Rondreis door IJsland

Bestemming: ReykjavÝk, KirjubŠjarklaustur, N˙ppsstadur, IJsland
Periode: juni 2008
Vervoer: Vliegtuig en auto
Accommodatie: Appartement en hotels

IJsland... woorden schieten tekort. Het is alweer enkele jaren geleden dat ik met mijn echtgenoot een reis door IJsland maakte. Inmiddels zal het land, waarvan de bodem sowieso altijd in beweging is, door recente vulkaanuitbarstingen de nodige veranderingen hebben ondergaan. Het is maar een uurtje of drie vliegen en je bevindt je in een wereld, die zo fascinerend, afwisselend en avontuurlijk is, dat een dergelijke vakantie beslist een onvergetelijke ervaring wordt. Alleen al het feit dat je kilometers over een soort maanlandschap vliegt, alvorens je de luchthaven Leifur Eiríksson te Keflavík aan de zuidwestpunt van IJsland bereikt, is onwezenlijk. Dat we laat op de avond landden en met onze huurauto nog 50 km door de grijze lavavelden naar Reykjavík moesten rijden, was geen enkel probleem, want het was op die 21e juni nog klaarlichte ‘dag’, oftewel het wordt dan helemaal niet donker. De maanden juni, juli en augustus zijn trouwens de beste maanden voor een IJsland-trip. En heb je weinig tijd, dan kun je het bezoek aan de moderne stad Reykjavík combineren met een bezoek aan de nabijgelegen Gouden Driehoek en de Blue Lagoon, om toch een redelijke indruk van het land te krijgen. Wij hadden twee weken de tijd en hebben behalve de genoemde hoogtepunten een groot deel van de rondweg om het eiland gereden, een afstand van ongeveer 2.000 km.

Zonnig Reykjavík
Zonnig Reykjavík

Reykjavík

Via vrienden hadden we een appartement kunnen huren in het centrum van Reykjavík, dat een goede thuisbasis bleek. Reykjavík, de hoofdstad en het culturele centrum van IJsland, is een moderne stad met flats, prachtige beelden, tal van musea, een universiteit, mondaine winkels etc. In het oude centrum, dat tussen het Tjörnin-meer en de haven ligt, vind je nog vele met golfplaten beklede huizen die daar rond 1900 in de bloeitijd van de visserij zijn neergezet. Inclusief de voorsteden woont hier meer dan de helft van de IJslandse bevolking. Wij begonnen onze sightseeing in de Hallgríms-kerk, de grootste kerk van IJsland, die in ruim 40 jaar (1945-1988) gebouwd is en een carillon van Nederlandse makelij bezit. Vanuit de 73 meter hoge toren (lift aanwezig) hadden we bij helder weer een prachtig uitzicht over de stad en de verre omgeving. Het verbaasde ons in de open toren verwarming aan te treffen, maar het blijkt dat ze in IJsland gewoon niet weten waar ze met hun warmte naartoe moeten. Zo heeft de winkelstraat vloerverwarming, zodat deze in de winter sneeuw- en ijsvrij blijft, en wordt de hele stad verwarmd door water uit warme bronnen. Voor de kerk troffen we het standbeeld van Leif de Gelukkige, die hier ooit als eerste Europeaan voet aan wal zette, als je de Eiríks saga mag geloven. Vervolgens bezochten we een hier vlakbij gelegen beeldentuin en daarna gingen we te voet naar het centrum. We kwamen tot de ontdekking dat Reykjavík een schone en hippe stad is en een ultieme plaats om te onthaasten.

De Gouden Driehoek

Een dag later maakten we een dagtocht naar de Gouden Driehoek, met de bekende Gullfoss waterval, de geisers van Geysir, die om de zoveel minuten metershoge erupties vertonen en het Nationaal Park Pingvellir, waar vele historische gebeurtenissen hebben plaatsgevonden en daardoor in de harten van de meeste IJslanders een speciale plaats inneemt. Het park omvat tevens een 6 kilometer brede en 40 kilometer lange verzakking (‘niemandsland’), de scheiding tussen het Noord-Amerikaanse en het Europese continent. Het blijkt dat de continenten 1 tot 2 centimeter per jaar uiteen drijven en de verzakking 0,5 centimeter per jaar daalt. Vanaf de parkeerplaats kwamen we bij een uitzichtpunt, waar we heel goed de brede scheiding tussen de twee continenten konden zien.

