Gratis reisvoorstel aanvragen

Eerste indruk van Parijs

Bestemming: A. Parijs (Frankrijk)
Periode: augustus 2015
Vervoer: Thalys, metro
Accommodatie: Hotel/Ibis Budget Hotel

De heenreis

In het vroegste ochtenduur kwamen we aan op het station van Amsterdam. Met bloeddoorlopen oogjes staarden wij naar het stationsgebouw. De nacht hiervoor hadden we lopen fantaseren over hoe het in Parijs zou zijn en wat er allemaal op ons pad zou komen. Die heerlijke spanning had ons uit Morpheus omhelzing gehouden. Ik keek in de vermoeide ogen van mijn vriendinnetje en zag daar het glimmen van een blijde verwachting. Ik wist dat in mijn ogen hetzelfde te zien zou zijn. Zij was al wel eens eerder met de Thalys geweest, maar voor mij was dit de eerste keer. ‘Je gaat op een gegeven moment echt super snel!’ Ze lachte er zo breed bij dat het bij mij ook een glimlach veroorzaakte.

De Thalys

De binnenkant van de Thalys was chic. Hoewel de bekleding hier en daar wat versleten was deed het rood van het interieur mij denken aan dure restaurants. Mijn vriendin legde haar hoofd lief op mijn schouder en sprak zachtjes en samenzweerderig: ‘Wij gaan naar Parijs’. De trein vertrok en de neonverlichting van de gebouwen die aan ons voorbijraasden lieten een mysterieus gevoel in mij achter. Wat voor bedrijven waren dat en welke mensen werkten daar allemaal, vroeg ik mij af. In mijn hart was het de reis nu al waard geweest. Slechts een paar nogal nietszeggende gebouwen met neonverlichting van onze hoofdstad en ik was alweer tevreden gesteld. Ik was en ben ook nogal een kind. Misschien was ik juist op dit avontuur meer kind dan ik het hele jaar geweest was. Ik ervoer diezelfde spanning die een kleine jongen in zijn bed heeft wanneer hij weet dat hij morgen jarig is. We maakten nog wat tussenstops op andere Nederlandse stations en uiteindelijk kwamen we aan in Brussel. Mijn vriendin sprak terwijl zij naar deze metropool keek: ‘Parijs is nog mooier en straks gaat de trein nog harder’. Een man liep over het perron, wij vonden hem beiden knap en zeer goed gekleed.

Frankrijk

Wij raasden langs de weilanden van Frankrijk. Hoewel de zon tot nu toe nog niet geschenen had en het slecht weer zou blijven in Nederland, waren wij nu de wolken aan het inhalen. De trein maakte echt de vaart die ik ervan verwacht had en ik verwonderde mij erover dat de rest van de coupé niet zo onder de indruk was als ik. Er zat zelfs een man te slapen. Mijn ogen wilden niets missen van dit alles, maar vaker dan eens werd het zicht geblokkeerd door geluidsmuren of een hoge wal.

De Sacré-Cœur

Wij kwamen aan in Parijs. Direct wees mijn vriendinnetje naar een bepaald gebouw in de verte. 'De Sacré-Cœur'. Het glimmen van haar ogen was nu zo blinkend als Swarovski kristal.
Wij stapten de trein uit en zij keek streng naar mijn tas. ‘Oppassen nu’. Ik was geen reiziger, slechts een toerist, maar zij zou mij wel beschermen tegen mijn eigen onwetendheid. Gare du Nord was druk en het stonk er. Het stonk er zo vreselijk dat ik zelfs nu ik hier voor mijn laptop zit die geur nog voor de geest kan halen. Een soort mierzoete rotte eierlucht. Een eau de cologne die vreselijk over de datum was. Uit het automaat haalden wij de metrokaartjes en vanaf toen lag de stad aan onze avontuurlijke voeten. Mijn vriendin had besloten dat wij wel even naar de Sacré-Cœur konden gaan, want we konden toch nog niet inchecken bij het hotel. Bij de Sacré-Cœur kregen we een heuse ontgroening: we moesten ons langs een grote groep Senegalezen wurmen die bandjes om onze polsen probeerden te doen en er dan vijftien euro voor vroegen. Daarna konden wij genieten van het uitzicht. Voor mij zag ik de stad van duizend clichés, maar mijn hart klopte sneller. Ik dacht bij mijzelf: ‘Ik ben zelf een cliché.’ Snel wees mijn vriendinnetje bijzondere hoogtepunten aan die we sowieso moesten bezichtigen. De kerk Saint Sulpice, het Centre Pompidou en het veel minder bekende Montparnasse. Ze vertelde mij dat je bij Montparnasse daadwerkelijk het hoogste punt van Parijs bereikt en een geweldig uitzicht hebt over de stad. Ik kon niet wachten.

