Incredible India

Bestemming: A. Delhi (India) , B. Amritsar , C. Dharamshala , D. Manali , E. Shimla , F. Delhi , G. Mandawa , H. Bikaner , I. Jaipur , J. Agra , K. Varanasi (Benares)
Periode: augustus 2010
Vervoer: Vliegtuig, auto, trein
Accommodatie: Diverse hotels
Organisatie: Riksja online

Een zwaar bezwangerde van vreemde geuren doorspekte en vooral warme drukkende atmosfeer, een taxichauffeur die de hele weg claxonneerde alsof het een Vuvuzela was en rijen ‘onaantastbaren’ die in de modder, naast elkaar op het trottoir de nachtrust probeerden te veraangenamen door droog te blijven met een stuk verpakkingsmateriaal of gewoon de ogen sloten en zich inbeeldden dat het nooit regent in Delhi. Dat is onze eerste kennismaking met India.

De vertegenwoordiger van de partner die ons verwelkomde vertelde ons over enorme regenval die ochtend. Zoals ik begreep niet meer voorgekomen sinds de tijden van Noach. De modder en plassen op de straten bevestigden dat. In het hotel de dag overdenkend vroeg ik mij af, of alle vooroordelen toch waar waren. Het hotel, verborgen in een straatje waar je het niet verwacht, was het eerste lichtpuntje. Het bleek een keurig hotel met marmeren vloeren, ruime kamers met badkamer en minibar met bier te zijn. Dat verwacht je niet in zo’n achterafstraatje. Een mooi contrast.

Na de eerste dag, een rondje kuieren, knippen en indrukken opdoen langs het Rode Fort, de Jami Mashid (Sinterklaas slaat deze grootste moskee van India over vanwege de enorme hoeveelheid schoenen die voor de ingang staan), over de Chandi Chowk, door Old Delhi, moet ik inderdaad tot de conclusie komen dat alle vooroordelen kloppen. Delhi is heftig, chaotisch, opdringerig, luidruchtig, onwelriekend, smerig, heel maar dan ook heel erg druk, benauwend, maar ik kan nu al zeggen dat je dit moet meemaken, als je durft. Het is echt indrukwekkend en heel bijzonder. Zo compleet anders dan wat wij gewend zijn. Als je hier ooit komt moet je zeker door Old-Delhi wandelen. Totale chaos in optima forma. Fantastisch. Wat ook opvalt is de vriendelijkheid en de ongelooflijke verdraagzaamheid van de mensen. Wat hier door elkaar loopt en leeft! Doordat iedereen iets van je moet of wilt, leer je snel te negeren. (met de klemtoon op de 2e e). Ik ben moe, mijn deodorant is uitgewerkt en stop dus voor vandaag. Ik kan niet wachten tot de volgende India ervaringen. Morgen met de trein naar Amritsar.

Chandi Chowk, Old Delhi, India
Chandi Chowk, Old Delhi, India

Amritsar, de stad van de gouden Sikh tempel

Maandagmorgen 07.00 uur. Toch al niet de morgen dat ik in mijn beste doen ben, maar wanneer de taxichauffeur heeft besloten om in het waanzinnige verkeer, waar de wet van de luidruchtigste heerst, verschillende zelfmoordpogingen te wagen (ons daarin meenemend), vervolgens bij het treinstation in hartje Delhi zijn Toyota door een onbeschrijflijke menigte drukt, die op hun beurt met z’n, volgens mijn gevoel tachtig duizenden de autoruiten bijna indrukken in een poging om onze bagage voor omgerekend 20 eurocent naar het perron te mogen dragen, kan ik gerust stellen dat ik dit ervaren heb als mijn meest hectische maandagmorgen ever.

De trein naar Amritsar is een leuke ervaring. Erg oud en gammel, maar geeft je wel het gevoel dat je India van dichtbij meemaakt. Een gratis krantje, kopje thee met biscuitje, een literfles mineraalwater, een kartonnetje vruchtensap en een heuse warme maaltijd maken de reis best wel aangenaam, maar vergroten het schaamtegevoel wat je krijgt bij het zien van de, diep door je hart snijdende oneindige sloppenwijken en ontelbare, langs het spoor poepende mensen. Realy shocking.

In Amritsar, ruim 7 uur later, prima hotel Ritz Plaza en de Gouden Sikh Tempel. Van het hotel met de TukTuk naar de tempel, drie op de achterbank en één er half buitenhangend. (ik natuurlijk). Met hoofddoeken en blote voeten het complex in. Wat een mooie en hartverwarmend aardige mensen met de meest kleurige tulbanden. Mensen spreken je spontaan aan en willen met je op de foto. De tempel is van een oogverblindende schoonheid en de sfeer uit 1001 nacht. Gratis toegang, gratis schoenengarderobe en gratis eten. Ook dit is wat India zo mooi maakt.

Tempel Amritsar, India
Tempel Amritsar, India

Dharamshala/McLeod Ganj

De volgende dag vertrek om 09.00 uur met de auto naar Dharamsalah/McLeod Ganj.
Wanneer je blind bent in India kan je met gemak als verkeersdeelnemer overleven, wanneer je doof bent en de weg opgaat ben je ten dode opgeschreven. De veiligheid in het verkeer zit in de claxon. Niemand is daardoor geïrriteerd of steekt z’n middelvinger op. Je raakt er niet over uitgesproken. Een attractie op zich. Wat mij ook opvalt is dat Indiërs elkaar niet groeten of bedanken wanneer ze iets in ontvangst nemen of iets aan elkaar overhandigen.

