Gratis reisvoorstel aanvragen

Rondreis Portugal

Bestemming: A. Porto (Portugal) , B. Mesão Frio , C. Viseu , D. Coimbra , E. Óbidos , F. Nazaré , G. Leiria , H. Marvão , I. Évora , J. Lissabon
Periode: mei 2001
Vervoer: vliegtuig
Accommodatie: diverse/diverse

We nemen de trein van 16:42 uit Rotterdam naar Schiphol. De treinreis verloopt zonder problemen. Onze vlucht naar Porto via Lissabon is een half uur vertraagd. We vliegen met TAP Air Portugal. Ons ticket zegt dat we naar Porto vliegen (via Lissabon), maar in Lissabon blijkt dat we over moeten stappen. Aangezien wij een half uur te laat zijn is onze overstaptijd nogal kort geworden. We worden opgewacht door een grondstewardess, die ons in rap tempo naar de gate voor onze aansluitende vlucht naar Porto loodst.

Vervolgens is het nog een half uur vliegen naar Porto. We komen daar kort voor middernacht aan. De bagage komt al van de band rollen als we de bagage claim area in lopen, maar, zo blijkt, onze koffers zijn er niet bij. Het toestel is leeg, zo zegt men, en er zit niet anders op dan een vermissingsrapport op te laten maken. Dan haasten we ons naar de Hertz balie om nog net voor sluitingstijd onze huurauto af te halen. Het is een Seat Vario, de stationversie van de Cordoba, die we eigenlijk besteld hadden. Het is een grotere auto, dus wij klagen niet. We rijden de stad in en na wat gepuzzel vanwege de zeer slechte bewegwijzering vinden we ons hotel, het Holiday Inn Garden Court.

Nog geen koffers

We bellen 's ochtends meteen met TAP om te horen of de koffers terecht zijn, maar dat blijkt niet zo te zijn. Ze zijn niet eens gevonden. De vakantie gaat natuurlijk wel gewoon door en na het ontbijt gaan we de stad verkennen. We komen langs een vogelmarkt bij het station, drinken koffie op het centrale Praça de Liberdade en klimmen omhoog naar de Igreja dos Clerigos een kerk met toren, die te beklimmen is. Dat doen we en we worden beloond met een prachtig uitzicht over Porto en Villa Nova de Gaia aan weerszijden van de Douro rivier. Na deze bezichtiging lopen we naar de Kathedraal (Sé) van Porto, die robuust op een heuvel staat, met zicht over de hele stad. Het is een somber romaans bouwwerk. Ernaast staat het bisschoppelijk paleis.

Azulejos op het station van Porto
Azulejos op het station van Porto


We dalen vanaf de Sé af door de Ribeiro. De Ribeiro is de oude volkswijk van Porto, met vele nauwe straatjes en steegjes vol met wasgoed en oude vrouwtjes die uit het raam hangen. De afdaling brengt ons aan de kade langs de Douro. Hier speelt zich een groot deel van het uitgaansleven af. Veel restaurants, terrasjes en bars. Na een lichte lunch op een terras maken we een boottochtje over de Douro en passeren we vijf bruggen. Na de boottocht bezoeken we de koopmansbeurs. Een interessant gebouw, waaraan kosten nog moeite zijn bespaard om de rijkdom en macht van de kooplieden van Porto in de 18e en 19e eeuw, te onderstrepen.
Boottocht door de vallei van de Douro
Boottocht door de vallei van de Douro


We gaan terug naar het hotel voor een rustpauze en om met TAP te bellen over de koffers, maar het nummer is steeds bezet. Dan om half zes wordt er gebeld: de koffers zijn er!! We zijn maar wat blij. In de vooravond drinken we een aperitief op een "homovriendelijk" terras (Café na Praça), alvorens we weer naar de Cais de Ribeiro afdalen om te gaan eten bij "Chez Lapin". Druk en populair restaurant met uitstekend eten en een vlotte bediening. Een poging om de gay scene te verkennen strandt op een gesloten deur. 10 uur 's avonds is blijkbaar nog wat vroeg voor Porto-begrippen.

Trammuseum in Porto

We nemen de tram naar het trammuseum. Lange tijd had Porto wel een trammuseum, maar geen tramlijnen meer. Sinds kort is de lijn naar het museum weer geopend met museum rijtuigen en wordt er elders in de stad druk gewerkt aan nieuwe tram en metrolijnen, die in 2003 klaar moeten zijn. Het trammuseum is helaas gesloten op maandag, dus gaan we met dezelfde tram weer terug de stad in. Een tentoonstelling over architectuur in Rotterdam en Porto (beide steden zijn culturele hoofdstad van Europa dit jaar) is ook leuk, maar eveneens gesloten.

's Middags steken we de Ponte Luis I over naar Vila Nova da Gaia aan de overkant van de Douro. Aan de kade liggen een groot aantal Port huizen met hun kelders waar de port ligt te rijpen. We brengen een bezoek aan twee huizen. We beginnen bij Calém, een van een vijftal huizen van Portugese origine (de meeste huizen hebben Engelse wortels). We krijgen er een rondleiding met uitgebreide uitleg over het bereidingsproces, de verschillende varianten en smaken. De rondleiding wordt afgesloten met een proeverij van een rode en een witte port. We gaan daarna een 50 meter verderop bij Sandeman op bezoek. Sandeman is een veel groter merk en dat merk je ook aan de manier waarop het bezoek is geregeld. De groepen zijn groter, de presentatie gladder en de opzet commerciëler. Je betaalt entree, die je terugkrijgt als je wat koopt in de winkel. De gids is gekleed in de karakteristieke Sandeman cape en hoed. Na weer een proeverij nemen we de bus terug de stad in.

