Offerte aanvragen

Het prachtige IJsland

Bestemming: A. Blue Lagoon (IJsland) , B. ReykjavÝk , C. Stykkishˇlmur , D. Saudarkrokur , E. H˙savÝk , F. Egilsta­ir , G. H÷fn , H. Skaftafell , I. Skogar , J. Laugarvatn , K. ReykjavÝk
Periode: juli 2005
Vervoer: Vliegtuig en huurauto
Accommodatie: Diverse

We nemen de trein van 10:42 vanaf Rotterdam Centraal naar Schiphol. Op Schiphol staat er een lange rij voor het inchecken voor vlucht FI503 van Icelandair. Onze vlucht FI503 van Icelandair vertrekt op tijd. We zitten in het toestel erg krap, de beenruimte is tot onder het minimum beperkt. Na 2 uur en 40 minuten zijn we op Keflavik International Airport aangekomen. Als we uit het toestel de bagagehal in lopen komt onze koffer al van de band rollen. We lopen door, onze bagage wordt nog doorgelicht, waarna we bij Hertz onze auto afhalen. Het is een Toyota Corolla geworden. We rijden van het vliegveld naar de Blue Lagoon. Dit is een kunstmatig aangelegd bronnenbad, dat gebruik maakt van een heetwaterbron met een siliciumsediment er in. Alvorens we het water ingaan moet er gedoucht worden. In je blootje ga je onder de douche, douchegel krijg je bij je entreekaartje. Op een bord staat, middels van een figuur aangegeven, welke lichaamsdelen in ieder geval met zeep behandeld moeten worden: hoofd, oksels, voeten en schaamstreek. Het water in het bad is rond de 30 graden en voelt prettig aan. In het midden spuit de warmwaterbron omhoog. Er is een stoombad en een sauna. Gezondheids- en schoonheidsbehandelingen kunnen ook worden gegeven. Het weer valt erg mee: de zon schijnt en het is zo'n 15 graden. Na anderhalf uur vertrekken we weer en rijden naar Reykjavik dat zo'n 50km van het vliegveld ligt. Ons appartement "Room with a view" ligt midden in het centrum aan de Laugavegur. 's Avonds eten we in restaurant Apotek in het centrum. Het eten is prima, maar de prijzen zijn wel een shock: twee hoofdgerechten, en nagerechten, glaasje wijn bij elkaar 130 euro. We verkennen nog even de beperkte gayscene: we drinken een biertje bij Café Cozy, een gezellig klein homocafeetje. Om 11 uur gaan we terug naar het appartement en naar bed.

Blue Lagoon
Blue Lagoon

Reykjavik - Stykkishólmur: 247 km

We ontbijten twee deuren verderop bij Oliver's een trendy bar-restaurant-grill. Daarna gaan we op weg naar Stykkisholmur. Het regent af en toe. We rijden de stad uit en volgen de westkust. We gaan de lange toltunnel door onder de Hvalfjörður (Walvisfjord), de grootste fjord is Zuidwest IJsland. Deze 6 km lange tunnel uit 1998 bespaart ons een omweg van 50 km om deze zeearm heen. Via Borganes rijden we vervolgens naar Stykkishólmur. De beheerder van de jeugdherberg is er niet, maar via de telefoon melden we haar onze komst. We kunnen de koffers in de hal laten staan. We wandelen wat rond, drinken wat en lunchen bij het benzinestation. Daarna doen we wat boodschappen en kopen kaartjes voor een boottocht voor morgen. 's Middags maken we een autotourtje langs de prachtige kust van het Schiereiland Snæfellsnes naar Grundafjorður, waar we koffie drinken. De cafébaas wil er geen geld voor. We wandelen langs de visafslag bij de haven en rijden weer terug naar Stykkis. Hier beklimmen we de berg op het schiereiland Súgandisey voor de kust, waar op een vuurtoren staat. We hebben hier een prachtig uitzicht over de kust, de haven en het dorp. Terug beneden doen we boodschappen voor het ontbijt en drinken we een biertje op het terras. 's Avonds eten we bij Narfeyrarstofa. We houden ons in en houden het bij een hamburger en een voorafje. Daarna gaan we weer naar de jeugdherberg.

IJslandse natuur

We worden om 6 uur wreed gewekt door het brandalarm. Ik bel terstond met de beheerder, die me slaperig meldt dat het waarschijnlijk wel een vals alarm zal zijn en dat ze er zo aan komt. Even later gaat het alarm inderdaad uit en kunnen we weer even slapen. We staan toch weer bijtijds op. We smeren een bammetje, ontbijten en gaan dan naar de haven om in te schepen voor de overtocht naar het eilandje Flatey dat 1 uur en 40 minuten varen hiervandaan ligt. Om 9 uur varen we uit met de boot van Seatours. De zee is wat ruig en velen worden zeeziek. Om 10.40 zijn we bij Flatey en kunnen we van boord. De boot, die ook auto's vervoert gaat verder naar de overkant van de Breidafjorður. Een handjevol stapt hier af. We lopen naar het dorpje (10 minuten). Hier lijkt de tijd te hebben stilgestaan. Het dorp bestaat uit een 15-tal huizen die in vrolijke kleuren zijn geschilderd. Voorbij het dorpje komen we bij de vogelkolonie, het paradijs voor de vogelaars. We zien een hele club papegaaiduikers ofwel puffins zitten. Ook talrijk zijn de poolsternen, die duikvluchten uitvoeren op onze hoofden, zonder ons te raken. Het reservaat zelf is tot 15 juli niet toegankelijk. We lopen terug en gaan het enige restaurant binnen. Dat moet uit zijn winterslaap worden gewekt. De keus bestaat uit drie gerechten. Na het eten lopen we naar de kerk, die van binnen versiert is met prachtige wandschilderingen van de Catalaanse schilder Baltasar, die ze maakte in ruil voor gratis accommodatie in de zestiger jaren. Achter het altaar zien we Christus in een IJslandse koltrui! Het gebouwtje achter de kerk is de oudste en kleinste openbare bibliotheek in IJsland en stamt uit 1862. Aan de zuidkust van het eiland liggen ook een paar scheepswrakken, die hier zijn aangespoeld. Om half twee komt de veerboot weer terug om ons weer naar Stykkishólmur te brengen. De zee is weer ruw en de evenwichtsorganen krijgen het weer hevig te verduren. In Stykkisholmur rusten we uit en 's avonds eten we bij Fimm Fiskar (vijf vissen) een pizza. Vanuit het restaurant naar buiten kijkend valt het ons op dat de plaatselijke jongeren voor hun vertier eindeloos rondjes rijden met de auto door het dorp. Later op de avond strijkt een Franse groep in de jeugdherberg neer en is het gedaan met de rust. We maken een wandeling naar de futuristische kerk op een heuvel, die in de jaren 1975-90 is gebouwd.

