Backpackreis door Thailand, Laos en Vietnam

Bestemming: A. Bangkok (Thailand) , B. Chiang Mai , C. Pai , D. Chiang Rai , E. Luang Namtha (Laos) , F. Luang Prabang , G. Hanoi (Vietnam) , H. Ninh Binh , I. Halong Bay , J. Sa Pa
Periode: juli 2016
Vervoer: vliegtuig, bus, scooter
Accommodatie: guesthouses, hostels
Organisatie: KLM

Na tweemaal een (korte) backpackreis te hebben gemaakt met een vriendin besluit ik deze zomer om voor het eerst helemaal alleen naar Azië te vertrekken. Meer specifiek: naar het noorden van Thailand, Laos en Vietnam.

Met KLM vlieg ik van Amsterdam naar Bangkok, daar heb ik een korte stop van een uurtje en dan vlieg ik door naar Chiang Mai, een grote stad in het noorden van Thailand. In het vliegtuig heb ik al wel lol in het alleen zijn en zakken de zenuwen weg. Een praatje aanknopen met medepassagiers die naast mij zitten of de steward die tegenover mij zit kan, maar ik kan net zo makkelijk asociaal mijn koptelefoon opzetten en muziek luisteren of een film kijken op het persoonlijke tv-scherm dat elke passagier heeft gekregen. Heerlijk.

Heel kort geschetst ziet mijn reis er als volgt uit: ik begin in Chiang Mai, reis vervolgens door naar Pai en weer terug naar Chiang Mai om door te gaan naar Chiang Rai. Dan ga ik de grens over naar Laos en reis rechtstreeks naar Luang Namtha in het noorden. Ik vervolg mijn reis naar Luang Prabang en vanaf daar vlieg ik naar Hanoi in Vietnam. Vanaf Hanoi reis ik af naar verschillende andere plekken: Ninh Binh, Ha Long Bay en Sa Pa. Dit is te veel om uitgebreid over te schrijven dus ik kies een paar highlights uit om met jullie te delen.

Gitaar op reis

Mijn eerste twee nachten in Chiang Mai heb ik vooraf geboekt in een guesthouse zodat ik rustig kon starten. Chiang Mai is een erg leuke stad die veel te bieden heeft, op mijn eerste dag hier zoek ik gelijk een muziekwinkel op om een reisgitaar te kopen. Meteen in de eerste winkel heb ik geluk: daar staat een mooie, goedkope, kleine Western gitaar die nog een prima geluid produceert voor dat geld. Ik ben nog geen twee minuten aan het spelen als er een Amerikaanse man binnenloopt, hij pakt een andere gitaar en samen spelen en zingen we ruim een uur in de winkel: mijn eerste ontmoeting van deze reis. Voordat ik hiernaartoe kwam, heb ik mijn twijfels gehad over het kopen van een reisgitaar. Ik heb pas zes maanden les en ben bang dat ik niet goed genoeg kan spelen of dat medereizigers last hebben van mijn gepingel. Uiteindelijk besluit ik de gitaar toch te kopen: ik heb er immers plezier in en dat is voor nu het belangrijkste. Een gitaar mee hebben blijkt een grote toevoeging: samen muziek maken schept een band. Dat merk ik hier in Chiang Mai in de winkel al, maar dat wordt later nog heel vaak bevestigd. Onderweg kom ik ontzettend veel reizigers tegen die ofwel naar muziek willen luisteren (er is vaak geen muziek in budgethostels) ofwel zelf gitaar spelen en hun kans grijpen op die van mij. In Pai kom ik bijvoorbeeld een meisje tegen dat prachtig kan zingen en zijn we een hele avond muziek aan het maken, in bijna elk hostel kom ik wel iemand tegen die mij een nieuw liedje kan leren en in Vietnam reis ik anderhalve week rond met een Australische jongen die goed gitaar kan spelen en kan zingen – dat doen we dan ook bijna non-stop.