's Avonds eten we weer aan de Cais de Ribeiro (een beschermd stadsgezicht van UNESCO, overigens), ditmaal in Canastra. Weer goed eten, maar wat minder sfeer. We maken hier ook kennis met de Portugese gewoonte om meteen allerlei hapjes op tafel te zetten voordat je wat besteld hebt. De hapjes (ham, olijven, paté, meloen) zijn echter niet gratis, je kunt ze wel weigeren. Na het eten wandelen we terug naar het hotel en drinken we nog een biertje in het grand café Majestic, dat een prachtig Art Nouveau interieur heeft.

De Douro vallei

We beginnen met koffie waar we gister eindigden: in Majestic. Dan pakken we onze spullen en gaan op weg naar Mesão Frio, een dorpje gelegen in de Douro vallei ten oosten van Porto. Het dorp ligt midden in de streek waar de druiven worden verbouwd voor de productie van Portwijn. In Mesão Frio zullen we overnachten in een Pousada. Pousada's zijn luxe hotels die voor een groot deel zijn gevestigd in kastelen, voormalige kloosters en paleizen en andere monumentale panden. Twee jaar geleden hadden we al kennis gemaakt met de Paradores in Spanje - een soortgelijk fenomeen. De Pousada in Mesão Frio (Solar da Rede) is gevestigd in een groot landhuis dat hoorde bij een wijngaard. De wijngaard bestaat nog steeds voor een deel en de Pousada laat haar eigen Portwijn produceren van de druiven die er omheen worden verbouwd. Vanuit onze kamer hebben we adembenemend uitzicht op de Douro en de vallei.

De Douro vallei
De Douro vallei


Na een korte rustpauze en een eenvoudige lunch in het dorp zelf, rijden we in de richting van Pinhão, het centrum van het Portwijngebied. We bezichtigen de Quinta de Panascal (wijngaard) waar de druiven worden verbouwd voor het porthuis Fonseca Guimarens. Vanaf de hoofdweg geeft het grote reclamebord aan dat het 1500 m rijden is, maar naar ruim twee kilometer hobbelige zandweg zijn we er nog niet. Dan, net voordat we de moed willen opgeven, komt de Quinta in zicht. We kunnen onszelf rondleiden met behulp van een audio-tour. Het landgoed is prachtig gelegen aan een zijarm van de Douro. Na afloop van ons bezoek is er uiteraard een proeverij van een witte en een rode port. Voldaan rijden we weer terug naar de Pousada, waar we afkoelen in het zwembad. 's Avonds volgt een heerlijk diner in het restaurant van de Pousada.

Viseu, in de provincie Beira Alta

Na het uitgebreide ontbijtbuffet in de Pousada rijden we naar Viseu, een stad die gelegen is in de provincie Beira Alta. Het gebied is niet echt "ontdekt" door buitenlandse toeristen. De doorgaande wegen zijn redelijk tot goed (de snelwegen zelfs uitstekend), maar de kleinere wegen zijn ronduit slecht en vol met kuilen. Viseu is een niet al te grote provinciestad met een paar bezienswaardigheden.

We nemen onze intrek in hotel Avenida, vlakbij de Rossio, het centrale plein van de stad. In de namiddag verkennen we de stad. Op het heetst van de dag stijgt de temperatuur tot wel 35 graden en het koelt maar langzaam af. De kathedraal is een streng romaans bouwwerk, dat in de 17e eeuw flink is verbouwd. Het heeft een aardige kloostergang. De oude stad is een verzameling smalle straatjes, waardoor de Via Direita (hoofdstraat) als een ader heen loopt. Ook in Viseu wordt driftig gebouwd aan wegen en gebouwen in het kader van een investeringsprogramma van de regering om de steden op te knappen. In Viseu (en andere steden zoals we later merken) staan grote borden met een terug tellende klok, die aangeeft hoe lang het nog duurt totdat de werken klaar zijn.

Kerk van Misericordia, Viseu
Kerk van Misericordia, Viseu


's Avonds eten we in de Churasqueria (= grillrestaurant) da Sé, in de buurt van de kathedraal. Helaas valt het wat tegen. We drinken koffie in het theatercafé, een geliefde plek voor de jeugd van Viseu.

Nationaal park Serra de Estrela

Ondanks het feit dat het vandaag hemelvaartsdag is werkt alles en iedereen gewoon door. De winkels zijn dan ook gewoon open. Na het ontbijt rijden we met de auto in oostelijke richting naar Gouveia. Dit kleine dorp vormt één van de toegangspoorten tot het nationaal park "Serra de Estrela". Dit berggebied is een beschermd natuurgebied (alles boven de 1200 meter) met de hoogste bergen van Portugal. Het Turismo van Gouveia is slecht uitgerust. Ze kunnen ons niet eens een behoorlijke kaart van het gebied geven. We gaan dan maar op weg met de auto. Langzaam maar zeker gaat de weg omhoog, wordt de natuur kaler en daalt de temperatuur. De uitzichten zijn prachtig en verreikend. Rond een uur of 1 komen we bij de Pousada van Manteigas (São Lourenço) uit. Dit is een moderne Pousada, boven op een bergtop. We stoppen hier voor een heerlijke lunch. Daarna rijden we nog wat rond en maken een paar korte wandelingetjes. We rijden naar Seia (wintersportoord) waar we even op een terrasje gaan zitten. Daarna rijden we terug naar Viseu.