Papegaaiduikers
Papegaaiduikers

Stykkishólmur - Saudarkrokur: 283km

We staan vroeg op ontbijten op de kamer, omdat de Fransen, die vannacht wel stil waren, de ontbijtzaal hebben veroverd. Daarna gaan we op weg naar Saudarkrokur. We nemen de onverharde weg no. 57 langs de kust van het schiereiland in oostelijke richting. Er zitten hier en daar wat kuilen in, maar de weg is goed begaanbaar en we kunnen toch aardig doorrijden. Het kustlandschap is adembenemend. Hier en daar lopen schapen en paarden op de weg, waar we langs moeten laveren. We drinken koffie in een tent van niks in een dorp van niks dat Búðardalur heet. Na een paar uur komen we weer op de ringweg nr. 1. We kunnen nu weer lekker opschieten en rijden weer door prachtige dalen en kuststreken. Voor de kust liggen talloze kleine eilandjes en door de dalen stromen ondiepe, maar snelstromende riviertjes, die we een aantal malen oversteken via eenbaansbruggetjes. Kort voor Saudarkrokur komen we langs Glaumbær. Hier staat een rijtje piepkleine, met plaggen bedekte boerenhoeve. Ze vormt een openluchtmuseum en doet herinneren aan de tijd dat er grote armoede heerste in IJsland in de 18e en 19e eeuw. Er naast staat een kerkje. Op het kerkhof staat een beeld ter nagedachtenis aan Gúðríður Þorbjarnardottir en haar zoon Snorri Þorfinnsson. Snorri was de eerste in Amerika geborene van Europese ouders (in 1003). Snorri kwam terug naar IJsland en sleet zijn dagen hier op een boerderij in Glaumbær.

We rijden door naar Saudarkrokur waar we onze intrek nemen in het Foss Aning hotel. Het is een zomerhotel dat gevestigd is in een kostschool. Zeer eenvoudige kamer met d/wc voor 11.000kr (€140). We eten een broodje bij de warme bakker. 's Middags rijden we via een onverharde weg vol kuilen (nr 748) naar Grettislaug. Dit is een warm bronnenbadje zo'n 20 km ten noorden van het dorp aan de kust van de Skagafjorður. Volgens de sage van Grettir, zat de boef Grettir verscholen op het eilandje Drangey in de fjord. Toen zijn vuurtje uitging zag hij twee gloeiende kooltjes op het vasteland en zwom hij door het ijskoude water (9 graden) 7,5km naar het vaste land om ze op te halen. Toen hij aankwam lag hij uitgeput en piemelnaakt op het strand bij te komen, toen twee vrouwen hem zagen liggen en een opmerking maakten over zijn gekrompen geslacht. Hij riposteerde: "het kreng klaagt dat mijn piemel klein en die pochende slet kan gelijk hebben, maar een kleine kan groeien en ik ben nog een jonge man, dus wacht maar tot ik in actie kom wijffie." Daarna sprong hij in de warme poel. Dat doen wij ook . We kleden ons uit in de strakke wind en stappen in het badje dat lekker warm is. We hebben uitzicht op de hoge bergen en krijgen een flinke regenbui over ons heen. Dat deert ons niet, want we zijn toch al nat. Het water wordt ons na een twintigtal minuten zelfs te warm. We drogen ons af kleden ons weer aan en rijden weer terug naar het dorp. Vanuit het hotel stuur ik een e-mail naar het thuisfront en lees op internet over de verschrikkelijke aanslagen in Londen, waarvan we in de IJslandse krant al wat van hadden opgepikt. Wat een waanzin! 's Avonds eten we bij Olafshus restaurant in het opvallend blauw geschilderde huis aan de Adalsgata in het centrum.

Saudarkrokur
Saudarkrokur

Saudarkrokur - Húsavík: 205km

Na het ontbijt (druk bezocht omdat er een grote Italiaanse groep ouderen is) gaan we op weg naar Húsavik. We rijden via de ringweg nr 1 naar Akureyri. Dit is de grote stad van het noorden en met zo'n 20 duizend inwoners ook de 2e stad van IJsland. Hier drinken we koffie met gebak bij Bláa Kannan in het centrum. Na de lekkere koffie wandelen we omhoog naar de Akureyrarkirkja, de grote kerk van de stad. Een modern gebouw, van dezelfde hand als de architect van de Hallgrimskerk in Reykjavik, Guðjón Samúelsson. In de kerk hangen mooie glas-in-rood ramen met bijbelse taferelen in het bovenste deel en IJslandse historische voorstellingen in het onderste. De ramen rond de absis zijn afkomstig uit de kathedraal van Coventry, die met grote voorzienigheid daar vlak voor de oorlog zijn verwijderd. Die kerk is tijdens een bombardement in de as gelegd. In de haven van Akreyri in de Eyjafjörður ligt een groot cruiseschip die een rondreis rond IJsland maakt. We kopen nog wat souvenirtjes en gaan verder naar Húsavík. De zon schijnt en de temperatuur loopt op tot wel 21 graden!!! Vlak voor we de ringweg afgaan bekijken we nog even de Guðafoss (waterval van de goden). Mooie brede waterval met niet zo'n groot verval. Húsavík is dan niet ver meer. In Húsavík nemen we onze intrek in Guesthouse Arbol. We lunchen bij de haven en om vijf uur gaan we met Northern Sailing een walviskijktocht maken. De tocht wordt gemaakt in een omgebouwde vissersboot. We varen drie uur lang rondjes in de baai en zien behalve dolfijnen ook Dwergvinvissen naar de oppervlakte komen. Niet zo spectaculair als de potvissen die we in Nieuw-Zeeland hebben gezien. Maar net als we weer terug gaan naar de haven geven de walvissen nog een show door uit het water te springen. 's avonds eten we bij Sarka restaurant. Niet onaardig. 

