Thailand & Laos

Bestemming: A. Bangkok (Thailand) , B. Nakhon Pathon , C. Ayutthaya , D. Khao Yai Nationaal Park , E. Khon Kaen , F. Vientiane (Laos) , G. Luang Prabang , H. Golden Triangle , I. Chiang Mai (Thailand) , J. Bangkok , K. Koh Samet
Periode: oktober 2005
Vervoer: Vliegtuig,boot, bus
Accommodatie: Diverse/accommodaties
Organisatie: Djoser

We vliegen met Lufthansa, dus we hebben een tussenstop in Frankfurt. Daar zien we onze reisgenoten, totaal 11 personen. Het lijkt alsof het vliegveld van Frankfurt steeds groter wordt. We hebben ongeveer 45 minuten de tijd om over te stappen en we moeten flink doorlopen om op tijd bij de gate aan te komen.

Partyboot in Bangkok
Op het vliegveld van Bangkok worden we opgewacht door onze reisbegeleider Hans en de Thaise gids Meo. We stappen in twee busjes en rijden naar het Royal Hotel. Nadat we onze koffers naar de kamer hebben gebracht gaan we naar de Chao Praya rivier, waar we op een partyboot stappen. Het begint dus al goed. Gelijk smullen van het Thaise eten! Onderweg, tijdens het diner speelt een jongedame op een soort citer en we krijgen een dansvoorstelling. Dit komt op ons niet echt authentiek over. Waarschijnlijk een toeristische uitvoering van de Thaise dans. Na het diner gaan we nog even naar de avondmarkt van Patpong. We zien gelijk de nodige namaak horloges en t-shirts.

De klongs van Bangkok
We gaan vandaag eerst een rondvaart maken over de klongs van Bangkok. Er drijft veel groen in de rivier. Maar dat is niet onrustbarend, want later zien we dat er verschrikkelijk veel vis in de rivier leeft. Vanaf een brug gooien mensen stukjes brood in de rivier en daar komen hordes meervallen op af. Het krioelt ervan! We zien ook een aantal woningen, die helemaal van teakhout zijn gemaakt. Dit hout is in Thailand momenteel niet meer zo veel te vinden en het wordt nu zelfs geïmporteerd uit Laos. Natuurlijk zien wij ook aan beide kanten veel tempels, die hier Wats genoemd worden. Over de rivier varen ook boten, die een filiaal van een bank zijn. Ze meren aan bij hun klanten om bankzaken af te handelen. Nadat we weer aan wal komen, lopen we naar de Wat Po. Daar zien we de rustende Boeddha, die de stervende Boeddha voorstelt. Het is een stenen beeld, helemaal overdekt met goud. Het beeld is 46 m lang en 15 m hoog.

Wat Po met de rustende Boeddha, Bangkok
Wat Po met de rustende Boeddha, Bangkok


Even verderop ligt de Wat Phra Kaeo. Dit is in wezen een geheel ommuurde paleistuin, met behalve het paleis ook allerlei tempels. We hebben gelijk veel bekijks, als wij onze typisch Nederlandse afritspijpen er weer aan zetten, voor we een tempel in gaan. Daar zien we ook de smaragden Boeddha. Dit is voor Thailand het belangrijkste boeddhistische beeld. Twee keer per jaar wordt de Boeddha voorzien van andere “kleding”. Deze ceremonie wordt door de koning zelf bijgewoond. De Boeddha verhuist dan ook naar een ander gebouw. Na het bezoek aan de tempels struinen we een tijdje door de stad. De drukte komt voor een groot deel overeen met die in andere Aziatische steden. Veel toek-toeks en je moet uitkijken, dat je niet wordt aangereden. We gaan ook even naar de Khao Shan Road. In afwijking tot alle andere straten is deze straat helemaal toegespitst op het toerisme. Wel leuk overigens. Er zijn daar veel hotels voor backpackers. Maar ook McDonalds heeft daar een tent. In de avond gaan we naar een theater, waar een voorstelling is van het Calypso Cabaret. De meeste artiesten zijn travestieten. Jo loopt naar voren om even wat van de bühne op te nemen met zijn videocamera. Op dat moment begint de voorstelling en hij kan niet meer terug naar zijn plaatst in de zaal. Maar dat is geen nadeel. Hij maakt de mooiste opnames van de voorstelling. En ook van dichtbij kan je het verschil niet zien tussen de echte en de niet-echte dames.

De Phra Paton Chedi
We rijden in busjes naar Nakhon Pathon. Hier staat de grootste Chedi van Thailand, de Phra Paton Chedi. Naadloos kunnen wij ons in de rij toevoegen van aanbidders om ons respect voor de Boeddha te tonen. Mensen kopen stukjes bladgoud en plakken die op de beelden. We lopen om de Chedi heen en zien daar bij weer een tempel een monnik, die knoppen van de lotusbloem afpelt. Wat een mooie kleuren heeft die bloem! En dan te weten, dat de lotus opkomt vanuit bijvoorbeeld een moeras. We horen een vreemd gerammel. Meo legt uit: je kunt een donatie doen, dan krijg je een koker met staafjes aangereikt, die je moet schudden. Als je goed schudt, komt er één staafje uitrollen. Dat staafje heeft een nummer en aan de hand van dat nummer wordt je verteld, wat de toekomst voor jou in petto heeft.

een tempel met een monnik die knoppen van de lotusbloem afpelt
een tempel met een monnik die knoppen van de lotusbloem afpelt


We stappen weer in de busjes en we rijden naar weer een aanlegsteiger. Hier stappen we in een paar snelle boten, die ons naar de drijvende markt brengen. Tja, erg toeristisch natuurlijk, maar wel pittoresk. We kopen alleen maar een houten kikker, waar je de krekels mee kunt nadoen. Leuk voor een zomeravond in de tuin in Nederland. We stappen weer in de busjes en we rijden naar Kanchana Buri. We nemen een lunch op een vlot in de rivier de Kwai. Na de lunch masseert de ober alle gasten, die daar prijs op stellen.

drijvende markt Bangkok, bootjes die producten verkopen
drijvende markt Bangkok, bootjes die producten verkopen


We lopen een eindje en komen bij het JEATH museum. De letters JEATH staan voor de landen, die tijdens de tweede wereldoorlog te maken hebben gehad met de tragedie van de bouw van de Birmese spoorlijn, Japan, Engeland, Australië, Thailand en Holland. Het museum toont documenten, waaronder aquarellen van de tragedie. Doordat het museum geen muren heeft, het zijn meer overkapte stalletjes, hebben de aquarellen veel te leiden gehad van het vochtige klimaat. De vader van een van de medereizigers heeft ook aan de Birma spoorweg moeten werken. Hij is daarom zeer onder de indruk van hetgeen hij daar ziet. Daarna gaan we naar de begraafplaats. Het is een heel groot veld met veel Nederlandse en Ambonese namen. De begraafplaats wordt erg goed onderhouden.

