Flydrive Nationale Parken van Zuid-Afrika

Bestemming: A. Kaapstad (Zuid-Afrika) , B. Johannesburg , C. Bloemfontein , D. Saint-Lucia
Periode: juli 2014
Vervoer: Vliegtuig en auto
Accommodatie: Hotel en tent/Nkabemi tentenkamp
Organisatie: De Jong Intra Vakanties

De eerste dag van onze vakantie met De Jong Intra bestond uit een lange vlucht naar Zuid-Afrika. Na een prima nacht (omdat er geen tijdsverschil zat tussen Nederland en onze bestemming, hadden we geen last van een jetlag) namen we de huurauto in ontvangst die ons van Kaapstad naar Johannesburg zou brengen. Tenminste, daar moesten we zelf voor zorgen. We inspecteerden de auto en ondanks dat deze er prima uit zag, besloten we onze nieuwe bak direct in de garage van het hotel te zetten. Dit bleek nog geen eenvoudige klus. Niet alleen omdat de rem erg gevoelig was en er links gereden moest worden, maar ook omdat de garage niet bepaald ruim gebouwd was. Opgelucht dat we niks geraakt hadden, liepen we weer naar de kamer. Hier had ik inmiddels het internet ontdekt, waardoor ik kon zien dat ik een nieuw bericht had van de touroperator die onze trip naar Robbeneiland zou verzorgen. Ken je die van die gasten die naar Robbeneiland gingen? Juist… Vanwege het slechte weer zou de boot niet gaan en was de tour geannuleerd. Een kort belletje bij de receptie en we hadden ons geld terug, maar ook gelijk een gat in ons schema.

We kozen voor de bustour. Dapper (gezien de weersverwachting) gingen we boven, in de openlucht zitten. De bus bracht ons naar Long Street, naar de voet van de Tafelberg (vanwege het slechte weer volkomen onzichtbaar) en langs de op 6 na mooiste botanische tuin ter wereld (zo vertelde het infosysteem ons.) We kwamen langs rijke wijken met dure huizen waar drie hekken omheen staan om pottenkijkers en dieven buiten te houden. Je moet het maar willen, zo wonen.

We stapten over op een andere bus en lieten ons meenemen naar een wijngaard: landgoed Groot Constantia, wat blijkbaar bekend staat om haar wijn. We maakten wat foto’s en boekten vervolgens een tour door de wijnmakerij. In een apart soort Engels werd ons verteld hoe wijn gemaakt wordt. Na afloop was er zelfs een proeverij. En dat nog voor de lunch! Moesten we dat nou wel doen? Jawel! Als echte kenners slobberden we de wijn naar binnen. Verschil proefden we niet echt. Na de lunch gingen we verder met de tour. We besloten ook te stoppen bij township Imizamo Yethu om hier een rondleiding te doen.

Township in Johannesburg
Township in Johannesburg


Zeker tijdens het WK vier jaar eerder hebben we veel gehoord en gelezen over townships, maar er nu een bezoeken was wel wat anders. In alle eerlijkheid: ik voelde me in het begin toch ongemakkelijk. Niet alleen vanwege de armoede en het besef hoe goed wij het eigenlijk hebben, maar ook omdat ik vooraf genoeg verhalen heb gehoord over hoe onveilig het zou zijn. Ik heb hier weinig van gemerkt. We liepen langs krotten van bijeengeraapt hout en andere materialen en het was ene grote bende, maar de mensen waren vriendelijk. We bezochten een winkel, vergelijkbaar met een campingwinkel. Later mochten we ook een kijkje nemen in de kleuterschool, het mooiste gebouw van allemaal. De kinderen waren erg druk maar razend enthousiast over onze komst. Ik was verrast door het gebouw en de aanwezige mensen en faciliteiten (bijvoorbeeld het Duitse boek van Disney, erop gericht om Frans te leren). Ik nam, op haar verzoek, een foto van een meisje en ging weer verder met de tour.
Een meisje in de kleuterschool
Een meisje in de kleuterschool


Even verderop werden we uitgenodigd om mee te eten toen er een aantal mannen de ingewanden van een koe op een provisorische grill stond te leggen. Het was op dat moment dat ik me besefte dat ik me niet eens onveilig voelde. En juist op dat moment vertelde de gids dat we niet verder zouden gaan richting de berg. Daar waren namelijk nog minder voorzieningen en daarom waren er bendeoorlogen uitgebroken. We keerden om en liepen terug naar onze luxe bus. Toch, ik ben blij het gezien te hebben.

