Huwelijksreis in Afrika

Bestemming: A. Maun (Botswana) , B. (Zimbabwe) , C. Livingstone (Zambia)
Periode: juli 2015
Vervoer: Vliegtuig en auto
Accommodatie: Lodges
Organisatie: Riksja online

Maun, de toegangspoort van de Okavango delta stond aangegeven op de wegwijzer die ons de goede richting uit stuurde en mooi op tijd stonden we voor het gammele hek van de lodge. Gelukkige waren de tenten in veel betere staat dan het hek. Onze overnachtingsplaats lag buiten de stad, ver weg van het verkeerslawaai, gelegen in een prachtig park dat grensde aan een rivier.
Tijdens onze eerste wandeling langs die rivier spotte we een eenzame nijlpaard dat zich deze waterloop had toegeëigend. De kolos dook zo nu en dan op om zijn imposante hoofd te tonen. Ook de Afrikaanse visarend was hier thuis en vloog op en af tussen de dode boomstammen die deze rivier sierden. Vooral bij zonsondergang contrasteerden deze stammen mooi tegen de rode gloed.

De Mokorotrip

De langverwachte mokorotrip was gepland voor morgenvroeg, maar eerst mochten we plaats nemen aan een lange tafel, samen met de eigenaars en dri Nederlanders die ook te gast waren. Het eten was het beste sinds we in Afrika waren en de gastheren wisten hoe ze er een gezellige avond van konden maken. De verhalen over hun vele reizen en het leven in Botswana boeide ons mateloos. De eerste nacht gevuld met geluiden van de vele en 'te vroege vogels' had iets langer mogen duren. Nog een beetje slaperig kroop ik achter het stuur en reed voorzichtig naar het centrum van Maun want ezels, honden en pluimvee staken onaangekondigd de weg over.

Aangekomen in het centrum wisselden we de auto voor een boot. Met deze kleine motorboot bereikten we een klein vissersdorpje. Dit was de grote startplaats van de Mokoro's, een soort kano. Bij vertrek lagen er misschien 30 maar toen onze begeleider de mokoro tussen het riet had gelaveerd waren we zo goed als alleen in dit droomlandschap. We hadden gehoopt hier ook al krokodillen en nijlpaarden te zien, maar het wild bleef beperkt tot kikkers en spinnen in het riet, maar gelukkig ook schitterende vogels en waterbloemen die zorgden voor kleur in deze overwegend groene oase.

Na een uur legde we aan en was het tijd voor een safari te voet. Zebra's waren de enige bewoners die we te zien kregen en we namen plaats onder een gigantische baobab voor de lunch. De gids gaf een korte beschrijving van deze opmerkelijke boom. Hij kon meer dan 1.000 jaar worden en de verdere uitleg ontging me want ik voelde me niet goed en ging languit liggen in het gras.

''Schat, wat is er?'' vroeg Inés. Maar ik kwam niet aan antwoorden toe.
Ze gooide een half flesje water in mijn gezicht en dat hielp.
''Drink Julius'', beval ze en ik ledigde de ander helft van het flesje.
''Hier eet ook wat.''
Ik beet een stuk uit de peperkoek
''Wat is er?''
weet niet, voel me duizelig en legde me terug neer maar hield oogcontact met Inés om haar gerust te stellen. Vijf minuutjes later voelde ik me terug beter maar de gids wilde geen risico nemen en belde naar de organisatie om de motorboot nu al te sturen om ons op te halen. Aangekomen in het dorp moesten we even wachten op de boot en ontdekten het vissersdorpje dat bestond uit gammele huisjes. De vissers kwamen ook terug met de de buit en toonde ze ons voor een foto. Ik voelde me oké, maar was toch blij toen ik de boot zag die ons terug naar Maun zou varen.
''Laat ons maar snel vertrekken'', zei Inés. ''Ik heb liever dat we terug gaan naar de lodge''. Een van die twee eigenaars was verpleger in een vorig leven en mocht je je terug slecht voelen is het beter voor jou en ook voor mij dat hij in de buurt is. Ik volgde de raad van Inés zonder tegen te stribbelen.

