Napels en de kust van de Goden

Bestemming: A. Napels (ItaliŽ) , B. Praiano , C. Ravello , D. Capri , E. Pompeji
Periode: juni 2014
Vervoer: Fiat 500
Accommodatie: Studio

‘Lost in this world of which I desire no part, I sit aloneand speak to my heart, satisfied with my little corner of the world, content to feel no more sadness for death.’ D.H. Lawrence

‘Amalfikust, waar ligt dat?’ vragen veel mensen als we vertellen over onze vakantiebestemming. Blijkbaar is de kust der goden, zoals hij ook wordt genoemd, niet bij iedereen bekend. En zo heet de adembenemende streek ten Zuiden van Napels niet voor niks. Verslag van een onvergetelijke reis.

Kustlijn van Napels
Kustlijn van Napels


Gelukkig zijn we goed verzekerd
Haarspeldbochten, duizelingwekkende afgronden en supersmalle steegjes. Achteraf zijn we blij dat we op de valreep een extra verzekering hebben afgesloten voor onze huurauto. Toen we de auto reserveerden dachten we nog: ach wie doet ons wat? Allebei ervaren bestuurders, ook in Italië. Bij het afhalen van onze Fiat 500 laten we ons alsnog een allrisk verzekering aansmeren. Maar dan kunnen we bij wijze van spreken la macchina tegen een boom parkeren. Daar maak ik gebruik van, moet Wim hebben gedacht. Al bij de eerste haarspeldbocht schuurt hij met de buitenspiegel langs een railing. ‘Gelukkig zijn we goed verzekerd,’ zeggen we en tuffen vrolijk verder langs de kust. Ruige rotspartijen, de diepblauwe zee en schitterende vergezichten leiden af van de weg en dan... een bijna frontale botsing met een bus. In Conca dei Marini, het dorpje waar we vertoeven, moeten we de zijspiegels inklappen om door de straatjes te kunnen. Als we eindelijk een parkeerplaats vinden, zet Wim de auto met een zacht maar onmiskenbaar bonkje tegen een ijzeren paaltje aan. De rest van de vakantie gaat het relatief goed, tot we proberen een helling van 57% op te karren. Rook en verbrandingslucht dwingen ons om in te zien dat dit geen terreinwagen is. Gelukkig zijn we goed verzekerd.

Hier worden we niet ongelukkig van
We hebben een tweepersoons studio gehuurd. Wat wij ons voorstellen van een studio is een ruimte met een bedbank, aanrecht en een piepklein badkamertje. We zijn dus zeer aangenaam verrast als we een appartement van twee verdiepingen krijgen. De slaapkamer en badkamer zijn groter dan thuis. Er is een inloopgarderobe, een ruime keuken en we beschikken over twee balkons met panoramazicht op zee.

‘Hier worden we niet ongelukkig van.’ Het is een kreet die Wim ooit een keer heeft geroepen tijdens een andere droomvakantie. Sindsdien gebruiken we het om aan te geven dat we intens genieten. En genieten doen we hier volop. Van de natuur, schilderachtige dorpjes, vriendelijke mensen en natuurlijk het eten, de wijn en de liefde.

Goddelijke eenvoud
Sappige tomaten, romige buffelmozzarella, geurige blaadjes basilicum en een scheutje olijfolie. De salade Caprese is een typische antipasti uit deze streek, kenmerkend voor haar eenvoud. Zo is de keuken van Napels en de Amalfikust, met een sterke invloed van de vruchtbare Vesuviusgrond. De smaken zijn puur en eenvoudig van oudsher ontstaan uit armoede. Vlees wordt er weinig gegeten, vis is daarentegen volop verkrijgbaar. Kwaliteitswijnen zijn de greco di tufo en lacryma christi, tegen heel schappelijke prijzen verkrijgbaar. Grote supermarkten kennen ze hier nauwelijks. Wel l’alimentari, kleine kruidenierswinkels met lokale producten, zoals limoncello. Als je een luxe maaltijd wilt, ga je hier beter naar een restaurant. We ontdekken een gezellige trattoria. Voor nog geen zestig euro eten we uitgebreid met een fles Greco di tufo en dolci toe.

