Offerte aanvragen

Oergevoel in IJsland

Bestemming: A. ReykjavÝk (IJsland)
Periode: mei 2016
Vervoer: Vliegtuig
Accommodatie: Hotel

Al van jongs af aan ben ik een ontzettende koukleum. Ik hou van warmte en dompel me er het liefst helemaal in onder. Geen wonder dus dat bij elke vakantiekeuze de warme, zonnige bestemmingen het wonnen van bijvoorbeeld prachtige landen in het noorden van Europa. Tot mijn vriendin eerder dit jaar begon over IJsland. De rillingen liepen bij voorbaat al over mijn rug, maar ik moest eerlijk bekennen dat ook mijn nieuwsgierigheid was gewekt door alle verhalen die ik had gehoord. Wat me trok was de ruimte, de stilte en vooral de ongerepte ruige natuur en dus ging ik overstag.

Zonnige kennismaking

Op 15 mei 2016 stap ik samen met mijn vriendin en schoonouders het vliegtuig uit en zet ik voet op IJslandse bodem, waar we tien dagen zullen blijven. Genoeg om net als veel andere toeristen de hele rondweg over het eiland te rijden, maar wij hebben in overleg met ons reisbureau House of Travel ervoor gekozen om de tijd te nemen het land te ervaren en ons te beperken tot het zuiden van het eiland.

Praktisch gezien is IJsland een perfect vakantieland. Er is slechts één snelweg, die je in een mooie cirkel langs vele bezienswaardigheden op het eiland brengt. Perfect als je het hele eiland wilt verkennen. Bovendien is de snelweg het hele jaar open, in tegenstelling tot het woeste binnenland, dat slechts in de zomermaanden per four-wheel drive bereikbaar is.

Wanneer wij onze huurauto hebben opgehaald en de luchthaven achter ons laten voelt het alsof we op een andere planeet zijn beland. Om ons heen worden we, zo ver als je kunt kijken, omringd door een zwart maanlandschap.

We nemen een toeristische route richting ons hotel en slaan een weg in die ons langs diverse oude scheepswrakken brengt die hier decennia terug voor de kust zijn gesneuveld. De schepen vormen een indrukwekkend gezicht en zijn het eerste teken dat de natuur in IJsland niet met zich laat sollen.

De Golden Circle

De eerste dagen hebben we geluk. We worden begroet door een stralende zon die ons vanuit een strakblauwe lucht toelacht. Het zorgt voor een extra dimensie wanneer we in het geothermische gebied Krýsuvík tussen de modderpoelen en heetwaterbronnen wandelen en de gekleurde ondergrond extra oplicht in gele, rode en blauwe tinten. Het fijne aan IJsland is dat je het gevoel krijgt dat je het rijk voor je alleen hebt. Hoewel het toerisme in het land de afgelopen jaren enorm is toegenomen, is er namelijk nog geen sprake van massatoerisme met grote busladingen vol toeristen.

Krýsuvík
Krýsuvík


Zelfs in de Golden Circle, met daarin drie van de meest bezochte bezienswaardigheden is het relatief rustig. Misschien is het omdat het hoogseizoen nog moet beginnen, maar wanneer wij eind mei in IJsland zijn, is het heerlijk rustig.

We beginnen de Golden Circle bij het mooie natuurpark Þingvellir, waar het Euraziatische en Noord-Amerikaanse continent elk jaar 1 à 2 centimeter van elkaar vandaan drijven. In het gebied waar de rivier overloopt in een groot meer kun je diverse wandelingen maken langs watervallen en diepe kloven.

Met de auto rijden we verder naar Geysir, de plek waar ons woord ‘geiser’ haar naam aan dankt. Deze ligt in een zeer actief geothermisch gebied en herbergt nog een aantal andere heetwaterbronnen. Geysir zelf is de bekendste geiser van IJsland, en spoot vroeger een hoge waterstraal tot wel 170 meter de lucht in. Helaas is Geysir inmiddels verzwakt en spuit hij slechts nog een paar keer per dag, maar enkele meters verderop kun je zijn zusje, de Strokkur geiser, bewonderen. In eerste instantie is er niks te zien en we lopen er zonder er echt aandacht aan te schenken op af. Tot we opschrikken door een hard spetterend geluid en een gigantische hoeveelheid water die door de aarde metershoog de lucht in wordt gespoten. Voor we doorhebben wat er gebeurt, verdwijnt de waterstraal en transformeert de plek tot een kale plek alsof er niks is gebeurd. Het is duidelijk dat we Strokkur hebben gevonden en we hoeven slechts enkele minuten te wachten voor ze opnieuw uitbarst. Het is onvoorstelbaar hoe er in de grond een natuurlijk proces plaatsvindt, dat leidt tot zulke erupties. Het is zo indrukwekkend dat we lange tijd blijven kijken.