Walvissen spotten
Walvissen spotten

Slecht weer in IJsland

Het is een grijze ochtend en het regent pijpenstelen. We ontbijten in het kleine eetzaaltje van het pension. Daarna rijden we naar de supermarkt Kasko voor wat proviand voor vandaag. We zijn te vroeg en moeten wachten. Dan kopen we wat drinken en belegde sandwiches voor onderweg. We rijden in noordelijke richting het stadje uit langs de noordkust. Het is ontzettend mistig en bij een zicht van minder dan 50 meter ziet IJsland er een stuk minder aantrekkelijk uit. De weg is goed en verhard (in tegenstelling tot wat de kaart aangeeft) en we komen na een goed uur in Asbergy aan, de toegang tot het Jökulsárgljúfur Nationaal Park. De parkwacht bij het informatiecentrum legt ons uitgebreid uit wat de (wandel)mogelijkheden zijn. We besluiten om via de 864 naar de watervallen te rijden. En daar van de ene waterval naar de andere te lopen. Het regent nog gestaag door, wat de animo voor een lange wandeltocht niet bevordert. Er zijn zelfs mogelijkheden voor tochten van 3 a 4 dagen. We nemen dus route 864 aan de oostkant van de vallei of canyon, die volgens de parkwacht veel beter is dan de 862 aan de westzijde. Hoe slecht die zou zijn weten we niet, maar de 864 begint aardig, maar zit later vol kuilen en modderpoelen. We laten ons niet afschrikken en zetten moedig door en vrezen zo nu en dan vast te komen zitten. Na een 3 kwartier komen we bij de Hafragilsfoss. Hier stappen we uit en doen onze regenkleding aan voor de wandeling naar de Dettifoss. De wandeling voert langs de rand van de canyon door lavavelden met zeer weinig begroeiing. Alleen wat mossen en piepkleine bloemetjes willen hier groeien. Na een uur en talloze mooie uitzichten verder komen we bij de Dettifoss. Hier is het behoorlijk druk. De Dettifoss is indrukwekkend. Met veel geraas stort het water hier 45 meter naar beneden. We lopen weer een uur terug en rijden weer richting Husavik. Bij Asbergy pikken we twee lifters uit Berlijn op die zes weken door IJsland trekken. Zij maken lange trektochten door het binnenland en doen sommige stukken per bus. Vandaag zit het tegen: het regent en ze stonden al 45 minuten op een lift te wachten. We zetten ze bij de supermarkt in Húsavik af. In de namiddag bezoeken we het walvismuseum. Het is opgezet door een IJslander die zijn leven heeft gewijd aan de bescherming van de walvissen rond IJsland. Het is wel aardig, maar veel van het zelfde. Wel hebben ze skeletten van vijf walvissoorten. Ook worden er documentaires vertoond over de walvissen, de jacht en de bescherming ervan. 's Avonds eten we bij Gamli Baukur. Aardige eetcafé kwaliteit, maar wel stevig geprijsd. We maken nog een avondwandeling en maken foto's van het mooie uitzicht op de besneeuwde bergen rond de Skjalfandi baai. 

Detifoss waterval
Detifoss waterval

Húsavík - Myvatn (Reykjahlíð): 53km

Na het ontbijt gaan we op weg naar Myvatn. De reis voert over weg nr 87, een deels onverharde weg door een waar maanlandschap. Heel indrukwekkend. Het is niet ver naar Myvatn, zo'n 53km. In Reykjahlíð hebben we een kamer in het Elda guesthouse. We drinken koffie in het Reinihlíð hotel en huren daar fietsen. In de supermarkt kopen we proviand voor de fietstocht. We fietsen het meer rond. Het is een toertje van zo'n 35 km. Het weer is prachtig. Dat wil zeggen 16 graden en zonnig. Er staat echter wel een krachtige wind over het meer. Eerst gaat het een stuk bergop, dan tegen de wind. Het is een mooi parcours langs bergen, vulkaankraters en zo meer. We zien veel vogels in en om het meer. Halverwege komen we voor de wind en gaat het fietsen een stuk makkelijker. We picknicken bij een riviertje en krijgen prompt bezoek van de beruchte vliegen. Ze steken niet, maar zijn wel opdringerig. Na drie uur zijn we weer terug bij het vertrekpunt. In de namiddag gaan we naar de Myvatn natuurbaden ofwel: Jarðböðin. Het is een soort Blue Lagoon: een kunstmatig bronnenbad dat gevoed wordt door een natuurlijke heetwaterbron. In het sediment zitten tal van werkzame stoffen. Het stinkt wel erg naar zwavel ofwel rotte eieren, maar daar wen je na een tijdje aan. Vanuit het bad heb je een mooi uitzicht op de bergen en het meer. 's Avonds eten we bij het café naast het Reinihlíð hotel. Prima eten. Later rijden we naar Vogar om een kijkje te nemen in het Cowshed café. Dat is inderdaad gevestigd in een koeienstal. Vanuit het café heb je via een raam uitzicht op de koeienstal en kan je het koeien melken "live" volgen.