We waren nog maar een half uurtje op weg naar Maun toen de boot stil viel.
''Wat is er?'': vroeg Inés.
''Kaputt'' antwoordde de bestuurder van de boot.
''Hoe “kaputt”'' ging ze verder.
Met veel tegenzin gaf hij toe dat hij was vergeten te tanken
''Dat is niet “kaputt” zei Inés, dat is “blöd”
Meer dan een uur dobberden we rond en het enige voordeel van dit ongemak was dat we mooie foto's konden maken van de nationale vogel van Botswana de 'lilac breasted roller' die op een houten paal zat te rusten. Tegenliggers gaven ons nog wat extra benzine om verder te varen maar het was maar goed voor 10 minuutjes. Eindelijk kwam er hulp met een extra jerrycan en konden we onze avontuurlijke tocht verder zetten. Aangekomen aan de kade begaf Inés zich naar de receptie. Ze zei dat het niet door de beugel kon dat iemand zonder benzine viel. Na zoveel jaar ervaring zouden ze toch moeten weten hoeveel er nodig was om op en af te varen naar dat dorp. Het was een noodgeval en vandaar was de bestuurder van de boot vergeten te tanken, kreeg ze als antwoord. 
''Dus is het eigenlijk onze fout, omdat mijn man zich niet goed voelde is hij verantwoordelijk voor wat er gebeurt is.''
''Inderdaad.''
''Dus, jullie moeten iemand komen helpen die onwel is geworden en vallen zonder benzine, maar toch is het zijn eigen fout. ''Mevrouw, in geval van nood moeten jullie er zeker voor zorgen dat alles in orde is met de boot en dat de patiënt op tijd in een ziekenhuis geraakt.Wees blij dat mijn man niet echt ziek was. Morgen komen we terug voor een safari en u kunt er beter voor zorgen dat alles piccobello in orde is.''
''Daar zullen we voor zorgen'' , antwoordde de dame van het onthaal.
''Tja , dat is Afrika, blijf rustig'', zei een andere toerist die achter Inés stond te wachten.
''Jij weet niet waarover het gaat want je was er niet bij dus kun je beter zwijgen.''
Inés was op dreef en ik vond het eigenlijk wel fijn hoe ze mij verdedigde. Het avond eten was opnieuw heel gezellig en nog lekkerder dan de avond ervoor. De ex-verpleger was een uitstekend kok.

Moremi gamedrive

Om 5uur stonden we op, ten laatste om 6 moesten we terug in Maun zijn voor de Moremi gamedrive. Hoe vroeger je vertrekt, hoe meer kans om de katachtigen te zien. Onze chauffeur, een echte reggae 'rastaman', was 5 minuutjes te laat, maar zijn opgewektheid zorgde toch voor een goede start. De weg naar Moremi was een 100 kilometer lange testweg voor autoveringen en mijn rug. Gelukkig zaten we op de eerste rij. Honderd kilometer in een open voertuig bij 5 graden voelt ook aan als -5. De extra jassen in de auto waren meer dan welkom. We passeerden een eerste gate en van hier zouden we veel kans hebben om wild te spotten en het bewijs dat er wel degelijk wild zat volgde geen 100 meter verder. Twee enorme kudoes sprongen net voor de auto de weg over.
Toch even schrikken dit onverwacht bezoek.

De chauffeur begon te vertragen en de gate van Moremi was nu niet meer zo ver. Inés en ik speurden de linkerkant af want de chauffeur zat rechts en was aan die kant wild aan het spotten.
''Stop een luipaard'', riep ik, ''draai hier links af''.
De chauffeur geloofde me blijkbaar en volgde het commando
''Het is een jachtluipaard'', corrigeerde ik.
''Drie'', zei Inés, ''iets verder zie ik er nog twee weglopen.''
''Klopt'', zei de gids, ''ze zijn aan het jagen, ik ga nog iets dichter proberen te naderen.''
Dat lukte vrij aardig en we konden allebei mooie foto's maken van dit prachtige roofdier voordat hij de twee andere achterna holde. Terug op de weg stapte de chauffeur uit en gaf ons een “high five”.

