Gratis reisvoorstel aanvragen

De weg op door NormandiŽ

Bestemming: A. NormandiŽ (Frankrijk)
Periode: september 2015
Vervoer: Liften
Accommodatie: Herberg, couch surfen

Liftvakantie door Normandië met bestemming Amiens, Rouen en Granville, september 2015, 1 week, alleen

Zittend op een brug waarlangs om de tien minuten wandelaars passeerden, wenste ik dat ik een bestemming had gekozen die verder van de bewoonde wereld lag. Ver weg, waar eenzaamheid tenminste goed voelde. Nu wilde ik alleen maar huilen, maar dat kon natuurlijk niet met zoveel mensen in de buurt. Waar was ik in godsnaam aan begonnen?

Voor de meeste doorgewinterde reizigers zal mijn impulsieve beslissing om in mijn eentje een week door Normandië te liften vast niet zo uitzonderlijk klinken, maar zelf ben ik op avontuurlijk vlak een behoorlijk groentje en verveeld van mezelf besloot ik daar verandering in te brengen.

Ik had er nu al maanden over zitten dagdromen, maar je weet hoe dat gaat: daar komt gewoonlijk weinig actie van. En terwijl ik dat besefte, was ik al bij voorbaat teleurgesteld in mezelf. Er zat dus niets anders op dan gewoon te gaan. Ik zocht een oude rugzak uit op zolder, rolde 7 T-shirts op zoals ik het van de vele hitchhiker websites geleerd had en propte ze zorgvuldig in die rugzak, keek uit dat ik de essentiële zaken zoals een tandenborstel en een wegenkaart niet vergat… Ik hield zelfs ruimte over om leesvoer mee te nemen. Ik voelde me een echte professional toen ik zag dat ik alles in die kleine rugzak had weten te krijgen.

Ik zag het helemaal zitten nu ik de knoop had doorgehakt. Mijn ouders echter waren iets minder gelukkig met mijn beslissing om alleen door Frankrijk te gaan trekken, al liftend, rekenend op wildvreemde mensen voor een slaapplaats, maar ze konden me nu niet meer thuishouden. Ik had een besluit genomen en die beslissing intrekken, zou tegen de regels zijn. En ik speel niet vals. Echter, omdat dit de allereerste keer was dat ik dit zou gaan doen, plande ik zoveel mogelijk op voorhand. Ik zocht mijn bestemmingen uit, zocht adressen waar ik kon couch surfen en om papa tevreden te stellen, die niet gediend was met het idee dat zijn dochter zou gaan liften in plaats van gewoon de trein te nemen, sloten we het compromis dat ik naar mijn eerste bestemming gebruik zou maken van de website Blablacar. Ik weet niet wat hij daar zoveel beter aan vond, want in mijn ogen is het gewoon liften op afspraak. Met kosten. Met al even wildvreemde mensen.

Brussel – Amiens

Twee dagen nadat ik de knoop had doorgehakt, trok ik zenuwachtig maar vastbesloten naar Brussel, waar ik mijn eerste lift zou nemen. Via Blablacar had ik een zitplaats weten te bemachtigen in Gregory’s auto. Hij was Frans en reed voor zijn job geregeld de grens over; zijn bagage bestond dus wel vaker uit lifters. Samen met een Frans koppeltje dat terug richting huis ging, stapte ik in. Omdat mijn Frans nog een beetje roestig was, durfde ik niet zo veel zeggen tijdens onze tocht naar Amiens. Sowieso breng ik een autorit graag in stilte door, zodat ik rustig kan nadenken en nu was er veel om over na te denken, dus hield ik het grootste deel van onze rit mijn mond. Ik moest me mentaal voorbereiden op een week vol geforceerde sociale interactie. Survival of the talkative ones. Ik heb mezelf die week heel vaak de vraag gesteld waarom ik dit in godsnaam deed. Ik was hier niet geschikt voor. Ik wilde iemand zijn die ik niet was. De avonturier. De held die het in zijn eentje weet te redden. Toen Gregory me uiteindelijk afzette, zei hij als goedbedoelde raad: “Waarom zei je zo weinig? Je moet met mensen praten als je dit wilt gaan doen.” Ik hield mezelf voor dat ik met mensen zou gaan praten zodra ik van hem af was.
In Amiens kon ik terecht bij Rayya. Ze was een paar jaar ouder dan mij, werkte lange uren kilometers verwijderd van de stad en woonde op een kleine, maar mooie studio in een historisch gebouw in het centrum. Het deed er niet toe dat ze geen keukenprinses was, want ik had honger en zij voorzag speciaal voor mij een warme maaltijd en beter kon ik me op dat moment niet wensen. We deden niet veel die avond. Het klikte tussen ons, wat het zo veel makkelijker maakte om te vergeten dat ik een vreemdeling in een vreemd land was. En hoewel ik pogingen deed om me verstaanbaar te maken in het Frans, gingen we al snel over op Engels omdat we gewoon veel tegen elkaar te vertellen hadden en mijn gebrekkige Frans een boeiend gesprek in de weg stond. We kropen gezellig onder de wol, terwijl Rayya me vertelde over haar oma die in Tunesië woonde, haar ouders die gemigreerd waren naar Frankrijk en haar job die ze zo leuk vond, maar die veel van haar eiste omdat het zo ver van Amiens was.