Brug over de River Kwai
Tenslotte gaan we naar de spoorlijn zelf en de brug over River Kwai. Alleen is dit niet meer de brug, die destijds door de krijgsgevangenen is gebouwd. Die is in de nadagen van de oorlog door de geallieerden gebombardeerd. Toch indrukwekkend, als je weet, dat er bij wijze van spreken onder elke biels een dode ligt. We stappen hier op de trein naar Nam Tok. We zitten in een wagon, waar ook de lokale bevolking in reist. Achter ons zit een schoenmakertje te werken. Helemaal achter in de coupé zijn er plaatsen gereserveerd voor monniken. Een fles Thaise whisky verkort de reis, maar het is al bijna donker, als we in Nam Tok aankomen.

Daar rijden we met busjes naar de rivier, waar we in een aantal kleine bootjes stappen. We hebben alleen maar een rugzak bij ons. Daarin zitten de meest noodzakelijke dingen die we voor een verblijf van twee dagen nodig hebben. Na een boottocht van 1 uur in volstrekte duisternis, komen we aan bij de River Kwai Jungle Rafts, een hotel op vlotten. Het is daar wat moeilijk uitstappen. We krijgen een sleutel. Met zaklampen lichten wij onszelf bij, bij het uitpakken. Daarna gaan we naar het restaurant, natuurlijk ook op een vlot. Alweer zo’n feestelijk maal!

Via een gammele brug gaan we naar de vaste wal. Bij die brug staat ook een olifant in het water. Hij doet niets. We gaan een kijkje nemen in het Mon dorp, dat daar aan de rivier ligt. In het dorp zelf ervaren we de rust en zien we allerlei huislijke tafereeltjes en een schooltje. De juf zit net met haar mobiele telefoon te bellen. Een klein dissonant, vinden wij. Op de weg terug moeten wij voorrang verlenen aan een olifant met berijder, die van rechts komt. Daarna gaan we op een vlot, getrokken door een motorboot een eind stroomopwaarts. We meren aan, aan de voet van een prachtige waterval. Daar brengen we de rest van de dag door; zwemmen, praten, zonnen, lezen, eten en drinken. Op weg terug zien we een vreemde sleep. In de sleepboot zit een vrouw met een helm op haar hoofd. Daarachter hangen twee grote vlotten, tot de nok gevuld met tieners. Waarschijnlijk een schoolreisje. We worden vanaf de vlotten uitbundig begroet. ’s Avonds krijgen we een folkloristische voorstelling in het Mon dorp. De muziek blijft niet erg in de maat. Maar het is wel charmant.

Ayutthaya
Op weg naar Ayutthaya stoppen we bij een markt en een pottenbakkerij. Veel dames wensen zich de mooiste potten, maar waarschijnlijk zien zij er vanaf om ze te kopen, in verband met overgewicht op de retourvlucht. In Ayutthaya gaan we eerst naar de Wat Chai Wathana Ram. Ayutthaya was vroeger de hoofdstad van Thailand. Tijdens een oorlog met de Birmanen, zijn de tempels in brand gestoken om het goud er vanaf te laten smelten. Dus staan de tempels er wat geradbraakt bij. We beklimmen een paar tempels en vinden toch de charme van de oorspronkelijke pracht terug. Daarna gaan we naar Wat Phra Sisanpeth. Ook daar zijn de tempels ontdaan van hun buitenlaag. Aan het eind van de dag komen we aan bij het Khao Yai Farm House. De eigenaar is een Deen, die getrouwd is met een Russische. Hun zoon oefent zijn Engels met ons. We slapen in een mooie nieuwe bungalow. De gekko’s lopen over de muur.

Khao Yai natuurpark
’s Morgens vroeg gaan we op weg naar het Khao Yai natuurpark. We gaan een trektocht maken door het park. In het visitor center krijgen we beenkappen. Er zijn daar namelijk nogal veel bloedzuigers en die wil je niet in je sokken hebben. Onder leiding van een plaatselijke gids lopen we een uur of 4 door het park. Veel op en neer, maar dat is een goede oefening voor de 3-daagse trektocht, die we later bij Chiang Mai zullen hebben. We zien en horen veel apen en vogels. Aan het einde van de tocht zien we een likplaats, waar olifanten mineralen uit de grond halen. Voldaan en enigszins vermoeid nemen we een lunch in een restaurant in het park. Je moet daar van tevoren bonnen kopen, die je bij de balie inlevert tegen de ontvangst van een maaltijd. De bonnen die je niet gebruikt hebt, kan je later weer inleveren.

Tot slot zien we de waterval, waar blijkbaar een recente film is opgenomen met Leonardo Di Caprio in de hoofdrol. Hij schijnt in die film van die waterval afgesprongen te zijn. Niet dat wij die film gezien hebben, maar anderen hebben dat wel en zij zeggen, dat het er in de film heel anders uitzag. Aan het eind van de dag gaan we weer terug naar het Khao Yai Farm House, waar we nog een uurtje van het zwembad kunnen genieten.

Khon Kaen
Vandaag rijden we naar Khon Kaen. Onderweg maken we een stop in Phi Mai. Daar bekijken we de Prasat Hin, een tempel, die gemaakt is door de Kmer. Het is goed te zien, waarom men zegt, dat deze tempel is gemaakt als prototype van de Angkor Wat in Cambodja. Vooral de mooie kroon op de hoofdtempel trekt de aandacht. Vlak buiten de Prasat Hin is een markt, waar een vrouw een licht groene substantie op een kookplaat aanbrengt. Na een paar seconden is het gaar en zij haalt de pannenkoek er met een platenmes weer af. Ze doet dat waarschijnlijk wel vaker, want ze is daar heel handig in. We hebben maar niet geproefd, want de kleur nodigt daartoe niet echt uit. Wim neemt van de gelegenheid gebruik om zijn oor na te laten kijken, hij hoort wat slecht. Het duurt een tijdje voor hij terug komt.

We arriveren in Khon Kaen in een hotel, dat sinds de 50-er jaren niet meer is vernieuwd. Khon Kaen was vroeger een kruispunt in wegen van en naar China en dat is in de bouwwijze van het hotel terug te zien. ‘s Avonds lopen we een eindje de stad in en komen bij een massagesalon. In de hal worden we opgewacht door een hele rits dames, die ons één voor één wordt toegewezen. Dan gaan we naar boven voor onze eerste echte Thaise massage. Het begint een beetje lacherig, als wij ons moeten omkleden in een gewaad, waarvan wij de sluiting al niet snappen. Als dat dan eindelijk gefixt is, beginnen de dames te kneden. Ze beginnen bij je tenen en twee uur later eindigen ze met je vingers. We wisten niet, dat wij zoveel spieren hadden.