Vanaf Geysir is het maar een klein stukje rijden naar de Gullfoss waterval. Het is een van de populairste watervallen van IJsland, waar een grote hoeveelheid water in twee trappen naar beneden stort en via een diepe kloof wegstroomt. Als wij op het donderende water aflopen, breekt de zon door en verschijnen diverse regenbogen boven het opstuivende water. Dit is precies waar de gigantische waterval haar naam Gullfoss, ofwel ‘gouden waterval’ aan dankt. Opvallend is dat veel toeristische plekken zoals de bezienswaardigheden van de Golden Circle nog heel puur zijn. Je vindt er geen commerciële uitbaters zoals restaurants en souvenirwinkels, maar vooral veel rust en zo min mogelijk aantastingen van de oorspronkelijke habitat. In dit land lijkt de zorg voor de natuur verweven te zijn in het DNA van de bewoners. Men leeft hier niet in, maar mét de natuur. Zo wordt 99% van alle elektriciteit in IJsland opgewekt uit natuurlijke bronnen en wordt er veel aandacht besteed om alles zo natuurlijk mogelijk te houden. De noodzakelijke prullenbakken en toiletgebouwen zijn bij voorkeur van hout. De randen van afgronden en heetwaterbronnen zijn slechts afgezet met een iel touwtje en er zijn geen schreeuwerige reclameborden langs de weg.
Gullfoss
Gullfoss


Wanneer we ‘s avonds in het hotel naar onze kamers lopen, zie ik buiten de hottub. Ergens lijkt het me gekkenwerk om het bad in te stappen, want ondanks dat de stoom van het water opstijgt, moet ik er niet aan denken om in mijn badjas de paar stappen naar het bad te nemen en de koude buitenlucht langs mijn blote huid te voelen. Maar de verleiding is te groot en ik kan de hottub niet weerstaan. Niet alleen vanwege de gedachte aan een heet bad zelf, maar vooral omdat het bad elke dag gevuld wordt met vers water dat door de aarde zelf is opgewarmd. Wanneer het bad tot de rand toe is gevuld hullen wij ons in badjassen en hupsen de koude avondlucht in. De schok vanwege de kou is groot en ik weet niet hoe snel ik mezelf in het warme water moet laten zakken. Het contrast is sterk, wanneer het warme water zich om mij heen slaat en het overschot aan water over de rand gutst. Het water is warmer dan ik dacht en vormt een welkome afwisseling met de kou die ik eerder vandaag heb doorstaan. Maar vooral komt er een onbekende rust over me heen, zodra ik eenmaal begin te wennen aan de warmte en besef waar ik ben. Vanaf mijn plekje in het bad heb ik een fantastisch uitzicht over de omgeving en zie ik hoe de zon achter de bergen wegzakt. Het is een heerlijk moment waar ik het liefst zo lang mogelijk van wil genieten. Maar het water is zo heet dat ik af en toe het water uit moet om af te koelen. Zo lang mogelijk proberen we het te rekken, tot we zo warm en soezig zijn dat we loom ons bed in kruipen.

De volgende ochtend rijden we over de snelweg verder naar het oosten. Hoewel we flinke stukken rijden, voelt het helemaal niet zo. De wegen zijn goed, er is weinig verkeer en de reis wordt meerdere malen onderbroken voor een mooie tussenstop. We verlaten kort de rondweg en bezoeken Seljalandsfoss, waar een relatief dunne waterval 65 meter naar beneden valt en we via een glibberig paadje achter het neerkletterende water langs lopen.