Olifanten

De tweede dag in Chiang Mai ga ik naar een olifantenpark (Happy House Elephants) om semiwilde olifanten van dichtbij te zien, te voeren en te badderen. Stiekem vind ik dit heel eng: ze zijn zo groot! Maar als ik mijn angst eenmaal overwonnen heb bewonder ik de mooie dieren, hoe ze graaien naar de ‘sugar cane’ die ik hen aanbied en de manier waarop ze met elkaar omgaan en spelen. De gids is enthousiast en weet veel te vertellen, moedigt mij aan om dichterbij te komen en de olifanten aan te raken. De dieren zijn duidelijk ook dol op hem. Er zijn twee kleine olifantjes bij, één van vijf maanden oud en één van anderhalf jaar (Mina). Beide hebben ze nog lange haren die niet zo zacht zijn als ze eruit zien. Vooral de jongste is graag in de buurt van onze gids en gebruikt zijn duim als speen, zo lief. Verder is het wel oppassen met deze kleinste olifant, ze is nog erg speels en begrijpt niet dat wij mensen niet met haar kunnen stoeien. Voor mij heeft Mina het beste van de twee werelden: niet zo ontzettend groot als de oudsten, maar ook niet meer zo onvoorzichtig als de jongsten.

Olifant in het olifantenpark
Olifant in het olifantenpark
Spelende olifanten
Spelende olifanten

Thais eten

De derde dag doe ik een kookcursus van Baanthai, nog altijd in Chiang Mai. Ik ben hier nog maar kort, maar weet nu al dat ik nog heel vaak Thais eten ga maken. Wat is dat ongelofelijk lekker, al die curry’s en verschillende varianten van stirfried gerechten. Geregeld eet ik hier vijf maaltijden op één dag: ontbijt, een vroege lunch, een late lunch, een vroeg diner en een laat diner – er is altijd wel iemand die moet nog moet eten en vraagt of ik aan wil schuiven. Heerlijk!

Voor de kookcursus gaat een jong meisje met de groep naar de markt om alle ingrediënten vers te halen, ze heeft veel humor en weet een leuk verhaal te vertellen rondom alle kruiden en groenten. Daarna kunnen we aan de slag en het is nog niet zo gemakkelijk als het lijkt. Voor de rode currypasta moeten we bijvoorbeeld allemaal vijftien zachte (maar niet minder pittige) pepers fijn hakken totdat het een pasta is. Dat doen we door alle pepers op een houten plankje te leggen en daar met een groot hakmes op te slaan totdat onze kok het goed genoeg vindt: ‘Chop, chop, chop! Don’t stop!’ Resultaat is een vijfgangendiner en een receptenboekje om thuis aan de slag te kunnen.

Ladyboy cabaretshow

In Pai leer ik een groep meiden kennen in het hostel waar ik verblijf. Omdat we de pech hebben dat er grote overlast is van overstromingen in het gebied (bruggen doorgebroken, guesthouses vernield, geen elektriciteit) reis ik na twee nachten met een paar mensen die ik daar heb ontmoet alweer terug naar Chiang Mai en samen bezoeken we een Ladyboyshow: als je in Thailand bent hoort dat er eigenlijk wel bij. Het verbaast me hoe moeilijk het is om te zien dat we hier te maken hebben met jongens die verkleed zijn als vrouwen, ze zien er écht uit als (knappe) vrouwen. Het is een cabaretshow waarbij de acteurs vaak het publiek in komen om op de schoot te gaan zitten van nietsvermoedend mannelijk publiek en een kus te stelen. Het is een heel spektakel met een overvloed aan veren, glitters en opzwepende muziek.

Ladyboy in cabaretshow
Ladyboy in cabaretshow

Natuurtrekking door Nam Ha National Protected Area

Aan de grens van Laos leer ik een Duits meisje en een Spaanse man kennen en samen trekken we in één keer door naar het noorden: Luang Namtha. Hier boeken we bij Forest Retreat Laos een jungletrekking van twee dagen: eerst gaan we ruim twintig kilometer met een kajak de jungle in, dan blijven we een nacht slapen in een ecohutje en de tweede dag staat een trektocht naar de top van een kleine berg op de planning. Omdat het regenseizoen is en de rivier eigenlijk wat te hoog staat moeten we ’s ochtends een paar uur wachten tot het water wat is gezakt, ook krijgen we een gids per persoon zodat iedereen een eigen gids in de kajak heeft zitten. Spannend wel. De stroming is sterk en we hoeven bijna niet te roeien. Zo diep in de jungle ben ik nog nooit geweest en ik kijk mijn ogen uit: zo ontzettend veel groen!