Bergweg door de Serra de Estrela
Bergweg door de Serra de Estrela


's Avonds eten we heerlijk in O Cortiço. Het restaurant heeft heerlijke warme bloedworst als voorgerecht. We eten heerlijk bereide eend respectievelijk kalfsoester. We sluiten de avond af met een kopje koffie in het theatercafé.

Coimbra

Vandaag rijden we verder naar Coimbra, een rit van ruim 80 km. Coimbra ligt in de regio Centro. In de stad aangekomen moeten we even zoeken naar het Pension Pombal, dat we hebben uitgezocht. Het is een simpel pension hoog in de stad gelegen (Coimbra ligt tegen een berghelling gebouwd), dat wordt gerund door drie Nederlandse vrouwen. We lopen door smalle en steile straatjes naar beneden de stad in. Helemaal beneden aangekomen pikken we een terrasje en bekijken de kathedraal. De oude kathedraal (helaas in de stijgers) is als zoveel Portugese kathedralen een burcht-achtig gebouw in romaanse stijl. De bouw begon in 1162 en in de eeuwen is er weinig veranderd aan de ingetogen bouwstijl.

Daarna lopen we naar het universiteitsgebouw. Coimbra heeft de oudste universiteit van Portugal en de grote universiteit drukt een zwaar accent op de middelgrote stad. De universiteit is in 1290 gesticht en tot het begin van de 20e eeuw de enige in het land. Het academiegebouw ligt rond de Patio de Escolas, een plein dat wordt gedomineerd door de klokkentoren met de bijnaam "A Cabra" (de geit) en een standbeeld van koning Jan III. De Sale dos Capelos is te bezichtigen. Het is een soort aula, waar alle promoties en officiële gelegenheden plaatsvinden. Ook te bezichtigen is de kapel - één van Coimbra's mooiste.

Het hoogtepunt van het bezoek is echter de oude bibliotheek Biblioteca Joanina, een barok kadootje van koning Jan V aan de universiteit uit de 18e eeuw. Het is een schitterende ruimte met prachtig houtwerk, bedekt met bladgoud. De echt waardevolle titels zijn echter niet te zien en de boeken die er in de kast staan zijn uitgezocht op hun uiterlijk. De meeste andere universtiteitsgebouwen zijn helaas niet de moeite waard. Vanaf de universiteit hebben we wel een prachtig uitzicht op de stad.

Universiteit van Coimbra
Universiteit van Coimbra


's Avonds lopen we weer de stad in. We drinken een aperitief (witte port) op het Santa Cruz plein bij het Café Santa Cruz. Prachtig interieur en een zeer aantrekkelijk gelegen terras naast de kerk met uitzicht op het plein en de voornaamste winkelstraat. Daarna eten we eenvoudig bij de Adega Paço de Pedro, een simpel grill restaurant. en talent, pakken de gitaar ter hand en beginnen hun lied te zingen. We hebben het geluk.

Nog meer pracht in Coimbra

We beginnen de dag waar we gister zijn geëindigd: bij de universiteit. We maken wat foto's, hetgeen gisteren wat moeilijk was omdat de zon verkeerd stond. Na de fotomakerij dalen we weer af naar het centrum. We lopen naar de rivier, steken die via de grote brug over en lopen naar de ruïne van het oude Santa Clara klooster. Van het klooster is niet veel meer overgebleven. Oorspronkelijk lagen hier koningin Ines en koningin Isabel begraven. Isabel was de vrouw van Koning Dinis (1279-1315), die veel van haar rijkdom weggaf aan de armen, dit tot ergernis van haar man. Haar wonder voerde ze uit toen ze betrapt werd bij het smokkelen van een lading goud voor de armen. Toen ze gevraagd werd wat er in haar tas zat, antwoordde ze: "bloemen". Bij het openen van de tas trof men daadwerkelijk bloemen aan. Koningin Ines was de geliefde van de latere Koning Pedro (1320-1367). Ines was Spaanse hetgeen voor Pedro's vader Koning Alfonso IV een onoverkomelijk bezwaar was. Het paar trouwde toch in het geheim, waarop Alfonso Ines liet vermoorden in Coimbra in 1355. Pedro kwam in opstand tegen zijn vader. Toen Pedro uiteindelijk koning werd liet hij de moordenaars terechtstellen en sneed persoonlijk hun harten uit. Hij liet Ines opgraven en zette haar ontbindende lijk op de troon naast hem en dwong de hovelingen haar hand te kussen. Ines en Pedro liggen nu in Alcobaça begraven. Isabel ligt nu in het nieuwe Santa Clara klooster. Dat ligt een korte klim verwijderd van het oude. Het klooster zelf is nu een kazerne en militair museum, maar de kloosterkerk is nog volop in bedrijf.