De volgende dag kon ik het me niet veroorloven uit te slapen. Rayya moest vroeg op om te gaan werken en zodoende moest ik vandaag buiten doorbrengen tot ze terug zou zijn. Dat was niet erg. Ik was in een nieuwe stad en ik had alle tijd om de toerist uit te hangen. Ik heb lange tijd in de kathedraal doorgebracht, die werkelijk prachtig was. Rayya beweerde dat het de grootste van Europa was en ik hield een mentale notitie bij zodat ik het kon opzoeken zodra ik terug thuis zou zijn. Wat vooral zo bijzonder was aan deze kathedraal, was dat je als bezoeker op het dak kon. Ik herinner me dat mijn leerkracht eens hemel en aarde had moeten bewegen om met onze klas op het dak van de Sint-Pieterskerk in Leuven te mogen gaan staan. Dit was niet te vergelijken. Het was groots en mysterieus en op een of andere manier voelde ik me hierdoor meer verbonden met de kerk. In tegenstelling tot de Sint-Pieterskerk, daar heb ik nooit wat mee gehad. De rest van de dag heb ik rondgedoold in de stad en zocht ik het park op (God-zij-dank voor het prachtige weer!) totdat Rayya ’s avonds laat weer thuiskwam. Ze flanste een restjesmaaltijd in elkaar van Tunesische hapjes en Franse lekkernijen en daarna verraste ze mij met de aankondiging dat ze graag een aflevering ‘Game of Thrones’ zou willen kijken.
Hoe kon ik dat weigeren? Ik was zelf namelijk nog niet helemaal up to date met seizoen 4. Oh, en het beste van al? We keken tv in het Engels, met ondertitels!

Amiens – Rouen

Ik verbleef nog één nacht bij Rayya en de volgende ochtend begon het liftavontuur voor echt. Samen met haar had ik mijn plannen besproken en het beste punt uitgezocht van waaruit ik naar Rouen zou kunnen gaan. Het internet had me geleerd dat ik ergens moest gaan staan waar regelmatig auto’s langs zouden komen, maar ook niet te veel, zodat ik snel opgepikt zou worden door een aardige bestuurder die dezelfde richting uit moest als ik. We besloten dat het beste plan waarschijnlijk was om vlak bij de oprit naar de autostrade voor Rouen te gaan staan. Het was tenminste al letterlijk in de goede richting.

Het voelde een beetje gek om mijn duim zo in de lucht te steken en oogcontact te zoeken met elke autobestuurder die voorbijkwam, maar ik had ervoor gekozen op deze manier te gaan reizen, dus het had geen zin om te gaan staan piekeren over hoe debiel ik er mogelijk uit zou zien. Geloof het of niet, maar ik heb nog geen 5 minuten aan de kant van de weg moeten wachten voor ik werd opgepikt. Mijn chauffeur was een aardige man die me rechtstreeks tot in Rouen bracht, mijn volgende stopplaats. Wat een meevaller! Ik had mijn routes zo gekozen dat ik nooit verder dan 200 kilometer naar de volgende stad moest rijden, zodat ik er hopelijk zonder te veel moeilijkheden zou geraken. Dat het zo eenvoudig zou zijn, was meer dan ik had verwacht. Ik begon dit echt leuk te vinden!