De mooie Sacré-Cœur van Parijs
De mooie Sacré-Cœur van Parijs

Het hotel

Ons hotel bevond zich net buiten de périphérique en wij moesten uitstappen bij de metrohalte Porte de clingancourt. Het had ons van tevoren een goed idee geleken om de kosten te drukken en dit had ons naar het Ibis Budget Hotel geleid. Ik keek om me heen en aanschouwde een wijk die ons die eerste dagen misplaatste angst inboezemde. De straten waren vies en de weeïge lucht van bier en pis drong onze neusgaten binnen. Ook het feit dat wij met onze blanke gezichten de uitzondering waren speelde een rol. Later zouden wij tot de ontdekking komen dat deze wijk juist geliefd was bij vele toeristen als Marché aux puces.

Op de kamer aangekomen leek alles prima in orde. Tot ik op het bed sprong. Ik verwachte een zachte en hemelse landing, maar het tegenovergestelde bleek werkelijkheid. ‘Geen probleem’ zei ik tegen mezelf. Wij zijn hier om deze stad te veroveren, slapen kan altijd nog.

In Parijs

Al snel leerde ik het systeem van de metro kennen, dat alleen wereldvreemden van mijn leeftijd nog niet hadden doorgrond. Ik las de namen van de haltes en probeerde ze uit te spreken. De halte Simplon werd op zo’n manier uitgesproken dat het mij op de lachspieren werkte. Bij de Tuilerieën stapten we uit. Mijn vriendinnetje vertelde mij dat hier Manet en Monet ook kwam om te schilderen. Ik aanschouwde een serene rust en een schoonheid die de geest temperde en goed was tegen de zenuwen. Dat Vincent van Gogh na deze plek gekend te hebben nog zelfmoord heeft gepleegd kwam mij even voor als een leugen.

Het werd laat en we moesten nog eten. We stapten uit bij de halte Saint-Michel en direct na de uitgang van de metro werd ik begroet door een enorm standbeeld van deze heilige. Dit grote sculptuur, geplaatst in een fontein en ook nog in een muur, fluisterde verleidelijke zinnen in mijn oor: ‘Je bent al verliefd op deze stad, hè? Heeft ze je al betoverd?’ In deze wijk at ik slakken en voelde ik mezelf een wereldreiziger. Met een voldaan gevoel keerden wij terug naar het hotel, waar een houten plank en een dun matras het enige slaapcomfort bood.

Routine

De dagen erna zagen onze ochtenden er steeds hetzelfde uit. We aten het ontbijt dat ons aangeboden werd door het hotel. We gingen naar de nabijgelegen supermarkt en sloegen water en middageten in. We gingen de metro in, stapten ergens uit en bekeken daar de plaatselijke schoonheden van architectuur en kunst.

Musée de l’Histoire Naturelle

De meeste indruk op mij maakte het natuurhistorisch museum oftewel het Musée de l’Histoire Naturelle. Op de grote kaart van mijn vriendin hadden wij deze bezienswaardigheid ontdekt. Wij hadden de Arc de Triomf al gezien. Terwijl we op het gras lagen hadden we al gestaard naar de Eiffeltoren en ook hadden we de gigantische rijen voor de Nôtre Dame en het Louvre bekeken om te besluiten dat ze van buiten al mooi genoeg waren.

Dit natuurhistorisch museum leek ons wel wat. Ik koester namelijk een geheime fascinatie voor dinosaurussen. Vroeger kreeg ik vaak van een vriendje of een tante een plastic dinosaurus op mijn verjaardag en af en toe wens ik heimelijk dat mensen dat weer zouden doen. Het terrein van het museum was immens. Er was niet alleen een gebouw met botten en skeletten van dino’s en andere wezens, maar ook een botanische tuin, een dierentuin en een expositie over kleurige krabben. We zijn nog geen zesentwintig en hierdoor konden we bijna overal gratis in. De botanische tuin was prachtig en misschien nog wel mooier dan die van Leiden. Toch kwam mijn grootste verbazing pas toen wij de skeletten van de dino's zagen. Ik zag de schedel van een Triceratops, ze hadden een hele Lguanodon en een volledige Carnotaurus. Het allergaafste was misschien wel de schedel van een Tyrannosaurus-Rex. Mijn vriendin kneep zachtjes in mijn arm terwijl ik met open mond naar al dat prachtigs staarde en fluisterde: ‘Mooi he?’.