's Middags rijden we naar Lousã een dorpje ten zuidoosten van Coimbra. Het is weer snikheet en in Lousã durven we nauwelijks de auto uit. We rijden omhoog de bergen in naar een kleine kasteelruïne. Deze biedt een mooi uitzicht op een kerkje op een heuvel verderop. Vervolgens rijden we door de prachtige vallei van de Mondego terug naar Coimbra.

's Avonds eten we wederom bij O Trovador , waar tijdens het maal een trio fado muzikanten optreedt. Hiervoor wordt een kleine toeslag op de rekening gezet. Het optreden is nogal plichtmatig, maar misschien zijn we wel verwend door het spontane optreden gister in Diligência. Het eten was weer uitstekend en voldaan slepen we ons de berg op naar het pension.

Ommuurde stad Óbidos

We verlaten Coimbra en rijden via een aantal tolwegen naar Óbidos. Óbidos is een klein volledig ommuurd stadje. In een hoek van de stad bevindt zich een kasteel, dat ook als koninklijke residentie heeft dienst gedaan. Hierin is de Pousada (Castelo) gevestigd, waar we twee nachten zullen doorbrengen. De locatie is prachtig. Vanaf de kasteelmuur kijken mijlenver de omgeving in. We lunchen in de Pousada. Na de lunch rijden we naar Foz de Arelho, een badplaats, op zo'n 15 km afstand van Óbidos. Het is snikheet en we hebben zin in het strand. Onze teleurstelling is dan ook groot als we merken dat het strand in de mist is gehuld. Het is er helemaal niet warm en zonnig. Na een uurtje hebben we het wel gehad en rijden terug. In Óbidos is het nog wel lekker en we genieten van de rust en het uitzicht op het terras van de Pousada op de kasteelmuur.

We dineren in de Pousada, met uitzicht op de omgeving. Daarna gaan we nog wat drinken in het inmiddels uitgestorven stadje.

Alcobaça en Nazaré

We verkennen het stadje, dat rond koffietijd wordt overspoeld met dagjesmensen die in touringcars worden aangevoerd. De kerk van Óbidos is wel de moeite waard. Verder zijn er veel souvenirwinkels en straatjes die prachtig zijn zodra de toeristen weer weg zijn, maar dat is pas na 2 uur 's middags.

We rijden naar Alcobaça. Daar staat de voormalige cisterciënzerabdij van Santa Maria. De orde werd in 1834 ontbonden. Het klooster had een reputatie hoog te houden op het gebied van het "rijke Roomse leven". In de kerk staan de graven van Koning Pedro en Isabel, met de voeten naar elkaar toe. Op die manier zullen zij als zij op de dag des oordeel zouden opstaan elkaar meteen in de ogen kunnen kijken. De enorme keuken is een weer een hoogtepunt. De gigantische schoorsteen neemt een belangrijke plaats in. De monniken hadden zelfs de loop van de rivier omgeleid door de keuken, zodat de vis automatisch werd aangevoerd. Het eetfestijn kende wel één beperking: monniken konden de refter (eetzaal) slechts bereiken via een smalle deur. Degenen die er niet door konden, moesten een aantal dagen vasten. In de Koningszaal staan beelden van alle koningen tot koning José die in 1777 overleed. Na het bezoek aan het klooster lunchen we op een pleintje ernaast.

We rijden daarna verder naar Nazaré, een badplaats. Het was ooit een pittoresk vissersdorpje, waar de vissers hun schepen op het strand trokken. Het massale toerisme heeft het karakter van het dorp wel geweld aangedaan. We nemen de funicolar (een bergbaantje) naar de top van de berg, die Nazaré overschaduwd. Vanaf grote hoogte ligt het plaatsje er toch prachtig bij. De vissersschepen zijn inmiddels verplaatst naar een nieuwe haven ten zuiden van Nazaré.

Igreja de Nossa Senhora, Nazaré
Igreja de Nossa Senhora, Nazaré


We volgen de kust naar San Martinho do Porto, waar volgens onze Rough Guide een rustig strand bij het gehucht Gralha moet zijn. Het kost enige moeite, maar we vinden het uiteindelijk wel. Inderdaad, het is zo goed als verlaten. Zwemmen is niet aan te bevelen, aangezien de Atlantische Oceaan een gevaarlijke onderstroom heeft hier. 's Avonds eten we in de Estalegem do Convento een uitstekend restaurant, dat zich kan meten met de Pousada.

Leiria

We rijden naar Leiria. Hoewel het maar 60 kilometer van Óbidos ligt, doen we er 2 uur over. De wegen zijn smal en overvol. In Leiria zelf kost het wat moeite een hotelkamer te vinden. Twee adressen zijn vol, een derde bestaat niet meer. We vinden uiteindelijk een kamer in hotel Eurosol, een zakenhotel, dat de sporen van de jaren zeventig nog niet heeft kunnen uitwissen. De receptionist raakt in verwarring als blijkt dat het tweepersoonsbed voor twee mannen is bedoeld, maar hij geeft zich snel gewonnen. De bell boy is wat meer van zijn stuk en probeert ons zoveel mogelijk te ontlopen in de dagen die volgen. We lunchen in het hotelrestaurant, dat zich op de bovenste etage bevindt en een mooi uitzicht heeft. 's Middags vraag ik bij de receptie waar ik een emailtje kan versturen. De receptionist neemt me meteen het kantoor in, stuurt een administratieve collega van haar werkplek weg en laat me m'n gang gaan. Wat een service! Ik voel me toch wat opgelaten en houd het kort. Later vinden we in de stad een internetcafé in een boekhandel. Daarna brengen we een bliksembezoek aan het kasteel van Leiria (de enige bezienswaardigheid hier).