Rondje om het meer

Het is vandaag weer een stralende morgen. De zon schijnt en de lucht is blauw. Net als in de voorgaande hotels heeft ook hier het warme douchewater een zwavelgeur. Zelfs het warme kraanwater wordt dus uit thermische bronnen getapt. Na het ontbijt gaan we op weg voor een rustig rondje met de auto rond het meer. We stoppen eerst bij de Hverfjell. Een vulkaan die er echt als een vulkaan uit ziet: conisch en donker. Daarna rijden we door naar Dimmuborgir. Dit is een formatie van lavatorentjes. Vanaf een uitzichtpunt kun je het gebied overzien. Er zijn wandelingen uitgezet van verschillende lengte (van 15 min tot 2 uur). Een bijzonder schouwspel. Dan gaan we verder naar Höfði. Dit is een particulier natuurgebiedje, bestaande uit een landtong die het meer insteekt begroeid met bomen. Hier zitten veel vogels. We lopen rond, beklimmen een uitzichtpunt en genieten van de rust. Verderop ligt Stukkustaðir. Een gehuchtje met wat hotels. Hier liggen een aantal pseudokraters. Dit zijn geen echte kraters, maar gestold lava en ontstaan als lavastromen bij het meer aankomen en afkoelen. De pseudokraters vormen een ring in het meer die via eskers met elkaar verbonden zijn.

Binnen een uur wandelen we rond en zien ook weer veel vogels, waaronder de hectische poolstern. We maken nu het rondje af en rijden terug naar Reykjahlíð . We doen boodschappen voor morgen en lunchen bij Zanzibar. 's Middags rijden we naar Krafla. We komen eerst bij een uitzichtpunt net buiten Reykjahlíð, met mooi uitzicht over Myvatn. Dan over de bergen komen we bij Grótagjá. Hier een ligt een vlakte met stomende gaten in de grond. De stoom ruikt naar zwavel en fosfor en gaat flink te keer. Er staan touwtjes gespannen om de al te hete delen. We rijden we door naar Krafla. Hier is de bodem ook zeer actief. Zo actief zelfs dat een elektriciteitscentrale draaiende wordt gehouden met ontsnappende aardwarmte. Een groot indrukwekkend complex. Even verderop ligt het Viti, een meertje dat is ontstaan bij een grote uitbarsting in de 18e eeuw. Ik loop via de bergrug eromheen. Ook hier is de bodem zeer actief en op plaatsen gevaarlijk heet. We gaan terug naar Reykjahlíð waar we op een terrasje wat drinken. Het weer is zo mooi dat je in je t-shirt in de zon zit te puffen. Daarna wassen we de auto en rijden nog naar Leinhrjúkur. Ook dit is een actief gebied met rokende en borrelende plassen en poelen. Waar we door kunnen lopen. Via een paar bergruggen komen we op een prachtig uitzicht. Om ons heen pikzwarte lavavelden, waar ook op veel plaatsen stoom uitkomt. Je loopt er door heen als door een zwart maanlandschap. 's Avonds eten we pizza bij Zanzibar en zien we een reportage van de Tour de France op de Britse tv. Amstrong staat bovenaan en heeft een aanval van Botero en Vinokourov binnen de perken weten te houden. Later op de avond rijden we nog naar een uitzichtpunt en genieten van de middernachtzon. De zon staat wel laag, maar zal niet helemaal ondergaan. Het wordt in deze tijd van het jaar helemaal niet donker in IJsland. Dit is wel wennen. De gordijntjes in de hotelkamers stellen niet zoveel voor en Erik verduistert de ramen elke avond, zo goed als dat gaat, met handdoeken en kleding, zodat het een beetje schemerdonker wordt in de kamer. We sluiten de dag af met een drankje in het Cowshed café.

Dagtocht naar Askja

We staan vroeg op en ontbijten als eersten om 7.15 uur. We lopen naar de supermarkt waar de superjeep (een grote gemodificeerde 4WD auto) van Fjallasyn, Highland Expedition Tours ons om 8 uur ophaalt voor de dagtocht naar Askja. Er is nog een passagier, Stefan uit Duitsland. We rijden via weg nr 1 in oostelijke richting en slaan rechtsaf de F88 op. Wegnummers beginnend met een 'F' geven aan dat het een weg is die alleen geschikt is voor 4WD auto's. We stoppen eerst bij een uitgewerkte vulkaan waar we in kunnen rijden. We lopen omhoog naar de rand van de vulkaan voor het mooie uitzicht. We volgen de F88 verder die de Jökulsa a Fjöllum rivier volgt. Bij een stroomversnelling lopen we een stukje langs de rivier. Na een tijdje komen we bij Herðubreiðarlindir aan de voet van de Herðubreið berg, ook wel de koningin van de IJslandse bergen genoemd. Hier is een simpele camping en een hut. We nemen een kijkje bij de grot van de boef Eyvinður die zich hier in de winter van 1774-75 schuil hield op een dieet van gedroogd paardenvlees en wortels van de Angelica (Engelwortel) plant.

Het is prachtig weer en we hebben zicht op alle bergen van betekenis in de omgeving: Dyngjufjöll, Snææfell (heel bijzonder, want meestal in de wolken) en een uitloper van de Vatnajökul gletsjer. Bij Drekagil (drakenkloof) maken een stop voor de lunch (zelf meenemen) en lopen we een eind de canyon in tot een waterval. We rijden door naar Askja. Dit is een enorme caldera (ingestorte vulkaan), ontstaan door een eruptie in 1875 die het stof tot in Denemarken liet neerdalen. Binnen de caldera ligt het Askjameer dat prachtig als een spiegel fungeert voor de met sneeuw en ijs bedekte bergen er omheen. Er naast ligt een meertje Viti (hel) genaamd, waarin ik na een zeer stijl paadje afgedaald te zijn ga zwemmen. Volgens de foldertjes wordt er naakt gezwommen, maar daar doen de toeristen die er vandaag zijn niet aan. Het water is lauw warm. Het meertje is ontstaan door een explosie van een magmakamer. Het water wordt nog door het onderliggende magma verwarmd maar wordt de laatste jaren wat koeler. We lopen weer terug naar de auto. Nu gaat de autorit terug langs de andere oever van de Jökulsa. We rijden door een soort van maanlandschap, gevormd door diverse uitbarstingen. Er groeit niets en er ligt pumice op de grond. Hier hebben de astronauten getraind met hun maanvoertuig voordat ze op de maan kwamen. Later zeiden ze dat IJsland nog meer op de maan leek dan de maan zelf. Vanuit het pumice komen we in het zand en het lijkt er - zeker met dit warme weer - als of we in de woestijn zitten. We komen nog een (Oost-Duitse) familie tegen uit Brandenburg (Barnim) die pech hebben met hun oude VW-bus. We slepen ze tot het gehuchtje Mödrurðalur. Daar bellen ze voor hulp. Wij bekijken het kleine kerkje dat door een boer is gebouwd ter herinnering aan zijn overleden vrouw. De kerk is niet groter dan een huiskamer. We rijden weer over de ringweg 1 naar Reykjahlíð , waar we om 20 uur aankomen.

