Dijon

Paleis en Vrijheidsplein in Dijon
Paleis en Vrijheidsplein in Dijon

Dijon ligt in het oosten van Frankrijk en de Bourgogne. Het was ooit de hoofdstad van het grote Bourgondische Rijk, waartoe ook de Nederlanden behoorden. Hieraan dankt de stad haar rijkdom aan historische gebouwen, musea en kunstwerken. Veel van deze oude gebouwen zijn bewaard gebleven of grondig gerenoveerd. Mosterd, cassis (zwarte bessen), pain d'épice (kruidkoek) en escargots (slakken) zijn producten waar Dijon om bekend staat. Zwartebessenlikeur (Crème de cassis) leidde tot een andere specialiteit: het aperitief 'kir', genoemd naar de oud-burgemeester van Dijon, Félix Kir. De belangrijkste monumenten zijn: Palais des Ducs de Bourgogne, Cathédrale St. Bénigne, Musée Archéologique, Église Notre Dame, Musée des Beaux Arts en de Chartreuse de Champmol. Dijon is echt een stad om rond te dwalen langs de talloze patriciërshuizen, waarvan vele met prachtige binnenplaatsen, langs winkeltjes en over pleintjes. De lange winkelstraat Rue de la Liberté en een deel van de zijstraten zijn autovrij (soms alleen openbaar vervoer), zodat je er goed kunt wandelen en winkelen.

Aanbieders van vakanties naar Frankrijk
Sawadee Reizen (rondreizen) Klik
TUI (allround) Klik
NoSun Groepsreizen (actieve vakantie) Klik
Het Frankrijk Huis (landenspecialist) Klik
Bolderman Excursiereizen (excursiereizen) Klik
Topic Travel Vakantiehuizen (vakantiehuizen) Klik
VacanceSelect (autovakantie) Klik
Rebel Travel (autovakantie) Klik

Landkaart Dijon

Ervaringen

Vakantieverhalen / reisverslagen

Bezienswaardigheden

Hieronder vind je de bekendste bezienswaardigheden van Dijon

Église Notre-Dame de Dijon
Église Notre-Dame de Dijon

Église Notre-Dame de Dijon is een Rooms-katholieke kerk gebouwd in de Gotische stijl van de dertiende eeuw. De kerk staat in het oude centrum van Dijon, in ‘Place Notre-Dame’. De bouw van de kerk was in 1230. Verder kun je in Église Notre-Dame de Dijon een beeld zien van ‘Notre-Dame de Bon-Espoir’, ook wel de ‘Zwarte Madonna’ genoemd. Daarnaast zijn twee symbolen van Dijon in de kerk verwerkt; de uil en Jacquemart. Jacquemart is een houten of metalen figuur die de uren van de kerkklokbel slaat met een hamer.

Mozesput
Mozesput

De Mozesput is een beeldhouwwerk dat gemaakt is door Claus Sluter in de late middeleeuwen. Het beeldhouwwerk staat in het klooster genaamd ‘Chartreuse de Champmol’. Claus Sluter was een Nederlandse gotisch kunstenaar die in zijn werken veel realistische en plastische details toevoegde. De Mozesput is alleen aan de onderkant nog intact, maar het is nog steeds een prachtig beeldhouwwerk. De bovenkant toont namelijk de zes profeten die erg realistisch zijn weergegeven; je ziet alle gelaatstrekken. De put had Claus Sluter gemaakt in opdracht van Filips de Stoute. Verder stond de Mozesput symbool voor het leven.

Musée des Beaux-Arts de Dijon
Musée des Beaux-Arts de Dijon

In het museum Musée des Beaux-Arts de Dijon, gelegen in Dijon, kun je gratis rondleidingen krijgen. Tijdens deze rondleidingen kom je alles te weten over de Hertogen van Bourgondië. Het museum is namelijk gevestigd in het paleis van deze hertogen. Ook zie je schilderijen en altaarstukken uit de 14e tot en met de 16e eeuw. Deze kunstwerken zijn gemaakt door Vlaamse kunstenaars.