Fatima

Leiria mag dan zelf niet veel bezienswaardigheden hebben, het ligt wel strategisch om de omgeving te verkennen. We beginnen onze tocht van vandaag in Fatima. Het meest voor de hand liggende reisdoel in de streek. In Fatima verscheen in 1917 de maagd Maria in een eikenboom aan drie herderskinderen. Twee van hen konden daar maar kort van nagenieten, aangezien ze twee jaar later tijdens een griepepidemie bezweken. Het wonder werd met scepsis begroet. De anti-religieuze regering beschuldigde de kerk van een publiciteitsstunt om haar blazoen op te poetsen. De kerk was bang voor een "vals alarm". Maar bij de derde verschijning zagen 70.000 getuigen het "wonder van de zon". Daarna was er geen houden meer aan. Zieken werden genezen, blinden konden weer zien, lammen weer lopen, stommen spreken: het kon niet op.

Gek genoeg konden alleen de kinderen Maria zien en horen en alleen Lucia, de oudste kon met haar spreken. Aan haar werden de drie geheimen van Fatima verteld. Het eerste was dat er vrede zou komen (de 1e wereldoorlog was in volle gang op dat moment), het tweede was dat Rusland bekeerd zou worden en in vrede zou voortgaan. Als dat niet gebeurde zou Rusland haar fouten over de wereld verspreiden en de kerk vervolgen. Dit was een paar weken voor de Russische Oktoberrevolutie. Het derde geheim, bleef dat ook. Het lag lange tijd in bureaulade van de paus in het Vaticaan. De basiliek dateert uit de 50'er jaren en is vooral erg groot. Er hangen gigantische portretten van de herderskinderen aan de gevel. Er is altijd wel een druk bezochte mis gaande.

Bedevaartsoord Fatima
Bedevaartsoord Fatima


Rond de kerk is een verkeerscirculatieplan en een onafzienbare hoeveelheid parkeerplaatsen. Voor de basiliek staat ook de verschijningskapel die vol zit met devote pelgrims. De oorspronkelijke eik is vervangen door een nieuwe, aangezien de oude door de pelgrims is gesloopt. Een flink aantal van hen bereikt de kapel op de knieën (als penitentie), soms zelfs op blote knieën - en dat in de brandende zon. We zijn wel onder de indruk van zoveel devotie. In het dorp zelf struikel je over de souvenirwinkels die elk mogelijke vorm van kitch aanbieden, waarbij de grenzen van smakeloosheid nadrukkelijk worden verkend zoniet ver overschreden.

Na Fatima rijden we naar Batalha. Hier staat een groot (voormalig) klooster ter nagedachtenis aan de slag bij Aljubarotta (1386), waarbij de Portugezen, met steun van Engelse boogschutters de Spanjaarden uit Portugal verjoegen. Het verdrag van Windsor uit dat jaar verbindt de twee landen sindsdien tot op de dag van vandaag. Na Batalha rijden we naar Mira de Aire. Hier zijn een aantal grotten de bewonderen. We dalen onder begeleiding van een gids, die wat Duits spreekt (en "heel mooi" kan zeggen) zo'n 110 meter af. Trappen zijn uitgehouwen in ruimtes met prachtige stalagmieten en stalaktieten. De grotten zijn ontdekt in 1947.

's Avonds eten we in Leiria bij Aquario, een eenvoudig restaurant, maar met prima eten. We nemen nog een lekkere cocktail (Caiparinha) op een terrasje op het Largo Cándido dos Reis, waar een aantal bars en café's zijn geconcentreerd.

Marvão, nabij de Spaanse grens

We rijden van Leiria naar Marvão. De route gaat dwars door Portugal naar het oosten. Marvão ligt in de provincie Alentejo nabij de Spaanse grens. Het is een bergdorpje met witte huizen, een stadsmuur en een kasteelruïne. In Marvão verblijven we in de pousada. De Pousada is in een aantal aan elkaar geschakelde witte huisjes gevestigd. Het uitzicht vanuit, zowel het restaurant, het terras en de kamer is wederom schitterend en reikt tot in Spanje. Na de lunch gaan we naar het naburige Castelo de Vide. In Castelo de Vide is het nog bloedheet (± 36°C). Gelukkig bieden de smalle straatjes enige beschutting tegen de zon.

Kasteel Marvao Alentejo
Kasteel Marvao Alentejo


We wandelen wat door de Judería, de voormalige Joodse wijk. Hier is ook de de voormalige synagoge. Joden hadden in Portugal, tegenstelling tot Spanje, na de herovering van Portugal op de moren een relatief gunstige positie. Ze hadden vrijheid van godsdienst en speelden een belangrijke rol in de economie. Onder toenemende Spaanse druk besloot koning Manuel I in 1496 tot hun uitwijzing. Velen vertrokken naar Nederland. Boven de Juderia torent de kasteelruïne. Op straat zien we vele oudere en nog niet zo oude dames voor hun voordeur zitten kantklossen, kennelijk een traditie hier. Het uitzicht vanaf het kasteel over de omgeving inclusief Marvão is heel mooi.