De eerste avond in dit restaurant, barst er een hels onweer los. Bliksemflitsen verlichten de zee. De regen stroomt onophoudelijk, in de kleine steegjes staat het water centimeters hoog. ‘Do you want a ride home?’ vraagt de eigenaar. In veel winkels en restaurants is het hier service van de zaak om de gasten een lift aan te bieden. Wij weigeren echter beleefd. Gehuld in regenjassen, gewapend met een zaklamp wagen we ons aan de klim van tweehonderdvijftig trappen omhoog. Al dat eten, hoe goddelijk eenvoudig ook, moet er toch op de een of andere manier vanaf.

Amalfi
The place to be voor jongeren is Amalfi. Al vinden ook ouderen hun weg naar de levendige havenplaats. Het is een komen en gaan van kleine vissersboten en luxe cruiseschepen. De stranden vinden wij wat te massaal, maar in de geplaveide straten van het centrum is de drukte juist gezellig. Kraampjes met fruit, souvenirwinkels en moderne kledingzaken liggen allemaal bij elkaar. Restaurants op de kleine pleinen of verborgen in de schaduwrijke nisjes. Centraal staat de kathedraal, de Duomo di Sant’Andrea. Natuurlijk moeten we mijn naamgenoot bezichtigen. Al zijn de bronzen deuren en het interieur indrukwekkend, het mooiste is de bruiloft waarvan we getuigen zijn. Een prachtige bruid stapt uit een limousine. Aan de hand van wat waarschijnlijk haar vader is, bestijgt ze statig de trappen. Ze straalt in haar witte strapless jurk. Maar liefst zes bruidsmeisjes, in blauwe jurken, zijn nodig om de sleep te dragen. Dan verdwijnt ze door de bronzen deur, op weg naar wat hopelijk een lang en gelukkig huwelijk is.

Praiano
Alsof je in een James Bond film rijdt, maar dan zonder Astin Martin, zo is de kronkelende kustweg. Bij elke bocht een orgastisch uitzicht. ´Wow. Niet normaal. Moet je zien.' We raken niet uitgekeken. Het is natuurlijk levensgevaarlijk. Dan maar gewoon de auto langs de weg parkeren en te voet verder. We brengen een bezoek aan het oude vissersdorp Praiano. Het ligt hoog op een heuvel en beneden in het dal is een prachtig strand. Daar lunchen we net iets boven ons budget, maar met het geluid van golven die stukslaan op de rotsen. De geur van knoflookpasta vermengt zich met het zilt van de zee. De zon vuurt zijn warme pijlen op ons af. Dit is zo’n maaltijd die we ons altijd zullen herinneren. Net als de scaloppina in Cagliari, de zwaardvis in Cefalù en de ondefinieerbare vis in Toscane.

Positano
Een paar kilometer verderop ligt het volgende gezellige plaatsje, Positano. Schrijver John Steinbeck schreef over Positano: ‘Het is een gedroomde plaats die niet echt lijkt als je er bent, maar zodra je weg bent heel echt wordt en je terugroept.’ Al is het behoorlijk toeristisch, in die beschrijving kunnen wij ons wel vinden. Misschien is die onweerstaanbare aantrekkingskracht van Positano wel het gevolg van de Li Galli archipel die vanuit de kust goed zichtbaar is. Hier leefden volgens de mythologie de sirenen. Door Odysseus’ list werd de sirenen voorgoed het zwijgen opgelegd. Maar de verleiding is gebleven. De rotseilanden steken statig boven de zee uit. Privéboottochten zijn mogelijk tegen astronomische bedragen. Wij besluiten ons in ieder geval niet hiertoe te laten verleiden. Positano heeft genoeg te bieden voor een dag vertier. Het is een kleurrijke stad die schuin tegen een berg ligt. De huizen zijn geschilderd in vrolijke pasteltinten. Diezelfde kleuren zijn ook terug te vinden in tassen en textiel die er worden verkocht. Het is een gezellige drukte, maar de straat die dwars door het centrum naar de zee loopt, is autovrij. Een nadeel heeft dat autovrije centrum wel. We moeten onze auto drie kilometer buiten het centrum parkeren. Op zich niet zo’n probleem, maar wel als je de auto boven op een berg hebt geparkeerd en je al die kilometers op teenslippertje moet klimmen. Onze kuiten worden hier goed getraind.