Vatnajökul
Vatnajökul

Myvatn (Reykjahlíð) - Egilstaðir: 164 km

Na het ontbijt rijden we via de ringweg 1 naar het oosten naar Egilstaðir. Het landschap is prachtig en leeg. We komen geen enkele plaats van meer dan 3 huizen gedurende 180 km tegen. We rijden door kale hoogvlakten en groene dalen met snelstromende gletsjerrivieren. We komen rond 10uur in Egilstaðir aan. Het hotel Egilstödum ligt mooi aan het meer Lögurinn. Het stadje stelt niet veel voor. Onze kamer is nog niet klaar en we gaan na een kop koffie op weg naar de Borgarfjörður. Na een rit van ruim 70km komen we in Bakargerði aan, een dorpje van 120 inwoners. Het heeft een klein haventje, een winkel en een postkantoor (die je in elk dorp vindt) en is beginpunt van veel wandelpaden. We eten in het enige restaurantje een vleessoepje, waarvoor zonder schaamte 1000 kronen (€13) wordt gevraagd. Bijgekomen van de schrik gaan we naar een uitzichtpunt waar we naar een vogelkolonie kunnen kijken. Er zitten 10 duizenden papegaaiduikers, honderden fulmars (noordse stormvogel) en kittiwakes (drieteenmeeuw). Heel leuk gezicht. Het stinkt er wel naar veel vogelpoep. We rijden terug naar Egilstaðir en betrekken onze kamer.

In de namiddag rijden we naar Seyðisfjörður een havenplaatsje aan de gelijknamige fjord. Hier komen elke week de veerboten binnen uit Denemarken en de FaerOer eilanden. Een aardig plaatsje in een schitterende fjord. We eten en drinken wat in het kunstcenrum. Later willen we dineren in het voorname Aldan hotel, maar het is volgeboekt. We rijden dan maar de 25 km weer terug naar Egilstaðir en eten in ons eigen hotel. Prima eten.

Egilstaðir - Höfn: 233 km

We verlaten Egilstaðir in Zuidelijke richting en volgen ringweg nr.1. Dat betekent dat we een aantal fjorden links laten liggen en binnendoor over onverharde wegen naar Breiðdalsvik rijden. Dat plaatsje missen we per ongeluk en na twee uur komen we bij Djúpivogar. Ook prachtig aan een fjord gelegen. Hier lunchen we in Hotel Framtið (toekomst) aan de haven waar de bootjes naar het vogeleiland Papey vertrekken. Dat doen we niet. We rijden door langs de mooie fjordenkust richting Höfn, waar we rond twee uur aankomen bij de jeugdherberg. Een hele simpele jeugdherberg wederom, maar functioneel. In Höfn is niet erg veel te doen helaas, maar het ligt wel tegen een prachtige achtergrond van met gletsjers bedekte bergen aan een lagune. We maken een wandelingetje langs een vogelkolonie en komen terug voor het inchecken en de lakens en dekens. In de middag bezoeken we nog het IJsmuseum, een tentoonstelling over gletsjers en andere ijslandse natuurverschijnselen. Het blijkt dat hier in de omgeving twee James Bond films zijn opgenomen: "Man with the Golden Gun" en "Die another day". We eten bij restaurant Vikin. Prima eten, maar de ambiance laat wat te wensen over. Ook in Höfn rijden de plaatselijke jongeren 's avonds met hun auto in een eeuwige baan door het dorp. Later maken we nog een ritje naar Stoksnes schiereiland, maar hier ligt een radarstation van de Navo, waar we niet verder kunnen.

Skidoo tour op de gletsjer

We staan vroeg op want we gaan vandaag een Skidoo tour maken op de gletsjer. We rijden naar het opstap punt langs de ringweg nr 1. We worden daar opgehaald door een 4wd bus van Glacier Jeeps die ons in een halfuur over een stijl ruig en bochtig pad naar boven brengt. Daar staat een bergstation waar we betalen voor de tour en onze warme overal en helm krijgen aangereikt. Van Jon, onze gids, krijgen we een instructie over de sneeuwscooters. Daarna gaan we op weg over de gletsjer. Een spannend avontuur. Eerst wat onwennig. We zitten met z'n tweeën op een scooter. Na een 3 tal kilometer stoppen we voor een fotopauze. Daarna wisselen van bestuurder en ga ik rijden. Het is toch nog moeilijker dan het lijkt. Ik rijd tweede in de rij en moet Jon bijhouden. Normaal is de toer zo'n 5 km heen en terug, maar wij gaan twee keer zover. Waarom is onduidelijk. Het uitzicht is mooi, de mist klaart op en de zon maakt het best warm daarboven. Dan rijden we verder omhoog, maar dan raken we in de mist en keren we om. Na ruim en uur zijn weer terug bij het bergstation. Een heerlijke ervaring en sensatie. De scooters gaan best snel (35 km/u) en in deze omgeving, echt super. In het bergstation kan ook gegeten worden, maar dat is nogal duur. We eten ons eigen proviand en wachten zonnebadend in de hete zon op de terugrit naar beneden. Die terugrit is weer adembenemend. Dan stappen we weer in onze eigen auto en rijden terug naar Höfn.

