Reis door Nieuw-Zeeland met ma

Bestemming: A. Christchurch (Nieuw-Zeeland) , B. Greymouth , C. Nelson , D. Whakapappa
Periode: oktober 2014
Vervoer: bus
Accommodatie: hotels

Tussen 2013 en 2014 maakte ik de reis van mijn leven door Australië en Nieuw-Zeeland. Omdat Nieuw-Zeeland altijd al op de bucketlist van mijn moeder had gestaan, besloot ze me voor een maand op te komen zoeken. Naast dat het ontzettend bijzonder was dat zij die stap gewoon durfde te zetten, was het vooruitzicht van een maand lang 24/7 samen reizen best spannend. Ik had echter nooit kunnen dromen hoe geweldig het zou zijn. Ik neem jullie mee in een gedeelte van de reis. We beginnen in Christchurch en eindigen in Whakapapa.

Er zijn verschillende busmaatschappijen die je Nieuw-Zeeland rond kunnen rijden en wij kiezen uiteindelijk voor ‘InterCity’. Ietsje duurder dan andere maatschappijen, maar ziet er betrouwbaar uit, ze geven de mogelijkheid om je busreis tot 24 uur van te voren kosteloos te kunnen wijzigen, verzorgen ook ‘guided tours’ en de ‘Interislander’ is inclusief. We nemen de bus van Picton richting Christchurch, waar we 's middags aankomen en eigenlijk alleen een nachtje verblijven, omdat we morgen hier vandaan de ‘TranzAlpine’ nemen. Vanaf de busstop moeten we een stukje lopen richting de stadsbus en ondertussen zijn we verbijsterd over hoeveel schade van de aardbeving we nog kunnen zien. Overal zijn bouwputten, staan leegstaande gebouwen die nog gesloopt moeten worden en we zien een half ingestorte kathedraal. We maken een praatje met een man die in Christchurch woont, maar al drie jaar niet in deze buurt is geweest. Hij is ook verbaasd over hoeveel je hier nog van de aardbeving kunt zien. Indrukwekkend. En ook even een reality check, het kan dus ieder moment gebeuren.

We slapen vanavond in ‘Jailhouse Accomodation’, een gevangenis omgebouwd tot hostel, een belevenis op zich. De gezamenlijke ruimtes zijn erg aangenaam ingericht en licht, maar daarachter zijn de cellen, waar wij in slapen. Tof om eens te doen, want het is toch één van die dingen waarvan je je altijd afvraagt hoe het zou zijn. We hebben een klein raampje hoog in de kamer, een dikke celdeur en een stapelbed. Verder is het allemaal (verrassend genoeg) behoorlijk krap. Bang om claustrofobisch te worden, willen we eigenlijk allebei graag boven slapen... Aangezien mijn moeder helemaal naar de andere kant van de wereld voor me gevlogen is, gun ik haar dat plekje maar.

Jailhouse Accomodation
Jailhouse Accomodation


We slapen uiteindelijk allebei heerlijk (wat klagen die gevangenen nou?) en staan de volgende ochtend vroeg op, want we nemen de TranzAlpine! Vervoer richting het station is geregeld, want via onze gevangenis hebben we een gratis shuttleservice. Nog geen tien minuten later staan we op het station.. en de trein vertrekt pas om 08.30. Genoeg tijd om te doden dus. Als we zijn ingecheckt en de bagage ingeleverd hebben, zitten we ongeveer drie kwartier te vroeg in de trein. Niks wat een goede kop koffie en een crackertje met nutella niet genezen kan. Het is een prachtige trein, met grote ramen zodat we het voorbijkomende landschap goed kunnen zien. We rijden eerst Christchurch uit en dan over de Cantebury Plains over richting de Alpen. De Plains lijken volledig plat, maar in ongeveer een half uur tijd rijden we zo'n 400 meter omhoog, door voornamelijk weilanden. Daarna rijden we de bergen in en komen langs een geweldig mooie nauwe bergpas. Wow! In de trein is een 'viewing platform', een open wagon van waaruit je de omgeving goed kunt zien. We treinen verder door de Alpen richting Arthur's Pass, waar het uitzicht even heel mistig wordt en we dus niks van de omgeving zien. Wat hebben we geluk dat het niet de hele rit zo is geweest! In Arthur's Pass stappen we over op bussen, vanwege werkzaamheden wordt ons verteld. We stappen als een van de eersten uit de trein en dus als een van de eerste in de bus, wat ons de kans geeft een mooi plekje te zoeken. Als we aan de chauffeur vragen aan welke kant van de bus we het beste kunnen gaan zitten, zegt hij: 'Doesn't matter, both sides are just as dangerous.' We vinden het eigenlijk niet zo erg dat we met de bus dit stuk doen, want we hadden anders dit stuk met de bus gedaan en het commentaar van de chauffeur is hilarisch. Hij vertelt ons, met uitzicht op de toppen van de bergen, dat men hier een gezegde heeft: “If you can't see the mountains, it's raining, if you can see the mountains.. it's about to rain.” Hij vertelt ons ook over de aanleg van de weg door de bergen, wat een hel moet zijn geweest voor de wegwerkers. Hun benamingen voor de omgeving zijn blijven hangen: Mount Terrible, Mount Horrible en the Miserable Lakes. Blijkbaar is er ééntje die hier is overleden en zijn weg naar huis nog steeds aan het zoeken is, want er wordt hier regelmatig een geestverschijning met een bijl over zijn schouder gezien. Hmm... wij zien hem in ieder geval niet.