We rijden terug naar Marvão en drinken een koele witte Port op het terras. Daarna verplaatsen we ons naar het restaurant waar we heerlijk dineren. Helaas is de airconditioning defect en wordt het een nogal warme nacht.

Évora

Na het ontbijt kijken we eerst nog wat rond in Marvão. Net als Castelo de Vide is het een hagelwit dorpje geheel ommuurd en met een kasteelruïne boven op de top van de berg. Het wordt al snel warm. We gaan op weg naar Évora. De route gaat grotendeels over de snelweg. In Évora is het ook warm. In de namiddag bekijken we de Capelo dos Ossos in de Igreja de São Francisco. Dit is een nogal bijzonder en vooral ook morbide bezienswaardigheid. In de 15e en 16e waren er in Évora 42 kloosterbegraafplaatsen, die de nodige ruimte in beslag namen. De Franciscanen hadden een praktische oplossing. Ze bemetselden een kapel met de botten, schedels en bekkens van hun overleden broeders. In de kapel zijn op die manier de skeletten van meer dan 5000 monniken verwerkt. De inscriptie "Nos ossos que aqui estamos pelos vossos esperamos" (Wij botten liggen hier te wachten op de jouwe), laat weinig aan duidelijkheid te wensen over. 's avonds eten we in een pizzeria en vervolgens een drinken we wat op een terrasje op de Praça do Giraldo.

De bottenkapel in Évora
De bottenkapel in Évora

Mooie tempel in Portugal

We staan vandaag vroeg op om de hitte voor te zijn bij de sightseeing. Om 8 uur staan we buiten en is de temperatuur echt aangenaam. We wandelen naar de Romeinse tempel (2e eeuw), die volgens de volkswijsheid aan Diana gewijd moet zijn geweest. Apollo is waarschijnlijker. Het moet een van de best bewaarde tempels in Portugal zijn. Dicht in de buurt staat de kathedraal. Een strak romaans bouwwerk met een aantal gotische toevoegingen. De binnenkant is volledig gotisch en dateert uit de 18e eeuw. We nemen ook een kijkje in het hoogkoor en een klein museum dat bij de kerk hoort. Rond half elf zijn we dan bij de universiteit. Deze heeft een prachtige binnenplaats met een galerij eromheen. In de 18e eeuw werd de universiteit gesloten door de Markies de Pombal, die toen minister-president was, en een grote hekel aan de Jezuïeten had, die de universiteit indertijd leidden. In de jaren 70 van de 20e eeuw is de universiteit weer geopend.

Romeinse tempel van Diana, Évora
Romeinse tempel van Diana, Évora


We rijden terug naar Évora, waar we de rest van de middag in het gemeentelijke zwembad doorbrengen tussen de plaatselijke jeugd. 's Avonds eten we (alweer) in een pousada, maar nu in die van Évora (Loios) zelf. Ook deze is in een voormalig klooster gevestigd. Het restaurant ligt rond de kloostergang. Helaas is de bediening wat stug.

Lissabon, hoofdstad van Portugal

Via de snelweg rijden we richting Lissabon. We passeren daarbij de Vasco da Gama-brug, de langste brug op het Europese continent, die 18 km lang is. We moeten nu voorbij Lissabon rijden naar Sintra. We nemen een verkeerde afslag en komen in een buitenwijk (Benfica) terecht. Na wat puzzelen komen we weer op het juiste spoor en tussen het drukke strandverkeer vinden de weg naar Sintra. We nemen daar onze intrek in het Nova Sintra pension. We lunchen in het restaurant er tegenover, waarna we twee van de top bezienswaardigheden gaan bekijken. Gelukkig is het weer wat aangenamer geworden.

's Middags wordt het "slechts" zo'n 24° C, zodat we veel meer energie hebben voor sightseeing. Sintra is een mooie plaats. De omgeving van Sintra staat vol met villa's en kleine familiepaleisjes van die ooit of nog steeds toebehoren aan rijke families uit Lissabon, die hier een zomerresidentie hadden. Ook de koninklijke familie van Portugal had hier zijn onderkomens.

Eén daarvan is het Pena-paleis. Gelegen in de heuvels ten zuiden van Sintra is het al van veraf te zien. Vanaf de ingang tot de tuin brengt een busje ons omhoog naar de ingang van het paleis. Het werd gebouwd rond 1840 door een Duitse architect in opdracht van de Duitse echtgenoot van koningin Maria II. Het is een fantasiepaleis, waar alle stijlen uit allerlei perioden en werelddelen door elkaar lopen. Kitsch wordt niet geschuwd, integendeel. Het interieur ziet er net zo uit als de koninklijke familie het achterliet in 1910 toen ze naar Engeland vluchtte: betonnen ruimtes die zo zijn gedecoreerd dat ze op hout lijken, beelden van Moorse dienaren die electrische schemerlampen vasthouden, enorme hoeveelheden Meissen-porselein met Duitse landelijke taferelen - het is er allemaal. Op één of andere manier heeft het Disney-achtige paleis een grote aantrekkingskracht op homo's, want die zijn er in grote getale op afgekomen deze zondagmiddag. De Roze Zaterdag is er niets bij!