Ecohut in de jungle
Ecohut in de jungle


We slapen die nacht op bamboostretchers. Dat zijn twee bamboestokken waar oud verpakkingsmateriaal van rijst tussen is gespannen – comfortabeler dan het klinkt. De gidsen trekken hier en daar wat blaadjes uit de jungle en maken - op een geïmproviseerd kookstelletje - ons avondeten klaar. ’s Avonds is er tijd genoeg om verhalen uit te wisselen met de gidsen en een paar Laotiaanse woorden te leren (‘hoi’ betekent ‘slak’, ‘bo’ betekent ‘nee’ en ‘Mah-u’ is een soort groene curry van pompoen).

Wat ik leuk vind is dat de gids hier ook werkelijk interesse heeft in ons, in ons land en ons leven thuis. De grenzen met Laos zijn pas open sinds 1990, relatief kort, en Laos is nog niet gewend aan heel veel toeristen (zoals buurland Thailand wel is). Dat zorgt voor een ontspannen avond met veel grapjes en verhalen, overigens duurt de avond niet heel erg lang want na zo’n vermoeiende dag zoeken we om zeven uur ons bed al op.

De tweede dag gaan we de jungle in. Ik kan je hierbij vertellen dat het nog niet zo makkelijk is om door een jungle te trekken waarin geen pad is aangelegd! Het lijkt in eerste instantie heel onrealistisch, als iets dat alleen in films gebeurt: een gids voorop met een groot kapmes slaat hier en daar een tak weg en vervolgens is het aan ons om tussen alle overgebleven takken en bomen door te klimmen en klauteren. Al heel gauw wordt het pijnlijk realistisch: wanneer de eerste tak tegen je hoofd slaat bijvoorbeeld. Of wanneer je drie bloedzuigers rond je enkel voelt. Of wanneer je een dode tak bamboe vastpakt ter ondersteuning, die tak loslaat en je ruim tien meter naar beneden valt/glibbert.

Hoewel het geen makkelijke tocht was, kan ik een paar uur, zeven bloedzuigers, acht blauwe plekken, een gekneusde enkel, een stuk of vijftig insectenbeten en ontelbare schrammen later zeggen dat het zeker wel de mooiste ervaring is geweest die ik ooit heb gehad. Misschien was het wel wat gevaarlijk, door de zware regenval waren er een aantal aardverschuivingen en was de grond nat en modderig (niet makkelijk als je vanaf de top van een berg naar beneden moet ploeteren), maar juist daardoor ook heel authentiek. Ik heb het gevoel dat ik voor het eerst een échte jungle heb gezien. Niet alleen de aangelegde route voor toeristen, maar ook het hart van het dichtbegroeide woud.

Authentiek Laos

Dat de mensen in Laos nog niet helemaal gewend zijn aan toeristen kun je in het noorden van het land trouwens goed merken. Luang Namtha is een heel klein stadje waar heel veel ‘hilltribes’ wonen, overal in en rondom het stadje zie je mensen in hun traditionele kledingdracht lopen. Heel bijzonder en mooi. Behalve deze positieve kant van het authentieke Laos komt er ook een negatieve kant naar voren als we in het schemerdonker geld staan te pinnen. Naast ons komt een man rustig uit de auto gelopen met een gigantisch mes in zijn hand terwijl hij ons onderzoekend aankijkt en langzaam op ons af komt lopen. Dit keer ben ik heel erg blij dat ik er niet alleen voor sta.

Kuang Si Watervallen

Dat het een zwaar regenseizoen is merk ik wederom in Luang Prabang, een stad in Laos die een stuk zuidelijker ligt dan Luang Namtha. Nog altijd met het Duitse meisje en de Spaanse man bezoek ik hier de Kuang Si Watervallen die bekend staan als de mooiste watervallen van Laos. Daar is nu niet veel van over, nu is het een hele hoop boos water dat naar beneden spuit. Nog steeds indrukwekkend, maar sprookjesachtig mooi zou ik het niet noemen.