Nadat we terug op de trein zijn gestapt, vervolgen we onze weg de Alpen weer uit, langs een groot meer en een rivier en daarna Greymouth in, onze eindhalte voor vandaag. We hebben voor een nacht een kamer geboekt in ‘Noahs Ark Backpackers’, een oud klooster dat nu als hostel fungeert. We hebben zo'n mooie kamer (ruim, veel ramen, glas-in-loodramen, uitzicht over de stad, oude open haard) dat we meteen besluiten nog een nacht bij te boeken. We zijn er inmiddels wel achter dat een dag reizen best wat energie kost en het nogal vermoeiend is om meteen de volgende dag weer verder de reizen naar de volgende plek. Lekker idee dus om hier in plaats van één, twee nachten te blijven. De middag lopen we een beetje door het stadje, we bezoeken een photo gallery en een kleine art gallery. In de art gallery kijken we smakelijk naar de verschillende kettingen en armbanden waarin jade/greenstone verwerkt is, dat hier aan de westkust gevonden wordt. De eigenaresse legt ons uit dat er veel verschillende 'shades of jade' zijn en laat ons meteen zien hoe het er ongeslepen uitziet. Weten we meteen waar we op moeten letten als we zelf gaan zoeken.
Uitzicht op zee
Uitzicht op zee


's Avonds koken we in het hostel en daarna spelen we onder toeziend oog van andere hostelgasten Rummikub. We raken aan de praat met een Kiwi stel dat een paar dagen aan het sightseeing is. Uiteraard vragen we ons wat we allemaal nog van plan zijn te gaan zien in NZ. Dus leg ik hem onze route uit, dat we vanaf hier weer terug naar het noorden gaan. Dat we de Milford Sound wel heel graag zouden willen doen, maar dat dat qua tijd gewoonweg niet kan. Nou, zegt die meneer, maak je geen zorgen, want het is 'overrated'. Mooi, geruststelling voor ons dat we ons er niet meer druk over hoeven te maken (nou ja, dat doe ik dan vooral) dat we daar niet heen kunnen. Tot ie ons vertelt dat Milford Sounds namelijk niks is in vergelijking met de Doubtful Sound, nog zuidelijker. Nee, zegt ie, daar is het écht magisch, om vervolgens tot in de details uit te leggen hoe het daar zo stil is, dat de watervallen zo mooi zijn en op welke geweldige plekken de boot aanlegt. Dankuwel meneer.