Dit keer had ik een bed in een jeugdherberg geboekt omdat ik niet op tijd iemand had gevonden om te couch surfen. Het was nog een heel gedoe om die herberg te vinden, omdat hij buiten de stad lag, en daar aangekomen hoorde ik dat ik pas kon inchecken vanaf 7 uur s’ avonds. Ik had dus nog een hele dag om rond te kuieren, voordat ik me rustig even in een kamer kon terugtrekken. Ik liet mijn rugzak achter in de herberg en nam alleen mee wat ik nodig had. Ik kwam de stad binnen langs wat je de achterzijde zou kunnen noemen, de heuvel op langs oude woonhuisjes en weinig bezienswaardige gebouwen en zo naar het prachtige historische centrum met de kathedraal en de oude klokkentoren als trekpleister. Het weer was wisselvallig, maar overwegend droog en dat bleek voor heel wat toeristen ideaal voor een uitstapje naar dat mooie centrum. Ik had het in mijn hoofd gehaald dat het in september overal wel rustig zou zijn: geen toeristen, geen gedoe, de weg volledig vrij gemaakt voor de eenzame hitchhiker. Had ik het even mis! De stad was overspoeld met mensen en dat ergerde me mateloos. In die mensenmassa voelde ik me behoorlijk eenzaam en ik heb de hele dag gezocht naar een plaats waar ik rustig, in stilte, volledig op mezelf kon doorbrengen. Het antwoord vond ik op het stadsplannetje dat ik uit de herberg had meegenomen: het Musée des Beaux-Arts. Naar het schijnt hadden ze daar een aardige collectie schilderkunst en dat sprak me wel aan. Prachtig museum was dat! En gratis voor studenten, stelde ik tot mijn verrassing vast toen ik aan de balie vroeg naar kortingstarieven. Ik werd al helemaal gelukkig toen ik door de verschillende gangen liep en in alle rust penseelstreken en schaduwpartijen, plooivallen en lijstornamentiek kon bewonderen zonder eerst tien bezoekers aan de kant te moeten schuiven. Ik was praktisch alleen in elke zaal. Hemels. Die zalige rust verdween echter weer zodra ik weer buiten was. Ik dwaalde nog een tijdje rond doorheen de verschillende kleine drukke straatjes, maar uiteindelijk had ik er genoeg van en ging ik terug op weg naar de jeugdherberg. In afwachting tot het 7 uur was, ging ik op zoek naar een rustig plekje.

Brug in Rouen
Brug in Rouen


Tot mijn grote teleurstelling was er in de buurt van de herberg geen park of iets dergelijks te vinden. Zelfs rond de kleine kerk leken heel de tijd mensen rond te hangen en ik voelde de noodzaak om even echt alleen te zijn om toe te kunnen geven aan die eenzaamheid die al heel de dag aan me had zitten knagen. Uiteindelijk zette ik me neer op een voetgangersbrug boven het spoor en was het tijd om mijn onrust uit mijn pen te laten vloeien. Het schrijven kalmeerde me en ik kon weer een beetje genieten van het uitzicht. Ik zei vriendelijk bonjour tegen de voorbijgangers. Ik at de overschot van mijn baguette met kaas die ik s’ middags had gekocht. Ik bekeek de foto’s die ik tot nu toe had gemaakt. Maar stiekem keek ik wel uit naar het moment dat ik weer thuis zou komen.

Die avond in de jeugdherberg ging ik vroeg naar bed. De volgende dag zou ik helemaal tot in Granville moeten geraken en daarvoor moest ik langs Caen, wat betekende dat ik minstens twee verschillende chauffeurs zou moeten vinden. Ook zou ik eerst helemaal naar het andere eind van de stad moeten wandelen om in de goede richting een lift te nemen. Ik sliep goed. Van mijn kamergenoten had ik geen last.