Musée Magnin
Musée Magnin

Het museum ‘Musée Magnin’ is een nationaal museum in Frankrijk. Je kunt er een collectie van ongeveer 2.000 kunstwerken bekijken. Deze kunstwerken zijn allemaal gemaakt door Maurice Magnin en zijn vrouw Jeanne. In 1937 zijn de kunstwerken door de familie toevertrouwd aan de staat samen met het hotel ‘Hôtel Lantin’. Dit zeventiende-eeuwse hotel is nu de locatie van het museum, het hotel is gevestigd in de oude wijk van Dijon. Verder zijn er tegenwoordig ook kunstwerken van andere amateur kunstenaars te zien.

Je kunt ook alle bezienswaardigheden van Frankrijk bekijken.

Vervoer

Het Dijon-Bourgogne vliegveld is internationaal gezien niet vanuit alle grote luchthavens te bereiken. Stap daarom over in St. Etienne of Geneve. De treinreizigers kunnen met de TGV naar Parijs of Lausanne reizen en hier vervolgens overstappen naar Dijon. Per auto kun je vanaf Parijs de A6 nemen. Een rit van ongeveer 310 kilometer brengt je in Dijon.

Geschiedenis

Dijon was al vroeg in de historie een pleisterplaats op de grote doorgangsroute van het zuiden naar het noorden van Europa. De Romeinen stichtten hier, op de militaire weg van Lyon naar Mainz, de legerplaats Divio. In de 6e eeuw maakte de stad vooral opgang als pelgrimsoord toen talloze bedevaartsgangers naar het graf van St. Bénigne gingen. Deze 2e-eeuwse martelaar, beschermheilige van Dijon, wordt op 20 november nog steeds herdacht. Een hoofdstedelijke functie bekleedt Dijon sinds 1015: het jaar waarin hertog Robert I de Oude de stad kocht van de bisschop van Langres en haar tot zijn residentie maakte. Tot aan de 14e eeuw moest Dijon deze eer delen met Beaune. In 1137 verwoeste een grote uitslaande brand Dijon bijna volledig. Bij de wederopbouw vergrootte hertog Hugo II de stad zodanig, dat het klooster St. Bénigne ook binnen de stadswallen kwam te liggen. De belangrijkste ontwikkeling maakte Dijon in de 14e en 15e eeuw door tijdens de regering van 'Les Grands Ducs d'Occident', de vier hertogen van Valois: Filips de Stoute, Jan zonder Vrees, Filips de Goede en Karel de Stoute. Na de dood van Philippe de Rouvres, de laatste hertog uit het huis Capet, in 1361, viel het hertogdom toe aan de Franse kroon. In 1364 ontving Filips de Stoute, 4e zoon van de Franse koning Jan II, Bourgondië als erfdeel. Vanaf de eerste dag heeft Filips getracht met de koning te wedijveren. Hij voerde een geheel eigen politiek en probeerde het Franse hof op cultureel terrein te overtreffen. Ook zijn opvolgers stond een machtig Bourgondië voor ogen. Gedurende een eeuw was Dijon een van de grote Europese cultuurcentra. De beste beeldhouwers en schilders, vooral uit de Nederlanden, werden naar het hof gehaald; muzikanten en troubadours veraangenaamden het leven. Met de ondergang van het hertogelijk geslacht door de dood van Karel de Stoute in 1477 en de inlijving van het hertogdom Bourgondië bij Frankrijk kwam er een eind aan deze 'Gouden Eeuw'. Op 7 december 1513 zag het er voor Dijon zelfs heel somber uit door een beleg van 30.000 Zwitsers, Duitsers en anderen. Gouverneur Le Trémouille had slechts 6.000 man tot zijn beschikking, maar tot een gevecht is het niet gekomen. Le Trémouille overstelpte de belegeraars zodanig met wijn, dat hun de lust tot vechten verging en zij het beleg staakten. Een nieuwe bloeiperiode brak in de 17e en 18e eeuw aan, toen Dijon de vergaderplaats voor de Staten-Generaal van Bourgondië (adel, geestelijkheid en derde stand) werd en de prinsen van Condé als stadhouders optraden. De vestiging van dit hof bracht een stoet van patriciérs, die de stad met 'hôtels' (herenhuizen) verrijkten en geld verschaften voor cultuur, onderwijs en talloze openbare bouwwerken. Door de aanleg van de spoorwegen in het midden van de 19e eeuw kwam de doorbraak tot de moderne stad die Dijon nu is.

Artikelen