Vulkaan Eyjafjallajökull

Niet lang daarna bevindt zich aan onze linkerkant de Eyjafjallajökull, de vulkaan die in april 2010 wereldwijd bekendheid kreeg na een spectaculaire dagenlange uitbarsting waardoor het vliegverkeer in grote delen van Europa stilgelegd werd. Niet alleen Europa maar zelfs delen van Azië en Noord-Amerika ondervonden last van de grote aswolk die door de vulkaan werd verspreid. Hoewel wij in Nederland vooral de berichten hoorden over de impact van de uitbarsting op het vliegverkeer, kun je in het kleine museum Eyjafjallajökull Erupts de impact op de IJslanders zelf zien. Er wordt een indrukwekkende film vertoond waarin de boerderij centraal staat die even verderop aan de voet van de vulkaan staat. Hier zie je de gevolgen voor het familiebedrijf en hoe de bewoners zich hebben moeten aanpassen aan de grillen van de openscheurende berg.

Watervallen en gletsjers

Nabij het plaatsje Skógar vind je de Skógafoss waterval. Opnieuw een mooie waterval van 60 meter hoog en 25 breed, waar je via een trap omhoog kunt klimmen en je stroomopwaarts langs de rivier kunt wandelen. Langs het pad omhoog zijn een paar plekken waar je prachtige foto’s van de waterval kunt maken. Net als op andere plekken tref je ook hier geen bescherming ten behoeve van de veiligheid van de toeristen en is het bijna eng om toe te kijken wat sommige toeristen uithalen voor een mooi vakantiekiekje.

Het uitzicht is al lange tijd hetzelfde als we de rondweg verlaten en afslaan in de richting van Fjaðrárgljúfur. In ons reisboek wordt hier weinig aandacht aan besteed, maar wij hebben behoefte om even de benen te strekken en besluiten het erop te wagen. Als we de auto uitstappen en het pad oplopen staan we ineens oog in oog met een plek waar eeuwen geleden de aarde uit elkaar gespleten lijkt te zijn, met een tientallen meters diepe kloof als resultaat. Er zijn zo weinig mensen dat het voelt alsof we zojuist hoogstpersoonlijk een van de mooiste plekjes van IJsland hebben ontdekt.

Voordat we naar ons hotel gaan besluiten we iets door te rijden en draaien we de auto het pad op richting de gletsjer Svínafellsjökull. Hier kun je langs de gletsjertong een stukje omhoog klimmen waarvandaan je een prachtig uitzicht hebt over de gletsjer en het bijbehorende gletsjermeer. Het is een prachtige dag, met geen wolkje aan de lucht en er staat weinig wind. Het is een vredig tafereel waar ik maar geen genoeg van kan krijgen. Ik klauter een stukje de berg op en zoek een mooie plek uit om even te gaan zitten en de omgeving in me op te nemen. Soms heb je van die geluksmomentjes en dit is er duidelijk een van. Er zijn hier vrijwel geen mensen en het enige dat ik hoor zijn de wegrollende stenen onder mijn schoenen en het gedruppel van het smeltende ijs. Af en toe wordt de stilte doorbroken door een rommelend geluid dat wordt gevolgd door een afbrokkelend stuk ijs dat het spiegelgladde water in plonst, maar al snel is het water weer rustig en is het alsof er niks is gebeurd.

Nationaal Park Skaftafell

Wanneer we de volgende dag een wandeling maken in Nationaal Park Skaftafell wordt het smelten van de ijskappen pas echt goed duidelijk. We wandelen over een vlak pad dat ons naar de Skaftafellsjökull gletsjer brengt. In het informatiecentrum van het park hebben we een beschrijving ontvangen, die ons gedurende de wandeling vertelt dat de gletsjer nog geen honderd jaar geleden reikte tot de plek waar wij op dat moment staan. En naarmate de wandeling vordert zien we markeringspunten hoe het ijs zich de afgelopen eeuw heeft teruggetrokken. Ondanks dat de gletsjer dagelijks zo’n halve meter wordt voortgestuwd, smelt deze gletsjer harder dan hij groeit wat een indrukwekkend beeld vormt van de impact van het veranderende klimaat.

Naast de wandeling naar de gletsjer, zijn er diverse andere wandelingen door het Nationale Park. De populairste is de wandeling naar de Svartifoss waterval. Ook wel de Zwarte Waterval genoemd, vanwege de prachtige hexagonale basaltkolommen die de waterval omringen.