De volgende ochtend nemen we de mountainbikes van het hostel mee en gaan we de omgeving verkennen. We fietsen zo'n tien minuten naar de pier en brengen daar uiteindelijk bijna twee uur door. Wat een mooi plekje! Het is niet eens zo heel winderig, maar de zee gaat behoorlijk tekeer tegen de rotsen aan de zijkant van de pier. Het is gedeeltelijk bewolkt, waardoor sommige gedeelten van het water grijs zijn, maar andere juist weer heel blauw. De zee is bijna 'fifty shades of blue', heel bijzonder. Om het af te maken zijn er dolfijnen aan het spelen met de enorme golven. Als we ons eindelijk losgerukt hebben en we naar het einde van de pier rijden, komen we langs een strandje en moet er jade gezocht worden. Tenminste ik zoek jade, terwijl mijn moeder goedkeurend toe kijkt, een taak die niet onderschat dient te worden. Ik ben nog maar net begonnen of ik vind een paar mooie stukjes jade. Nou ja, denk ik, is het dan zo makkelijk?! Het is geen zuivere jade, er lopen wel wat stukjes witte en zwarte steen enzo doorheen, maar het is wel groen.
Selfie met mijn moeder
Selfie met mijn moeder


De volgende dag nemen we de bus naar Nelson. De route brengt ons langs een stuk van de westkust, waar we een stop maken bij de 'Pancake rocks and blowhole'. Een klein stukje kust met een vreemde, maar mooie, rotsformatie, bestaande uit allerlei laagjes (vandaar de 'pancakes'). Gaaf dat we daar nog even kunnen kijken zo onderweg. We gaan daarna verder door het binnenland en de route leidt door twee nationale parken, onder andere langs een adembenemende gorge met heldergroen water in de rivier. 'Die ligt vast vol met jade, daarom is ie zo groen!' Na 6 uur in de bus komen we tegen de avond aan in ons hostel in Nelson, het ‘YHA’.. Hmm. Na alle prachtige hostels van de afgelopen dagen zijn we een beetje verwend en deze kamer is.. nogal ongezellig. Zeg maar vier muren en twee bedden en that's it. Gelukkig hoeven we er niet al te veel tijd door te brengen.

We gaan de volgende dag namelijk ‘Abel Tasman National Park’ verkennen. We worden om 07.35 uur opgehaald bij ons hostel door 'Diane' van 'Greatsights', die ons naar het NP gaat brengen. Dit hadden we al geregeld voor we bij het hostel aankwamen, want een 'hostel pick up' leek ons wel fijn. Scheelt lopen. Dachten we. De busstop blijkt echt om de hoek, zeg maar op drie minuten lopen afstand. Dus nu worden we om 07.35 uur opgehaald bij ons hostel, om vervolgens de hoek om gereden te worden, waar we om 07.45 ook op kunnen hadden stappen. Juist. Vervolgens staan we tot 08.00 te wachten, want er heeft zich iemand 'verslapen'. Diane, met halflang grijs haar, een rimpeltje hier een daar en een lieve, zachte stem, wordt er niet zo blij van. Zeker niet als ze erachter komt dat hij bij zijn hostel aan het wachten is en niet richting de bushalte gaat komen. Zucht. Een half uur later dan gepland vertrekken we dan uiteindelijk vanuit Nelson richting het nationaal park. Als we Nelson uitrijden, blijkt haar microfoon het niet te doen. Eerst probeert ze nog te roepen, maar dat lijkt haar ook nogal onzinnig. Geen commentaar dus tijdens onze tocht vandaag.

Als ze in het volgende dorp wat mensen moet ophalen bij een hostel, blijken ze niet klaar te staan. Diane blokt de uitrit van de parkeerplaats van het hostel met haar bus en dus moet ze achteruit rijden.. 'If I can find reverse..'. Diane heeft de hele rit tot nu toe al ruzie met de pook en het lijkt er niet beter op te worden. Doet ons vertrouwen in Diane niet erg groeien. De mensen die ze moet ophalen, komen ook niet meer opdagen en dus rijdt ze verder naar het volgende ophaalpunt. Terwijl we daar naartoe onderweg zijn, wordt ze gebeld door het hoofdkantoor. Er staan twee mensen bij het hostel, waarom ze die niet heeft opgehaald? Diane heeft het even niet meer, die mensen stonden er net toch niet?! Uit wanhoop haalt ze onze hulp erbij: 'I've got a bus full of people that can confirm that they weren't there, right?' Ze kijkt ons vragend aan. Uhm.. ja? Zo goed heb ik nou ook weer niet opgelet.. Bij het volgende hostel staan ze gelukkig wel gewoon klaar, dat scheelt. Net als alles weer een beetje soepel lijkt te verlopen, schrikt één van de nieuwe gasten op: 'Shit, my key! I still have my key of the hostel, can I bring it back?' Het gezicht van Diane is 'to die for', hilarisch. 'A day in the life of Diane..' zucht ze ons toe, terwijl we toekijken hoe de jongen de bus uit rent en het hostel weer in.