Gullfoss waterval
Gullfoss waterval

De grote rondreis

Na enkele dagen verblijf in de stad werden de weersvoorspellingen gunstig om de ‘grote rondreis’ te maken (als het noorden slecht is, is het zuiden goed en omgekeerd) en besloten we te vertrekken; arme huurauto, wat zou hij te lijden krijgen op de IJslandse wegen. We vertrokken met minimale bagage en reden in oostelijke richting naar Kirjubæjarklaustur, voor ons niet uit te spreken, maar de hele IJslandse taal is gelijk Chinees. Tijdens de rit wisselden indrukwekkende vergezichten elkaar af. Bij Vik konden we net buiten het broedseizoen onderlangs de vogelrots Dyrhólacy over het strand lopen en vogels spotten, terwijl we bij Laufskálavördur er niet aan ontkwamen steentjes te stapelen om geen pech onderweg te krijgen. De ringweg voert hier in het zuiden door een wat somber, maar indrukwekkend landschap, dat vooral gevormd is door de gletsjers en vulkaanuitbarstingen van de Mýrdalsjökull en Vatnajökull. In dit hele gebied komen regelmatig zandstormen voor, die het zicht ernstig kunnen belemmeren; waarschuwingsborden met knipperlichten waarschuwen als er eentje op komst is.

Overnachten

We hadden ons wel in overnachtingsmogelijkheden verdiept, maar nog niets besproken. De Edda-hotels zijn voor IJslandse begrippen redelijk betaalbaar en kamperen is ook een optie, maar wij kwamen via een soort VVV in het hostal van Hvoll terecht, dat tot de keten van jeugdherbergen bleek te behoren. Je kunt er gewoon een tweepersoonskamer huren, zelf je eten bereiden in een gemeenschappelijke keuken; alleen de douche en het toilet zul je op je kamer moeten missen. De jeugdherberg was zo goed bevallen, we waren inmiddels al gewend onze schoenen bij de voordeur te laten staan, dat we de eigenaresse vroegen om een kamer in de jeugdherberg van het aan de oostkust gelegen Berunes te reserveren voor de volgende nacht. Het kostte haar wat moeite de beheerder/boer te pakken te krijgen, omdat hij op dat moment op de tractor bleek te zitten… het boeren moest immers gewoon doorgaan. Na ons vertrek stuitten we al na 10 minuten op het piepkleine tufsteenkerkje van Núppsstadur met een aantal fotogenieke plaggenschuurtjes. Daarna reden we verder, met de oceaan aan onze rechterhand. In het Nationaal Park Skatafell maakten we een van de uitgestippelde wandelingen naar de voet van de gletsjer, de . We vertrokken op de parkeerplaats met prachtig weer, maar korte tijd later hadden we onze winterjassen nodig; het weer kan in IJsland namelijk zeer plotseling omslaan. Bij een gletsjermeer hoefden we niet veel geduld te oefenen om de eerste zeehond te ontwaren. We vervolgden onze weg en bevonden ons inmiddels aan de verlaten zuidoostkant van het eiland. Verbaasd waren we dan ook een politieauto te passeren, die de snelheid aan het controleren was. Nadat enkele tegemoetkomende vrachtwagens ons als 'gekken' gepasseerd waren, begrepen we de noodzaak van het politietoezicht.