De tour ging verder langs de schitterende kust (de lucht was inmiddels weer blauw) en we zagen onder meer Hout Bay, de mooie bergen daar omheen, het voetbalstadion en de haven. Hier stapten we uit en liepen nog een stukje langs het water. We sloten de dag af in ons hotel, op het dakterras, onder het genot van een hapje en een drankje (geen wijn).

De volgende dag reden we langs twee erg grote townships in de richting van het ‘stadje van de walvissen’. Nu hebben wij natuurlijk al wat ervaring met walvissen en het leek ons daarom onwaarschijnlijk dat je deze beesten zomaar zonder 5 uur durende boottocht zou kunnen zien, gewoon vanaf de kade. Uiteraard hadden we hierin gelijk want we zagen niks. Behalve dan een Jaha. Dat was een klein beestje, soort kruising tussen een konijn en een forse marmot. Ik wist niet hoe deze beesten heten, maar mijn reisgenoot zei dat hij daar wat over gelezen had. Toen ik vroeg wat voor beesten het waren, antwoordde hij dan ook ‘Jaha… Goede vraag’.

We verlengen onze parkeertijd (omgerekend nog geen 30 cent per uur! ) en haalden nog wat te eten. We begrepen uit het boekje al dat er weinig voorzieningen zouden zijn op onze eindbestemming, dus dat leek ons wel handig. Vervolgens reden we verder in de richting van Bontebok National Park. Gelukkig was de driebaans van vanochtend ingeruild voor een weg door een schitterend landschap. Want wat een mooi land is het eigenlijk. Veel groen, heuvels, watertjes en dat alles fraai verlicht door het zonnetje dat na de lunch gelukkig goed doorbrak. Ruim op tijd kwamen we aan bij Bontebok. Enigszins voorzichtig reden we over de onverharde weg naar de receptie. De hagelwitte Honda Jazz was dan wel verzekerd tegen deuken, krassen en nog veel meer soorten schade, maar we wilden het toch liever voorkomen.

We gooien onze koffers op de vloer van ons mooie chalet met schitterend uitzicht en gingen op zoek naar de route in het park die je met de eigen auto kon rijden. Na twee keer verkeerd te zijn gereden (knap, op een lange rechte weg) vonden we iets waarvan we dachten ‘nee, dit kan het toch niet zijn?’. Jawel! Onze nieuwsgierigheid en de belofte dat er op de route zebra’s te zien waren, wonnen het van het gezonde verstand en dus stuurden we de toen nog witte auto het hobbelige en natte pad op. En daar kregen we spijt van. Man, wat werden we door elkaar geschud op die onverharde en onsamenhangende weg. Er leek geen eind aan te komen. Gelukkig zagen we wel beesten. De bontebok antilopen, naamgevers van het park en beschermde diersoort. We maakten nog een korte wandeling, schoten wat plaatjes en gingen terug naar ons huisje. Niet veel later begon het flink te regenen. Fijn: wordt de auto weer een beetje schoon.

De weg naar Tsitsikamma National Park was lang maar prima te doen. We kwamen zowaar onze eerste tolweg tegen, waarbij de man in het hokje lachte alsof de door ons betaalde 40 Rand nooit bij zijn werkgever terecht zou komen. De weg werd gelijk een stuk beter maar het uitzicht minder. Onze oceanette bood, zoals het woord al zegt, uitzicht op de oceaan. Sterker nog, als het een beetje stevig gaat waaien, stroomt het water tot aan onze bedden. We besloten een wandeling te gaan maken in het park. De route bracht ons langs een klein strandje, een aantal Jaha’s, wat vogels, een klein watervalletje en een enorme hangbrug. Oh en een lading Nederlanders.
Een houten brug in het Tsitsikamma National Park
Een houten brug in het Tsitsikamma National Park


Kort na vertrek uit Tsitsikamma kwamen we bij ‘Big Tree’, een 1000 jaar oude, grote boom. De boom zelf stelde geen zak voor. Ook de ‘oude omgevallen boom’ was niet veel meer dan de naam doet vermoeden.