Dharamshala bestaat uit 2 gedeeltes. Een lager en een hoger gedeelte. Ons hotel bevindt zich in het hogere gedeelte McLeod Ganj op ca. 1.800 m. McLeod Ganj is bekend vanwege de residentie van zijne Heiligheid de Dalai Lama. Ook hier allemaal smalle straatjes waarin elke vierkante meter lijkt benut door verkoopstalletjes of wat daarvoor door moet gaan. In zo’n bergstadje verwachte je wat meer rust, maar ook hier geen verkeersvrije zones. Auto’s en motors claxoneren zich 24 uur door de smalle straatjes. Niet alleen de sfeer is hier anders (minder hectisch), maar ook de kleur. Veel Boedistisch rood. Het uitzicht in ons hotel biedt een mooi (uit)zicht op het achterland en maakt daarmee veel goed. De entree en algemene ruimtes doen betere kamers vermoeden.

Bij een bezoek aan de tempel van His Holyness bleek dat, hoewel hij wel thuis was, geen lezing zou geven. It’s a pitty. Wel bijzonder om in zijn tempel te zijn geweest en de monniken bezig te zien met heftige praatcessies. De vereringsbeelden zouden in “tussen kunst en kitsch” al gauw het predicaat vette kitsch opgeplakt krijgen. Veel Buddha altaren hebben iets weg van de etalage van een kruidenier op de hoek. Stapels verpakkingen met koekjes en biscuitjes op schaaltjes, pakken vruchtendrank en ga zo maar door, sieren de altaren. Ik ben er nog niet achter wat het idee daarachter is. Waarschijnlijk symbolen voor welvaart o.i.d. Verder heb ik niet zo veel te melden, aangezien ik het grootste deel van de tijd op bed heb gelegen met braakneigingen, hoofdpijn en ja hoor, de spetterbacterie heeft mij te pakken.

Dharamshaka, stad India
Dharamshaka, stad India

Manali

De route van Dharamshala naar Manali duurde met de auto 6 uur was ons verteld. Het werd een dodemansrit van 11 uur, waarvan ruim 3 uur in een door een van de berg afgereden vrachtauto veroorzaakte file. De haastige chauffeur die volgens mij wilde uittesten hoe goed de hindoe-goden hem gezind waren en naar mijn idee hem erg goed gezind moesten zijn, (of waren het wijzelf die veel beschermengeltjes hadden), kan zo voorgedragen worden als stand-in van Michael Schumacher. Dat hij of wij beschermgoden of engeltjes hebben bleek ook uit het feit dat we moesten wachten voor wegwerkzaamheden, we 10 meter optrokken en vervolgens op de plek waar we zojuist hadden gestaan enorme rotsblokken op de weg donderden. Al met al een enerverende rit. Maar gelukkig met de schrik vrij gekomen en heel in Manali aangekomen.

Manali is een bergdorp op ongeveer 2.000 m. hoogte en wordt veel bezocht door outdoor sportende en skiënde Indiërs en hippies die op weg naar Leh zich tegoed trachten te doen aan de in het wild groeiend wiet. Over Manali valt afgezien van de India’se taferelen niet zo veel te melden. Hotel Mayflower is een koloniaalachtig hotel met houten veranda’s en dito kamerbetimmeringen. Echt een heel sfeervol hotel. Met een ‘Kingfisher sir’ (biertje) op de veranda in een vochtige atmosfeer, kijkend naar de stromende regen krijg je het ware “Stille Kracht” gevoel. Leuk te vermelden is ook het zicht vanuit onze kamer in echt Himalaya-achtig bos. Zittend op het toilet is het net op je in het bos zit te poepen, alleen dan zonder het genot van de kriebelende grassprieten. Ook dit is India.

Maar wat ook India is, is dat er van alles mis kan gaan. Het Indiase weer heeft zich van z’n agressieve kant laten zien. De zelfs voor India zeer extreme neerslag heeft de weg van Manali naar Leh volledig onbegaanbaar gemaakt. Stukken weggeslagen, modderstromen, in Leh weggespoelde huizen en een beschadigde landingsstrip. Daar gaat ons hoogtepunt van onze reis. Ik moet toegeven dat ik dit niet heb afgedaan met alleen maar een ‘hè wat naar’. Ik was daar eventjes echt ziek van. Shit happens echter, maar in no time is er door de Riksja een erg aantrekkelijk alternatief samengesteld. Morgen vertrekken we echter dus niet naar Leh maar naar Shimla. Na 2 overnachtingen aldaar, een treinreis terug naar Delhi en vandaar uit de volgende dag met de auto naar de Thar woestijn tegen de Pakistaanse grens in Rajastan. Wel eventjes iets anders dan hoog in de Himalaya. Kan een contrast groter zijn. Eerst 2 nachten in Mandawa met een bezoek aan de beroemde rattentempel en 2 nachten in Bikaner. Echte woestijnstadjes met de sfeer uit de Fata-Morgana. Daarna pakken we in Jaipur de oorspronkelijke reisplannen weer op.

Shimla

We vertrokken vanuit Manali met gemengde gevoelens. De verkeerde kant op. Maar toen we gaandeweg meer hoorden over het noodweer in Leh en de ramp die zich daar voltrokken had waren we blij met het ons geboden alternatief. Met goede moed naar Shimla. Na een wederom lange rit van wederom ongeveer 9,5 uur door een Alpen-achtig gebied met smalle wegen, al dan niet, danwel geheel of gedeeltelijk voorzien van asfalt met een onbedoeld rijkelijk reliëf-partroon (vreselijke kuilen dus), met als medeweggebruikers vrachtauto’s, vrachtauto’s en vrachtauto’s. Nooit zoveel vrachtauto’s op één dag gezien als hier. Allemaal donkere wolkpluimen uitbrakend, alsof ze door houtvuur werden aangedreven. Dank je Tata. (Wanneer hier APK zou worden ingevoerd, blijft er nog maar 5% over). Aangezien we natuurlijk niet op Shimla waren voorbereid, wisten we hier erg weinig over, afgezien van het feit dat ik ooit ergens had gelezen dat het de voormalige zomerresidentie was van de Britten in hun koloniale tijd. (Dit vanwege de extreem hoge temperaturen in Delhi zomers). Afwachten dus maar.