Moremi game reserve, 'here we are'. Na een extra security check reden we een van de mooiste Afrikaanse parken binnen. Wilde katten zouden we hier helaas niet meer spotten maar een overaanbod aan olifanten , giraffen, gnoes, zebra's en antilopen zorgen toch voor een heel mooie safari. Wat Inés opviel was de heerlijke geur die zich overal verspreidde dankzij een plant waarvan ik helaas de naam ben vergeten. Anders zou ik er een flesje parfum mee vullen en haar cadeau doen. Tijdens een picknick waren we het snel eens dat we hier nog eens wilde terug komen, maar dan met een klein vliegtuigje om Chief's Island te bezoeken, omdat daar de grootste kans was om wild te spotten. We konden best bij onze terugkomst beginnen te sparen, want vliegsafari's zijn peperduur.

De dag werd weer bekroond met een succulente maaltijd en het bezoek van een klein uiltje die op vijf meter van de eettafel kwam meeluisteren in een boom. De kok en ex-verpleger kwam nog eens terug op mijn gezondheidsprobleempje van gisteren en weet het aan de anti-malariapillen. De bijsluiter van het doosje bevestigde wat hij dacht.

Gweta

Inés mocht rijden, nu naar Gweta. Weer was het wegdek in opvallend goede staat. Hier en daar een gat in de weg maar in vergelijking met wat we in Namibië voorgeschoteld kregen was dit vergelijkbaar met België. In de vroege namiddag parkeerde ze de Hilux aan de nieuwe lodge. We waren mooi op tijd voor de wandeltocht in de nabije omgeving. Met een aantal andere reizigers volgden we in de sporen van de gids die ons meer uitleg gaf over de flora en fauna. Het was duidelijk dat hij wist waarover hij sprak. Op alle vragen kon hij probleemloos antwoorden en hij deed dit met zoveel enthousiasme dat iedereen oprecht geïnteresseerd was. Over de Baobabboom kon hij uren uitweiden als hij de tijd ervoor zou hebben.

Aangezien ik deze keer niet meer flauw viel was het ook een stuk makkelijker te onthouden dat die bomen niet alleen meer dan 1000 jaar oud kunnen worden, maar dat er 8 soorten waren waarvan één op het vaste land in Afrika. Madagaskar had de mooiste collectie van deze uitzonderlijke planten. Ze konden tot 11 meter dik worden.De Bosjesmannen geloofden dat de boom door God op de aarde was gegooid en dus met zijn wortels omhoog groeit. De apen waren er ook gek op en een andere naam voor de boom was dan ook 'apenbroodboom'. Een termietenheuvel was de volgende stopplaats om zijn kennis te etaleren. Het was meer dan aarde, modder en gras. Het was een ingenieus bouwwerk met ventilatiekanalen en broedkamers, een woonplaats voor de koningin met bovendien een heel duidelijke hiërarchie.

De wandeling eindigde aan een mooie waterplas, waar een drink voorzien was om te klinken op de schitterende zonsondergang. De waterplas zat vol met schildpadden die met hun kop en een beetje schild blonken in de zakkende zon. Telkens als iemand de poel naderde verdwenen ze onder water. Nu was het de beurt aan de gids om iedereen een mooi verhaal te laten vertellen. Een Amerikaan in de groep werkte voor een organisatie die de Afrikaanse olifanten wilde beschermen en zo vertelde hij dat ze in Kenia een project hadden opgestart om de plaatselijke bevolking meer te betrekken bij de olifanten. Ze hadden ontdekt dat de olifant schrik heeft voor bijen en nu hadden ze dus op strategische plaatsen rond de dorpen bijenkorven gezet. Dit was een win win situatie. De olifanten bleven op een mooie afstand en de dorpen konden de honing oogsten.