Rouen – Granville

De ochtend van mijn tocht naar het meest zuidelijke punt van Normandië moest ik doorbrengen in de regen. Gepakt en gezakt trok ik dwars door de stad en kwam terecht in de industriebuurt van Rouen, die gelegen was aan de Seine. Met de stad achter me en de beboste heuvels in de verte, leek de autostrade in het verlengde van het industriepark niet zo’n aanlokkelijke bestemming, maar ik moest mijn tocht verderzetten en zo weinig mogelijk tijd verliezen. Ik had tenslotte een afspraak in Saint-Per-Sur-Mer (naast Granville) met mijn nieuwe gastvrouw en ik wilde graag op tijd zijn. Hier een lift vinden was lastiger. Ik stond op de oprit naar de autostrade. Het leek de goede richting te zijn, maar het was er niet ideaal voor auto’s om lifters op te pikken. Iedereen reed te snel. Het regende. Ik was bang dat ik de foute plek had gekozen en ik dwaalde van de ene kant van de industriezone naar de andere. Toen ik na uren door de regen te wandelen nog altijd geen lift had, moest ik naar de wc. Gelukkig was er een tankstation in de buurt. De aardige mevrouw aan de kassa wees me de goede richting naar Caen aan en gaf me nog een handvol snoepjes mee. Waarschijnlijk had ze medelijden vanwege mijn doorweekte eenzame hitchhiker uiterlijk en die troef speelde ik maar al te graag uit. Met mijn zakken vol snoep, ging ik terug naar de plek waar ik eerst gaan staan was. Het regende nu nog harder en mijn bordje waarop in dikke letters “Caen” was geschreven, was waarschijnlijk niet eens meer zichtbaar doorheen al dat vallende hemelwater. Uiteindelijk stopte er een gezinswagen haastig langs de kant van de weg en dankbaar stapte ik in. Het was zalig droog en lekker warm in de auto. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om mijn jas te laten drogen en vertelde ondertussen over de avonturen die ik al had beleefd. Het gezinnetje in de auto was op weg naar hun familie in Caen en omdat ik zelf vanaf daar verder trok richting Granville, leek het hen het beste om me aan een oprit af te zetten. Ik klaagde niet, want ik was in één stuk een dikke 100 kilometer verder geraakt, maar me afzetten op de autostrade…? Ik was er vrij zeker van dat liften op de snelweg behoorlijk illegaal is.
En daar stond ik dan, op de pechstrook van de autostrade naast Caen. Ik stak mijn duim in de lucht en hoopte dat er iemand gek genoeg zou zijn om hier te stoppen. Ik betrapte mezelf erop dat ik bang was voor wat er zou gebeuren als ik geen lift zou krijgen. Ik zou te voet moeten, richting de stad, maar dat leek niet zo evident op de autostrade. Daardoor zou ik niet op tijd in Granville aankomen en ik zou een slaapplaats in Caen moeten zoeken. En als ik nergens terecht zou kunnen, zou ik op straat moeten slapen. Dat idee vond ik behoorlijk eng. Toch bleef ik optimistisch. Ik leerde al snel om praktisch te denken en oplossingen te zoeken voor als het mis zou gaan en niet bij de pakken te blijven zitten. Uiteindelijk werd ik opgepikt door een aardige Fransman in zijn sportwagen. We spraken Frans (ik met moeite) omdat hij beweerde me te willen helpen met mijn talenontwikkeling. Daar twijfelde ik niet aan, maar stiekem verdacht ik hem ervan dat hij gewoon geen Engels kon. Hij praatte honderduit over golf en vakanties en auto’s en toen we in de buurt van Saint-Lô kwamen, zette hij me weer af, me succes wensend met mijn reis. Ik was ergens beland wat me voorkwam als een doods dorp, al was dit plaatsje een stuk groter. Ik liep naar mijn gevoel hopeloos verloren, tot ik twee vriendelijke oude mannetjes tegenkwam die me de goede richting uitstuurden. Niet veel later kreeg ik mijn laatste lift van die dag te pakken en werd ik netjes in Saint-Per-Sur-Mer afgezet, waar ik Anne-Lise ontmoette.