De rest van de bustocht, behalve nog een no-show, verloopt gelukkig vrij soepel en dus worden we gelukkig nog op tijd afgezet in ‘Kaiteriteri’. Een watertaxi brengt ons naar ‘Anchorage Bay’ en vanaf daar lopen we 12 km terug naar de plek waar we begonnen zijn. Een behoorlijke afstand natuurlijk, ik ben blij dat mijn moeder het aandurft. Anchorage Bay is al ontzettend mooi en de wandeling daarna doet er niet aan onder. Aan onze rechterhand kijken we over de baai waarvandaan we vertrokken zijn en de vegetatie over de bergen, aan onze linkerhand zijn er uitzichtpunten die ons uitzicht geven over de verschillende baaien van dit stukje kust. We lopen door een regenwoud, langs een watervalletje en richting een paradijselijk strandje. Het strand is hier geel, doordat het zand bestaat uit stukjes van de rotsen hier. We genieten even van het uitzicht en vervolgen dan onze wandeling, want we moeten op tijd weer terug zijn voor de bus terug.
Anchorage Bay
Anchorage Bay


We lopen de wandeling, met side tracks, in iets minder dan 5 uur, niet slecht. Hoewel we het laatste stukje behoorlijk strompelen, met allebei last van rammelende ledematen. Als we bij het café aan het einde van track aankomen, zitten drie nieuwe vrienden die we tijdens de wandeling hebben gemaakt al klaar met een biertje en nodigen ons uit aan hun tafel. Tenminste, twee zitten er al en de derde komt net aanlopen. Enthousiast roept hij: 'You made it!' Waarop mijn moeder zegt: 'Don't sound so surprised!' Hij kijkt alsof hij net door zijn moeder op zijn vingers is getikt en gooit er gauw een: 'No, no, I ment so soon!' tegenaan. Nice try. Na ons welverdiende biertje is het alweer tijd om afscheid te nemen, want we moeten terug de bus in om terug te gaan naar Nelson. Diane is onze chauffeur en ik vraag haar of haar dag nog een beetje beter is geworden. 'Of course', zegt ze, 'couldn't get worse, could it?' De meeste mensen stappen hier in, maar er zijn er een aantal die in het volgende dorpje instappen. O.a. de jongen die zich vanochtend versliep. Als men is ingestapt, telt Diane nogmaals en ziet dat er iemand niet is. Ze gaat haar lijstje langs en schudt dan haar hoofd: 'Guess who's not here...' Hahaha, no way, same guy! Hopeloos stapt Diane de bus weer uit, duidelijk niet wetende wat ze nu moet doen. Gelukkig zien m'n moeder en ik hem vanuit de bus aan komen lopen en signalen dat naar Diane. Als de jongen op zijn dooie gemakkie is ingestapt kijkt ze ons vragend aan: 'What do you do, hey?' Tsja, wij weten het ook niet.
Uitzicht vanaf hogeraf
Uitzicht vanaf hogeraf


De volgende ochtend is van uitslapen geen sprake, want de bus gaat weer om 08.15 richting Picton, waar we lunchen bij ons favoriete plekje bij de haven en daarna met de ‘Interislander’ terug naar het noord eiland. De overtocht van het zuidereiland naar het noordereiland is adembenemend, te beginnen met de Malborough Sounds, daarna de dolfijnen aan de boeg in het open water en te eindigen met de rotsachtige kust rondom Wellington. Daar komen we het einde van de middag aan en worden we opgehaald door Elliot, want we slapen in ‘the Dwellington’. Het hostel heeft nieuwe, enthousiaste eigenaren en is prachtig verbouwd. We hebben een mooie, lichte privé-kamer met grote ramen. Er slapen vooral veel jongeren, maar voor één nachtje is het voor mijn moeder ook best te doen. De volgende ochtend nemen we de bus richting ‘Tongariro National Park’ en steken dus een stuk van het zuiden van het noord eiland over. Het is behoorlijk mistig, blijkbaar is dat altijd zo in de herfst. Ineens moet ik lachen en zeg tegen mijn moeder: 'Ik had net de meest luie gedachte ooit, ik dacht: dat is ook makkelijk voor een landschapschilder, als het zo mistig is.' 'Nou inderdaad, ik zie geen hand voor ogen.' 'Hahaha, dat zou helemaal mooi zijn, een wit canvas ophangen, met de titel 'ik zie geen hand voor ogen!''. We slapen in Whakapappa Village, volgens de persoon van Intercity die ik gesproken heb, is dat dezelfde stop als National Park Village.
National Park Village
National Park Village