Het Hollands koppel en hun dochter hadden in Chobe een geweldig avontuur beleefd. Ze waren op eigen houtje het Chobe National Park ingereden. Niemand had hen gezegd dat dit met een twee wiel aangedreven wagen niet aan te raden was. Het gevolg was dat ze vastreden in het mulle zand en er maar alleen zijn uitgeraakt met behulp van een ranger die zo vriendelijk was hen op sleeptouw te nemen.
''Dat is een mooie les voor ons want wij gaan morgen dezelfde safari doen, toch Julius?''
''Ja schat, maar ik heb al een gamedrive geboekt.''
''Hebben jullie ook een mooi verhaal van een avontuur in Afrika?'' vroeg de gids.
''Wij zijn op huwelijksreis en dat op zich zorgt al voor het nodige avontuur maar in Maun viel onze boot zonder benzine.''
Inés vertelde het voorval in geuren en kleuren en nu konden we er goed mee lachen. De langste tocht van heel de reis moesten we nu zien te overbruggen en Inés wilde absoluut rijden. Ze kende de auto eigenlijk ook veel beter dan ik omdat haar papa dezelfde heeft. Niet dat het moeilijk was om mee te rijden. Inés reed gewoon graag door deze eindeloze landschappen.

3.600 kilometer zonder klapband

De tocht onderweg werd opgefleurd door wildlife , zomaar langs de belangrijkste weg, de autostrade eigenlijk, die dit fantastisch mooi land doorkruist. Eerst zagen we een jonge mannetjes olifant rustig grazen naast de weg. 20 kilometer verder stond er een verbaasde giraf ons aan te kijken. Inés vertraagde en achter de begroeiing zagen we nog twee nekken met sierlijke kop en gigantische tong aan de struiken proeven. Ze aten nog even verder tot dat een colonne van drie auto's opdook achter ons. Het sein voor de giraffen om te vluchten. Het waren auto's van Zuid Afrikanen die waarschijnlijk al de mogelijke safari's in hun land hadden gedaan en bij de buren nieuwe uitdagingen kwamen zoeken. Inés wist nog enkelen grote gaten in de weg op het nippertje te vermijden en zonder klapband haalde we onze eindbestemming met deze auto. Ik schat een goede 3.600 kilometer zonder klapband. De Afrikaanse goden waren met ons. De logde was heel mooi, de ontvangst super en Inés wist nu al dat ze hier graag een hele week was gebleven.

''Nu maar hopen dat we hier ook nog wat te zien krijgen dat ons voor altijd zal bij blijven'', zei ik
''Ik voel het , dat het fantastisch zal zijn'', antwoordde mijn kersverse vrouw.
We gingen op verkenning in het hotel en namen plaats aan het zwembad. Niet alleen toeristen voelden zich hier thuis maar de apen ook en een moeder met haar jong kwam drinken van het water. We keken onze ogen uit en waren toch een beetje op onze hoede want apen kunnen behoorlijk agressief zijn. We gingen vroeg slapen want om 6 uur was het tijd voor een nieuwe safari en aangezien Inés een goed voorgevoel had…

Safari mét leeuwen

En Inés had een goed voorgevoel. De gids kreeg al snel een melding van een collega die leeuwen had gespot. Zonder tijd te verliezen reed de ranger naar het tafereel. Het was niet het laatste avondmaal maar het ontbijt voor een twaalftal leeuwen. De leeuw en leider van deze groep was in het mooie gezelschap van drie leeuwinnen en welpen die toch al ouder waren dan een jaar. Ze lagen languit te genieten van een buffel, die een mindere dag kende. Dit schouwspel zou voor altijd op mijn netvlies gebrand blijven. Dit was moeder natuur op zijn mooist, de wet van de sterkste ten voete uit. Inés zei niets uit respect voor de scene en maakte af en toe een foto. Zolang dat de leeuwen aten bleef de gids op een mooie afstand. Een dertigtal meter schatte ik. Toen de mannetjes leeuw opstond waagde we ons dichterbij.