Snel maar verder naar Addo Elephant NP dan. Bij de receptie was het erg druk. Veel auto’s en een hoop toeristen (veel kinderen ook). We checkten in, kozen een creatieve route naar het huisje en reden daarna naar de ingang van het safaripark. Hier stond een kerel bij de poort van wie we hoopten dat hij niet ook verantwoordelijk was voor het tegenhouden van wild; dan zou er vannacht nog wel eens een leeuw naast ons bed kunnen staan. We hadden ons voorgenomen om op de geasfalteerde wegen te blijven, gezien onze ervaringen in Bontebok. We namen een zijweggetje en al snel stonden we oog in oog met een kudde buffels. Dat was de eerste van de big 5!
Een groep buffels
Een groep buffels


Even later zagen we in de verte een zebra en enkele minuten later hoorde ik ‘kijk, een olifant’. Dat klopte zowaar. In de verte stond een grote grijze reus lekker te chillen. Die moest ook op de foto dus! In de twee uur die volgden zijn we in de voormalig witte auto het park door geweest. Onder het mom van ‘ach, alle schade aan de auto is toch verzekerd’ (een zin die al vaak uitgesproken is deze week) zijn we ook over de onverharde paden gegaan.
Drie olifanten in een nationaal park
Drie olifanten in een nationaal park


We zagen onder meer everzwijnen, een stokstaartje, een lading vogels, een gevlekte grote kat, kudu’s, een soort konijn en nog meer zebra’s. Ja, wij kennen onze beesten wel hoor! Zo aan het einde van de middag moesten we nog ons best doen om op tijd terug te zijn bij de poort, anders zaten we in het donker opgesloten. Toen we bijna bij de poort waren bleek onze weg echter versperd door olifanten. In principe geen probleem, eerder stonden we al zo’n meter of 5 bij een jong gezinnetje vandaan (mijn selfie met een olifant mislukte helaas). Dit keer was het iets indrukwekkender. Midden op de weg liep een kudde van 3 grote en 3 middelgrote olifanten met daar tussen 6 kleintjes. En allen in formatie en duidelijk niet onder de indruk van onze semi-witte Honda Jazz (waar overigens steeds meer ratelende geluiden te horen zijn. Kan komen door de wegen die we kiezen). We maakten dus snel wat foto’s, een filmpje en maakten dat we weg kwamen want de kudde kwam op ons af gelopen.
De kudde met olifanten
De kudde met olifanten


De volgende ochtend gingen we voor de tweede keer het park in, nu ook op weg naar het zuidelijke deel. Al snel passeerden we zebra’s, olifanten en heel veel everzwijnen. Die beesten waren echt overal! Nadat we de provinciale weg overgestoken waren en dus in het zuidelijke deel waren, moesten we kiezen welke route we wilden rijden. We kozen de route met de naam die het beste uit te spreken was. Ik had gehoopt vandaag leeuwen te zien, maar dat bleek toch geen gemakkelijke opgave. Ook het bord bij de verschillende kampen waarop je kon aangeven wat je waar gezien had, bleef leeg. Toch, pioniers die we zijn, hadden we sterk het gevoel dat we een leeuw gingen vinden. Net op het moment dat ik zei ‘nou, ik ga er eens goed voor zitten!’ werden we verrast door een beest dat uit de bosjes kwam gelopen. Verrek, een leeuw! En kort daarna nog een. De leeuwen hadden niet bepaald haast maar moesten ergens zijn en vonden het blijkbaar praktisch om een stukje langs de weg te lopen. We reden maar een stukje mee en maakten ondertussen een lading foto’s (waaronder mijn selfie met een leeuw! ), terwijl we voor de zekerheid het raampje maar weer wat meer dicht deden. Er liep immers nog steeds wel een wild dier op nog geen twee meter afstand.

De rest van de rit zagen we meer everzwijnen, wat buffels, kudu’s, elanden en zebra’s. En eerlijk is eerlijk, op een gegeven moment hadden we het wel een beetje gezien. Weer zo’n stuk over een moeilijke weg, weer een kudde everzwijnen… Heel raar, maar we geloofden het wel.