Als we daar aankomen na vijf uur in de bus, blijkt dat niet waar (ik had al zo'n vermoeden). Dat betekent dat we nog een shuttle moeten regelen naar ‘Whakapappa’, nog zo'n 8 kilometer verderop. Ik laat mam met de bagage achter langs de weg en ga in een hostel om hulp vragen. De aardige Chinese eigenaar belt naar de I-site.. en die vertellen hem dat er vandaag geen shuttles meer gaan. Shit. Als ik terug loop naar mijn moeder om haar het slechte nieuws te vertellen, onderbreekt ze me: 'Die meneer daar wil ons wel brengen, hij heeft alleen eerst een ander klusje.' Wat? Blijkbaar werd ze door een Franse jongeman aangesproken, terwijl ze daar gewoon stond, die vroeg of ze hulp nodig had. Toen heeft ze ons verhaal uitgelegd en ging de jongeman aan de man verderop, met een busje vanwege zijn mountainbike verhuur, vragen of die ons niet kon brengen. En dat wilde hij wel. Haha, hoe krijgt ze het voor elkaar. Ze heeft zelf gelukkig ook geen idee waarom mensen haar uit het niets komen helpen. Maar, goed geregeld! Betekent wel dat we nog een uur ofzo moeten wachten tot hij ons kan brengen, maar de Fransman zijn bus gaat ook pas over een uur en hij vindt ons gezelschap wel aangenaam, dus we kletsen het uur zo om. Als de Franse jongeman is vertrokken en wij op de grond naast onze tassen zitten te wachten, komt onze redder in nood met een grote Bert Visser glimlach aanrijden. Als we ingestapt zijn, staat hij bij de deur: 'So, are you paying cash or card?' M'n moeder kijkt nogal verbaasd, verwachtende dat het gratis zou zijn: 'How much is it?' '20 dollar.' 'Per person?!' vraagt m'n moeder verschrikt. 'Yes.' 'Oh..' 'Okay, okay, I'll do it for 30.' Wij knikkend instemmend, prima. 'You're not really good negotiators are you?!' zegt ie lachend, 'How much have you got with you?'. Mam trekt een briefje van 20 uit haar buideltasje en daar wil ie het ook wel voor doen, mooi! En zo worden we netjes afgezet voor de deur van onze nieuwe verbijfplaats: ‘het Skotel in Whakapappa Village in Tongariro National Park’. Wat mooooiii!! Er zijn hier drie actieve vulkanen, wij verblijven tussen twee daarvan, met een prachtig uitzicht op één daarvan vanaf het terras van het hotel. Het hotel heeft bovendien een backpackersvleugel waarin wij voor een mooi prijsje een kamer hebben, met een stapelbed en houten wanden. Het is een echt ski hotel en die sfeer hangt er ook, gezellig.

Nadat de boodschappen zijn gedaan in de peperdure (enige) supermarkt, doen we een biertje op het terras, met een geweldige zonsondergang op de achtergrond. We kijken op de vulkaan (Mt Rapehua, oftwel Mt Doom uit Lord of the Rings), een vallei met een heilandschap en daarachter een berglandschap, dat door de schemering en de zonsondergang, in verschillende laagjes geel/oranje kleurt. Wow.. We slapen heerlijk in ons 'skihutje', hoewel het wel gek blijft om tussen twee actieve vulkanen te slapen. Ik hoop op een klein beetje actie (niet 'full blown', maar gewoon een beetje gegrom en een klein beetje opspuwend vuur en een beetje rook zeg maar), maar m'n moeder verklaart me voor gek.
Zonsondergang in Mount Rapehua
Zonsondergang in Mount Rapehua