Leeuwen genieten van een buffel
Leeuwen genieten van een buffel


Het eerste hoogtepunt van de dag lieten we voor de andere toeristen en reden verder opzoek naar het tweede. Lang moesten we er niet op wachten want de jonge dame die net nog schrik had van de leeuwen, spotte een luipaard dat in een bocht op de grond aan het bekomen was van een bavianen ontbijt. Dit prachtige dier had wel een serieuze gapende wonde, maar onze ongerustheid werd door de 'ranger' weggewuifd en hij zei dat ze zich wel zou redden. Een kilometer verder werden we omsingeld door bavianen die op doortocht waren en misschien in rouw omdat de luipaard een lid van hun groep had verschalkt.

De safari was veel te vlug weer voorbij, de dieren hadden ons een hele mooi wildlifeshow gegeven maar ook het landschap was adembenemend mooi. Terug in het hotel waren we net op tijd om te zien hoe een aap , de confituurpot meegraaide van een tafel in het restaurant. Vensters of deuren waren er niet dus was het makkelijk om zich te bevoorraden. Het personeel stond machteloos tegen de acrobaten.
''Dit was echt een onvergetelijke ervaring Julius.''
Het was echt top. In de namiddag staat er nog een cruise op het programma.

Cruise over de Chobe rivier

De schipper wist niet goed waar beginnen. Overal was er spectakel. Badende olifanten, buffels, twee hagedissen in gevecht of paringsdans, krokodillen, honderden vogels,... waar moesten we eerst kijken...? De Chobe rivier was een paradijs waar iedereen op de boot, zelfs de verwende Zuid Afrikanen die al heel hun leven op safari waren geweest, van genoten. De volgende morgen staken we de grens van Zimbabwe zonder al te veel oponthoud over.

Badende olifant
Badende olifant

Victoria watervallen

De chauffeur zette ons af in een villawijk van Victoria watervallen, waar we onze intrek namen in een mooie maar eenvoudige logde. We konden niet wachten om de watervallen te zien en checkten supersnel in, om vervolgens te voet naar het centrum te lopen.
''Jij hebt de Iguazu watervallen al gezien, ik hoop dat je niet ontgoocheld zult zijn als we deze zo dadelijk te zien krijgen.''
Iets moois in de natuur verveelt nooit. We wandelden langs de winkeltjes in het centrum van het kleine stadje en waren eigenlijk verbaasd dat er niet meer toeristen rondliepen.
''Het is niet ver meer, ik ruik het'', lachte Inés, lichtjes opgewonden.
Eenmaal langs de kassa waren we snel aan het begin van het bijna twee kilometer lange wereldwonder.
''Waaaaaaaa'', zei Inés, ''this is fucking amazing''.
Met onze camera's in een plastic zak liepen we naar de rand toe om te genieten van de natuurlijke douche

We kwamen niet uitgekeken en namen onze tijd om op elke stopplaats dit spektakel te bewonderen. Nat en gelukkig liepen we terug de stad. De rest van de dag bleven we in het hotel om wat te bekomen van de lange reis. We hadden nog wat lectuur om de tijd om te krijgen. Morgen gingen we naar Zambia voor een riviercruise en ik verwachtte bezoek. De voorlaatste dag van onze fantastische reis werd gevuld met een grondiger bezoek van het stadje voordat we de grens overstaken. Weer een land om af te vinken.

Riviercruise

Al lopend over de brug mediteerde we even met zicht op de watervallen. De grensovergang was heel makkelijk verlopen en door ons speciaal visum konden we een maand lang , indien nodig, de grens oversteken en ook nog terug komen. Het paspoort zou zich zo wel vullen met nieuwe stempels. 15h15 zou een chauffeur ons oppikken voor de cruise en hij was mooi op tijd.

Een half uurtje later zaten we al op de boot en reden in een gezapig tempo de rivier op. Op de boot was plaats voor een 100-tal gasten schatte ik , maar ik telde er maar een twintigtal. Veel meer beesten kregen we ook niet te zien. Ja, vogels, zoals de bijeneters die de nesten in de dijken in-en uitvlogen, reigers en nog andere steltlopers, maar naar olifanten en giraffen was het zoeken.
Krokodillen lagen er wel genoeg te chillen om iedereen duidelijk te maken dat zwemmen op eigen risico was.