Wandelingen
Vrijwillig wandelen doen we ook. Hoog boven de kust lopen de meest uitdagende wandelpaden. De Valle dei mulini is behoorlijk pittig. De route voert langs vervallen molens, watervallen en citroenboomgaarden. Dan eens kronkelend omlaag en dan weer stijl omhoog via vrijwel onbedwingbare struikgewassen. ‘Is dit nog wel een pad?’ vragen we ons vaak hardop af als we glibberen over natte keien of met onze enkels langs doornstruiken schuren. Ondanks het veelzeggende feit dat we geen levende ziel tegenkomen, zetten we stug door. Het eindpunt van de inspanning is Atrani, een lieflijk dorpje. Op het gezellige dorpsplein zitten we tussen voornamelijk locals. Wim met een Aperol Spritz. Ik met een mengsel van Pisang ambon en prosecco, met gratis knock-out effect.

Voor een trip met mooi uitzicht is sentiero degli dei, het Godenpad een aanrader. De wandeling duurt ongeveer vierenhalf uur, maar met pauzes en fotomomenten natuurlijk veel langer. Het landschap lijkt wel met de hand geschilderd door een talentvolle kunstenaar. We komen langs olijfbomen, rotsen, weilanden en stukjes bos. Onderweg worden we getrakteerd op een krachtige mengeling van geuren. Rozemarijn, tijm en wilde bloemen. We zijn getuigen van huiselijk geweld tussen twee roofvogels. Maar misschien spelen ze gewoon, we kunnen het niet met zekerheid zeggen. Op de terugweg raken we even in gesprek met een Amerikaan. ‘How far did you go up there?’ vraagt hij, terwijl hij wijst naar een rots. Voor ik antwoord kan geven, voel ik hoe mijn voeten langzaam wegglijden op het grind. Enkele seconden later bevind ik mij een paar meter lager op de grond. ‘Did you just fell down?’ vraagt de Amerikaan. ‘No, I was just admiring the view from over here.’

Wandelen rondom Napels
Wandelen rondom Napels


Napoli
Napels kunnen we het best omschrijven als een stad met een borderline persoonlijkheidsstoornis. Hij trekt aan en stoot af. Het is er chaotisch, smerig en waanzinnig charmant in een. Napels moet je beleven met al je zintuigen. Krankzinnig verkeer, onophoudelijk getoeter en een eindeloze stroom mensen. De stank van uitlaatgassen en afval en even later het aroma van pizza of verse vis. We lopen door armoedige straten waar jonge kinderen bedelen om geld en tegelijk een sigaret in hun mondhoek hebben. Donkere steegjes waar de was buiten hangt te wapperen en vrouwen tegen elkaar schreeuwen. Dan slaan we een hoek om en vallen stil. In de Via San Gregorio Armeno lijkt het alsof de tijd heeft stilgestaan. In de kleine ambachtswinkels wordt hard gewerkt aan typisch Napolitaanse kerststallen. Kitsch van de bovenste plank, maar ontzettend leuk om hartje zomer even in kerstsfeer te raken.

We wandelen verder, elke duizend meter is er wel ergens een plein. Statig of intiem. Het Piazza Bellini is bekend onder kunstenaars. Hier komt jong en oud bij elkaar. We lunchen er bij Intra Moenia, een hip café, annex boekwinkel en uitgeverij in een. Sowieso liggen in deze wijk veel antieke en tweedehands boekwinkels. Ik koop er voor drie euro Il diario di Anna Frank. Geen idee of ik het kan lezen, maar het is een leuk souvenir.

Wie graag kerken bezoekt, kan hier zijn hart ophalen. Alle heiligen hebben zo´n beetje een eigen gebedshuis. Wij beperken ons tot de Duomo in Decumano Maggiore. Twee keer per jaar vindt hier een heus orakel plaats. Dan wordt het bloed van San Gennaro, de patroonheilige van de stad vloeibaar. Als dat niet gebeurt, zijn er rampen op komst. Ach ja, een kaarsje onder het gestolde bloed wil ook nog weleens helpen.