Regenboog bij de gletsjer
Regenboog bij de gletsjer


's Middags gaan we naar het zwembad. Elk gehucht in IJsland heeft wel een zwembad, dat druk bezocht wordt. Zoals men in andere landen naar de kroeg gaat voor sociale contacten gaat men hier naar het zwembad. Voor je kan gaan badderen volgt een vast ritueel. Schoenen uit bij de ingang, dan de gescheiden kleedkamers in. Uitkleden en onder de douche. Een bord geeft aan welke lichaamsdelen in ieder geval grondig met zeep moeten worden gereinigd: hoofd, oksels, schaamstreek en voeten. Dan zwembroek aan en zwemmen maar. In Höfn is het maar een klein zwembadje. De meeste IJslanders echter, zwemmen nauwelijks maar zitten meest van de tijd in de jacuzzi met elkaar te kletsen. Later op de middag drinken we biertje in de zon op het terras van het Café en daarna eten we een pizza in restaurant Osin in het Höfn hotel.

Höfn - Skaftafell: 155 km

Na het zelfbereide ontbijt rijden we westwaarts langs de zuidkust van IJsland. Aan onze rechterhand is altijd een bergketen te zien, met op veel plaatsen een uitloper van de Vatnajökul gletsjer die het dal in steekt. In elk dal heeft de gletsjer een lokale naam. Na een kilometer of zeventig komen we bij een uitloper die in een lagune uitkomt, Jökulsarlon ofwel de gletsjerlagune.

Jökulsarlon
Jökulsarlon


Hier laat de gletsjer grote ijsklompen los in de lagune, die dan langzaam afbrokkelen en via een rivier onder een brug door de zee in drijven. Het is een prachtig gezicht. En een beroemd plaatje, te zien in elk boek over IJsland. Er zijn ook boottochtjes te maken met een amfibisch voertuig. Dat doen we niet, het voegt niet veel toe aan het uitzicht vanaf de wal. We rijden door naar Skaftafel nationaal park, waar we onze intrek nemen in het gelijknamige hotel. Het hotel is een beetje incognito, want het ligt net buiten het Nationaal Park en er staat nergens aangegeven dat het zo heet. Maar navraag bij de receptie bevestigt ons vermoeden dat we hier op het goede adres zijn. Het is een prima hotel, in the middle of nowhere. Het personeel woont in huisjes achter het hotel. We gaan naar het infocentrum van het nationaal park en kopen een kaart met wandelmogelijkheden. We besluiten naar Svartifoss (zwarte waterval) te lopen. Dat is ongeveer 45 minuten klimmen. Vandaar gaan we over de Skaftafellsheiði richting het Sjonarnipa uitzichtpunt. De route gaat over een soort hoogvlakte, die groen begroeit is met kleine paarse bloemetjes. Het Sjonarnipa geeft uitzicht op een grote uitloper van de gletsjer. Via de Eystragil (een canyon) lopen we weer terug naar het beginpunt. In totaal duurde de wandeling 2 uur en 45 minuten. We rijden terug naar het hotel, nemen een heerlijke douche en wachten tot etenstijd. Veel anders is hier niet te doen. 's avonds eten we in het hotel. Het eten is goed, hoewel Erik's kipfilet met pasta wel erg simpel is uitgevoerd voor 2400 kronen. We doen eens wild en nemen er een hele fles wijn bij.
Svartifoss: de zwarte waterval
Svartifoss: de zwarte waterval

Skaftafell - Skogar: 201 km

We ontbijten in de drukbezochte eetzaal van het hotel. Daarna gaan we op weg richting Kirkjubæraklaustur. Daar tanken we en drinken we koffie. Het is een minimaal plaatsje, maar wel met postkantoor en zwembad uiteraard. Dan steken we een grote vlakte over, waar soms stofstormen kunnen opsteken. Zo'n zestig kilometer lang komen we geen enkel gehucht meer tegen. Aan de rechterhand zien we in de verte de bergen en de gletsjer, links alleen maar een vlakte van stof en zand. We rijden door Vik, ook een klein plaatsje en rijden dan door naar het zuidelijkste punt van IJsland: Dyrholaey. We gaan er de hoofdweg af en rijden 6km over onverharde weg naar een driesprong. Eerst gaan we links en komen bij een uitkijkpunt waar veel vogels nestelen, zoals papegaaiduikers, stormvogels, zeekoeten en drieteenmeeuwen. Dan rijden we terug naar de driesprong en nemen de andere weg. Die voert ons stijl omhoog naar een hooggelegen uitkijkpunt bij een vuurtoren. Vandaar is het een korte wandeling naar het zuidelijkste puntje: een rots die een stuk de zee in steekt. In de rots zit een gat waar - naar verluidt - een zeilboot doorheen kan varen. Van Dyrholaey is het een klein stukje naar Skogar. Dit blijkt slechts een verzameling huizen te zijn, waaronder en jeugdherberg, een camping, een Edda hotel en een streekmuseum. De jeugdherberg is nog dicht en we lunchen bij het streekmuseum. Na de lunch rijden we naar een dorpje 20 minuten verder. Daar is een piepklein zwembadje, waar we een uurtje in vertoeven. Er komen alleen IJslanders uit de omgeving. Er is een kleine hottub, die we behoorlijk warm vinden. We hebben boodschappen nodig voor het ontbijt morgen. De dichtstbijzijnde optie blijkt Hvolsvöllur te zijn, ruim 50 km verderop. Daar kopen dan ook maar een snelklaar maaltijd voor vanavond en een biertje in de Vinbud, de staatsdrankwinkel. Na ons "luxe diner" (pytt I panna, een zweedse specialiteit) lopen we naar de waterval van Skogar, de Skogarfoss. Je kunt tot vlakbij de basis van de waterval lopen, maar dan wordt je drijfnat. We lopen ook naar de top van de waterval. Niet een avontuurlijke klim, want er is een trap aangelegd, die je naar boven leidt. Boven is het uitzicht wel mooi. De zon schijnt nog stevig en het prachtig weer. De hele dag al trouwens. We gaan weer naar beneden en babbelen nog wat na met andere, IJslandse toeristen. Dan wordt het toch wat frisser en trekken we ons terug op onze kamer.

