggen over de rivier naast het kasteel. Uiteraard is ook dit kasteel gebouwd door de Engelse koning Edward I die de Welshmen onder de duim wilde houden. Na mijn bezoek aan Conwy, zocht ik wat avondeten op en maakte ik me op voor de laatste trip van de dag. De avond was al redelijk ver gevorderd toen ik richting Caernarfon reed om daar – u raadt het al – een kasteel te bekijken. Maar niet zomaar een. Caernarfon Castle is een van de grootste en best bewaarde kastelen van de UK en nog altijd vindt daar de investituur van de nieuwe Prince of Wales plaats. De huidige Prince of Wales, prins Charles, is in 1969 gekroond in dit kasteel. Het kasteel was al dicht toen ik arriveerde, maar ook de buitenkant leverde genoeg mooie foto’s op. Uiteraard volgden ook weer wat timelapse-opnames, voordat ik tevreden terugreed naar Bangor. Daar ging ik vroeg onder de wol.
Caernarfon Castle
Caernarfon Castle


De volgende morgen drong het besef bij me door dat dit de laatste dag zou zijn waarin ik Wales kon ontdekken. Toegegeven, ook de dag erna zou ik wakker worden in Wales, maar dan wachtte de lange terugreis. Ik verspilde daarom weinig tijd, nam afscheid van mijn gastvrouw en begon aan de lange autoreis naar het zuiden. Na een autotocht van bijna vier uur stopte ik aan het begin van de middag in Hay-on-Wye, een dorp dat bekendstaat om zijn literaire festival en de vele (tweedehands) boekwinkels. Voor mij als schrijver en boekenliefhebber een prioriteit op mijn lijst met bezienswaardigheden. Het dorp was gezellig, maar wel erg toeristisch. De boekenwinkels waren leuk om een keer te zien, maar iets kopen was niet echt mogelijk, omdat op de terugweg in het vliegtuig alles in één tas moest passen en dat werd al een uitdaging zonder extra boeken.
Een boekenwinkel in Hay-on-Wye
Een boekenwinkel in Hay-on-Wye



Na twee uur boeken snuiven, reed ik daarom naar Llangorse Lake, een fotogeniek meer aan de rand van natuurgebied de Brecon Beacons. Daar maakte ik een wandeling rondom een groot gedeelte van het meer. Nadat ik tevergeefs door de omliggende dorpen was gereden op zoek naar een mooi en hoog uitzichtpunt over de Brecon Beacons, besloot ik naar mijn (voorlopig) laatste guesthouse in Wales te rijden. Daar checkte ik in (opnieuw was dat even spannend) en kocht ik een pizza als avondeten in Crickhowell.

De avond was inmiddels gevallen, maar ik was niet voor niets naar Crickhowell gegaan. Daarnaast vindt men namelijk Llangattock Escarpment, een lange rij steile kliffen die de glooiende heuvels onderbreken en erg fotogeniek zijn. Ik besloot daarom in de auto te stappen en een parkeerplaats onderaan de kliffen op te zoeken die ik dacht te herkennen op Google Maps. De autotocht was spannend. De schemering viel al in en de weggetjes omhoog waren nauw, onoverzichtelijk en soms erg beschadigd. En alsof dat nog niet genoeg was, liepen er overal schapen op de weg. Hele brutale schapen zelfs. Het gebeurde enkele malen dat ik middenin een haarspeldbocht op een onoverzichtelijk punt in het bos op de rem moest voor schapen die niet aan de kant wilden. Dan reed je gebruikmakend van de hellingproef weer weg en kon je een paar meter verderop opnieuw de handrem aantrekken. Toch kwam ik bij de parkeerplaats aan. Ik haastte me naar de kliffen toe om het laatste beetje zonlicht te kunnen fotograferen en dat lukte. Wat een magisch moment! De zon daalde langzaam achter de kliffen en het uitzicht op de vallei waar Crickhowell lag, was prachtig. Mijn camera deed zijn werk voor de timelapse en ik stond te genieten, midden tussen de blatende schapen. Nadat ik nog een klein rondje had gelopen, was de zon echt onder en keerde ik terug naar de auto. De tocht naar beneden was opnieuw spannend, maar verliep zonder problemen. Ik arriveerde bij het guesthouse en zocht al snel mijn bed op. De volgende ochtend kletste ik nog wat met een oude Engelsman uit Londen aan het ontbijt, alvorens ik vertrok. Mijn huurauto leverde ik anderhalf uur later zonder problemen in, in Cardiff. Met de trein ging ik naar Bristol vanwaar ik naar Schiphol zou vliegen. Toen ik laat die avond thuiskwam, voelde ik me afgepeigerd en uitgeput. Maar tegelijkertijd besefte ik hoeveel prachtige dingen ik had gezien en hoe erg ik had genoten. Het was een reis om nooit te vergeten en om zeker nog eens te herhalen.
Llangattock Escarpment
Llangattock Escarpment

Heb je interesse in een reis naar Wales? We helpen je graag om deze reis naar jouw wens samen te stellen. Reisbureau Reisgraag.nl scoort een 9+ in reviews, we zijn lid van ANVR, SGR & Calamiteitenfonds en we hebben al meer dan 12,5 jaar ervaring. Vul hieronder jouw wensen in voor jouw vakantie naar Wales, dan sturen we je gratis een voorstel op maat.

Vertel ons uw vakantie wensen. Onze reisexperts geven u gratis en vrijblijvend reisadvies op maat.

Zonder budget geen passend advies.
Uw gegevens

* = verplicht. Privacy beleid is van toepassing

Gerelateerde artikelen