Paleis van Pena, Sintra
Paleis van Pena, Sintra


Vlakbij het Pena-paleis liggen de overblijfselen van het Moorse fort, dat zich uitstrekt tussen twee pieken, met een moskee in het midden. De muren staan er nog net als de fortificaties op de heuveltoppen. Het is een hele klim, maar je wordt beloond met een prachtig uitzicht op de omgeving (van de kust tot Lissabon) en op het Pena-paleis.
Moorse fort
Moorse fort


's Avonds eten we bij Tulhas een eenvoudig restaurant met smakelijk eten. Zo druk Sintra is op zondagmiddag, zo stil is het zondagavond.

De volgende dag worden we wakker van de bouwvakkers die het hotel aan het verbouwen zijn. Er wordt flink gehakt en gemetseld. Na het ontbijt wandelen we naar het Koninklijk Paleis. Niet het Pena-paleis, maar het paleis dat op basis van een Moors paleis werd gebouwd door João I en later verfraaid door Manuel I. In een galerij met uitzicht op de paleiskapel zat de gek geworden Alfonso VI zes jaar opgesloten, door toedoen van zijn broer Pedro II. Hoogtepunt is de Sala das Armas, die wordt opgeluisterd door 72 familiewapens van adelijke families. Verder zijn er nog de Zwanenzaal en de Eksterzaal.

Na het bezoek aan het paleis rijden we naar Monserate. Dit is een halfwilde tuin, die werd aangelegd door twee puissantrijke Britten die het landgoed achtereenvolgens in bezit hadden. We rijden door naar Colares, het centrum van de wijnbouw in deze streek, waar we een eenvoudige lunch gebruiken. Daarna rijden we door naar Azenho do Mar. Een "plaatje" van een dorpje, gelegen op een klif die zee wild de oceaan in steekt. We rijden langs de kust naar het zuiden naar Cabo da Roca, het meest westelijke punt van het Europese continent. Een natuurlijke trekpleister voor touringcars vol dagjesmensen. Een gedenkteken markeert de locatie met coördinaten en al. We volgen de kust verder naar Cascais, een bad- en vissersplaats aan de Costa de Estoril. We wandelen hier wat en genieten van het uitzicht vanaf een terras aan de haven. Terug in Sintra eten we bij een eenvoudig restaurantje Adega das Caves.

Quéluz

We rijden door de ochtendspits naar Quéluz en nemen onze intrek in de pousada. De pousada is gevestigd in een bijgebouw van (ja alweer) een koninklijk paleis. De buitenkant is stemmig roze. Binnen overheerst rood. Het is allemaal prachtig en stijlvol. Het gebouw heeft zelfs een koninklijk theatertje, dat nu dienstdoet als conferentiezaal.

Het paleis zelf ligt tegenover de pousada. Helaas kunnen we het vandaag niet bezichtigen, omdat het dinsdags gesloten is. We besluiten naar Mafra te rijden. Daar staat namenlijk nog een koninklijk paleis. Het is een gigantisch complex rond een basiliek en doet sterk denken aan het inmense Escoriaal in Madrid (van Philips II). Dit is echter groter. Helaas staan we ook hier voor een gesloten deur. Dinsdag blijkt de landelijke sluitingsdag voor koninklijke paleizen te zijn. We rijden terug naar Queluz, parkeren daar de auto en nemen de trein naar Lissabon. We zijn er in 20 minuten. We wandelen zonder concreet doel door de winkelstraten en snuiven wat van de grote stad op. Rond vijf uur nemen we de trein terug naar Queluz.

's Avonds dineren we in het restaurant van de Pousada. Die is gevestigd in de voormalige keukens van het koninklijk paleis, voorwaar een schitterend decor. De tafels staan rond de gigantische schoorsteen en fornuis opgesteld. In de vrij hoge koepelvormige ruimte is de akoestiek ook mooi. Het diner wordt opgevrolijkt door een harpiste die voor ons stemmige melodieën ten gehore brengt. Het eten (wild zwijn) en de bediening zijn echt voortreffelijk.

Paleis van Quéluz

We bezoeken eerst het paleis. De zalen zijn wel mooi, maar matig onderhouden. Een grote restauratie klus is net begonnen en één zaal is afgesloten. De ambassadeurszaal is het meest indrukwekkend. De tuinen zijn groot en prachtig. Na het paleisbezoek gaan we op weg naar Lissabon. Het is heel druk op de weg. Zonder al te veel problemen vinden we het hotel Anjo Azul, dat gelegen is in een van de vele smalle straatjes in de Bairo Alto (bovenstad). Parkeren is minder makkelijk, maar het lukt tenslotte wel. We gaan de stad in.

Na een lunch bij MacDonalds nemen we de supertram naar Belem een buitenwijk van Lissabon aan de oevers van de Taag. Hier staan een aantal maritieme monumenten. We beginnen met het Monasteiro São Jeronimo. Dit klooster werd gesticht ter viering van de terugkomst van Vasco da Gama na zijn ontdekking van de zeeroute naar India. Tegenover het klooster staat het monument voor de ontdekkingsreizen uit 1960. Het is een betonnen kolos in de vorm van een scheepsboeg. Iets verderop staat de Torre de Belem. Deze toren die wacht hield over de monding van de Taag is ook een prachtvoorbeeld van Manuellijnse bouwkunst met moorse invloeden. Oorspronkelijk stond de toren midden in het water, maar door het aanwassen van de oevers wordt het nu nog door een klein grachtje van het vaste land gescheiden. Het uitzicht van de toren is aardig. Het interieur minder.