De navigatie was ingesteld op Mountain Zebra NP, onze volgende locatie. We hebben de vriendelijke stem maar twee keer gehoord, want met een keer rechts en een keer links zaten we op de weg waar we 4 uur later ook onze bestemming aan zouden vinden. In een geheel ander landschap dan gisteren gingen we weer op pad met de eigen auto. We zagen eekhoorns, verschillende soorten hertachtigen (ik ben zo slecht met die beesten joh), buffels een veel bergzebra’s. Die zijn anders dan de gewone zebra’s, ook qua strepen. Verder spotten we ook nog wat struisvogels en enkele aapjes. Eerder hadden we er ook al een paar langs de weg zien staan. Wat opvallend was, want met de aapjes gebeurt het zelfde als we eerder met de rendieren in Scandinavië gezien hebben: daar waar je met borden gewaarschuwd wordt voor hun aanwezigheid zie je ze niet, en waar ze wel zitten, staan geen borden. In het geval van de rendieren is dat stom (pas op, rij ze niet aan. Als gevolg ga je meer oplettend rijden en vervolgens zijn ze er niet) en die aapjes pakken het goed aan. De borden waarschuwen je voor deze brutale, jatgrage beesten namelijk. Maar goed dus dat we de ramen dicht gehouden hebben toen we bij dat tuig waren.

Aan het einde van de middag liepen we nog een stukje over een route waar geen zak te zien was en besloten we de lokale beesten ook eens van dichtbij te bekijken: op ons bord. Helaas hadden ze geen kudubiefstuk meer. Liep waarschijnlijk niet zo hard. Of misschien juist wel en was dat nou precies het probleem.

Een dag later zouden we naar Bloemfontein rijden om iets buiten de stad op een landgoed te overnachten. Na een kort stukje over een onverharde weg kwamen we een stuk sneller dan de GPS voorspelde aan bij ‘De Oude Kraal’, een landgoed dat beheerd wordt door Gerhard en Marie. Op het landgoed werden we begroet door 4 honden, fijn. Gerhard heette ons welkom, smeerde ons 2 maaltijden aan (er was in de verre omtrek geen alternatief dus heel veel moeite kostte het niet) en liet ons in voor ons lastig te begrijpen Engels weten waar ons huisje zich bevond. De volgende ochtend hoorden we dat deze winter de koudste in jaren is. Plaatselijk waren er temperaturen van -19,4 graden gemeten. In ons huisje werd het zo koud dat er in de ochtend geen water meer uit de kraan kwam, de leidingen waren bevroren.
Een boom in '' de oude Kraal''
Een boom in '' de oude Kraal''


We reden, door saai landschap, naar Golden Gate NP. In de buurt van het park veranderde het landschap wel, naar meer bergen en meer van de kleur rood. Bij aankomst bleek dat er een stroomstoring was in het hotel, wat voor de nodige stress zorgde bij het personeel. Ik hou het er maar op dat dit de reden was van hun onbeleefde en onsamenhangende commentaar.
Omdat we te laat waren voor een rondleiding door het dorpje zijn we een wandeling gaan maken in het bergachtige gebied. We kozen de paddestoelenroute, die ons zou leiden naar een uitzichtspunt. Daar vandaan zouden we uitkijken over een berg die de vorm had van een… Paddestoel!

Tweede dag in Golden Gate NP. Vandaag zouden we de twee routes rijden die er in dit park te vinden waren. Op de routes zouden we beestjes kunnen zien, en daar zijn wij altijd wel voor te porren. We stuurden de Honda het pad op, door de plas met stukken ijs erin (de plas was een stuk dieper dan we dachten, dus is de onderkant van de auto in ieder geval weer schoon. Het hele motorblok vanwege de plons ook) en loerden op beweging van beestjes. Dat viel nog wat tegen, maar we zagen wel een schitterende dam! Nouja… Een dam. Even verderop zagen we wel beesten, een paar grazende herten (ik noem alles hert) maar die hadden we al op ons lijstje staan. Dan de andere route maar. Ook die viel tegen. Nog geen 40 minuten na onze plons met de auto hadden we allebei de routes in het park gehad en vrijwel niets gezien. Jammer.

Onze inburgeringscursus ging verder in het Besotho Cultural Village. In dit dorp, een soort openluchtmuseum met acteurs (soort Archeon), kon je zien hoe de mensen in de omgeving vroeger leefden. Na jarenlang stelselmatig dit soort gelegenheden te hebben vermeden, vonden we het wel eens tijd worden. We gingen onder begeleiding van Jack het dorp in. Dat wil zeggen, nadat we bij het dorpshoofd om toestemming hadden gevraagd. Na de gebruikelijke plichtplegingen (beetje kletsen, middeleeuws biertje drinken) mochten we naar binnen. We maakten kennis met de eerste vrouw van het dorpshoofd (gekozen door de dorpelingen), de medicijnman/waarzegger (we lieten onze toekomst voorspellen. Hij schudde met wat stenen en botjes en liet ze vervolgens vallen. De waarzegger keek ernaar, trok wit weg en begon te brabbelen), de tweede vrouw van het dorpshoofd (gekozen door de eerste vrouw als assistente. Trakteerde ons op porridge), de derde vrouw (gekozen door dorpshoofd zelf omdat wat liefde toch ook belangrijk is) en nog wat anderen. We kregen ook nog een handje vol gemalen graan (‘lekker, dank u!’ en gelijk weggooien) en iets van maïs. Erg apart allemaal. We zagen de ontwikkeling van de cultuur van deze bevolkingsgroep (60% van de bevolking in deze provincie is van dit type en 99% van Lesotho) en dat was wel interessant.