Skaftafell
Skaftafell

Gletsjermeer Jökulsárlón

Een dag later gaan we naar Jökulsárlón. De meest oostelijk gelegen bestemming van onze reis, die het decor heeft gevormd voor diverse films zoals James Bond’s A View To A Kill en Die Another Day. Als we bij Jökulsárlón aankomen is het koud. De lucht is grauw, er hangen donkere wattige wolken waaruit het miezert en het waait hard. De ijskoude wind probeert haar weg naar de resterende warme plekken op mijn lijf te vinden. Ik heb zo’n beetje alle kleren uit mijn koffer over elkaar aangetrokken. Diep weggedoken in mijn winterjas en sjaal trek ik mijn muts tot over mijn oren en wenkbrauwen en stap de auto uit. Mijn capuchon sla ik over mijn hoofd in een poging de wind uit mijn nek te houden en mijn handen stop ik met handschoenen en al diep weg in mijn broekzakken. Even voelt het te zot om uit de auto te stappen en laat ik me het liefst terug de auto in waaien. Maar dit meer gevuld met ijsschotsen is iets waar ik het meest naar uitkeek dus verlaat ik met moeite de warme auto en loop in de richting van het meer. De kou lijkt naar de achtergrond te verplaatsen als ik over het meer uitkijk en de ijsschotsen in het water zie glinsteren. Diverse schotsen liggen her en der verspreid over het oppervlak. De een bestaande uit diepe donkere groeven, door de jaren heen uitgeslepen en voorzien van zwarte strepen. De anderen lijken gemaakt uit glinsterend kristal, maar het mooist zijn de schotsen die een blauw licht weerkaatsen en daardoor een sprookjesachtige sfeer creëren. Met zijn vieren wandelen we langs het water. Ik sta aan de grond genageld als ik een zwarte stip uit het water omhoog zie komen. Even ben ik ervan overtuigd dat ik het verkeerd heb gezien, maar slechts enkele meters bij mij vandaan zwemt toch echt een zeehond. Niet veel later blijkt dat hij niet alleen is en steken ze om beurten hun kop boven water. Nooit eerder zag ik zeehonden in het wild en het euforische gevoel dat het me geeft, laat me de kou even vergeten.

De ijsschotsen die in het meer ronddobberen blijven net zo lang in het meer tot ze voldoende zijn gesmolten en door de dunne passage kunnen afdrijven naar zee. Hier spoelen geregeld grote brokken ijs aan op het strand, wat een spookachtig gezicht geeft.

Het zuiden van IJsland

Onderweg terug naar het westen rijden we grotendeels dezelfde route. Waar mogelijk pakken we een zijweg, om zo wat meer te zien van het eiland. We stappen uit bij Reynisfjara, bekend als het zwarte zandstrand, waar lava de kleur van het strand zwart heeft gekleurd. Hier vind je de prachtige basaltformatie Hálsanefshellir met prachtige zuilen tot wel 66 meter hoog. Het is onvoorstelbaar hoe de natuur dit voor elkaar heeft gekregen. Veel IJslandse architectuur is gebaseerd op dit fenomeen, waaronder de Hallgrímskirkja kerk in Reykjavík. Vanaf het strand heb je bovendien een mooi uitzicht op de rotsen van Reynisdrangar.

Reynisfjara
Reynisfjara


Even verderop ligt Dyrhólaey, een natuurgebied waar veel vogels broeden, waaronder noordse stormvogels en papegaaiduikers, een klein pinguïnachtig vogeltje met een felgekleurde snavel en bijpassende pootjes. Vroeger was Dyrhólaey een vulkanisch eiland, maar doordat het aangrenzende land niet langer bedekt is door een gletsjer is het land omhoog gekomen en is het niet langer een eiland.

Reykjavík

Onze laatste bestemming van deze reis is Reykjavík, de hoofdstad en tevens grootste stad van het eiland. Het is de meest westelijk gelegen hoofdstad van Europa en zelfs de meest noordelijk gelegen hoofdstad ter wereld.

Eigenlijk is het zonde dat we hier eindigen. Niet dat Reykjavík geen fijne stad is, maar na de ultieme rust en leegte van de rest van het land vinden we het jammer wanneer we ons weer tussen het andere verkeer voegen en de stad binnenrijden. Toch is Reykjavík geen conventionele stad. In het gebied dat bekendstaat als Groot-Reykjavík wonen ruim 200.000 inwoners, wat neerkomt op ruim 60% van de totale IJslandse bevolking, maar de stad is groots en ruim opgezet, waardoor het voor onze begrippen niet stads aanvoelt.