Hotel Woodville Palace is een verassing. Gebouwd in 1938 en bedoeld als zomerverblijf van een aantal Britse aristocraten en na de onafhankelijkheid in 1953 in handen gekomen van een Raja uit Jubba. Zelfs de hotelmanager is aristocratic sophisticated. Zo weggewandeld uit een cricket-match, al was het een polo-mate van Prince Charles. Wat een kak en arrogantie. Ons onderkomen is een bijgebouw die bestaat uit 2 seperate very royal and large bedrooms and a commonly tea-room. Ik waan me nu al in Schotland waar ik over 3 weken hoop te toeren. Wat een sfeer. Jolly-good. Ook de dining room is van het kaliber waar Hyacinth Buquet een ... van zou krijgen. Geen goedkoop hotel (8 euro voor een volledige diner in plaats van normaal zo’n 4 euro) maar zeker de moeite waard. Alles kost hier beschamend weinig, alleen wijn is hier exorbitant duur. In dit hotel 1.800 rps a bottle (zo`n 40 euro).

De volgende dag werden we opgehaald door een gids voor een door de reisagent georganiseerde site-seeing-trip door Shimla. Hoewel we aanvankelijk twijfelden omdat een van de reisgenoten ziek was, hebben we er absoluut geen spijt van dat we het uiteindelijk wel hebben gedaan. Een bezoek aan het voormalige residentieverblijf van de Britse bestuurders en later het residentie verblijf van de president van India. Deze oud-Engelse architectuur is ook omgeven door een zeer sfeervolle Manor-house achtige terrastuin. Al met al leuk om gezien te hebben.

Hierna door smalle straatjes met haarspeldbochten waar zelfs Joop Peijen (m’n motormaat) nachtmerries van zou krijgen, naar een heritage museum. Indian history. Voor de jongens leuk, voor de meisjes tamelijk borring. Een wandeling over de Mall van Shimla met aan het eind een heuse Christelijke kerk volgde. Hier overigens voornamelijk welvarende Indiase toeristen. Hartverwarmend als je meemaakt dat heel veel mensen je aanspreken en willen weten waar je vandaan komt. Holland? Oh yes The Netherlands in Holland... Je ziet dan dat de blik in hun ogen verraadt dat ze er geen idee van hebben waar je het over hebt. Sommige weten echter dat Holland ‘good in soccer’ is en kennen kennelijk Wesliee Snaaiduh. Bij navraag weten ze dan weer niet wie Yolanthe is.

Vervolgens naar de apentempel van Shimla. Een Hindoe-tempel opgedragen aan, hoe kan het ook anders, de apengod Hanuman. Terug naar het hotel to take some rest en een ‘Kingfisher-beer sir’. Vanavond weer lekker eten en morgen met de trein naar Delhi. (Change in Tikka sir). Many thanks to Riksja online and Odeyssey-travel for the marvellous trip till now.

Naar Mandawa

Een van de leukste manieren om te reizen, is toch de trein. Vandaag over het spoor terug naar Delhi, om vervolgens morgen door te reizen naar Radjastan. ‘Don’t forget change in Kalka, sir. Is not far and very easy’, dichtte de reisbegeleider uit Shimla ons nog toe, enthousiast zwaaiend vanwege een combinatie van echte sympathie en een wat te groot uitgevallen fooi. Het eerste stuk naar Kalka was een zeer eenvoudig treintje met een kruissnelheid van ruim 30 km over een traject van 96 km. door ongeveer 120 tunnels en een hoogteverschil van 1.500 m. overbruggend. Bij de verkiezing van de mooiste EO’s “rail away” eindigt deze absoluut in de top 10. Zeer de moeite waard. Een schijfje vol plaatjes en 6 uur verder komen we aan op het redelijk rustig station in Kalka. Inderdaad not so far, precies aan de andere kant van het perron staat de trein naar Delhi al klaar. Voor de instap gaf ik een bedelend jochie een zakje chips. Hij had immers honger. Ik volgde hem eventjes en zag nog net dat hij de zak in de afvalbak deponeerde. De zoveelste mislukte ontwikkelingshulp. Ook curieus om te vertellen is dat Henk als 4e last van D….. heeft.

De 300 km. naar Delhi in 4 uur is een peulenschil. Zeker met een in de prijs (ongeveer €10,- p.p.) begrepen 4 gangenmenu en een literfles bronwater. Volgens mij is de trein het middel bij uitstek om de bewoners van een land beter van nabij te leren kennen. Je hebt de tijd om mensen van een afstandje te bekijken en te beoordelen. Leuke gesprekken komen tot stand en mensen vertellen echt van alles. Wat ik persoonlijk als erg vervelend ervaar is de vreselijke opdringerigheid van met name de dienstverleners van Delhi. Zodra de trein stopt rennen ze als jakhalzen de trein in om als eerste hun diensten aan te bieden, elkaar het licht in de ogen niet gunnend. Ik werd belaagd door 6 of 7 schreeuwers en plukkers die de koffers uit m’n handen trachtten te rukken. No, no, no helpt niet. Ze blijven bij je staan, geen ruimte latend om zelf de bagage naar buiten te rollen. Zweetparelend (ook vanwege de hoge temperatuur) kwam ik erachter dat ze geen Nederlandse scheldwoorden verstaan. Phawan (onze oude bekende van Odyssey Travel, van de eerste aankomst in Delhi) bood uitkomst.