's Avonds eten we in Cantinho das Gaveas. Klein, doch goed en niet te duur restaurant in de Bairo Alto. Daarna pauzeren we even op de hotelkamer voordat we het gay nachtleven van de Bairo Alto ingaan. Dat begint laat en daarom zitten we pas om half twaalf in Portas Lagras, een druk, gezellig café met gemengd (ho/he) publiek. De deuren staan wagenwijd open en het publiek neemt de halve straat in beslag. We lopen verder naar Setimo Ceu een trendy bar met groot aquarium met vooral gays en ten slotte bekijken Baliza, klein, rustig, maar helaas vol.

We ontbijten in een cafeetje om de hoek van het hotel. We gaan met de tram op weg naar de Kathedraal. Het is een somber romaans gebouw. Ze werd gebouwd vanaf 1150 ter gelegenheid van de herovering van de stad op de moren. In het museum zijn wat relikwieën van Sint Vincent te vinden, door koning Alfonso Enriques hier gebracht per schip, geloodst door raven. Eeuwenlang woonden afstammelingen van die vogels in de kerk, maar in 1978 stierf de laatste. De raaf is nog wel een symbool van de stad. De kloostergang wordt momenteel (in onze ogen althans) weinig professioneel gerestaureerd. We lopen iets verder naar het Miradouro de Santa Lucia. Dit is een uitzichtpunt bij de kerk met dezelfde naam, dat uitzicht biedt over de Alfama, de oude (moorse) volkswijk van Lissabon en op de Taag. We gaan verder naar de ruïnes van het kasteel van São Jorge. We wandelen door de Chiado wijk naar café Benard in de Rua Garrett. Daar drinken we wat op het terras.

's Avonds eten we bij A Casa Nostra. Een modern Italiaans restaurant in de Bairro Alto. Heerlijk inventief eten. Na het diner duiken we het nachtleven in!

Parque de Naçoës

Na het ontbijt nemen we de metro naar het Parque de Naçoës, het terrein van de Expo van 1998. We bezoeken daar het Oceanium. Een gigantisch aquarium met een grote variëteit aan vissen, maar ook watervogels, otters en ander waterdieren. Het wemelt er ook van schoolkinderen op schoolreis, wat het nogal lawaaiig maakt. Desalniettemin een indrukwekkende attractie. Het is een van de grootste aquaria ter wereld. Daarna bezoeken we het centrum van de virtuele werkelijkheid. Daar krijgen we een multimediashow over het leven van Luis Camoës, de nationale dichter van portugal, die ook een avonturier en held geweest moet zijn. Video's, animaties en een bewegende bioscoop doen ons alles intenser beleven.

We lunchen bij een restaurant, gespecialiseerd in de keuken uit de Alentejo, maar dat hadden we beter niet kunnen doen. Het is bar slecht en zeker niet goedkoop. Na de lunch maken we een ritje met de kabelbaan over het terrein, en komen uit bij de uitkijktoren. Die biedt een aardig uitzicht op de Vasco da Gama brug, die hier vlak lang komt en het Noordoosten van de stad. We nemen de metro, die ons weer naar het hotel brengt.


's avonds eten we bij Põe-te-na-bicha. Klein restaurantje met heerlijk eten en fijne sfeer. Na de gebruikelijke pauze gaan we nog eens richting Rato. Achtereenvolgens bezoeken we Max en Bar 106 om te eindigen bij het bomvolle Portas Lagras vlak bij ons hotel in de Bairro Alto. Nu is de hele straat bezet met gasten, die niet meer in de bar zelf passen. Heel gezellige sfeer. Een fijn afscheid van Lissabon.

Na het ontbijt wandelen we nog wat door de Chiado. We drinken koffie bij Benard. Om een uur of elf ontruimen we onze kamer zoeken de auto op, die onbeschadigd op dezelfde plek is blijven staan en gaan op weg naar het vliegveld. Daar komen we ook drie kwartier later aan. Het is even zoeken naar het inleverpunt voor de huurauto, maar ook dat neemt op zich weinig tijd. Dan is het wachten geblazen op ons vliegtuig dat rond 15 uur zal vertrekken.

Heb je interesse in een reis naar Portugal? We helpen je graag om deze reis naar jouw wens samen te stellen. Reisbureau Reisgraag.nl scoort een 9+ in reviews, we zijn lid van ANVR, SGR & Calamiteitenfonds en we hebben al meer dan 12,5 jaar ervaring. Vul hieronder jouw wensen in voor jouw vakantie naar Portugal, dan sturen we je gratis een voorstel op maat.

Vertel ons uw vakantie wensen. Onze reisexperts geven u gratis en vrijblijvend reisadvies op maat.

Zonder budget geen passend advies.
Uw gegevens

* = verplicht. Privacy beleid is van toepassing

Vakantieverhalen / reisverslagen

Gerelateerde artikelen