Nong Khai
Anton is vandaag jarig. Aan het ontbijt krijgt hij een feestelijke taart aangeboden en we zingen een liedje voor hem. Daarna vertrekken we in de richting van Nong Khai. Onderweg stoppen we in een dorpje, waar we een rijstmolen en een kwekerij van zijderupsen bekijken. Zielig, want de larven van de rupsen worden gekookt om de zijde te kunnen oogsten. Meo ziet iets, onderweg. Er staat een kraampje langs de weg. We stoppen. De vrouw van het kraampje verkoopt bamboe kokers, met daarin een mengsel van witte en zwarte rijst, kokos, melk en suiker. Maar dan wel gekookt natuurlijk. We kopen het en het smaakt lekker! Vlakbij Nong Khai ligt een grote beeldentuin. Met allemaal Boeddhistische beelden. Althans, de meeste beelden zijn Boeddhistisch. Er zitten er een paar bij, die een mengeling zijn van het Boeddhisme en het Hindoeïsme. Dat zie je aan de beelden met veel armen. Er staat ook een prachtig beeld van de Boeddha, die onder parasol van Naga’s zit. Naga’s zijn legendarische aalvormige vissen, die naar verluid in de Mekong leven. Onderweg hebben we inderdaad foto’s gezien, van Amerikaanse soldaten, die een Naga gevangen hadden.

beeld in Beeldentuin Nong Khai
beeld in Beeldentuin Nong Khai


Voor de ingang van de beeldentuin ligt een hond. Het dier is blijkbaar ooit aangereden, want hij is helemaal verlamd. Het vriendelijke dier kwispelt en smeekt om aangehaald te worden. Een hartverscheurend gezicht! Wij begrijpen best, dat de mensen hier respect hebben voor alle leven, maar in het westen hadden wij dat dier allang uit zijn lijden verlost. Later in de middag arriveren we in ons hotel in Nong Khai. Sommige kamers van het hotel hadden van boven tot onder tegels aan de muur. Vandaar, dat dit hotel later in de reis aangemerkt werd als “het slachthuis”. Aangezien het hotel dus niet uitnodigde tot verblijf, zijn we de stad gaan bekijken. Het is een leuke, levendige stad, met vriendelijke mensen. Er is ook een grote overdekte markt, die eindigt bij de Mekong. Aan de overkant zien we Laos al liggen. Waar we morgen naar toe gaan. Onze Thaise gids, Meo, neemt hier dus afscheid van ons. Hij gaat samen met de chauffeurs van de busjes weer terug naar Bangkok. ’s Avonds eten we in een restaurant aan de Mekong. Vandaag begint het Ok Pansa feest. Een feest, ter inwijding van nieuwe monniken. Er drijven verlichte boten in de Mekong en er wordt vuurwerk afgestoken.

Aankomst in Laos
We stappen allemaal in toek-toeks en we rijden naar de grensovergang. Met grote borden wordt daar aangegeven, dat men niet aan corruptie wenst te doen. Dus onze passage is niet te versnellen met geld. Na het stempelen voor het vertrek uit Thailand, passeren we in een bus via de Vriendschapbrug de Mekong. Daar moeten we weer een tijd wachten. Want ook daar moeten stempels in het paspoort worden gezet. Nu voor de aankomst in Laos. Even later arriveren wij bij het Mongkol hotel in Vientiane. Het hotel ligt direct aan de Mekong, dus gaan we maar eens kijken, hoe anders het hier is, in vergelijking met Thailand. Nou, het verschil is levensgroot! Aangezien Laos zich ontworstelt aan de communistische plan-economie, zetten de mensen nu de eerste wankele schreden op het pad van de markt-economie. Alles is 10 slagen primitiever dan in Thailand. Kaarsen als lampjes en ze hebben alleen maar Cola en Mie-soep.

Intussen hebben we ook kennis gemaakt met onze Loatiaanse gids. Met zijn allen gaan we na de lunch naar het Sisaket museum. Dit was een tempel, maar hij wordt nu niet meer als zodanig gebruikt. In de nissen van de tempel staan duizenden kleine Boeddhabeelden. In het centrum van de stad vinden we een tempel met de naam Wat Phra Kaeo. Het lijkt toeval, dat deze tempel dezelfde naam heeft, als die tempel in Bangkok, maar dat is niet zo. De smaragden Boeddha heeft hier in het verleden ook gestaan. Het beeld is verschillende keren verhuisd, als gevolg van oorlogen. De tempel zelf is erg verfijnd.

Met toek-toeks rijden we naar de buitenrand van de stad. Daar ligt de Pha That Luang. Dit is het nationale symbool van Laos. De Chedi zou relikwieën van de Boeddha bevatten. Hij is meermalen verwoest, maar onder de Fransen is hij weer helemaal hersteld. Rondom de Chedi lagen vroeger 4 Wats. Daar zijn er nu nog maar 2 van over. In de Wats slaan monniken op grote trommels, zo zouden zij berichten naar elkaar aan het overseinen zijn. Het geheel maakt een toverachtige indruk op ons. Wat vreemd, dat Pha That Luang niet veel bekender is! Het is echt prachtig om te zien!

Met dezelfde toek-toeks gaan we weer terug de stad in. We stoppen bij de Patuxal, oftewel, de Overwinningspoort. De poort lijkt op de Arc de Triomphe en dat is niet zo vreemd. De Fransen hebben hem gebouwd in de koloniale tijd. Van boven op de boog kan je over de stad uitkijken. Ook de Pha That Luang is te zien. Via een kruip-door-sluip-door route komen we weer terug bij het hotel. ’s Avonds zien wij weer een staartje van het Ok Pansa feest. Op de Mekong drijven weer veel verlichte schepen. Zij zijn hier alleen wat primitiever dan in Thailand. Ook in stalletjes langs de rivier is alles feestelijk verlicht en heel veel Laotianen zijn hier op af gekomen. De volgende morgen zien wij de restanten van het feest. De hele straat langs de rivier is bezaaid met afval. We dineren in een restaurant met Franse keuken. Een leuke afwisseling van de Indochinese keuken.

Ang Ngum stuwmeer
Vandaag maken we een ritje door het binnenland. We stoppen een aantal keren. We maken leuke foto’s van zwemmende kinderen, een lokale kapsalon, visserboten in de rivier en het oogsten van rijst. Vriendelijke mensen overal. We stoppen wat langer bij een zoutwinningbedrijf. Men pompt daar zout water uit de grond en men kookt dat water dan in potten boven een vuur, totdat het zout overblijft. De mensen wonen daar in krotten, direct naast de zoutpotten. Lijkt ons niet zo gezond. Bij het afscheid delen we pennen uit. Yvonne wordt zo ongeveer gesloopt door de meute kinderen, die de pennen uit haar handen proberen te grissen. Op ongeveer 80 km boven Vientiane ligt het Ang Ngum stuwmeer. Vanaf de weg er naar toe hebben we een mooi uitzicht op het meer. Als wij bij een restaurant stoppen, moeten wij plaats maken voor een aantal zeer dure auto’s met hoge millitairen een ambtenaren. Die komen daar ook aanwippen voor de lunch.