Anne-Lise was een uiterst gastvrije en vlotte dame. Echter, zoals de meeste Fransen die ik tot dan toe ontmoet had, weigerde ze om nog langer in het Engels te communiceren zodra ze doorhad dat ik toch een beetje Frans sprak, zelfs terwijl ze beter Engels sprak dan mij. Ze leidde me naar haar huis en toonde mijn slaapplek op de mezzanine. Ik was blij verrast met zoveel privacy. Daarna stelde ze me voor aan haar twee zoons, waarvan ik al snel ontdekte dat ze geen woord Engels spraken, in tegenstelling tot hun moeder. Het stereotiepe beeld dat de Fransen geen Engels kunnen, bleek dan toch (deels) te kloppen. Voor het avondeten konden we nog even samen een wandeling in Granville maken. Het is een mooie stad aan de kust. De zee was er wild en het landschap grillig. Niet verwonderlijk dus dat ik als hopeloze romanticus meteen verliefd werd. Dit was zo’n plek waar eenzaamheid werkelijk goed zou voelen.
De volgende dag bracht ze me naar de Mont Saint-Michel. Zelf ging ze niet mee, want ze moest werken, maar ik had er geen probleem mee die curieuze berg op m’n eentje te gaan ontdekken. Ondanks de toeristen – waarschijnlijk wordt het hier heel het jaar door overspoeld door vakantiegangers – was het een fantastisch uitstapje. Het is zo’n mysterieus eiland dat vroeger niet bereikbaar was bij vloed, tenzij je natte voeten wilde riskeren. Nu is het eilandje verbonden met het vaste land door middel van een stevige houten brug waarop de toeristen in bosjes tegelijk worden aangevoerd in de zogenaamde ‘shuttlebussen’. Het bespaart je 15 minuten wandelen. Ik moet bekennen dat ik ook op zo’n bus zat.

Mont Saint-Michel
Mont Saint-Michel


Om op de top van de berg te geraken, moest je vele kronkelige straatjes langs die volgestouwd waren met restaurants, souvenirshops en de onmisbare Japanners met hun spiegelreflexcamera’s. Ach, het had ook zijn charme. En ik genoot van de heerlijke historische bouwkunst op het eiland. Boven wachtte me het mooiste, meest lovenswaardige stukje architectuur: de abdij. Het was een prachtig bouwwerk met rond omliggende groene tuinen en een spectaculair uitzicht op de Noordzee langs de ene zijde en de zompige kust met in de verte de bewoonde wereld langs de andere zijde. Ik hou van die speciale sfeer die er altijd hangt in oude christelijke gebouwen. Je moet het hen nageven: ze wisten wel hoe ze mensen moesten imponeren! Ik werd er bijna spiritueel van.

Die avond verbleef ik nog bij Anne-Lise. Nadat we konijn met pruimen hadden gegeten, keken we “I am legend” die, uiteraard, gedubd was in het Frans. Ik had geluk dat ik hem al een keer had gezien en dus wist waar het over ging. Ik genoot van deze avond samen, want de volgende dag zou ik haar niet meer zien. Het was mijn laatste avond in Normandië, zoals ik het gepland had. ’s Ochtends ging ik richting huis.

Granville - Thuis

Bij mijn vertrek, dat stilletjes en onopgemerkt was, liet ik een kaartje en wat Belgische chocotoffs achter op de keukentafel als bedankje voor Anne-Lises gastvrijheid. Daarna ging ik op weg naar de bushalte. De bus zou me tot aan de grote wegen brengen en van daaruit zou ik verder liften. De reden dat ik zo vroeg was vertrokken, was omdat ik in één dag thuis wilde geraken. De afstand van zuid-Normandië tot Leuven was niet onoverkoombaar, maar ik wist dat ik het niet met één chauffeur zou kunnen doen. Gelukkig moest ik ook dit keer niet te lang wachten op een lift. Het was een vrouw die voor me stopte. Dat verbaasde me. Nu pas viel het me op dat alle anderen die voor me gestopt waren mannen waren. Zij zou de enige vrouw worden die mij een lift aanbood gedurende deze week.