Kerkje in IJsland
Kerkje in IJsland

Krafla-centrale en solfatarenveld Hverir

In Berunes, een gat dat naast de jeugdherberg alleen uit een kerk en een boerderij bleek te bestaan, troffen we een in geheel oude stijl gerestaureerde boerderij als onderkomen; dat was heel bijzonder. De volgende dag reden we door een gebied met niets anders dan gestolde lava en maakten een lange stop bij de Krafla-centrale. Dát was een belevenis. Je loopt hier deels via houten vlonders op een vulkaan, die ruim 20 jaar daarvoor onverwacht was uitgebarsten en nog steeds gloeiend heet was. Vanaf hier was het een klein wipje naar het solfatarenveld Hverir, waar op een diepte van 1.000 m temperaturen van meer dan 200˚ C heersen; overal om je heen rookt en sputtert het vanwege deze zwavelhoudende heetwaterbronnen. Inmiddels waren we vlakbij het meer van Mývatn aangeland, waar een natuurbad is, vergelijkbaar met de Blue Lagoon. Dit 'muggenmeer' staat bekend om de aanwezigheid van een soort kleine vliegjes die kunnen steken, maar wij hadden het geluk dat er veel wind stond en dan schijn je daar geen last van te hebben. We dachten rond het meer veel toerisme aan te treffen, maar de kleine nederzetting Reykjahlid in de noordoosthoek was zowat het enige op dat gebied; zelfs een jeugdherberg ontbrak. Gelukkig vonden we een informatiebureautje en kwamen bij particulieren terecht, waar we door de vrouw des huizes in de watten werden gelegd. De volgende morgen kregen we bij het ontbijt naast de nodige vis ook een soort roggebrood, dat ze zelf bij de vulkaan had gebakken (24 uur in de grond). We besloten twee dagen te blijven om de omgeving nader te bekijken en een bezoek aan Húsavik, een uurtje rijden van Mývatn, te brengen. Húsavik ligt aan de noordkust en biedt uitstekende mogelijkheden voor een walvissafari. Daar aangekomen, scheepten we in op de Bjössi Sör voor een 3 uur durende tocht in de Skjálfandi-baai. We moesten ons meteen in van die dikke pakken hijsen, want het zou erg koud worden op het water vanwege de wind. De 'vangst' bestond uiteindelijk uit 3 grote humpback whales, ongeveer 14 grote dolfijnen en verder uit ontelbare papegaaiduikers. Het hostal in Osar aan de noordwestkant van IJsland, onze volgende pleisterplaats, lag echt in the middle of knowhere. We hadden een kamer aan de voorkant, met uitzicht op de oceaan en op een landtong, waar een hele rij zeehonden op hun luie achterste nog even van de zon genoot. Een uurtje later zou het weer omslaan en de blauwe oceaan in een grauwe watervlakte veranderen.

Snaefellsnes

Dat je in IJsland erg afhankelijk bent van het weer, ontdekten we de volgende dag toen we het schiereiland Snaefellsnes met op de punt de gletsjervulkaan Snaefellsjókull, die je volgens ingewijden beslist niet mag missen, aandeden. Goedgemutst gingen we die richting uit, waarbij we de noordwestelijke fjorden oversloegen, om de gletsjervulkaan te gaan bewonderen en een laatste nachtstop te maken. Na een vrij vermoeiende tocht over honderden kilometers onverharde weg, kwamen we in hevige storm bij de beroemde Snaefellsjókull, die geheel in de wolken lag en er een kleine week later pas uit zou komen. We konden met de harde wind zelfs de auto niet uit, maar ook niet vanwege de Noordse sterns die het op onze hoofden hadden gemunt.

Blue Laqoon

Vlugger dan de bedoeling was, waren we dan ook terug in Reykjavík. Dit was geen ramp, want de Blue Lagoon, die vlakbij het vliegveld is gelegen, stond ook nog op ons programma. De weg aan de zuidkant van dit schiereiland bleek vele malen mooier dan de noordelijke weg tussen Reykjavík en het vliegveld. De lavaformaties met hun ruwheid, de korstmossen met hun prachtige kleuren, de rokende en zeer actieve solfatarenvelden, de vogelrotsen met een overmaat aan broedende vogels en tot slot de Blue Lagoon, bezorgden ons veel kijkplezier. De Blue Lagoon, ten noorden van Grindavík, is een in een lavaveld aangelegd meer, gevuld met warm water dat van de futuristisch ogende krachtcentrale Svartsengi komt, maar uiteindelijk afkomstig is uit 1800 meter diepe bronnen. Het water heeft een typisch lichtblauwe, melkachtige kleur door zijn samenstelling en zou onder andere heilzaam zijn voor psoriasispatiënten. Voor echte levensgenieters is het naar horen zeggen het neusje van de zalm, maar wij waren zo slim geweest ons badgoed te vergeten.

Blue Lagoon
Blue Lagoon


Toch zijn de genoemde bezienswaardigheden slechts het topje van de ijsberg, want het zal inmiddels duidelijk zijn dat wat IJsland betreft, woorden altijd tekortschieten.

Else Bruinink.

Heb je interesse in een reis naar IJsland? We helpen je graag om deze reis naar jouw wens samen te stellen. Reisbureau Reisgraag.nl scoort een 9+ in reviews, we zijn lid van ANVR, SGR & Calamiteitenfonds en we hebben al meer dan 12,5 jaar ervaring. Vul hieronder jouw wensen in voor jouw vakantie naar IJsland, dan sturen we je gratis een voorstel op maat.
Zonder een budget zullen we in veel gevallen geen passend advies kunnen geven.
Jouw gegevens
* Velden met een sterretje zijn verplicht

Ons privacy beleid is van toepassing

Vakantieverhalen / reisverslagen

Gerelateerde artikelen