De volgende ochtend gaan we naar het informatiecentrum. Er is hier de meest bekende 'one day walk' in Nieuw Zeeland, ‘de Tongariro Crossing’. Een wandeling van 19.4 km, langs twee van de vulkanen en hun crater lakes. We twijfelen erg of we het moeten doen: iedereen zegt dat het fenomenaal mooi is, maar ook erg pittig. Het is dan ook 19.4 kilometer.. Ik ben er wel voor in, maar heb eigenlijk niet de schoenen bij me om het te doen. Mijn moeder heeft knieën die op slot gaan en in het infocentrum wordt ons verteld dat de wandeling de laatste 12 km naar beneden loopt. Twijfel, twijfel, twijfel.. Gelukkig is de medewerker van het infocentrum erg geduldig. Ze geeft ons ook nog een alternatief: er is een ‘wandeling naar de Tama Lakes’, die ook een geweldig mooi uitzicht geeft over de vulkaan, het vulkaanlandschap en de meren. Die wandeling is 17 kilometer, maar veel minder stijl. Klinkt als een goed alternatief.
Mist
Mist


De volgende morgen beginnen we op tijd aan onze wandeling. Bij de receptie laten we weten dat we op pad gaan, voor het geval we niet terug komen. De receptioniste waarschuwt ons: de voorspelling voor vanmiddag is regen met mogelijk onweer, dus we moeten oppassen. Als we ons onveilig voelen, moeten we terug keren. Message understood. We beginnen de wandeling in ieder geval zonnig, door het prachtige vulkaanlandschap. We hebben allebei nog nooit zoiets gezien. De grond is zwart, bezaaid met uit de vulkaan gerolde rotsen, begroeid met paarse heidebloemen, goude pluimen en groen en oranje mos. Mooi, mooi, mooi!! Ondertussen fantaseren we hoe het zou zijn als de vulkaan nu zou uitbarsten. 'Dan schijt je geen zeven kleuren meer, maar 700.' 'Ja, zoiets als shades of jade', zegt mijn moeder. 'Haha, nee shades of shit!' Uitbarsten doet ie niet, maar na een uur of twee zien we hem niet meer, want dan trekken van allebei de kanten van de vallei langzaam wolken binnen. Het landschap is al onheilspellend, maar zo met die mist lijkt het echt het einde van de wereld. Met de waarschuwing van de receptioniste in ons achterhoofd, besluiten we om te draaien en terug te lopen. Waarschijnlijk zijn die meren toch niet zo mooi als we alleen maar mist zien. We lopen langs een andere route terug en komen langs ‘Tanaki Falls’, die hoog van een rotswand komt en omringt is door een dennenbos. Mooi stukje Nieuw Zeeland weer. Door het bos lopen we terug naar het dorpje en uiteindelijk zijn we na een uur of 5 vermoeid, maar voldaan weer terug in Whakapappa, waar we onszelf op een hamburger trakteren. We zijn door andere gasten getipt over de spa in het hotel, die je voor een half uur kunt boeken. Lijkt ons een mooie afsluiting van de dag, dus meteen terug van de wandeling regelen we de sleutel. Om vervolgens in een iniminikamertje in de kelder, met een klein klepperraampje hoog in de hoek, dat ons doet denken aan een peeskamertje (niet dat we weten hoe dat eruit ziet..), terecht te komen. Het bubbelbad past er net aan in. Niet echt gezellig. Vervolgens moet mijn moeder natuurlijk nog even benadrukken hoe vies bubbelbaden eigenlijk zijn . Als er vervolgens een pleister aan haar been plakt, die van geen van ons beiden is, willen we er allebei alleen nog maar uit. 'Dit is toch onzin?', zegt mam, 'Waarom kunnen we nou niet gewoon van het bubbelbad genieten?' Het lijkt haar wel een goed idee om de gedachte dat bubbelbaden vies zijn, uit te dagen. Dat betekent dat we drie tegenargumenten moeten verzinnen, waarom het niet zo is.. 'Nou, uhm... er zit zeep in, dus dat betekent dat het wel schoon is.. en...' 'En niemand is ooit in dit hotel dood gegaan aan het bubbelbad!' 'Oeh, goede mam! Uhm...' Verder dan twee komen we echter niet en als er dan aan mijn hand ook nog een haar blijft plakken die van geen van ons beiden is, springen we allebei dat bad uit. We zijn er wel klaar mee.

Geschreven door Sanne van Rijn

Vakantieverhalen / reisverslagen