We plaatsen onze bestelling voor de lunch, die wij krijgen, nadat wij het meer op zijn geweest. In een brakke boot gaan wij puffend het meer op. Er zijn aan het meer nog niet veel voorzieningen, maar er wordt gezegd, dat men grootse plannen heeft voor de toeristische ontwikkeling. Midden op het meer meren wij aan bij een betonnen platform. Dit platform werd in de communistische tijd gebruikt als toezichtplatform. Toezicht op wat, zou je denken. Vanaf het platform kan je een tijdje gaan zwemmen, wat sommigen ook doen. Het is niet erg gezellig. Wel lekker warm. Na de tocht over het meer eten wij onze lunch op. Wij kijken naar de Laotiaanse militairen die daar zitten en zij kijken naar ons. Aan het eind van de rit bezoeken we nog een markt in een Hmong dorp. Daar zien wij ook een vrouw, die sprinkhanen zit te slopen. Zo te zien trekt zij de ingewanden uit de (nog levende) beestjes. Wij eten niet mee...

Luang Prabang
Vandaag vliegen we van Vientiane naar de vroegere hoofdstad Luang Prabang. Luang Prabang staat op de werelderfgoedlijst van de Unesco. En dat is niet vreemd, want het is een hele leuke en mooie stad. Wij maken een wandeling door de stad en we belanden gelijk in het atelier van een kunstenaar. We zien veel moois, maar niemand koopt wat. Even verderop is een winkel, waar men allerlei leuke snuisterijen koopt. Dan zien wij een trap, die omhoog loopt naar een tempel. Even kijken dus maar. Bij een hokje staat een bordje met de tekst “Imprint of the Buddha’s foot”. We hebben gekeken, maar het kan ook van alles anders zijn. Ook nog even zitten praten met een monnik. In het Engels. Tegen de avond gaan we naar de hoofdstraat. Dan wordt daar de avondmarkt gehouden. Een hele leuke avondmarkt, overigens! We kopen een mooi tafelkleed. Maar na eerst wel even afgedongen te hebben, natuurlijk, want wij zijn dat zo gewend. De mensen hier trouwens ook. Je moet er dus wel wat moeite voor doen. Twee keer weglopen en zo. Nadat we de markt bekeken hebben, hebben we weer met zijn allen in een leuk restaurantje gegeten.

Boottocht over de Mekong
Vandaag gaan we een boottocht over de Mekong maken. We bezoeken een paar dorpjes langs de rivier. Als we bij het eerste dorp afmeren, moeten we een eindje langs de oever omhoog. Gelijk bovenaan staan al de eerste stalletjes. Lokale whisky en armbanden. Alles kost hier 3 dollar. We lopen door het dorp en we kunnen ons niet aan de indruk onttrekken, dat iedereen in afwachting van ons is. Men vat een bezigheid op bij onze nadering. Het spelen op een muziek instrument, dat je natuurlijk ook kunt kopen of het weven van een kleed. Aan het eind van het dorp staat een echt modern café, waar je koffie kunt drinken. Tegen moderne prijzen overigens. Daar zit ook een uitgemergeld vrouwtje, dat met iets folkloristisch bezig is. Ze wordt veelvuldig gefotografeerd.

In een volgend dorp lopen we tegen een kudde kalkoenen aan. Anton noemt dat “kippen die in bloei staan”. Als hij hun kreet nabootst, beginnen zij hem in koor te imiteren. En telkens weer opnieuw. In dit dorp staat een schooltje, dat door Djoser wordt gesponsord. Dat moeten wij zien! Met een heleboel kinderen in ons kielzog gaan we naar het schooltje. Daar wordt voor ons gezongen. Maria, de vrouw van Anton is ook schooljuf. Zij neemt gelijk haar plaatst in voor de klas. Er worden sommetjes gemaakt op het schoolbord en als Maria een “moeilijke” som op het bord schrijft (3-2=?), roept Ronald: ”Maar dat is niet eerlijk, hè?” Tot slot brengen we een bezoek aan de Pak Ou grotten. In deze grot staan ongeveer 400 Boeddhabeelden in allerlei vormen en maten. Niet echt interessant, maar wij kwamen er toch langs. Terug in de stad hebben we gedineerd in een restaurant in de hoofdstraat.

Keuzedag
Vandaag zijn er twee keuzes: je kunt een fietstocht gaan maken of je vult zelf je dag in. Wij kozen voor het laatste, want wij hebben gelezen, dat er hier in de buurt een hele mooie waterval is: de Kwangsi waterval. Samen met Anton en Ronald huren wij een bustaxi en we gaan op weg. Het is blijkbaar toch wat verder weg, dan wij dachten. Onderweg zien we een aantal mensen, die op weg zijn naar de avondmarkt van Luang Prabang. Lopend en met veel bagage. Aangekomen bij de waterval zien we eerst een quasi dierentuin met een tijger en wat beren. Maar daar kwamen wij niet voor. Even verderop horen wij het geluid van de waterval al. Voor onze ogen ontvouwt zich een panorama van de meest prachtige watervallen. De één na de ander. Het water heeft een prachtige lichtblauwe kleur.

de mooie Kwangsi waterval
de mooie Kwangsi waterval


We lopen tegen de stroom op en wij zien ook kleedhokjes. Je kunt er dus gewoon gaan zwemmen! Aan het eind zien we de waterval vanaf een heuvel beginnen. De waterval beantwoordt aan onze stoutste verwachtingen! Echt prachtig! Op de terugweg stoppen wij midden tussen de rijstvelden. Bij een waterpartij zien wij lotusbloemen in bloei. Er vliegen vuurrode libelles rond. De fototoestellen klikken erop los! Terug in Luang Prabang gaan we naar de Wat Xieng Thong, de mooiste en grootste Wat van de stad. De Wat ligt op de landtong, waar de Nam Khan uitmondt op de Mekong. En alhoewel we al een aantal Wats gezien hebben, valt ons deze Wat op, doordat hij fijner is dan de meeste anderen. Vooral de tempel met de rustende Boeddha trekt onze aandacht. Er was nog even tijd voor de dames om zich te laten masseren. Deze keer een olie-massage. En natuurlijk gaan we aan het eind van de dag weer even over de avondmarkt. We eten daarna in een vrij luxe restaurant, waar ook Laotiaanse dansen worden uitgevoerd, begeleid door live-muziek.