De eerste etappe van mijn terugreis ging steeds met kleine stukjes vooruit. De meeste afstand legde ik af over autostrades en ik geraakte over mijn angst heen om hier te worden afgezet: er bleken genoeg mensen bereid te stoppen. Echter, als ik op dit tempo verder zou reizen, zou het erg laat gaan worden en daar werd ik een beetje zenuwachtig van. Eén van mijn volgende chauffeurs was een vrachtwagenbestuurder. De man stopte zijn gevaarte voor me op de pechstrook; daar was ik wel even van onder de indruk. Blij stapte ik in langs de passagierszijde; ik had nog nooit in een vrachtwagen gezeten en van binnenuit is het nog indrukwekkender. Je hebt er echt een wijds uitzicht! In mijn nopjes deed ik mijn verhaal aan de chauffeur zo goed en zo kwaad als ik kon. Hij was een sympathieke man en blij met wat gezelschap. Na ongeveer een uurtje moest hij me echter afzetten omdat onze bestemmingen niet overeenkwamen, maar omdat we aan een tankstation waren gestopt, wilde hij me wel graag nog koffie aanbieden. Een pauze kon geen kwaad, besloot ik, en ik genoot samen met hem van dit stille moment op de parking. Daarna moest ik verder met mijn tocht.

Ik besloot een nieuwe tactiek te proberen. De vrachtwagenchauffeur had me een tip gegeven: als je een lift wilt die je zover mogelijk tot bij je bestemming zal brengen, moet je naar de nummerplaten van auto’s kijken. Een Fransman zal wellicht niet tot in België rijden, maar een Belg of een Nederlander natuurlijk wel. Ik bedacht me dat een ommetje op de parking dus geen kwaad kon, waarbij ik zorgvuldig alle voorbijkomende nummerplaten bekeek. Daar, vlak voor mij, stond een auto met Nederlandse nummerplaat. Zou ik echt zoveel mazzel kunnen hebben? Ik besloot mijn geluk niet langer te tarten en er gewoon op af te gaan. Ik tikte op het raampje en de bestuurder draaide het voor me open. “Goeiedag,” zei ik, in het Nederlands, dat kon nu tenslotte. “Gaat u richting België? Zou ik dan misschien mee mogen rijden?” “Stap maar in,” zei de jonge man achter het stuur. Dit was de grootste meevaller van de hele week! Ik kon van midden Normandië helemaal tot in België meeliften! En zodra ik over de grens was, zou het niet uitmaken waar ik terecht zou komen. Ik kon liften als ik dat wilde, maar ik zou ook gewoon een trein kunnen nemen. Meerijden met de Nederlander, was het afsluitstuk van mijn reis.

Op reis gaan voelt aan als een verplichting. Niet als vakantie. Je moet reizen om een ontwikkeld mens te zijn. Je moet reizen om jezelf te vinden. Je moet reizen om de nodige ervaring op te doen. Er zijn miljoenen redenen waarom je zou moeten reizen en ik ben het stuk voor stuk met ze eens. Ik voelde ook die noodzaak om te reizen. Ik moest dit doen, anders zou ik het me de rest van mijn leven beklagen. Dit was mijn kans om te laten zien dat ik ook iets durfde. En ondanks mijn schrik, was ik oneindig trots op mezelf dat ik het gewaagd heb en het er met succes vanaf heb gebracht. Het cliché wil echter dat thuis de beste plaats is en het zou geen cliché zijn, als er niet ergens een kern van waarheid in zou zitten. Ik was doodop toen ik uiteindelijk Gent bereikte en ik besloot dat ik genoeg sociaal contact had gehad. Zonder schuldgevoelens of schaamte kon ik me nu naar het station begeven en een trein naar huis nemen. Ik stuurde mama alvast een berichtje met het vooruitzicht op mijn thuiskomst. Nog geen minuut later kreeg ik een sms’je terug: “Welkom terug!” Op de trein werd ik bevangen van een vertrouwd gevoel. De trein nemen, ook dit was thuiskomen. Ik kon niet wachten tot ik thuis de sleutel zou omdraaien en de deur opendeed.

Geschreven door Tine Gebruers

Heb je interesse in een reis naar Frankrijk? We helpen je graag om deze reis naar jouw wens samen te stellen. Reisbureau Reisgraag.nl scoort een 9+ in reviews, we zijn lid van ANVR, SGR & Calamiteitenfonds en we hebben al meer dan 12,5 jaar ervaring. Vul hieronder jouw wensen in voor jouw vakantie naar Frankrijk, dan sturen we je gratis een voorstel op maat.

Vertel ons uw vakantie wensen. Onze reisexperts geven u gratis en vrijblijvend reisadvies op maat.

Zonder budget geen passend advies.
Uw gegevens

* = verplicht. Privacy beleid is van toepassing

Vakantieverhalen / reisverslagen

Gerelateerde artikelen