Moe maar wederom zeer voldaan met nog meer geestelijke bagage en stof voor mooie herinneringen, vallen Ellen in ik knorrend in slaap in het Royal Retreat in Gurgaon (een nieuwe trendy voorstad van Delhi met veel bewaking, hekken en muren met ook weer veel aanleungolplaten). Één van de voordelen van rondreizen is, dat je een beter totaalbeeld krijgt van een land. Had ik aanvankelijk de indruk dat India voornamelijk bestaat uit bedelende en zwaar onderbetaalde schoenpoetsers, riksja- en tuktuk bestuurders, verkopers of andere zielige dienstverleners, zien we nu toch wel een heel ander India. Prachtige villa’s, appartementen, shopping-mall’s en uitgestrekte kantoorparken waar ze op de 'Zuid-as' of de 'Kop van het land' een minderwaardigheidscomplex van krijgen. Staal en glas strijden om een plek op de eerste rij. Wat we in de trein al begrepen van een Indiase ondernemingsdirecteur, India is booming. Nu al IT-worldleader.

Na de slechte wegen van Delhi, worden de wegen naar het westen... nog slechter. In elk dorpje weer dezelfde taferelen. Honderden kleine winkeltjes, overal liggende, hangende en zware lasten dragende mensen, loslopende koeien, honden en zo nu en dan kamelen. Ook de vegetatie wordt alsmaar schraler. Waarom er 3 keer tol moest worden betaald was volgens de chauffeur voor het onderhoud van de wegen. Niet duidelijk is welke wegen dan wel worden onderhouden. Misschien zijn ze dat nog aan het overwegen.

Aankomst in de Desert Lodge in Mandawa was wederom een cultuurshock. Maar dan in de andere richting. Superlatieven schieten te kort. Wanneer je de oosterse poort nadert wacht je een Radja met tulband en sabel, die je op z’n Hindi verwelkomt en de voorhoofden voorziet van een rode steep. (volgens sommigen een stip, volgens anderen een streep). Binnentredend ontvouwt zich een sprookjesachtig oosters tafereel met overal prachtige huisjes, knusse zithoekjes, prieeltjes. Dit moet je gezien en meegemaakt hebben. En alles zeer goed onderhouden, alsof het gisteren was opgeleverd. Het mooie zwembad heeft eveneens een uitzicht op de enorm uitgestrekte (nu begroeide) woestijnvlakte.

Zowel Henk & Marlies als wij een eigen huisje. Hangslot van de deur en naar binnen. Daar val je eventjes stil van... Een groot uitgevallen ruimte, met verschillende niveau’s, een prachtig ruim bemeten bed en alles in diezelfde oosterse sfeer. De eveneens erg ruim bemeten badkamer is ook om te kwijlen. Een mooi bad, dito sanitair en een aparte grote ronde doucheruimte met een douchekop waarvan de typenaam Moesson zou moeten zijn. ’s Avonds op het binnenplein, buiten op een groot grasveld een buffet, waarvan je kan zeggen: dit is een buffet. Ook weer mooi Arjan van Dijk-achtig aangekleed omlijst met muziek en poppentheater. Hier maak je toeristen blij mee.

Na het ontbijt met de chauffeur 2 km met de auto naar Mandawa. Een schitterend stadje met de sfeer die je voor ogen hebt als je het over een oosters woestijnstadje hebt. Geen wegverharding, stof, zand, kamelen, ezels, poorten, smalle straatjes, luid sprekende mannen, gesluierde vrouwen en Havali’s (verblijven van de beter gesitueerden in vroegere tijden). Met een gids hebben we er een aantal bezocht. Allemaal erg vervallen, maar o zo sfeervol, met binnenplaatsen, nissen, poorten. Madawa is top en zeker een aanrader. Terug in het hotel probeerden we de kleffe broeierige warmte van ons af te schudden met een sprong in het zwembad. Dit is ook vakantie. Pizzaatje, biertje en vanmiddag een kamelentocht.

Gelukkig dat ik voor Harley Davidson heb gekozen en niet voor een kameel. Leuk om een keertje gedaan te hebben maar een uur vond ik 3 kwartier te lang, waar Ellen, Marlies en Henk het hartgrondig mee eens waren. Wel fantastisch om ze te zien. Ze zijn mooi door hun verschrikkelijke lelijkheid. De kamelen bedoel ik natuurlijk.

Bikaner

De Thar woestijn dient zich aan. Steeds vaker zandheuvels, kale stukken en steeds meer kamelen en zeeboes (ossen met een bult). Anderen spreken van karboessen. Who the fuck knows. Voor Hindoes is een koe een koe. Er is meer groen dan ik verwachtte. Ik hoorde dat over 2 maanden bijna alle vegetatie weg is. In de moesson groeit er dus nog het een en ander. Zodra je Bikaner binnenrijdt is de chaos weer compleet. De woestijnrust maakt weer plaats voor claxon, tuktuk en heel veel mensen. Onze chauffeur wees op een rood gebouw in te verte. Dat is ons hotel. Om ons heen kijkend dachten we dat we vannacht onder zeil zouden gaan met golfplaten omzoomd. We reden een poort binnen en stapten in een andere wereld. Hotel Bhairon Vilas. Niet echt een luxe hotel, maar wel erg sfeervol. Echt Indaas ook. Kleuren, motieven en sierbogen verraden dat. De tuin een heerlijke oase in een in onze ogen zeer vervuilde stad. Wandelend in de tuin van het ommuurde complexje stond ik oog in oog met een blinkende Chevrolet 1934. Dit zou de auto moeten zijn van de voormalig prime-minister van Rajastan. Dit hotel is eigendom van zijn achterkleinzoon. Een dermate boeiend fenomeen, dat zelfs Lonely Planet hierover spreekt.