Monniken in Laos
Wij staan op, ruim voor zonsopgang. Elke morgen bij het opkomen van de zon, verlaten de monniken van alle Wats hun tempel om giften in ontvangst te nemen. Wij lopen gelijk tegen de nodige verkoopstertjes aan, die giften verkopen. Na de eerste, van wie wij dus wel iets kopen, moeten wij er nog tallozen teleurstellen. Maar, houden zij aan, u kunt toch nog wel wat meer giften kopen? Terwijl het hoe langer hoe lichter wordt, wordt het drukker op de hoofdstraat. Ook arriveren er vele boeddhistische toeristen, die langs de kant van de weg gaan zitten, met voor zich een mandje met giften. Het wordt op een gegeven moment een drukte van jewelste. Hoe langer hoe meer mensen worden met allerlei vervoermiddelen aangevoerd. Van 4WD’s tot toek-toeks. Als het helemaal licht is, zien wij de monniken aankomen. Met de hoofd-monnik voorop. Na verloop van tijd worden de schalen van de monniken zo vol, dat ze er het één en ander uit halen en in manden teruggooien, die langs de kant van de straat staan. Dat gaat straks naar de armen. Verlost van onze giften en verrijkt met talloze foto’s gaan we terug naar ons hotel.

Want we gaan straks op weg naar het volgende punt. We gaan met alle bagage naar een aanlegsteiger aan de Mekong. Daar liggen een aantal spits toelopende boten. In elke boot is plaats voor 4 mensen en een stuurman. Op de plecht, onder een zeil, gaan de koffers. Achter ons de stuurman, die een geweldige vrachtwagenmotor als voortstuwing heeft. Onze eerste Laotiaanse gids neemt hier afscheid van ons. Hij wordt vervangen door iemand anders. Wij doen onze jassen dicht, een helm op en oordoppen in en daar gaan we. Met een vaart van 60 kilometer per uur flitsen we stroomopwaarts over de Mekong. Het is nog vroeg. Dus de zon staat nog niet zo hoog. We krijgen het al gauw koud. Ook al, omdat er wel wat water over komt. Na een uur stoppen we even. Sanitaire stop. Maar ook en vooral om even op te warmen. Nou, dachten wij, als dat zo doorgaat, dan zullen we meer last gaan krijgen van de kou, dan van het bonken van de boot, waar van te voren voor gewaarschuwd is.

Maar als we weer verder gaan, is de zon al weer wat warmer en gaandeweg raken we kou kwijt. Verder onderweg stopt de boot nog eens. De stuurman onderhandelt met iemand over een meerval, die daar gevangen is. Als de koop gesloten is, gaan we weer verder. De meerval leeft nog. De kop is met de staart verbonden met een touw, zodat hij niet uit de boot kan spartelen. Tegen lunchtijd komen we aan bij een drijvend restaurant. De meerval wordt geofferd. De eigenaar van het restaurant heeft een aapje als huisdier. Deze zit vastgebonden aan de railing. Maar kom niet te dicht bij hem in de buurt, want hij pakt alles van je af. Aan het eind van onze tocht, na zo’n 7 uur, komen we aan het eindpunt. Hier nemen we ook weer afscheid van onze tweede Laotiaanse gids. Daar hebben we niet lang plezier van gehad. Een eindje verderop gaan we met een veerboot terug naar de Thaise kant. Dit keer gaan de grensformaliteiten wat sneller. Gelukkig is niemand zijn uitreisvisum kwijtgeraakt. Met busjes gaan we naar ons hotel in Chaing Rai, waar we een welkomstdrankje krijgen aangeboden.

Drielandenpunt Thailand, Laos en Myanmar (Birma)
Vergezeld van weer een nieuwe gids, deze keer een vrouw, gaan we met een paar busjes op weg naar het drielandenpunt van Thailand, Laos en Myanmar (Birma). Dit punt stond vroeger bekend als de regio van de opium. Het wordt ook wel de Golden Triangle genoemd, oftewel de Gouden Driehoek. Vanaf de top van een heuvel zien we het punt, waar de Mekong zich splitst; of beter, waar twee rivieren zich verenigen. Rechts ligt Laos, links Myanmar. Omdat hier veel toeristen komen, is er weer van alles te koop. Kinderen in lokale klederdracht kan je tegen betaling fotograferen.

Na de afdaling van de heuvel brengen we een bezoek aan een opium museum. Daar liggen de mooiste attributen, die gebruikt werden door opiumschuivers. Er is een legende omtrent het ontstaan van de opiumplant. Een gevallen vrouw kwam te overlijden en boven haar graf kwam spontaan een opiumplant op. In Mae Sai brengen we een bezoek aan een jade fabriek. Zoals gebruikelijk is het van daar niet ver tot de winkel. De kassa ging weer rinkelen. Op weg naar Chaing Rai brengen we een bezoek aan een dorp, waar mensen van het Karenvolk wonen. De Karen komen oorspronkelijk uit Myanmar. De vrouwen van het volk dragen koperen spiralen om hun nek. Volgens het Karenvolk zijn hun voorvaderen ontstaan uit een verbintenis tussen de wind en een mooie, langhalzige vrouwelijke draak. Vandaar de lange nekken onder de ringen. Het dorp ligt in een vrij diep dal en wij krijgen aan het begin van de afdaling stokken aangereikt om makkelijker te kunnen klimmen.

Onderweg komen wij natuurlijk weer langs de nodig winkeltjes met snuisterijen. De vrouwen zien er heel wonderlijk uit. Maar ook vooral kleurrijk. Ongegeneerd fotograferen wij erop los. Maar ja, er zal ergens wel voor betaald zijn. Alhoewel wij niet gezien hebben, dat er ergens kaartjes verkocht werden. Als we weer bij de busjes komen, wil er een oude vrouw persé op de foto met Anton en Maria. Verder op weg naar Chiang Mai stoppen we omdat iemand wel eens wil zien, hoe een ananasplant er uit ziet. De Thaise gids en de chauffeur vinden dat maar vreemd. We overnachten in een hotel in Chiang Mai.

Boeddha op drielandenpunt, Gouden Driehoek
Boeddha op drielandenpunt, Gouden Driehoek


Reisdag
Deze hele dag gaat onopgemerkt aan ons voorbij. Het is alleen maar reizen geblazen. Onderweg stoppen we in een pleisterplaats, die Cabbages and Condoms heet, maar dat is ook het enige wat het vermelden waard is omtrent deze dag. In de middag komen we in Chiang Mai aan. Rijdend door de stad laten wij ons een aantal plekken aanwijzen, waar we later vanmiddag best eens naar toe zouden kunnen gaan. Bijv. naar die geweldig grote computerwinkel, daar op de hoek. Zo gezegd, zo gedaan. Denk je. Maar zodra wij 200 m van het hotel af zijn, weten we al niet meer, welke kant we nu op moeten. Dus vragen. Iemand wijst ons de weg maar zijn aanwijzingen bevatten ook een uitnodiging om in deze of gene winkel te gaan kijken. Vrijblijvend, hoor! En toevallig is hij agent van politie. Alleen is hij nu toevallig in het burger.

De volgende persoon die wij vragen lijkt betrouwbaarder. Maar aan het eind vraagt hij verrast of wij misschien uit Holland komen? Oh, maar dat is ook toevallig, meneer heeft een Hollandse vrouw! Snel maken wij ons uit de voeten. We hebben de computerwinkel toch gevonden. Hans G is helemaal in zijn sas! In die winkel, wat in wezen een Mall is met een groot aantal kleine bedrijfjes, kan je vrijwel alles voor de computer kopen. Er zit zelfs een echte Sony dealer. Maar die blijkt niet goedkoper dan in Nederland.