Met een gelato op de vuist, slenteren we verder naar de wijk Toledo langs Palazzo Reale, Teatro San Carlo en Castel Nuovo. Even een kort bezoek aan Caffe Gambrinus, het stamcafé van Oscar Wilde en andere bekende kunstenaars en schrijvers. Het belle-époque interieur is grotendeels bewaard gebleven met muurschilderingen van vooraanstaande schilders uit de negentiende eeuw. Safe the best for last, een wandeling door het chicste gedeelte van de stad. Lungomare, langs de boulevard. Uitkijken over de baai van Napels met de dreigende Vesuvius op de achtergrond. Hier liggen vijfsterrenhotels en restaurants die wij ons niet kunnen veroorloven. Maar het is geweldig om eens de plek te zien waar Mary Shelley inspiratie kreeg voor haar roman Frankenstein.

Zoals dat hoort in Napels, sluiten we de dag af met een pizza. Het maakt eigenlijk niet uit waar je gaat zitten, pizza’s zijn in Napels overal even lekker. We duiken een kleine trattoria in waar de serveerster meer geïnteresseerd is in een soapserie dan in de gasten. Als ze zich eindelijk kan losrukken van Il segreto krijgen we de lekkerste steenovenpizza ooit voorgeschoteld. Met een knapperige bodem waarvan zelfs de randjes lekker smaken. Als we een paar uur later in onze auto zitten, zien we zowel de stad als de zon langzaam verdwijnen. Buona sera senorina, buona sera, its time to say goodby to Napoli.

Huizen Napoli, Italië
Huizen Napoli, Italië


Strand
Al zijn we geen liefhebbers van uren bakken in de zon, het is moeilijk om hier niet toe te geven aan de verleiding van een paradijselijk stukje strand. Vanaf ons appartement kunnen we een strandje zien liggen bij een fjord. Dus gaan we op weg via een pad dat stijl omlaag loopt en blijkbaar weinig wordt bewandeld. Het is dichtgegroeid met bramenstruiken. Gifgroene salamanders schieten voor onze voeten weg. Er kronkelt zelfs een geschubd zwart beest dat verdacht veel op een slang lijkt. Zo moet de prins uit Doornroosje zich hebben gevoeld, zich een weg banend door de woestenij om uiteindelijk bij de hoofdprijs uit te komen. In ons geval een stukje hemel op aarde. Een kiezelstrandje, verborgen tussen twee rotsen. Slechts een handjevol mensen heeft net als wij de trip gewaagd. Een frisse duik in het heldere water en die krankzinnige wandeling is alweer vergeten. Nou ja, we moeten ook nog terug en dit keer bergop.

Grotten
In de omgeving bevinden zich fantastische grotten. Zoals een heuse vleermuizengrot. Mij lijkt het ongelofelijk spannend om een keer ’s nachts met een zaklamp naar die grot te gaan. Wim voelt er weinig voor om via een glibberig pad met gammele omheining in het pikdonker naar Batman te gaan. We laten the batmancave voor wat het is en bezoeken de meest bekende grotten.

De Grotta dello Smeraldo in Conca dei Marini is een druipsteengrot die per lift bereikbaar is. Daar worden we per roeiboot rondgeleid. Al is het nauwelijks tien slagen roeien in de minigrot. Het is een belevenis op zich om de vrolijke bootsman luidkeels te horen zingen: ‘O sole mio.’

Grotta Azzurra bij Capri is een stuk indrukwekkender. Er is zelfs een file voor de ingang. Grote en kleine boten dobberen in water en ook mensen die te voet zijn gekomen, staan rijen dik te wachten. De drukte is verklaarbaar, want ook deze grot kun je alleen per roeiboot bezichtigen. Maximaal vier personen per bootje en vervolgens moeten we plat op de bodem liggen om door de smalle, lage opening de grot in te varen. Zo moet de poort naar de hemel eruit zien, met daarachter verstopt een klein walhalla. De lichtinval geeft het water een – hoe kan het ook anders – azuurblauwe kleur. Na de brandend hete zon is de schaduwrijke grot ook een verademing. En voor mij is het ook geen straf om te kijken naar al die gespierde gebruinde roeiers. Ja, zonder enige twijfel, dit is het paradijs.

Ravello
Ravello is wat ons betreft misschien wel de mooiste plek langs de Amalfikust. Het ligt wat achteraf en biedt relatief veel rust ten opzichte van de dorpen direct langs de zee. Het is inmiddels bloedheet geworden en stiekem verlangen we nog weleens terug naar het wisselvallige weer van de eerste dagen. Desondanks is het goed vertoeven in de kunstenaarsplaats. Centraal ligt een gezellig plein met als stralend middelpunt de Duomo. Deze wordt omzoomd door smalle straatjes, waar we soms onverwacht worden verrast door spectaculair uitzicht op de kust.