Tijdens een drankje in de tuin werden we overvallen door een noodweer, wat de gedachte aan Leh weer postvatte. Ongelooflijk, wat een regen. En niet zo maar. Kan dit, midden in de woestijn? Op zoek naar wat avondeten een ‘tuktuk sir’ genomen naar de Stationroad. Hét uitgaanscentrum van de stad. De onwelriekende geuren (de eerste dagen in India spraken we nog van afschuwelijke stank) zijn een cocktail van urine, met een scheut poep, een snuifje koe, een vleugje kameel en een klontje zweet, afgemaakt met kruiden uit de Indiase keuken. Op naar het vegetarisch restaurant. Smullen jongens.

Ontbijt in de binnentuin met prachtig bloeiende planten en een wat vochtig-warme atmosfeer met fluitende vogeltjes (nog niet echt wreed verstoord door toeterende weggebruikers) in een Indiaas decor is een absolute aanrader om de dag te beginnen. Kon de tijd maar eventjes worden stilgezet. Niet voor ons, het is 9 uur en tijd om naar de rattentempel te gaan. Deze Karni Mata Temple is een wat lugubere attractie. Zo’n 3.000 loslopende ratten bewonen deze tempel en zijn volgens de legende reïncarnaties van... (zoek maar op internet). Ook dat nog! Shoes not allowed sir! Blootvoets schuifelend door de tempel, hier en daar een rattenkeutel toucherend of plettend. Overal in, op, onder of boven, ratten. Kleine, smerig uitziende ratten. Luguber, maar toch bijzonder om te zien en mee te maken. Als je een witte ziet brengt dat geluk. Wat zal ik een geluk hebben. Ik zag er één. Henk ook overigens. Wat is het Hindoe geloof toch bijzonder, bijzonder interessant, maar voor westerlingen wat moeilijk te begrijpen.

Achter de gids aan naar de volgende bestemming. Het fort van Bikaner. Zeer indrukwekkend en erg de moeite waard. Dit fort is ooit gebouwd door Raja Rai Singh, een legergeneraal van Mogol keizer Akbar. Diverse binnenplaatsen en fraaie zalen, mooie torentjes en grote parkachtige tuin hebben flink wat ruimte van mijn geheugenkaart ingenomen. Je moet echter oppassen dat je thuis pas goed ziet wat je door de lens hebt waargenomen. Geen verdere behoefte de finesses van Bikaner nader te doorgronden, vonden we het heerlijk om de dag voort te zetten in de weelderige tuin onder begeleiding van een aantal 60 cl. Kingfishers en dito zelfmeegenomen Bagpiper. (Klinkt Schots, dus dat zal wel whisky zijn). Lekker voor de vuist weg lullen, met als lunch 6 op straat gekochte zakken chips. Heerlijk. Dank je Lays. Ook dit is India.

Overigens vandaag eindelijk sinds dagen weer een draadloos internetwerk kunnen traceren. Jammer trouwens dat er zo weinig geheugenruimte is om meer foto’s te plaatsen. Morgen weer paraat om de oorspronkelijke route weer op te pakken in Jaipur, de hoofdstad van Rajastan. Terugkijkend op de vanwege de Leh-ramp geboden alternatieve route van Manali via Shimla, Mandawa en Bikaner kunnen we met z’n vieren volmondig zeggen dat het een fantastisch alternatief was. Nogmaals ons aller complimenten voor Rikja online (India online) en in het bijzonder Odyssey Travel in Goa. Groots.

Bikaner, India
Bikaner, India

Onderweg naar Jaipur

Onderweg voor je uitkijkend en wegdromend (dit keer van Bikaner naar Jaipur,) kom je soms tot vreemde waarnemingen. De Indiërs blijken namelijk goed ontwikkelde hurken te bezitten. Ze doen alles hurkend. Hurkend poepen, hurkend plassen, hurkend eten, hurkend denken, hurkend aangapen, hurkend bedelen, kortom bijna alles hurkend. Sla de Kama-Sutra er maar eens op na. Alleen hurkend staan lukt ze nog niet. Komt dat door het tengere van hun lichaam of is hier evolutie in het spel. Niet echt belangrijk, maar iets waar je in een saai woestijnlandschap aan denkt.

Langs de weg gestopt bij een inlands wegrestaurant met een hoog golfplaat gehalte, waarbij het feit dat het aan de weg lag de enige overeenkomst is met een wegrestaurant. 2 cola en een sinas, waarvoor we 130 roepies (€ 2,30) moesten afrekenen. Erg duur voor Indiase begrippen. Echter, omdat er geen flesjes Fanta meer waren, kreeg ik een 2 literfles op tafel. Dat valt dan weer mee natuurlijk. Voor dit geld kregen we gelukkig ook veel aandacht. 28 paar ogen staren je aan alsof we uit een andere wereld komen. Laat dat nou net zo zijn. Aanstaren doen ze overigens overal.

Jaipur (the pink city, vast omdat hij zo roze is) is een stad met officieel slechts 3 miljoen inwoners. Dat is te merken ook. Zoals we overal ervaren, druk, druk, druk. Daar komen dan ook nog eens 1 miljoen koeien, 200.000 kamelen en 5 miljoen honden bij. Die begeven zich dan allemaal ook nog gemotoriseerd door de stad. Met uitzondering van de koeien en honden. De kamelen telgangeren. Probeer daar maar structuur in te krijgen. Dankzij de stuurmanskunsten van onze vertrouwde chauffeur is het uiteindelijk toch gelukt om hotel Dera Ramitsar te bereiken. Een erg mooi luxe hotel met heerlijk zwembad en erg mooie kamers buiten het centrum. Vanwege zijn sexy zwembroek wilde Henk het zwemwater niet beroeren. Het contrast met de buitenwereld is wel weer beschamend scherp.