Samen zagen we hoe de Zambiaanse zon het blauw van de hemel omtoverde naar variaties van oranje tot donker rood, de groene bomen en planten werden zwarte schimmen, op het water weerspiegelde de verder zakkende zon in een lange straal die deed denken aan het lichtzwaard van 'darth vader' dat langzaam kleiner werd om al snel helemaal te verdwijnen en ons achterliet in een Afrikaanse nacht.

''Dus vandaag krijg je bezoek uit Zambia'', zei Inés, terwijl ze de veters van haar schoenen aantrok om ze samen te binden.
''Ik hoop van wel.''
''Jij bent me iets aan het wijs maken.''
''Tuurlijk.''
''Dus wat gaan we nu echt doen?''
''We nemen een taxi tot in het centrum en vandaar uit wandelen we rustig verder.''
''En als er niemand op jou wacht?''
''Dan zoeken we een andere bezigheid.''

De taxichauffeur zette ons af in de winkelstraat en via en kleine omweg naar een galerij met Afrikaanse kunst en een supermarkt liepen we naar de grens. Eenmaal in Zambia maakte Inés nog enkel foto's van de waterval. Fier toonde ze me ééntje waar ik kon zien hoe het schuim op de rivier een hartje had gevormd. Een kusje was de beloning. We zette ons neer aan de inkom van het Victoriafalls park in Zambia. Om precies 10h30 kreeg ik een smsje om te zeggen dat het bezoek zat te wachten aan de grenspost. Ik stond op liep naar buiten richting grens en daar zag ik Mutale al wenken. Ik deed teken op Inés om me te volgen.
''Het is dus toch waar, ook hier ken je weer iemand.''
''Mutale dit is Inés, Inés dit is Mutale.'' Mutale stelde dan ook nog haar nicht, Mado voor, die was meegekomen.
''Vertel eens Mutale, hoe ken jij mijn man?'', vroeg Inés.
''Na mijn universitaire studies in Lusaka, mocht ik kiezen waar in het buitenland ik wilde verder studeren.''
''En jij koos België?''
''Nee ik ging naar Zweden, naar Malmö en via hen kon ik voor Malmö office in Brussel gaan werken en vandaar dat ik Julius ken.''
Ik beloofde haar 5 jaar geleden dat ik zou komen als ze zou trouwen, ''maar dat ben je nog niet dacht ik?''
''Nee, ik ben nog veel te jong.''
''Dus , nu zijn we toch hier.''
''En ik heb je toen beloofd om naar hier te komen.''
''Ik weet toch niet goed wat ik moet zeggen. Ik ben blij dat ik iets voor jou bij heb.'' Ik gaf haar het grote stuk cote d'or chocolade.

Met een taxi reden we richting Livingstone. Het Livingstone Museum verdiende een make-over maar was toch interessant genoeg om te bezoeken. Niet alleen de ontdekkingsreiziger kreeg aandacht maar Zambia zelf werd etnolgisch en etnografisch ontleed. Café Zambezi was het culinair hoogtepunt van de dag. Geit op Zambiaanse wijze met groenten en nog een plaatselijke specialiteit streelden mijn smaakpapillen. Op het mooie binnenpleintje met knalgele muren , in de schaduw van de boom, was het heerlijk vertoeven, weg van het straatlawaai. Na de maaltijd liepen we samen Livingstone in, op vier bleekscheten na, waren wij de enige blanken , eigenlijk was ik de enige want Inés was al zo bruin geworden dat ze voor het ingangsexamen' hoe wordt ik afrikaan' moeiteloos zou slagen. De bus voor Mutale en Mado stond al te wachten en helaas moesten we hier afscheid nemen en ook onze reis zat erop. We hadden het safari virus te pakken. Dit is het virus dat onschadelijk is voor je gezondheid maar je wel bijna verplicht om regelmatig terug te komen naar deze tuin van Eden.

Geschreven door Daniël Jacobs

Vakantieverhalen / reisverslagen

Gerelateerde artikelen