Kustlijn Ravello, Amalfikust, Italië
Kustlijn Ravello, Amalfikust, Italië


Op het moment dat wij in de stad zijn, vindt er net een jaarlijks festival plaats. We overwegen om kaartjes te kopen voor de opening van het festival, een openluchtvoorstelling in Villa Rufolo. Als we horen dat het gaat om een poëzielezing, zien we er alsnog vanaf. Een mooi muziekstuk is prima te behappen in het Italiaans, maar we vrezen bij onverstaanbare poëzie toch een acute aanval van slaapapneu. In plaats daarvan bezoeken we de idyllische tuinen van de belangrijkste villa’s, Villa Rufolo en Villa Cimbrone. Ravello is een poosje de woonplaats geweest van schrijfster Virginia Woolf. Villa Cimbrone werd het trefpunt van The Bloomsbury group. We wandelen door de Romeinse beeldentuin, snuiven de geur op van lavendel, rozen en hortensia’s. Zelfs de meest fantasieloze figuur, krijgt hier schrijfinspiratie van.

Ravello, Amalfikust, Italië
Ravello, Amalfikust, Italië


Capri
We staan vroeg op om de eerste boot naar Capri te nemen. Zelfs om zeven uur ´s morgens prikt de zon al behoorlijk. Het is dan ook heerlijk om ruim een uur uit te waaien op de boot. Vanuit Amalfi doen we de haven van Positano aan. Dan varen we vlak langs de fascinerende Li Galli eilanden richting Capri en meren aan in de Marina Grande. Vanuit de haven kunnen we de funiculaire nemen naar het centrum. ´We gaan niet tussen die bejaarden zitten,´ besluiten wij en gaan dapper te voet. Nog niet eens halverwege hebben we daar al spijt van. Op het heetst van de dag ontelbaar veel trappen vrijwel stijl omhoog. Het ijsje dat we voor onderweg hebben gekocht, smelt voor we met de ogen kunnen knipperen. We zijn niet de enigen die klim hebben onderschat. Onderweg komen we mensen tegen die zich tegen de koude rotsen in de schaduw nestelen om uit te rusten.

Na ruim een halfuur bereiken we bezweet en puffend het Piazza Umberto I, het drukste plein van de stad. De terrassen zitten bomvol. Horden toeristen verdringen zich om een plekje te bemachtigen. De omliggende winkelstaten zijn al net zo druk en toeristisch. Met aan een kant kitscherige souvenirwinkels en aan de andere kant dure designerzaken. De hitte en al die mensen, het is ons iets te veel. We nemen een bus richting Anacapri, de tweede stad van het eiland. Daar is het veel gemoedelijker. Ook gezellige restaurants en winkeltjes, maar dan zonder de enorme mensenmassa en met wat leuke bezienswaardigheden.

Een goede manier om het eiland te bezichtigen is om te wandelen naar de top. Geleerd van onze eerdere ervaring, nemen we nu wel de stoeltjeslift. Wauw, wat is dat de moeite waard. Als vogels in de lucht overzien we het hele eiland. Pas bij deze tweede indruk van Capri zien we de schoonheid ervan. De ruige rotsen, de diepblauwe zee, de wijngaarden en weelderige bouganville. Op het hoogste punt drinken we een ijskoude aperol spritz en genieten van de rust. Een zacht briesje brengt de zo gewenste verkoeling. Voor we de laatste boot terugnemen, eten we nog een overheerlijke pasta Siciliana in de haven. Ook deze dag kan weer toegevoegd worden aan de lijst met onvergetelijke indrukken.

Pompeji en de Vesuvius
En dan ineens vallen we stil. Er zijn geen woorden om ons gevoel over Pompeji te beschrijven. Bijna tweeduizend jaar geleden renden mensen hier voor hun leven. De dampen van dodelijk gas inademend, werden zij opgeslokt door een zee van brandende as. Een volledige stad met al het aanwezige leven verwoest. Nog steeds is de dreiging van de Vesuvius voelbaar. Dit is misschien wel het meest imponerende wat we ooit hebben gezien. Oorzaak en gevolg zo dicht bij elkaar.