In het hotel wederom ontvangen door een innemend vriendelijk reisagent die ons wees op het programma van morgen. Het Amber Fort, het paleis met de meren en een bezoek aan de ommuurde stad met een van de meeste gefotografeerde gebouwen de Hawa Mahal (het windenpaleis), de Jantar Mantar en op speciaal verzoek een bezoek aan een kruidenbazaar. Eerst maar eten in het hotel en dan maar zien. We zijn in ieder geval allemaal erg benieuwd.

Jaipur

Vannacht hebben Ellen en ik voor een propellervliegtuig gelegen die maar niet wilde opstijgen. Wel de hele nacht warmdraaien, wat ons dan wel weer koelte opleverde. Dat dan weer wel natuurlijk. Verder uitstekend geslapen in dit zoals gezegd mooi afgewerkte hotel. Vóór vertrek nogmaals vereerd met een bezoekje van de reisagent die de gids kwam voorstellen. We krijgen de indruk dat we een ‘special treatment’ krijgen. Wanneer dat niet zo is, zou ik zéker iedereen aanraden om met Riksja te reizen. Perfect geregeld allemaal. Je hoeft bijna niet meer zelf te denken. Mr. Singh (z’n voornaam was te moeilijk om hier te vermelden) loodste ons, wederom met onze chauffeur vanaf Delhi, Mohan (nu pas weten we zijn naam) langs een ‘two pictures stop’ bij de Hawa Mahal (de meest gefotografeerde gevel van Jaipur) naar het Amber fortpaleis. Dit was het bolwerk van de Kachhawaha-heersers tot 1727. Voor de meesten van jullie is dit natuurlijk gesneden koek, maar ik vermeld het toch maar even. Veel toeristen begaven zich naar dit paleis op de heuvelrug op de rug van een olifant. Iets wat onze gids sterk ontraadde, aangezien deze dieren nogal eens agressief kunnen zijn vanwege mishandeling door de begeleiders. Dan toch maar wat meer moeite nemen en gewoon met de auto naar boven. Vóórdat je dit fort kan betreden wordt je belaagd door een zwerm prullaria-verkopers die volgens mij een verkooptraining achter de rug hadden naar Amerikaans model. Gewoon aanklampen, blijven aandringen en plaat voor je kop. Schotse steekmuggen zijn hier niets bij. De tip van onze gids: “niet antwoorden, niet kijken en gewoon doorlopen” bleek een gouden tip.

Binnengekomen troffen we weer een ’hugh’ paleis aan om werkelijk van te watertanden. Gelukkig krijgen we na elke verhandeling 5 minuten pauze om te schieten. Het equivalent van 5 minuten is bij Henk echter zo’n 10 minuten tot een kwartier. Hij is door het dolle heen en fotografeert als een bezetene alsof hem vertelt is dat hij niet thuis mag komen wanneer hij minder dan 10.000 foto’s schiet. Wederom een aanslag op de Compact-flash cards derhalve. Ik zou hem tekort doen als ik niet vermeldde dat we een uitmuntende gids hadden. Hij vertelde ons niet alleen over het paleis en andere dingen die we zagen. Hij vertelde ook veel over de cultuur, het Hindoegeloof, de geschiedenis en veel andere zaken die in India een rol spelen. Erg leerzaam en een mooie aanvulling op wat we al wisten. Terug naar de stad veel processies of groepen mensen die in prachtig gekleurde kleding (veelal oranje, en dat terwijl Nederland niet eens speelde) op weg waren naar een tempel. Ook hier en daar muziek en feestgedruis. Onafhankelijkheidsdag in India.

Wij waren op weg naar de volgende attractie, een artificial juweller, waar we één van de specialiteiten van de stad, het slijpen van edelstenen mochten aanschouwen. We traden in een winkel die veel weg had van de schatkamer van Tut-Ank-Amon, maar dan in Jaipur. Werkelijk prachtige spullen die ook wel wat kostten. Het drong wederom tot ons door. Een complot. De gids krijgt een percentage van alles wat wij kopen. Inmiddels weten we dat en beschouwen het als ‘part of the game’. Trouwens leuk om gezien te hebben. Marlies trok de portemonnee en kocht voor zichzelf een mooie amethist en voor Henk een zilveren geluks-olifant. De list was gelukt derhalve.

De volgende stop, een artificial textile factory. Ja hoor. Een textiel winkel dus. Ook in het complot. Toch ook weer de moeite waard. Ditmaal kocht Ellen een handbedrukt tafelkleed met ook weer die geluksolifanten. Overigens wel sportief dat de gids later vertèlde dat hij wilde dat wij wisten dat hij provisie krijgt over hetgeen wij kochten, zodat wij er achteraf, wanneer we dat toch hoorden, daar geen slecht gevoel over zouden hebben.

Ride on. Verder naar de Jantar Mantar. Een complex van in de 17e eeuw gebouwde astronomisch meetkundige bouwwerken die onder meer de tijd, stand van planeten en veel andere zaken weergeven. Op zich erg interessant, maar ons absorptie-vermogen heeft voor vandaag z’n hoogste punt bereikt. Zwervers steken zich hier weer hardnekkig de kop op. Verminkte mensen, al dan niet met zo klein mogelijke baby’s en lompendragende jongetjes of meisjes trachten een paar roepies uit je zak te bedelen. Don’t do it, hebben we al geleerd. De gids rekende ons gisteren voor, dat een gemiddelde bedelaar ongeveer 2 á 2,5 duizend roepies per maand bij elkaar bedelt. Een gemiddelde werker in Jaipur heeft er slecht 500. Waarom zou je gaan werken! Daar komt ook nog bij dat veel slump-bewoners daar blijven wonen omdat vader vaak het bijeengebedelde geld opzuipt.