Skogarfoss
Skogarfoss

Skogar - Gullfoss - Geysir - Laugarvatn: 179 km

We ontbijten met onze eigen boodschapjes en gaan op weg naar Gullfoss. We stoppen eerst nog in Hvolsvöllur om weer nieuwe boodschappen te doen voor vanavond en morgenochtend. We komen rond half elf bij de waterval aan. Het is er behoorlijk druk - voor IJslandse begrippen - en we lopen via boardwalks naar een uitzichtpunt. Dat is wel erg hoog gelegen en biedt niet het mooiste uitzicht. Van daaruit is er een trap naar beneden naar een lager gelegen uitzichtpunt, waar het uitzicht betoverend mooi is. Dan loopt er een pad naar de top van de waterval. Om daar te komen moet je door een regengordijn van opspattend water van de waterval. Ook hier is het gezicht op het snelstromende en vallende water prachtig. De Gullfoss valt in twee etappes naar beneden. Een keer 10 en dan nog eens 20 meter. De Gullfoss is IJslands meest beroemde waterval die op alle boekjes en ansichtkaartjes staat afgebeeld (ook op de Rough Guide trouwens). We lunchen in het café bij de parkeerplaats en kopen wat onzinnige dingen in de shop. Na de lunch rijden we naar Geysir. Een kort ritje van hooguit 10 minuten. De Geysir is de naamgever van alle heetwaterspuitende bronnen in de wereld. Helaas is Geysir er na een aardbeving mee opgehouden en sputtert alleen nog een beetje zielig voor zich uit. Dan Strokur, die er naast ligt. Die spuit elke vijf minuten zo'n 30 meter hoge stralen stomend water. Een prachtig gezicht. Het publiek slaakt oh's en ah's bij het zien er van. Soms stijgt er een spontaan applaus op. Ik bestijg nog de Bjarnafell (727m) voor een mooi uitzicht op de omgeving.

Gullfoss
Gullfoss


We rijden door naar Laugarvatn, waar onze Jeugdherberg voor vanavond is gelegen. Hij is open en daarom zetten we onze bagage alvast neer. We rijden dan naar Þingvellir. In dit gebied vonden van 974 de parlementszittingen van IJsland plaats tot 1798. In de veertiende eeuw nam het belang er van af omdat het parlement (Alþing) geen macht had om haar beslissingen af te dwingen. Vanaf 1622 viel IJsland onder de Deense kroon en was het Alþing alleen nog maar een rechtbank. Þingvellir speelde in de 20e eeuw een belangrijke rol voor de nationalistische beweging en de onafhankelijkheid werd hier in 1944 uitgeroepen. Het is ook een punt waar de Amerikaanse en de Europese continentale platen elkaar raken. Ze bewegen jaarlijks 3 mm uit elkaar en de vallei vloer zakt hier jaarlijks ook enkele mm. Behalve in 1789 toen ten gevolge van een aardbeving de vloer een halve meter omlaag ging. De vallei is mooi, de rivier Öxara stroomt er door het Þingvallavatn meer in. In de kloven die in het dal liggen worden muntjes gegooid. Men kan dan een wens doen. Het bezoekerscentrum heeft een zeer goede interactieve presentatie over de historische en natuurhistorische betekenis van deze plek. We rijden terug naar de Jeugdherberg. Ik stuur een email naar huis en we gaan koken. Dit keer een pasta met bolognese saus.
Na het eten drinken we koffie in het restaurant tegenover en kijken we even naar het TV-journaal. Naast het gebruikelijk internationale nieuws zijn er ook IJslandse berichten over de aardappeloogst die is begonnen en een stoplicht op een kruising in Reykjavik dat is uitgevallen. Daarna maken we een avondwandeling langs het Laugarvatn meer. Daaraan liggen ook hete bronnen. Er is zelfs een klein bronnenbadje.

Laugarvatn - Reykjavík: 71 km

Na een zelfgemaakt ontbijt rijden we naar Reykjavík. Daar komen we al rond 10 uur aan. Het appartement bij Room with a View is natuurlijk nog niet gereed. We lopen de stad in en drinken koffie bij Kaffitar, de Starbucks van IJsland of liever Reykjavik. We drinken er heerlijke koffie en nog lekkerder taarten. Het meisje van de bediening spreekt Nederlands, omdat ze daar 11 jaar gewoond heeft. We lopen door naar de tourist info waar we even internetten en een Reykjavik Tourist Card kopen (gratis toegang in musea, zwembaden en OV). Daarna rijden we naar het Öskjuhlið. Een soort watertoren met in een grote glazenkoepel een roterend restaurant. Er is ook een (gratis) uitzicht platform vanwaar je heel de stad kunt overzien en bij goed weer zelfs de hele regio. Hierna rijden we weer naar het hotel, maar daar blijkt ons appartement nog steeds niet ontruimd te zijn. De eigenaar biedt ons een studio aan: 2 nachten voor de prijs van 1. We doen het. Weliswaar geen uitzicht en iets kleiner, maar wel goedkoper en voorhanden. Hierna gaan we naar het cultuurhuis, waar we een tentoonstellingen van oude IJslandse manuscripten bekijken uit de verzameling van Arni Magnusson. Hieronder oude wetsteksten en de Edda. Volgende halte op onze tocht is de Hallgrimmskirkja. Een moderne kerk van architect Gudjon Samuelson. De bouw begon kort na de oorlog, maar werd pas enkele jaren geleden voltooid omdat het werk door een familiebedrijf van twee mensen werd uitgevoerd. Het gebouw verdeelt de stad tussen hen die het mooi en lelijk vinden. De kerk domineert het stadsbeeld, m.n. door de fallisch uitziende kerktoren. De toren is met een lift te beklimmen. Hiervandaan is er een mooi uitzicht op de stad. De kerk zelf is van binnen heel eenvoudig en strak uitgevoerd. Het orgel is de enige ornament. Voor de kerk staat een beeld van Leif Eriksson, de eerste Europeaan die in Amerika is geweest rond het jaar 1000 - een geschenk van de VS in 1930, ter ere van het duizendjarig bestaan van de nederzetting in IJsland. Vanaf de kerk rijden we naar het Vesturbaejar zwembad. We zwemmen, zitten in de verschillende hottubs en maken gebruik van het stoombad. Ook hier het gebruikelijk douche ritueel. 's Avonds eten we bij bar 22. Eenvoudig, maar wel smakelijk. Later op de avond gaan we eerst naar Samtokin 78, het COC van IJsland. Hier is het rustig. Een trendy ingericht barretje met wat oudere heren. Er is ook een uitleenbibliotheek en videotheek. Na elf uur gaan we naar Cozy café aan de Austurstraeti. Hier is het druk en luid. Een gemengd publiek. Na een poosje komt de directeur van de Reykjavik Gay pride directeur bij ons aan tafel zitten. Hij praat honderd uit over de organisatie van het evenement dat begin augustus plaatsvindt. Na middernacht gaan we terug naar onze studio. 