Na onze culturele trip besloten we eens ouderwets een stuk te wandelen. We kozen een interessant klinkende route in het park en gingen op pad. Al snel werden we gek van de metalen beugels die op de route in de grond gestoken waren om ooit iets op zijn plek te houden. Wat precies weten we niet, maar we kunnen wel zeggen dat het niet werkte want er zat niets meer. Dat maakte het erg makkelijk er over te struikelen. Zeker omdat er vanaf de helft van de route zo veel wildgroei was dat het toch lastig lopen was. Toch: de routes (we hebben er twee gedaan) waren nog best leuk om te doen. We zijn zowaar niet eens verdwaald!

We lieten Golden Gate achter ons en trokken van de provincie Free State door naar een provincie met een moeilijke naam die vroeger als Zululand bekend stond. Dit betekende ook een verandering in landschap. Het dorre (en vaak ook opzettelijk verbrande) gras maakte plaats voor groene heuvels en velden. Via Durban bereikten we de oostkust. Het was een lange maar mooie route. Zo mooi zelfs, dat de regering besloten had de route vol te zetten met tolpoortjes.

Bij aankomst in Saint Lucia kregen we gelijk een en ander uitgelegd. We konden best lopend naar het centrum, maar moesten we wel een aangepaste route terug nemen. Niet om crimineel volk te ontwijken, maar omdat na zonsondergang er nijlpaarden door het stadje trekken en deze zich vooral ophouden op de onverlichte stukken van de straat. Nuttige informatie dus. De wandeling naar het centrum zou volgens de dame maar 5 minuten duren. Inmiddels kunnen we laten weten dat dit niet zo is: na 5 minuten waren wij de straat nog niet eens uit.
Het stadje zelf is zo toeristisch als wat. Tijdens het eten zaten we op een terras (zonder vest dit keer. De thermometer gaf vandaag zowaar even 27 graden aan! Het is in dit deel sowieso warmer) en om ons heen hoorden we niets anders dan Nederlands. Ook op straat struikelde je bijna over de Nederlandse toeristen. Niks mis mee natuurlijk, dat zijn wij immers ook, maar het doet toch wat met de vakantiebeleving. Dat belooft wat voor morgen, als we op een boot nijlpaarden en krokodillen gaan spotten. Er was ook de mogelijkheid om in een kayak het meer op te gaan om nijlpaarden te aaien, maar daarvoor vind ik mezelf te weinig ervaren als kayakker.

Ruim op tijd waren we bij de boot voor onze rondvaart. Al snel na vertrek werden de eerste 2 nijlpaarden gezien, voor het grootste deel onder water. Later kwamen we er 1 tegen op het land maar kort daarna stuitten we op een hele kudde die op de kant lag te chillen. We kwamen erg dichtbij en zagen hoe we wel in de gaten werden gehouden door de beesten, maar er geen reactie volgde. Later gebeurde dat wel. Een stuk verderop lag namelijk een viertal krokodillen op een strand waar ook een kudde nijlpaarden lag. Hier ontstond wat spanning toen wij ons er ook mee kwamen bemoeien en de nijlpaarden kwamen, chagrijnig kijkend, in beweging. De stuurman koos eieren voor ons geld en we voeren verder. Later zagen we ook nog wat cobra’s, maar de terugtocht genoten we toch vooral van het zonnetje.
Een groep nijlpaarden bij Saint Lucia
Een groep nijlpaarden bij Saint Lucia


Na de boottocht vertrokken we met de auto in de richting van Cape Vidal. Onze wildparkenpas werd zowaar niet geaccepteerd en na een volledige toelatingsprocedure mochten we naar binnen. Voor de poort hing een bordje dat er in verband met de rust in het park dagelijks maximaal 120 auto’s het park in mogen, maar als alle auto’s dezelfde procedure moeten ondergaan, gaan ze dat aantal niet halen. Op de kaart (kostte extra) zagen we enkele routes die zelf met de auto te rijden waren. Nou, daar hadden we snel spijt van. De gravelwegen waren nog lastiger begaanbaar dan in Bontebok, sinds deze vakantie toch de maatstaf voor slechte wegen. Ons ongemak werd niet eens gecompenseerd door het zien van mooie beesten.