Tevergeefs langs een kruidenbazaar. Onafhankelijkheidsdag natuurlijk. Gesloten dus. Bij het zwembad in het hotel met een boek en biertje is ook leuk. Vanavond blijven we in het hotel voor het diner. Lekker relaxed dus. Kunnen we ons weer geestelijk voorbereiden om onze tocht van morgen naar de volgende bestemming Agra via Fatehpur Sikri.

Agra

Vannacht hebben Ellen en ik geslapen op een heerlijk bed, maar dan wel op een vrachtschip. Het homestayadres van Colonel Lamba bevindt zich aan 2 kanten van de weg. Elk voorzien van een eigen dieselaggregaat omdat de stroom hier vaak wegvalt. Wij sliepen aan de voorzijde, Henk en Marlies aan de achterzijde (de bofkonten). Dat die dingen functioneerden werd ons maar al te duidelijk gemaakt. De combinatie met Airco en propeller deed me denken aan een vlucht tussen Rotterdam en Hull met een Haveland Twinotter. Tijdens het ontbijt werd duidelijk dat de kolonel graag over zijn mooie India verteld, maar eigenlijk nog meer over zijn militaire verleden. Trots als een pauw is deze sikh. Ook erg dienstbaar. Een van z’n bedienden stuurde hij tot 2 keer toe naar de apotheker om een smeerseltje voor een zwerend wondje op m’n wreef te halen.

De Taj-Mahal is werkelijk van onvoorstelbare schoonheid en symmetrie. Prachtig marmer en mooi gelegen aan de Yamuna River. Het voelt bijzonder om een bouwwerk die je al honderden keren op foto’s zag nu van nabij te aanschouwen. Alleen jammer dat door de hoge luchtvochtigheid de lucht wat heiïg is wat de kwalitieit van de foto’s niet ten goede zal komen. Dat mogol keizer Jahan dit voor z’n overleden vrouw heeft gebouwd geeft toch weer een andere invalshoek op de wijze waarop moslims vrouwen zien. De enorme harem in het Agra fort wat volgde bevestigde echter weer wat we al weten. Dit rode Fort, aanpalend aan de Taj Mahal is toch ook weer een erg mooi Fort. Voor Ellen en Marlies was het echter wel genoeg geweest en wachtten buiten in de bloedverziekende vochtige hitte. Een klein beetje uit respect voor de gids ben ik met Henk met hem naar binnengegaan met het verzoek de rondtoer met double speed te verzorgen. Het was gewoon te warm en door de enerverende nacht voelde ik mij ook niet zo lekker.

Taj-Mahal, Thailand
Taj-Mahal, Thailand


De gids wilde ons nog een werkplaats laten zien waar ze het prachtig ingelegde marmer, zoals gezien in de Taj, nog altijd maken. Na 2 minuten demonstratie werden we weer een, overigens prachtige winkel binnengelootst. Prachtig ingelegd marmeren tafels, banken en alles wat je maar kan bedenken. ‘Realy, you don’t need to buy. Just look around’. Ze konden echter wel snel regelen, dat DHL of Fedex het snel en betrouwbaar naar the Netherlands brengt. En dan ook nog op hun kosten. Liever wel kopen dus.

Gelukkig is met de kolonel geregeld dat we voor roepies 1.000 nog een kamer kunnen gebruiken, tot de tijd dat we naar het station vertrekken voor de nachttrein naar Varanasi. Kunnen we vóór de tijd nog eventjes hangen en douchen. Lekker, een hangmiddag. In India een lekkere combinatie. ’s Morgens actief en ’s Middags lekker rustig. Weer eens wat anders dan slapen op een vrachtschip. Vanavond in een trein.

Varanasi

De stationshal van Agra lag werkelijk vol met slapende mensen en honden. Niet zoals je zou verwachten netjes aan de zijkant. Nee, ongegeneerd languit en breed gewoon op de plaats waar ze waarschijnlijk slaap kregen. Ik ken dit systeem enigszins van mijn dochters vroeger. Kleding laten liggen waar je het uittrekt, maar dan met slapende mensen. Werkelijk onvoorstelbaar. De hal lag vol. Slalommen met die koffers dus op weg naar de trein. 4 trappen op, 4 trappen af. Heerlijk als je geen gebruik maakt van kruiers. Aangezien de trein nog niet was gearriveerd, werden we geëntertaind door wat rondstruinende ratten op en tussen de rails. Deze keer waren ze een stuk groter dan in de tempel. Gezien de treinervaringen eerder vond ik deze niet echt anders (Henk dacht daar iets anders over), alleen slaapbanken dit keer die met gordijntjes voor enige privacy waren voorzien. Henk en Marlies deelden hun pashokje met een vriendelijk Indaas echtpaar uit Mumbai. Ellen en ik evenwijdig en aan het gangpad. Afgezien van Henk hebben we best wel wat hazeslaapjes kunnen pakken. Al met al weer een leuke ervaring. Na ruim 11 uur aankomst in Varanasi.

Varanasi aan de Ganghes, is de meest heilige hindoestad in de wereld en minstens 3.000 jaar oud met volgens zeggen 10 miljoen inwoners. Waarschijnlijk zullen dat er door alle pelgrims wel wat meer zijn. Niet te begrijpen dat onze taxichauffeur het heeft klaargespeeld om in zijn dodemansrit er niet 1 aan of dood te rijden. Om moksha (de uitbraak uit de kringloop van dood en wedergeboorte) te bereiken en eeuwige rust in het hiernamaals te krijgen, willen of moeten Hindoes aan de Ganghes gecremeerd worden, waarna de overblijfselen in deze heilige rivier gegooid worden. Daarom vinden er in Varanasi 250 á 300 openluchtcrematies per dag op houtstapels plaats. Bizar?! Het is maar wat je gewent bent. Ter plaatse wordt er over de houtprijs onderhandelt en het ritueel kan beginnen. Vrouwen zijn bij de crematies niet toegestaan en moeten eerder afscheid nemen van hun geliefden.

