Jassoe Corfu!

Bestemming: A. Corfu (Griekenland)
Periode: september 2016
Vervoer: vliegtuig
Accommodatie: hotel
Organisatie: Sunweb

“Jassoe!” roept Lex enthousiast.
Hij wrijft in zijn handen en kijkt ons triomfantelijk aan. Lex is een joviale vijftiger in trainingsbroek met een wit T-shirt. Hij zwaait uitgelaten naar de dames die handgemaakte olijfhouten souvenirs verkopen. De vrouwen kijken verrast op en zwaaien terug.
“Jassoe!” roept hij zijn eerste woordje Grieks nog een keer.
Met een groepje reisgenoten wandelen we door het dorpje Gouvia op Corfu om de buurt te verkennen. We zijn net met het vliegtuig aangekomen en willen onze eerste vakantiedag al genieten van de Griekse sfeer. De lucht is strak blauw en de zon is nog erg warm.
“‘Jassas’ moet je zeggen,” verbetert Sandra hem. “Als je ‘hallo’ tegen één iemand zegt, is het ‘jassoe’ en als er meer mensen zijn, dan zeg je ‘jassas’.”
Sandra kan het weten. Zij is al voor de zesde keer op Corfu.
“Ik ben helemaal verliefd op dit eiland,” zegt de Rotterdamse. “We zijn al voor de vierde keer in dit hotel. Mama Sousy is zo’n schatje!”
Sousy zwaait de scepter over ons appartement Ghikas in Gouvia. Ze verwelkomde ons bij aankomst heel hartelijk met koffie en koekjes.
“Nee, effe serieus,” zegt Hans. Hans is de vriend van Sandra. “Als alle mensen waren zoals Sousy, dan was er geen oorlog meer in de wereld.”
Sandra knikt instemmend. Ze vertelt dat ze ’s zomers niet meer op vakantie gaan, maar elk jaar in mei en in september vrije dagen opnemen om naar Griekenland te gaan. Ze geeft gratis advies over de lekkerste restaurants. Hans wijst naar Sjakie die Hollandse bitterballen op het menu heeft staan. Zijn Griekse naam weten ze niet, maar ze hebben hem Sjakie genoemd en zo laat hij zich graag aanspreken. Ze groeten hem en hij herkent hen en maakt een praatje. Hij heeft een paar jaar in Nederland gewerkt. Lex belooft hem direct een keer te komen eten. Hij vindt het wel makkelijk dat de man hem gewoon kan verstaan. Hij bestudeert de menukaart.
“Hé, Sjakie, die kipsaté kom ik proeven, hoor! En die bitterballen lust ik ’s avonds wel bij een borrel.”

We lopen naar de kust om een indruk van het strand te krijgen. Er liggen kiezelstenen. Ik had een zandstrand verwacht. Sandra vertelt lyrisch over de stranden en blauwe baaien bij Paleokastritsa en Sidari. Twee plaatsen die we echt moeten bezoeken. Als we naar het centrum teruglopen, komen we langs vreemde stenen overblijfselen. Sandra en Hans zijn niet zo cultureel aangelegd en kunnen ons geen uitleg geven.
“Wij zijn meer van het vreten,” verklaart Hans. “Ik zal je vertellen: in restaurant Moukas krijg je de lekkerste souvlaki. Van die varkens- of kipspiesies met oregano. Die kunnen ze zo lekker grillen!” zegt hij en hij klopt op zijn buik. “Daar doe je een moord voor, ech wel!”
Sandra schudt haar hoofd. “Hij ken zo overdrijven. Maar ze zijn wel heerlijk, da’s waar.”
Er schieten een paar zwerfkatjes voor onze voeten weg onder een geparkeerde auto. Als we even stoppen, komen ze nieuwsgierig te voorschijn.

Zwerfkatje
Zwerfkatje


“Ach ja, zo lief,” kweelt Sandra. “En je ziet ze overal! Zo zielig!”
Mijn dochter knielt bij de katjes neer en begint ook al ‘ah’ te roepen. Ze wacht net zo lang tot eentje zich laat aaien. Het beestje niest onophoudelijk en maakt een zieke indruk. Ik krijg mijn dochter met veel moeite weer mee. We lopen langs kleine boompjes die vol hangen met groene limoentjes en langs heel oude verweerde olijfbomen. De stammen zitten vol gaten, maar de bomen hebben volop groene blaadjes. Mijn dochter vindt het geweldig om sinaasappels echt aan bomen te zien groeien. De vijgen aan de takken van de vijgenbomen kleuren al paars.
“Zullen we een bakkie doen?” brult Hans.
Het is 26 september, maar nog rond de dertig graden en we hebben allemaal dorst.
“Wat zeggie? Ik hoor je wel, hoor. Je hoef nie zo te blèren,” corrigeert Sandra hem. “Of leg ‘t aan mijn oren?”
Mijn dochter kijkt mij even aan en lacht.
“Geef mij maar pils,” zegt Lex. “Daar ben ik wel aan toe.”
We strijken neer op het terras van restaurant Mythos en drinken op aanraden van de ober retsina, een Griekse witte wijn. Mijn dochter en ik willen zoveel mogelijk Griekse gerechten en drankjes uitproberen. We moeten wel even wennen aan de harssmaak van de retsina. Sandra is er al aan gewend. Hans houdt het bij koffie en Lex bestelt bier. De vriendelijke bediening spreekt gelukkig goed Engels.
Bij het weggaan vraagt de ober aan mijn dochter: “Weet je waarom je zo mooi bent?”
Ze trekt haar wenkbrauwen hoog op en schudt nee.
“Omdat je op je moeder lijkt,” antwoordt de charmante jonge Griek.
Raak. In één klap heeft hij twee vrouwen gelukkig gemaakt.

We lopen lachend naar ons appartement terug. Onderweg pak ik een afgevallen vijg van de grond. Ik breek hem open. Het lijkt me verrukkelijk om zo’n verse vijg te eten. Ik wil een hap nemen tot ik opeens allemaal heel kleine witte larfjes zie krioelen. Toch maar niet. Ik gooi hem met een boog een tuin in. Ook de vijgen die ik in een winkeltje zie liggen, hoef ik voorlopig niet meer. Voortaan zal ik eerst goed kijken. Die mooie rode granaatappels zien er erg aantrekkelijk uit. Die moet ik wel geproefd hebben voor we weer naar huis toe gaan.

Om half zes worden we in hotel Ghikas verwacht door de reisleiding van Sunweb. Daar ontvangt Manon ons bij de bar van het zwembad. Ze geeft informatie over de excursies waaraan we kunnen deelnemen en over de prachtige baaien aan de westkust van Corfu.
Ze raadt aan om Corfu-stad te bezoeken en de plaatsjes Paleokastritsa en Sidari waar het water helder groenblauw is. Sandra knikt uitbundig naar ons en steekt haar duim op. Manon van Sunweb wijst de weg naar de supermarkt en maakt duidelijk hoe de bussen werken. Verder legt ze uit dat de riolering op Corfu het wc-papier niet aan kan. We worden vriendelijk verzocht dat in de vuilnisbak te deponeren.
“Jasses!” zucht een geblondeerde vrouw naast me hartgrondig. De zwaar opgemaakte dame trekt een gezicht alsof ze in een citroen gebeten heeft.
“‘Jassoe!’ zal je zeker bedoelen,” giechelt Sandra.

Geschreven door Catharina van Valen

Vakantieverhalen / reisverslagen