Kuang Si Watervallen in zwaar regenseizoen
Kuang Si Watervallen in zwaar regenseizoen
Kuang Si Watervallen in zwaar regenseizoen
Kuang Si Watervallen in zwaar regenseizoen

Monnikenceremonie

In dezelfde stad staan we ’s ochtends al voor zonsopgang op om te kunnen kijken bij de monnikenceremonie door de stad. Dit is een ceremonie waarbij boeddhisten met een kraampje op een kleedje op de grond zitten en eten uitdelen aan alle monniken die langslopen die zo hun eten voor de dag bij elkaar te krijgen. Ik ben gefascineerd van de hoeveelheid monniken, maar vooral van de leeftijd van de jongens, een groot deel schat ik niet ouder dan tien jaar. Na wat rondvragen kom ik erachter dat het voor boeddhisten een eer is om een monnik in de familie te hebben en dat jongens vaak al op hele jonge leeftijd eropuit worden gestuurd om monnik te worden. Indrukwekkend. Hierbij moet ik overigens wel mijn ogen sluiten voor de gênante hoeveelheid toeristen die hier aapjes staan te kijken (waar ik er zelf een van ben) en de iets kleinere groep Westerlingen die uitgebreid foto’s staat te maken.

Scooterloop rondom Sa Pa

Een laatste, maar zeker niet minste, highlight van deze vakantie is het scooteren in en rondom Sa Pa in het verre noorden van Vietnam. In Vietnam begin ik in Hanoi en trek ik verder rond met de Australische jongen waar ik eerder over schreef. Samen bezoeken we Ninh Binh (waar ik voor het eerst in mijn leven een scooter bestuur), dan gaan we terug naar Hanoi en vervolgens met de nachttrein naar Sa Pa. Sa Pa is een heel klein bergdorp in het noorden van Vietnam waar ontzettend veel bergvolken leven en hun producten in het dorp proberen te verkopen aan toeristen. Ze lopen allemaal in hun traditionele kleding rond en proberen elke toerist een wandeltocht of ‘homestay’ op te dringen door tientallen meters met je mee te lopen. Wij hebben hier geen zin in en huren in plaats daarvan een scooter om de omliggende dorpen en rijstvelden te bekijken.

De omgeving verkennen vanaf een scooter is prachtig, we kunnen gaan en staan waar we willen, pauzes en fotomomentjes pakken wanneer we daar zin in hebben en omdat we redelijk goede scooters hebben weten te bemachtigen, leggen we een grote afstand af. Deze dag doen we een ronde tot aan de Chinese grens, om ons heen wisselen kleine dorpjes en grote uitgestrekte rijstvelden zich af.

Rijstvelden rondom Sa Pa
Rijstvelden rondom Sa Pa


Bijzonder om te zien hoe mensen hier allemaal leven in kleine hutjes met weinig tot geen voorzieningen binnen. Het is duidelijk dat ze in werkelijkheid buiten leven en eigenlijk alleen maar naar binnen gaan wanneer het regent, en zelfs dan niet altijd. Overal lopen dieren over straat: kippen, koeien, buffalo’s en varkens. We zitten hier in het regenseizoen en hoewel dat meestal alleen maar nadelen heeft (zo heb ik deze reis ondervonden), heeft dat in dit gedeelte van het land het grote voordeel dat alle rijstvelden in bloei staan en prachtig groen zijn.

De vrijheid van het alleen reizen

Wat deze reis zo geweldig heeft gemaakt? De ongelofelijke vrijheid van het alleen reizen. Geen WhatsApp of e-mail, geen reisgenoot om rekening mee te houden, geen planning, geen route. In onze samenleving is dat een bijzondere luxe. Thuis wachten niet alleen de verplichtingen van school en werk, maar ook alle sociale ‘verplichtingen’ zoals sport, muziekles en sociale contacten met vrienden en familie. Door zo afgesloten te zijn van het thuisfront en al het gevoel van ‘moeten’ dat daarbij komt kijken, kon ik meer opgaan in mijn omgeving en leefde ik heel erg in het hier en nu. Natuur leek nóg mooier, cultuur interessanter en lange busritjes amusant. Hierdoor kreeg ik meer energie waardoor ik (bijna) elke dag actief bezig was, meer gezien heb en meer mensen ontmoet heb dan ooit.

Geschreven door Lizan Breukel

Vakantieverhalen / reisverslagen