Varanasi, India, Ganghes
Varanasi, India, Ganghes


Vanavond om 18.00 uur worden we door een gids opgepikt voor een avondboottocht langs de Ghats (trappen langs de Ganghes). Morgenochtend om 05.00 uur hetzelfde voor weer een heel ander spektakel. De middag gevuld met een wandeling over de ghats vlak bij het hotel. Het hotel ligt overigens aan de Ganghes. Alleen de kamers hebben geen Ganghesview. Het is ontzettend heet. Onze shirts vertonen ernstige uitingen van vochtverlies. De stank van menselijke uitwerpselen is ondraaglijk en daarom vluchten we de trappen op naar de stad. Smalle straatjes met wederom bergen poep, ditmaal van koeien en hier een daar een in een hoekje weggekropen stervenden. Van de regen in de drup zal ik maar zeggen. Zoals ik al eerder opmerkte, India is booming. Er moeten alleen nog wel wat vuiltjes worden weggewerkt ten aanzien van elementaire levenszaken. Het gemis van sanitaire voorzieningen en de giga hoeveelheid afval overal waar je kijkt is dramatisch. Opvoeding kan daar veel aan bijdragen. Iedereen gooit alles maar overal neer. Mijn stoepje is schoon, de rest is voor een ander. Houdoe. Na de lunch van vanochtend, het diner vanavond ook weer in het hotel op het dakterras. Het vegetarische voedsel begint een carnivoor als ik tegen te staan. Ik begin al van Big Tasties en McKroketten te dromen. Zondag eten bij de Argentijn denk ik. ’n Lomootje van 500 gram.

Voor de verandering een restaurantje gezocht in het hartje van Varanasi. In een van de vele smalle steegjes een Lonely Planet vermelding opgezocht en weer eens vlees gegeten. Dat heb ik mijzelf maar voorgehouden, hoewel het heel veel weg had van Soja. Op de terugweg besloten om over de Ghats terug te lopen. Dat was achteraf een goeie keuze?! Per ongeluk kwamen we langs een Ghat waar volgens onze invulling lichamen van minder belangrijke mensen werden gecremeerd. Vijf of zes brandstapels tegelijk, nog geen 10 meter van ons vandaan. Zoals in een theater een tijdje op de trappen toegekeken. Buitengewoon bizar om de lijken langzaam verzwolgen te zien worden door het vuur. Het is daar een komen en gaan, 24 uur per dag. De een was nog niet gedoofd of de volgende stapel werd al weer opgebouwd en het ingepakte lijk er bovenop. Soms kwam er een voet uit de verpakking wat het schouwspel nog meer luguber maakte. Een van de per boot aangevoerde lijken werd voor de kant zonder crematie in de Ganghes geschoven. Waarschijnlijk één van de gevallen die niet gecremeerd mogen worden, zoals zwangere vrouwen, mensen die door slangenbeten zijn overleden, zelfmoordgevallen o.i.d.

Wat ons opviel was dat het cremeren zonder emoties plaatsvond. Een volledig technisch gebeuren, waar geen traan aan te pas komt. Waarschijnlijk heeft de ceremonie reeds plaatsgehad in één van de vele tempels in de buurt. Curieus is ook dat de koeien en geiten gewoon tussen de brandstapels doorlopen. 20 meter verder duiken 2 jongens naar hartelust in het water. Stroomafwaarts. Eentje laat het water uit z’n mond spuiten.

Om 18.00 uur worden we wederom opgehaald voor het volgende gebeuren. Weer met een bootje op de Ghanges om het avondritueel te aanschouwen. Druk is het overal in India, maar hier is het druk in het kwadraat. De boot die de gids voor ons in gedachten had was al overloaded met van zichzelf al drukke Italianen. Geen volwaardige plekken voor arme Nederlanders, dus een andere boot geregeld. Van boot naar boot overstappend stonden we uiteindelijk wat dichter bij het (in mijn beleving erg toeristische) Hindoe avondritueel. Een tiental hindoes op de centrale Ghat, die met vuur allerlei voor ons onbegrijpelijke rituelen uitvoerden. Ondertussen ruziede onze gids met wat bootschippers waarschijnlijk over geld of over het feit dat onze aanvankelijke boot vol was. Erg gezellig. Weer overstappen om aan wal te komen. 2 meter van de kant echter wees de schipper naar het water. Only 2 steps in the water. Oh no. No way. Voor geen goud stap ik in dit water. Zeker niet met de wondjes die zowel Ellen als ikzelf aan onze voeten hebben. Een beetje schreeuwen en indringende kijken doet wonderen. Zucht...

Terugkijkend op deze vakantie kunnen we maar tot één conclusie komen. India ís incredible. Alle vooroordelen kloppen. Als ik aan India terugdenk denk ik aan mooie mensen, vriendelijkheid, glimlachen, aanstaren, bedelen, opdringerigheid, kleuren, stank, afval, Hindoe rituelen, armoede, drukte, chaos, lawaai, duizenden koeien, honden en geiten, en schoonheid. Een wereld die in bijna alle opzichten afwijkt van de onze. Het klinkt misschien als een cliché, maar: India is één grote cultuurshock. India, geweldig dat ik dit heb meegemaakt. Ik ga je missen!! Met de aller grootste complimenten en dank aan India online en Odyssey Travel Goa, (special thanks to Gwen) voor de grandioze organisatie. Alles klopte gewoon. Zeker in een chaotisch land als India maakt een goede organisatie het grote verschil!!

Vakantieverhalen / reisverslagen

Gerelateerde artikelen