Even verderop staat een stalletje met software. Maar dat is goedkoop zeg! Geeft u mij deze maar! En dan verdwijnt de verkoper met het geld en het lege CD-hoesje uit ons blikveld. Als hij langer dan 10 minuten weg blijft, vragen wij ons toch af of er niet iets fout is gegaan. Wil die man nu wel of niet verkopen?! Maar na 11 minuten komt-ie weerom. Met een gevuld hoesje. Naar blijkt, gaat hij met onze bestelling naar de copieerder om de hoek en die brandt dan even een copietje van een origineel. Of ook weer van een copietje, wie het weet, mag het zeggen. Even verderop begint de avondmarkt. Maar omdat het nog geen avond is, zijn de meeste stalletjes nog dicht. We komen bij een grote winkel van 3 verdiepingen. Ook hier is het weer een soort Mall met allemaal kleine winkeltjes. In de benedenverdieping is een hele hoek ingericht met kunstschilders, die op bestelling schilderen. Of je koopt iets, dat er al hangt. Je ziet er werkelijk de mooiste dingen.

Uitgeblust vallen we een eind verderop neer op een terrasje aan de rivier. Daar bestellen we een biertje. Maar tot onze verbazing krijgen we dat opgediend in een glas, dat al voor een derde gevuld is met bevroren water. Aangezien we beloofd hebben om met zijn allen te gaan eten, moeten we na het biertje weer op de been. Gelukkig zijn de meesten het er mee eens, om maar een taxi te nemen. Na het vallen van de avond gaan we (ook weer met taxi’s) naar een restaurant aan de rivier. Het Riverside. Wij kunnen het iedereen aanbevelen. Niet alleen is het eten er prima, de bediening is ook goed en later op de avond krijg je vaak ook nog een live optreden van een band.

Na het diner is er nog net even tijd om over de avondmarkt te lopen. Van daaruit lopen we dan weer terug naar het hotel. We pakken onze koffers weer in, nadat we er een aantal dingen uitgehaald hebben, die we nodig zullen hebben gedurende de trektocht, die morgen begint. Dat gaat in de rugzakken. De koffer wordt veilig opgeborgen in het hotel. Het is nog een gokje: gaan we een trektocht van 2 dagen doen of van 3? We laten het afhangen van het feit, hoe wij door de dag van morgen heen komen. We kopen in het hotel nog een klamboe.

groene boeddha, Chiang Mai
groene boeddha, Chiang Mai


Olifantentocht
Als wij in het hotel van de ontbijttafel opstaan, worden wij gelijk benaderd door een ober met de rekening. Ze zijn daar blijkbaar bang, dat er iemand gaat vertrekken zonder te betalen. Plotseling wordt iemand geconfronteerd met een rekening voor een extra toiletrol. Blijkbaar zijn ze ook bang, dat mensen zich gaan verzekeren van sanitaire verzorging tijdens de trektocht. Vreemd hotel. Bepakt en bezakt gaan we met een paar minibusjes op weg. Eerst kopen we nog wat handige dingen voor de trektocht. Zoals hoezen voor om je waterfles. En een flesje Deet, als je dat nog niet had. Later stappen wij uit bij een plek, waar wij een ritje op olifanten gaan maken. Via een houten stellage stappen we op een olifant. Twee personen per olifant. En gelijk kopen we maar een tros bananen voor onderweg. Niet voor onszelf, maar voor de olifant.

Schuddend gaan we op weg. Door het bos, waar de olifanten zich ook tegoed mogen doen aan de bamboe. Aan het eind van de rit gaan we door de loop van een riviertje terug naar het beginpunt. Ja, de bananen zijn op gegaan. Intussen is het al weer bijna middag. We gaan ergens eten. En daarna gaat de trektocht echt beginnen. Je kunt het jezelf gemakkelijker maken, door je rugzak te laten dragen door één van de gidsen, die met ons mee gaan. Dat doen de meesten dan ook.
Gelijk gaat het bergop. Hans, onze reisbegeleider, vertelt ons, dat hij een keer heeft meegemaakt, dat op deze eerste heuvel iemand al de pijp aan Maarten had gegeven. Het is behoorlijk warm en bij tijd en wijle moeten we omhoog of omlaag. Gelukkig stoppen we met enige regelmaat. Bijvoorbeeld bij een watervalletje. Of bij nog een grotere waterval. Daar kleden de meesten zich om en nemen een natuurlijke douche. Maar na een uurtje moeten we toch weer verder.

Onderweg zien we nog een schorpioen van ongeveer 12 centimeter lang. Hij is behoorlijk traag en hij laat zich nauwelijks verleiden om zijn angel in de stok te prikken, waar een gids hem mee tart. Aan het eind van de dag komen we aan bij wat de gids “Hotel California” had genoemd. Een longhouse op palen. Schoenen uit onderaan de trap. Binnen 1 grote ruimte, waar wij allemaal onze klamboe ophangen. Op de grond een rieten mat met daarop twee dubbel gevouwen dekens. We gaan eerst even de omgeving verkennen. Wie zal er voor ons koken? En waar gebeurt dat dan? Misschien wel in een lokaal restaurant.

Op een gegeven moment zien wij een lange tafel, waar een heel stel borden ligt. Oh, dat zal zoiets als een dorpshuis zijn! Dus: schoenen uit onderaan de trap en dan pas naar binnen. Bovenaan de trap zit iemand een kip klein te maken. Dat zal dan wel de kok zijn! Dus maar naar binnen. Daar is het redelijk donker. We kunnen niet veel zien en gaan we dus maar terug naar ons “hotel” met de mededeling, dat wij weten, waar ons diner wordt klaargemaakt. Dat blijkt achteraf helemaal fout te zijn. Waar wij naar binnen gegaan zijn, ligt een vrouw opgebaard, die gisteren is overleden. En nu is men daar begonnen met een 3-daagse animistische ceremonie om de overledene te beklagen. En wij zijn van harte uitgenodigd om vanavond mee te komen treuren. Dus nadat we gegeten hebben, gaan wij weer naar het “Dorpshuis”. Binnen gekomen, zien wij de kist, die nu beter verlicht is. De hele dorpsgemeenschap is er. Er lopen mensen om de kist heen, terwijl zij de meest klaaglijke geluiden voortbrengen. Iedereen van ons krijgt een glas lokaal gestookte whisky aangeboden. Of een vreemde, lange sigaret. Er wordt in alle hoeken geblowd. Na een tijdje gaan wij weer naar buiten en daar zit een groep jonge mannen bij elkaar op de grond. Zij gokken, en dat is eigenlijk streng verboden.