Iets verder hadden we wel mazzel: 2 neushoorns stonden te grazen in een weiland. Hoppa, dat was nummer 4 van de grote 5. Nu de cheeta nog. De rest van het park viel wat tegen. Er was niet bijzonder veel te zien en de grote avontuurlijke route die op de kaart stond, bleek gesloten. Dan maar terug.

Omdat we niet door Swaziland konden, moesten we er omheen rijden en dat duurde toch al snel 8 uur. Deze ongewone routes zorgden er wel voor dat we wat meer de binnenlanden van Zuid-Afrika te zien kregen. We zagen dames de was doen in een rivier, een middelbare school waar de meisjes die voor de deur stonden enthousiast naar ons zwaaiden en vooral veel locals en hun dagelijkse bezigheden. Het viel ons op dat Zuid-Afrikanen bijzonder slecht kunnen autorijden er verdraaid veel crèches zijn in de binnenlanden en dat een winkel met sterke drank hier tot een van de belangrijkste onderdelen van een zichzelf respecterende gezelschap behoort.

Onze overnachtingsplaats was het Nkabemi tentenkamp. We kregen een tweepersoonstent aangewezen die uitgerust was met een kacheltje en een badkamer met douche in de open lucht. Interessant! De volgende dag, de laatste voordat we naar Jo’burg zouden vertrekken, tankten we de wagen vol (in Nederland hadden ze op zo’n locatie de hoofdprijs gevraagd voor benzine, hier was het nauwelijks duurder dan elders) en gingen op pad, het krugerpark in. Of eigenlijk van het pad af want we dachten op onverharde wegen meer succes te hebben in onze zoektocht naar de laatste van de grote 5. Eerder hadden we al de waterhole route gedaan, waarbij opviel dat er verdraaid weinig waterholes op de route te vinden waren. Wel zagen we neushoorns.
Neushoorn in het Kurgerpark
Neushoorn in het Kurgerpark


De route die we na de tankbeurt reden duurde zo’n 2 uur. Zelden zullen er tijdens een rit van twee uur door het park zo weinig dieren gespot zijn als tijdens onze tocht. Ja, we zagen herten en vogels, maar verder…
Aapje in het Krugerpark
Aapje in het Krugerpark


Later, toen we weer op de verharde weg waren zagen we nog een confrontatie met een olifant. Voor ons op de weg liep een olifant (eentje maar, voor ons kinderspel natuurlijk) en we zagen de tegemoetkomende auto’s stoppen en vervolgens steeds verder achteruit rijden. Het busje dat vooraan stond, voelde zich niet zo prettig bij die positie en passeerde achteruit de rest van de auto’s om weer achteraan aan te sluiten. We konden er wel om lachen. Op het moment dat we uitgelachen waren, zijn we de olifant maar op gepaste snelheid gepasseerd. We hadden nog meer te doen namelijk. Toch, aan het eind van de reis hadden we de cheeta helaas nog steeds niet gezien. Ach, reden om nog een keer terug te komen. Later hoorden we van de dame achter de receptie dat ze vroeger gids was geweest en pas na een jaar voor het eerst een cheeta gezien had. Het was troostend bedoeld, maar het leek mij meer een prima verklaring waarom ze nu achter de balie zat.

Geschreven door Yorrick van Bree

Heb je interesse in een reis naar Zuid-Afrika? We helpen je graag om deze reis naar jouw wens samen te stellen. Reisbureau Reisgraag.nl scoort een 9+ in reviews, we zijn lid van ANVR, SGR & Calamiteitenfonds en we hebben al meer dan 12,5 jaar ervaring. Vul hieronder jouw wensen in voor jouw vakantie naar Zuid-Afrika, dan sturen we je gratis een voorstel op maat.
Zonder een budget zullen we in veel gevallen geen passend advies kunnen geven.
Jouw gegevens
* Velden met een sterretje zijn verplicht

Ons privacy beleid is van toepassing

Vakantieverhalen / reisverslagen

Gerelateerde artikelen