Reykjavík vormt een perfecte basis om IJsland te ontdekken. Vanuit de stad kun je een groot deel van de bezienswaardigheden bezoeken, waardoor veel toeristen het land vanuit de hoofdstad ontdekken. Er zijn tal van excursies die worden georganiseerd naar de belangrijkste bezienswaardigheden, waaronder de Golden Circle. Ook Reykjavík zelf heeft genoeg te bieden. Je kunt er goed shoppen en er is een grote verscheidenheid aan café’s en restaurants. Wij hebben maar beperkt de tijd en zijn hier vooral voor één van de activiteiten waar IJsland om bekendstaat: het spotten van walvissen.

Walvissen spotten in de Atlantische Oceaan

IJsland is een van de landen waar je volop mogelijkheden hebt om walvissen te spotten. In de wateren rond het eiland zwemmen er 350.000 rond dus de kans is groot dat je één van de vele soorten walvissen in het wild spot. De meest voorkomende walvissen in IJsland zijn de dwergvinvis, de bultrug, de vinvis en in aan het begin van het jaar heb je zelfs kans om orka’s te spotten.

Het is een druilerige dag wanneer wij bij onze boot aankomen, waarmee we de zee opgaan op zoek naar walvissen. Aangezien de walvissen vrij rondzwemmen in open zee is het altijd maar de vraag of je daadwerkelijk deze mooie beesten zult tegenkomen, maar de schippers weten waar de walvissen veel gezien worden en houden elkaar onderling op de hoogte. Mocht je onverhoopt tijdens je tour geen walvissen tegenkomen, dan bieden sommige organisaties de mogelijkheid om gratis met de volgende tour mee te gaan.

Terwijl we boven op het dek over het water staan te turen, zonder echt te weten waar we nou eigenlijk naar zoeken, wordt er omgeroepen dat er aan de rechterkant van de boot walvissen zwemmen. Ik voel een jeugdige spanning in mijn buik opkomen en zoek tevergeefs naar de aangewezen plek, maar de boot vaart verder en ik zie niks anders dan de klotsende oceaan. Niet veel later blijkt er aan de andere kant van de boot iets te zien te zijn, maar de stuurcabine blokkeert mijn zicht en tegen de tijd dat ik aan de linkerkant van de boot ben, zijn de vissen uit beeld en vis ik achter het spreekwoordelijke net.

Hoewel ik warm ben aangekleed kruipt de kou langzaam via mijn kleren in mijn botten. Ik probeer uit de wind te gaan staan en pak me zo in dat alleen een strookje rond mijn ogen bloot blijft, om te kunnen kijken. Inmiddels lijkt elk golfje een walvis. Gelukkig duiken er af en toe ook echte walvissen op en vang ik een glimp van een vin of rug op. Het wordt pas echt interessant wanneer de schipper zijn motor uitzet en we dobberend in het walviswalhalla terecht gekomen lijken te zijn. Aan diverse kanten van de boot duiken zo nu en dan walvissen op.

Er hangt een speelse spanning wanneer een van de vissen dicht bij de boot een kijkje komt nemen. De walvis spuit water omhoog en we zien een donkere schaduw door het water glijden. Heel even komt hij boven water, om vervolgens in slowmotion terug de diepte in te duiken. De menigte op de boot is in extase en heel even voelen we ons allemaal met elkaar verbonden, doordat we dit met elkaar mogen delen.

Terug aan wal hebben wij nog maar een paar uur voordat onze nachtvlucht terug naar Amsterdam vliegt. Als we diezelfde avond in een restaurantje terugblikken op de afgelopen reis beseffen we ons nogmaals hoe indrukwekkend IJsland is. Door de puurheid van het land komt er een vreemd soort oergevoel in je los en voel je je één met de natuur.

Dat oergevoel is inmiddels weer een beetje getemd, maar ik kan niet wachten om het weer los te laten tijdens een volgende reis naar IJsland. Wie weet gaan we dan wel kamperend het land door. Back to basic door dit ruige en unieke landschap; zoals het hoort.


Geschreven door Tirza Bos

Heb je interesse in een reis naar IJsland? We helpen je graag om deze reis naar jouw wens samen te stellen. Reisbureau Reisgraag.nl scoort een 9+ in reviews, we zijn lid van ANVR, SGR & Calamiteitenfonds en we hebben al meer dan 12,5 jaar ervaring. Vul hieronder jouw wensen in voor jouw vakantie naar IJsland, dan sturen we je gratis een voorstel op maat.
Jouw gegevens

* = verplicht. Privacy beleid is van toepassing

Vakantieverhalen / reisverslagen

Gerelateerde artikelen