hallgrimskirkja, Reykjavík
hallgrimskirkja, Reykjavík

Stadstour Reykjavík, hoofdstad van IJsland

We ontbijten buiten op de patio voor onze studio. Het is heerlijk in de zon. Dan gaan we op weg. Eerst koffie bij Kaffitar. We lopen verder naar het oudste gebouw van IJsland uit 1752 en daarna naar de haven. Hier liggen een aantal walvisboten al 14 jaar werkloos in de haven. We lopen de stad weer in en komen langs het parlementsgebouw, dat ongebruikelijk eenvoudig is voor zo'n functie. Ernaast staat de lutherse kathedraal, maar we kunnen er niet in vanwege een begrafenis. Iets verder ligt het Tjornin, het meer midden in de stad. In het meer zwemmen zo'n 40 vogelsoorten die echter de paden rond het meer bevuilen. Aan het meer staat ook het moderne gemeentehuis uit 1992. Op de begane grond is er een topografische voorstelling van IJsland, inclusief de hoogte verschillen en ijsmassa's. Heel leuk om te zien waar we allemaal geweest zijn. Dan lopen we door Sodergata naar het Nationaal museum, waar er een zeer moderne tentoonstelling te zien is over de geschiedenis van IJsland. Veel interactieve displays en videopresentaties.

Reykjavík
Reykjavík


We nemen de bus terug naar het centrum en eten een smørrebrod in een Deens restaurant, Jomfruin, dat hierin gespecialiseerd is. Het wordt gerund door een Deen, die de eerste mannelijke smørrebrod specialist ter wereld is. We proberen andermaal de lutherse kathedraal te bezoeken, maar er is weer een begrafenis. Dan rijden we maar naar Hafnarfjordur een voorstadje van Reykjavik. Hier is een kitcherig Viking dorp waar echt viking eten wordt geserveerd. Het stadje stelt niet veel voor. We rijden terug via Höfdi, het pand aan de waterkant waar in 1986 Reagan en Gorbachov op een haar na erin slaagden op alle korte en middellange afstandskernwapens de wereld uit te helpen. Ondanks het mislukken van de top, zette het IJsland toeristisch op de kaart " and they haven't looked back since".

In namiddag genieten we van een drankje op een van de vele terrassen aan het Austurvollurplein. Het is zo'n lekker weer dat de terrassen uitpuilen en ook het gras van het plein vol is met zonnende mensen. We trekken ons even terug voordat we vanavond in het Lækjarbrekka restaurant gaan eten. Het eten is heerlijk. Ik neem het vismenu, Erik het lamsmenu. De bediening is uiterst correct en de prijzen liegen er ook niet om, maar ja het is ook onze laatste avond in IJsland. Ze hebben ook een Puffin (papegaaiduiker)-menu. Puffin blijkt bij navraag naar lever te smaken en om die reden zien we ervan af.

Reykjavík - Keflavik - Schiphol – Rotterdam

Het was een roerige nacht. Het uitgaansleven in Reykjavik is rumoerig en duurt de gehele nacht voort. Bovendien speelt het zich rond om ons heen af. Ik slaap erg weinig door het geraas en durf geen oordopjes in te doen in angst dat ik de wekker dan niet zal horen. We staan om 3.30 op en gaan rond 4 uur de deur uit. Het uitgaansgedruis is dan nog in volle gang. Mensen staan nog in de rij om bij verschillende uitgaansgelegenheden binnen te komen. Overal staan één of meer uitsmijters bij de deur. We rijden naar Keflavik, de luchthaven, die op 52 km van de hoofdstad ligt. 10 km voor Keflavik mist het enorm, maar bij de luchthaven zelf gelukkig niet. In de vertrekhal is het nog doodstil, er is niemand te bekennen. Om half zes gaan de eerste balies open. Om 7 uur gaan we aan boord van vlucht FI502 van Icelandair en om 7.45 de lucht in. De vlucht gaat verder prima, we zitten bij de nooduitgang, daarover dus geen klagen. Het ontbijt is karig. We landen om 12.45 op Schiphol. We nemen de stoptrein naar Leiden en stappen daar over op de sneltrein die ons tot Rotterdam Blaak brengt. Om kwart voor drie zijn we dan thuis van deze mooie vakantie.

Bron - Eddy Couvreur

Heb je interesse in een reis naar IJsland? We helpen je graag om deze reis naar jouw wens samen te stellen. Reisbureau Reisgraag.nl scoort een 9+ in reviews, we zijn lid van ANVR, SGR & Calamiteitenfonds en we hebben al meer dan 12,5 jaar ervaring. Vul hieronder jouw wensen in voor jouw vakantie naar IJsland, dan sturen we je gratis een voorstel op maat.
Zonder budget geen passend advies.
Jouw gegevens

* = verplicht. Privacy beleid is van toepassing

Vakantieverhalen / reisverslagen

Gerelateerde artikelen