Met de schedel van een Tyrannosaurus-Rex
Met de schedel van een Tyrannosaurus-Rex

Graftombes

Een van onze laatste dagen in de stad van de liefde. Nou liefde…ik vind het eerder de stad van schoonheid en decadentie, de stad van pracht en pronk. Ik zag de gigantische versierde graftombes van de beroemde begraafplaats Père Lachaise en was verbouwereerd over hoeveel geld men vroeger wel niet in zijn eigen dood wilde steken. Zelfs in de dood probeerde de ene rijke de andere nog te overtreffen. Ook was ik zeer ontevreden over de graftombe van Oscar Wilde. Bij een grootheid als hem verwacht men toch wat meer dan een lelijke abstracte sfinx als laatste eer.

Tour Montparnasse

Op één van onze laatste dagen in de stad van de pracht en pronk genoten wij van het mooiste uitzicht van Parijs. Dit was niet de Eiffeltoren, zoals Parijs zelf zal beweren, maar de Tour Montparnasse. Vanaf deze bedrijfstoren kon je daadwerkelijk heel Parijs zien liggen. Elke kerk die wij hadden bekeken en elk monument dat wij hadden bewonderd konden wij op schaal van boven weer bekijken. Ik dacht bij mezelf: ‘Ik heb Parijs nu twee keer gezien’.
Aan het einde van die dag aten wij weer in de altijd gezellige wijk Saint Michel. In het donker liepen we terug naar ons hotel, zonder angst, gewend en zelfs gesteld op de weeïge lucht van pis en bier.

Nachtelijke avonturen

De laatste nacht bleven wij weer uit Morpheus heilzame armen door het ingrijpen van een groep dronken Australiërs. De voorlaatste nacht hadden zij het ons al moeilijk gemaakt, door het schreeuwen op de gangen en het dronken lallen van hun uitheemse liederen. Uiteindelijk waren ze de vorige nacht toch gaan slapen. Deze nacht bleven zij onze rust verstoren tot in het vroege ochtenduur door op onze deuren te bonken, hard te stampen en muziek te draaien. Uit pure wanhoop stormde ik de gang op, overzag de situatie en stelde vast dat dit nog wel eens lastig ging worden. Ik zag een meisje van het groepje in haar blote derrière opgetild worden door een roodharige jongen die het één en ander beweerde over zijn bedkunsten. Nog voor ik het volgende kon aanschouwen werd mijn aandacht getrokken door een jongen die een kop groter was dan ik. Zijn Adamskostuum werd slechts bedekt door een onderbroek en hij had diezelfde huidziekte die zich onder profvoetballers als een lopend vuurtje verspreid. Ik had geen tijd om die rare teksten in die sierlijke letters te lezen, aangezien hij nogal dreigend op mij afkwam. ‘Hey mate, why don’t you go back inside alright?’. Al snel stond hij voor me en ik nam het hazenpad. Met een beschadigd ego dacht ik bij mezelf: ‘Och was ik maar een held dan had ik hem geveld.’

Wereldburger

Die ochtend van ons vertrek werden onze vermoeide ogen nog even gestreeld door het pittoreske Montmartre. Genoeg schilderijen in de ateliers die ik niet kon betalen, maar wel wilde hebben. Onderweg naar de trein spraken wij ons nog uit over deze helse nacht, maar dat het de pret niet bedorven had. Onderweg terug naar huis doorliep ik elk moment nog een keer en voelde dat ik wat geleerd had. Ik was vanaf nu geen echte toerist meer, maar een reiziger. Een wereldburger met de juiste levensbagage.

Geschreven door Jelmer Weening

Heb je interesse in een reis naar Frankrijk? We helpen je graag om deze reis naar jouw wens samen te stellen. Reisbureau Reisgraag.nl scoort een 9+ in reviews, we zijn lid van ANVR, SGR & Calamiteitenfonds en we hebben al meer dan 12,5 jaar ervaring. Vul hieronder jouw wensen in voor jouw vakantie naar Frankrijk, dan sturen we je gratis een voorstel op maat.

Vertel ons uw vakantie wensen. Onze reisexperts geven u gratis en vrijblijvend reisadvies op maat.

Zonder budget geen passend advies.
Uw gegevens

* = verplicht. Privacy beleid is van toepassing

Vakantieverhalen / reisverslagen

Gerelateerde artikelen