Terug in ons “hotel” krijgen bezoek van een mannetje, dat je voor een paar centen voorziet van riante vooruitzichten, zoals geluk en zo. Hij knoopt een touwtje om je pols en spreekt daarbij een aantal bezwerende teksten uit. Voor het slapen gaan krijgen we nog een korte poppenkastvoorstelling van Ronald. Met zijn handen in twee fleshoezen doet hij de Muppets na. Dan gaan we tevreden naar bed. Midden in de nacht worden wij wakker. Er zit iemand in het pikkedonker aan onze tenen te wriemelen. Als wij ten einde raad de zaklamp aandoen, zien we een slaapwandelende Anton, die op een gegeven moment toch maar weer naar zijn eigen klamboe toe gaat. Zo’n rare dag hebben we nog niet gehad!

Chiang Mai
Na het ontbijt wordt de groep in tweeen gesplitst. De ene helft heeft gekozen voor een trektocht van 3 dagen en de andere helft, waar wij deel van uitmaken, gaan aan het eind van deze dag weer terug naar Chiang Mai. Vandaag is de trektocht wat korter dan de eerste dag, maar het gaat vooral bergaf. En dat voel je vooral in de neus van je schoenen. Als toetje maken we nog een tocht op een stel bamboevlotten op een riviertje. Tijdens deze tocht barst er een tropische regenbui los. Gelukkig hebben we onze poncho’s meegenomen. Maar dat helpt niet echt. Door het woelige water stroomt het ook over het vlot heen. Ronald fungeert als stuurman en hij wordt echt drijfnat. Op het vlot achter ons krijst Maria alles bij elkaar. Hortend en stotend belanden wij aan het eindpunt. Een hilarisch avontuur! Daarna rijden we terug naar Chiang Mai en we zijn blij, dat we kunnen douchen en droge kleren aantrekken.

Wat Phra That
Vandaag gaan we met Hans G, Hans P, Ronald en Maria naar de Wat Phra That. Dat ligt op de Doi Suthep heuvel. In een grijs verleden heeft een koning een witte olifant, voorzien van een boeddhistische relikwie op zijn rug op pad gestuurd. Daar waar de olifant halt zou houden, moest de nieuwe tempel worden gebouwd. Even boven de helft van de heuvel wilde de olifant niet verder, dus hier werd de tempel gebouwd. Zoals bekend mag je in Thailand niet een tempel binnen, als je te bloot gekleed bent. Dat waren wij dus even vergeten. Maar gelukkig komt dit vaker voor. Voor de ingang van de tempel kan je aanvullende kleding huren. Blootsvoets en met een vreemde lange broek/rok aan betreden wij de tempel. We maken de mooiste foto’s en de dames laten zich door een monnik zegenen. De monnik doopt een bos takken in een kommetje heilig water en besprenkelt de geknielde dames. Een stap verder krijgen zij weer een tovertouwtje om hun pols. Ook hier zien wij weer de rammelende gelukskokers. Er zijn ook veel boeddhistische toeristen.

Daarna gaan we naar de dierentuin. Deze dierentuin beslaat een groot oppervlak en het terrein is zeer geaccentueerd. In het begin proberen wij van het ene paviljoen naar het andere te lopen, maar eigenlijk is het niet te belopen. Gelukkig rijden er pendelbussen. Al met al moeten wij concluderen, dat dit een hele mooie dierentuin is. Na een lunch in een stalletje onderweg, gaan we naar het paviljoen van de reuzenpanda’s. Dit paviljoen in helemaal afgesloten en geconditioneerd. De temperatuur ligt een eind onder de temperatuur buiten en er komt een watermist uit sproeiers. Er is alles aan gedaan om het natuurlijk leefgebied van de panda’s na te bootsen. Wij komen precies op de juiste tijd, want het is bijna de tijd, dat de panda’s zullen worden bijgevoederd. Regelmatig tilt een suppoost een bord omhoog, waarop staat “Silence please”.

De panda’s krijgen iets toegestopt, dat op wortels lijkt. Met kleine hapjes eten zij de wortel op. Je kunt je niet voorstellen, dat je van deze dieren iets te vrezen zou moeten hebben. Het zijn echte troetelbeestjes, met een hoge aaibaarheidsfactor! Na een verblijf van een paar uur strijken wij vermoeid neer op een bankje. Even uitrusten, voor we weer met de taxi terug gaan naar het hotel. Terug in het hotel wordt er op de deur geklopt. Ronald heeft een paar dagen geleden een maatpak besteld en dat komt hij even laten zien. We herkennen hem nauwelijks. Het ziet er strak en mooi uit! Even later klopt hij weer op de deur. Ontdaan verteld hij, dat hij zijn fototoestel kwijt is. Hij denkt, dat hij dit heeft laten liggen op het bankje in het dierenpark. Ondanks het feit, dat reisbegeleider Hans daarna alle moeite heeft gedaan om het toestel weer boven water te krijgen, is dat helaas niet gelukt. ’s Avonds gaan wij eten in een Italiaans restaurant. Hier ontmoeten wij ook Etienne Daniëls, een Belg, die ons morgen zal gidsen op een tocht met mountainbikes.

Mountainbiken
Wij zijn vandaag weer compleet en we gaan mountainbiken. Onder leiding van Etienne, die hier al jaren woont. Op een parkeerplaats staat een pickup vol met fietsen. Alle fietsen worden afgesteld en we krijgen er een helm bij. In een lang lint vertrekken wij. Aan het eind van het lint rijdt een Thaise assistent van Etienne, die ervoor zorgt, dat wij niet in de problemen komen in het verkeer. Ook zorgt hij voor het onderhoud van de fietsen, onderweg. En dat blijkt inderdaad nodig, want Ronald krijgt twee keer een lekke band. We rijden door een wijk met mooie huizen de stad uit. Weldra zijn we op het platteland. We stoppen bij een mooie tempel. Etiennne legt uit, hoe de tempel ontstaan is en wat het doel is van de diverse gebouwen. Door donaties is men in de gelegenheid om de tempel regelmatig uit te breiden. Sommige tempels zien er protserig uit, maar wij zien er vandaag ook, die gewoon mooi zijn.

Het valt ons op, dat monniken een ander tenue dragen, als zij aan het werk zijn. Net als bij ons, brengen monniken niet hun hele dag door in devotie. Zij doen ook het meest rudimentaire huishoudelijke werk. We rijden ook dwars door een perceel, dat vroeger een leprozenkolonie was. Er wonen daar nog steeds een aantal (oudere) leprozen. Er is ook een winkeltje, waar je handenarbeid van de kolonie kunt kopen. Daar krijgen we ook Thaise koffiekoek te eten. Tegen lunchtijd stoppen we bij een restaurant. Jo heeft intussen zodanig last van zadelpijn gekregen, dat hij er over denkt om te stoppen. Maar Etienne vertelt hem, dat het voor hem de eerste keer zou zijn, dat er iemand onderweg mee stopt. Maar ja, als je wilt, dan moet dat maar. Etienne belt zijn vrouw Sripun, die ergens onderweg met de pickup op een strategisch punt staat. Jo besluit om nog even op zijn tanden te bijten. Regelmatig bezweert Etienne, dat het nu niet zo ver meer is.