Eerst willen we ons nog strikt aan de plattegrond houden, maar al snel wijken we af van de geijkte paden. Er is zo veel te zien, zo veel te ontdekken. De zinderende hitte kan ons niet ervan weerhouden dat we vijf uur lang rondlopen langs en door de ruïnes van wat ooit een florerend handelscentrum was. Thermen, keizerlijke villa’s, huizen van burgers, tempels, theaters en zelfs het bordeel zijn opgegraven. Nog steeds zijn opgravingen en restauratiewerkzaamheden in volle gang. Respect voor de Indiana Jones’ die met een kwastje in de brandende zon een fresco blootleggen.

De tuin van de vluchtende mensen vind ik het meest indrukwekkend. Hier wordt de verschrikking van Pompeji in al zijn dramatische facetten blootgelegd. Achter een glazen wand bevinden zich de gipsafdrukken van de lichamen van dertien mensen. Gezinnen met kinderen en baby’s die de dood vonden, terwijl ze een vluchtweg zochten, weg bij die allesverwoestende berg.

resten van Pompeji, Italië
resten van Pompeji, Italië


Sorrento
Citroenen aan de bomen. Citroenen in de overheerlijke drankjes en door het eten. Citroenkaarsen, parfums, zeep en verzorgingsproducten. Getekend op het keramiek en overal waar je kijkt. Sorrento is de stad van de citrusvruchten. Dat klinkt heel zuur, maar dat is vooral erg fris. Midden in het centrum ligt een citroenboomgaard waar we gratis kunnen proeven van limoncello. Dat hoeven ze ons geen twee keer te zeggen. Uiteraard schaffen we meteen ook wat lekkers aan voor thuis. Al wandelend door de stad herkennen we een locatie uit Love is all you need, een film met Pierce Brosnan. Deze Deense productie is ondanks de fantasieloze titel een absolute must see voor liefhebbers van Italië. Via levendige winkelstraatjes, vol nog meer citroenen en leuke restaurants, belanden we in Marina Grande. In deze kleurrijke haven dobberen de vissersbootjes op het water en komt de geur van verse vis ons tegemoet. Overal zijn gezellige visrestaurantjes waar je tegen heel schappelijke prijzen de vangst van de dag kunt eten. Toch kiezen we ervoor om in een van de achteraf gelegen straatjes in het centrum te eten. Boterzachte vis met uiteraard een sausje van citroen.

Voetbal en eten
Is er een betere combinatie denkbaar dan voetbal en eten? Voor Wim in ieder geval niet en eigenlijk geniet ik er net zo van. De trattoria waar we de eerste avond voortreffelijk hebben gegeten, wordt ons vaste voetbalstekkie. Le bontà del Capo zou in Nederland gekwalificeerd worden als een toprestaurant. Alleen al vanwege het zeezicht, maar ook het eten is er fantastisch. Wat je zou verwachten in een dergelijk restaurant is een ober in pinguïnpak die met een uitgestreken gezicht de bestelling opneemt. Zo niet in Le bontà del Capo. Het is een typisch familiebedrijf. De gepensioneerde eigenaar, schuift gezellig een stoel bij om met de gasten voetbal te kijken. De kleinkinderen rennen heen en weer of zitten onderuit gezakt met een ipad. De zoon die nu de touwtjes in handen heeft, komt zo nu en dan een praatje maken met de gasten. De kok schreeuwt af en toe voorspellingen uit de keuken: ‘I promise you. Olanda-Australia 2-0.’ En elke wedstrijd die we er zien, kunnen we afsluiten met een goede fles wijn. Want op een overwinning mag gedronken worden.

En toen zat het er alweer op
Dit gedeelte van Campanië stond al jaren op onze bucketlist. Volkomen terecht staat de kuststreek op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Het was geen goedkope vakantie. Uiteindelijk gaven we veel meer geld uit dan we van plan waren. Daar staat tegenover dat we de vakantie van ons leven hebben gehad. Het is niet voor niks: Napels zien en sterven. Het zou moeten zijn Napels en Amalfikust zien en sterven. Want het is waar, na deze vakantie kunnen we gerust zachtjes inslapen met prachtige uitzichten op ons netvlies. Al hopen we natuurlijk nog vijftig jaar te leven om hier minimaal nog één keer terug te komen.

Vakantieverhalen / reisverslagen

Gerelateerde artikelen