Als we Chiang Mai weer in rijden, gaan we door een sloppenwijk. Het verschil met de wijk met de mooie huizen, waar we na het vertrek door reden is erg groot. Precies sturend moeten we voorkomen, dat we in een rioolgeul belanden. Via een stukje van de grote verkeersader rijden we naar het hotel. De Thaise assistent zet nu alle zeilen bij en stelt zeker, dat wij niet worden aangereden. Moe maar voldaan arriveren wij op de parkeerplaats bij het hotel. Terug in het hotel bestellen wij een lunchpakket voor morgen. Vooruit betalen. Maar wij denken terug aan de nota’s die hier zo snel komen. Om hier wat variatie in aan te brengen, suggereert Jo, dat men deze keer eens eerst aflevert, voordat wij de portemonnee trekken. Dit heeft prompt tot gevolg, dat onze bestelling wordt geannuleerd. Later kwam men daar weer op terug, maar iedereen had toch een nare nasmaak van het management van dit hotel. Let wel, het hotel zelf en het eten was prima in orde, maar het afrekenen was beslist klantonvriendelijk te noemen.

Met de nachttrein naar Bangkok
Vandaag een rustige dag. We gaan nog een keer de stad in om de laatste inkopen te doen en om te internetten. Onderweg zien we Yvonne en Maria, die de verleiding van nog een massage niet konden weerstaan. Aan het eind van de dag gaan we naar het station van Chiang Mai. We nemen de nachttrein terug naar Bangkok. In wagon nr 5 zijn plaatsen voor ons gereserveerd. Om 17.45 uur vertrekken we. Onder het genot van een drankje wordt er gekwebbeld, gekaart en gedobbeld. Hans V bereid nog het één en ander voor, voor de komende dagen en Ronald leest weer een boek. Het restauratierijtuig is door een stel Nederlanders omgetoverd tot een disco. Tegen 21.30 uur komt iemand de bedden opmaken. Twee lagen boven elkaar. Afgeschermd door blauwe gordijnen. Mede door het schommelen van de trein slapen we prima.

Bij het aanbreken van de dag worden we wakker. Op primitieve wijze maken we ons toilet en we zien Bangkok al van verre opdoemen. Wat is dat een grote stad! Om een uur of 8 komen we aan op het station van Bangkok. We eten een kleinigheid en drinken een bak koffie. Buiten het station staan er twee busjes op ons te wachten. In ongeveer 3 uur tijd rijden we over een slechte snelweg naar Ban Phe, aan de kust. Daar blijkt de overtocht met de boot nog niet goed geregeld. Hans V gaat met een dame in conclaaf en er wordt afgesproken, dat we over 1,5 uur kunnen vertrekken. Tot dat moment hebben we nog even de tijd om te lunchen. Op de kade blijkt, dat we in een speedboot moeten stappen. Er is op die boot geen plaats meer voor de bagage. We worden naar Koh Samet gevaren. Daar worden we ondergebracht in mooie, nieuwe bungalows van het Vong Deuan Resort. Als we goed en wel gehuisvest zijn, gaan we naar het strand. Maar zonder bagage hebben we geen zwempakken. Dus maar pootjebaaien. ’s Avonds gaan we eten in een restaurant aan het strand. Onder kaarslicht aan tafel op het strand. Keuze uit de heerlijkste gerechten!

vissen, boottocht Koh Samet
vissen, boottocht Koh Samet


Luieren, vissen, zwemmen en eten
Hans V heeft een boottocht voor ons georganiseerd. Na het ontbijt stappen we aan boord. Een hele dag luieren, vissen, zwemmen en eten. Onderweg pikken we nog een paar Thaise masseuses op, die de ledematen weer op pijl kunnen brengen. Die hebben blijkbaar nogal wat te lijden gehad tijdens de trektocht. Helaas worden de massage-dames een beetje zeeziek. Op een idyllische plaats stoppen we en de masseuses zwemmen met een paar slachtoffers naar de kust. Aan het strand staan een paar hele dure huizen. Omdat er niemand thuis is, kunnen we alles rustig bekijken. Nadat we een eindje verder gevaren zijn, stopt de boot weer voor een zwempartij. Snorkelen lukt Jo niet, want door zijn snor komt er water in zijn snorkel. Het wemelt er van de vissen. Jeannette gaat zwemmen met een stukje meloen en de vissen eten uit haar hand.

De bemanning kookt voor ons. Helaas zijn de vissen, die wij intussen hebben gevangen niet voor de lunch bestemd. Maar ja, die vissen waren over het algemeen toch niet al te groot. Op de terugweg gaan we nog even langs een viskwekerij, maar al te veel valt daar niet te zien. Tegen 16.00 uur zijn we weer bij het Resort. We hebben nu even tijd voor onszelf. Een aantal gaat een cocktail drinken. Ze zijn lichtelijk aangeschoten, als wij ze later langs het strand tegenkomen. Langs het strand zijn twee plekken waar je kunt internetten. Eén daarvan is dicht en bij de andere staat een wachtrij. Maar wij hebben geen haast. ’s Avonds gaan we weer in hetzelfde restaurant eten, waar we gisteren ook zijn geweest. Het enige vermaak is een stel jongens, die met fakkels jongleren.

Vandaag hebben we de hele dag voor onszelf. Lekker aan het strand liggen en zwemmen. Het water is lekker en we blijven lang in zee. ’s Avonds eten we in het restaurant van het Resort. Ronald houdt een afscheidsspeech en biedt onze reisleider de bekende gesloten envelop aan. Hij memoreert een geslaagde vakantie, maar helaas is niet alles gelukt. Wim is een aantal keren naar een ziekenhuis of een dokter geweest in verband met een probleempje met zijn gehoor. “Maar hij kwam iedere keer weer terug!” Ook bij de Jungle Rafts ging het mis. Degenen, die het laatste eind van de tocht terug wilden zwemmen zijn niet afgedreven ”en zij kwamen dus ook weer terug” En tot slot, ook de lopers van de derde dag van de trektocht in Chiang Mai ”kwamen gewoon weer terug”.

Bangkok
We gaan vandaag weer terug naar Bangkok. Eerst weer met de boot naar Ban Phe en dan weer met busjes naar Bangkok. De weg is nog steeds erbarmelijk slecht. We komen weer terug in het Royal hotel, waar wij onze reis ook zijn begonnen. ’s Avonds gaan we nog één keer samen uit eten. En we lopen nog een keer over de Khao Shan Road, die nu verlicht is. Een feestelijk einde van onze mooie reis.

Terugvliegen is minder leuk dan heen. Dus laten we daar maar geen woorden meer over vuil maken. We zijn heelhuids op Schiphol aangekomen, waar we kussend afscheid nemen van onze reisgenoten.

Vakantieverhalen / reisverslagen