Vakantie op Gran Canaria

Bestemming: A. Maspalomas (Spanje) , B. Puerto de Mogan () , C. Puerto de la Aldea , D. Puerto de las Nieves , E. Galdar , F. Arucas , G. Teror , H. Valleseco , I. Fataga , J. AguÔmes
Periode: oktober 2016
Vervoer: vliegtuig, huurauto
Accommodatie: appartement
Organisatie: Transavia

Energie zuinig

Om 10.30 uur vertrokken we naar Schiphol. In de vertrekhal was het goed druk, maar wij hoefden alleen onze koffer af te geven. Vlak daarna arriveerde ons vliegtuig en verlieten veel bruinverbrande mensen het toestel. Tien minuten later dan gepland konden wij instappen en exact om 15.00 uur gingen we de lucht in. Films en muziek kon je bekijken en beluisteren via je iPad als je de Transavia app had gedownload. Omdat het op Gran Canaria 1 uur vroeger is dan in Nederland landden we al om 18.10 uur op het vliegveld Las Palmas. Onze huurauto stond in de parkeergarage al klaar en we reden de snelweg op. De weg volgde de kustlijn en we reden door een landschap met veel rotsen, uitzicht op zee en hier en daar grote kassen. We stonden versteld dat we zo snel bij afslag 46 waren waar we richting Maspalomas/Playa del Inglés reden. Later zagen we dat Gran Canaria niet zo groot is en je dus snel ergens bent. We konden de auto voor de receptie kwijt en gingen met onze bagage naar binnen. We zitten in appartement A15. Het zwembad is dichtbij en naast de receptie is een winkeltje waar we broodjes, boter en bier haalden en een Italiaans restaurant waar we wat aten. Na afloop van de maaltijd kregen we een glaasje honingrum, wat heerlijk smaakte. We gingen terug naar ons appartement waar het goed warm was. Een TV hangt er wel maar je kan alleen TV kijken tegen betaling. Hetzelfde geldt o.a. voor een waterkoker en voor Wi-fi, die de 1e 3 uur gratis is. Alles is gericht op zuinig omspringen met energie: als je water wil koken moet je eerst een timer instellen, pas daarna kan je de kookplaat aanzetten.

Het Venetië van de Canarische eilanden

We gingen naar het zwembad waar het lekker rustig was. We lazen en dronken wat, trokken een baantje in het zwembad en voor je het wist was het lunchtijd. We besloten om naar Puerto de Mogán te gaan waar vandaag een markt was. We reden door een landschap vol rotsen bezaaid, klommen langzaam omhoog en passeerden de ene tunnel na de andere. Het leek daardoor wel of je op Madeira was. Het waren er minstens tien voordat we de snelweg verlieten en afsloegen naar Puerto de Mogán, ook wel het Venetië van de Canarische eilanden genoemd. In Puerto de Mogán was een parkeergarage waar je voor 3 cent per minuut kon parkeren. Vanuit de parkeergarage liep je zo het terrein op waar de markt was. Op de markt was van alles te koop, vooral kleding en fruit maar ook schoenen, zonnebrillen, groente, speelgoed, specerijen etc. net als op de Hollandse markten. We maakten een klein rondje over de markt, liepen het voetgangersgebied op en kwamen direct bij het mooie zandstrand terecht. Er is dan een regelmatige veerdienst tussen de plaatsen langs de zuidelijke kust o.a. met boten met een glazen bodem. Uiteraard ontbrak het niet aan restaurants en barretjes langs de boulevard.

Uit het niets kwam een gele onderzeeër, inderdaad de Yellow Submarine, de haven binnen varen. We liepen naar de haven en moesten een brug over een kanaal over om daar te komen. Over het kanaal lagen nog meer bruggen, vandaar misschien de vergelijking met Venetië? Langs de haven stond een lange rij mensen te wachten tot ze aan boord van een boot konden om terug te varen naar de plaats waar ze waren opgestapt om hier te komen.

De Yellow Submarine
De Yellow Submarine


We liepen terug naar de auto en namen de oude route naar Maspalomas. De weg ging constant naar beneden en had veel bochten. Bij het strand was een groot parkeerterrein waar je kon parkeren voor 2 cent per minuut. Vanaf het parkeerterrein liep je direct de boulevard op met aan de ene kant winkeltjes, restaurantjes en cafés en aan de andere kant winkeltjes met tussendoor terrasjes van de restaurants en cafés. Die zijde was ook afgeschermd met doorzichtige plastic schermen waardoor je de duinen en het strand al kon zien. Bij de McDonald’s namen we een ijsje en Wi-fi was hier gratis. De boulevard hield op waar het duingebied van Playa del Inglés begon. Je werd gewaarschuwd om niet te ver de duinen in te gaan want daar liep je op een zandvlakte waar je gemakkelijk kan verdwalen. Op het eerste stuk waren nog wel wat struiken te zien maar dat hield al snel op.
De duinen van Playa del Inglés
De duinen van Playa del Inglés

Big Island Tour

Vandaag gaan we de “Big Island Tour” doen zoals de excursie genoemd wordt: het hele eiland rond langs de kust. We reden de tour met de klok mee en we reden de bergen in naar Mogán. Bij El Molino de Viento stond een molen met zes wieken en ervoor stonden een reuze percolator en een reuze kookketel. Het is een van de laatste en fraaiste windmolens op Gran Canaria. De molen stamt uit het einde van de 18e eeuw. Rondom de molen is een fraaie cactustuin aangelegd.

Molino de Viento
Molino de Viento


In Mogán dronken we in een klein cafeetje een kop koffie en vervolgden onze weg over kronkelige bergwegen met mooie uitzichten. Dit gebied heeft vulkanische landschappen met bergflanken die allerlei kleuren hebben. Dit is veroorzaakt door chemische reacties van diverse gassen in de kokende lavastromen. Via Veneguera gingen we terug naar de westkust om via La Aldea de San Nicolas de Tolentino naar het vissersplaatsje Puerto de la Aldea te gaan waar we even rondkeken en koffie dronken. Het plaatsje ligt direct aan zee en had een mooie boulevard waarvan nu een gedeelte weggeslagen was door de golven en het andere deel was afgesloten vanwege instortingsgevaar. In een park stonden veel toestellen om je been-, arm-, rug- en buikspieren te trainen.

Vanaf Puert de la Aldea ging de weg weer omhoog en had je een mooi uitzicht over de vele kassen waarin tomaten geteeld worden. Per jaar worden er 300 miljoen kilo tomaten voor de export met de hand geplukt. De westkust heeft veel mooie kliffen en we stopten dan ook bij een uitzichtpunt, Mirador de Balcón. Vanaf hier kon je ook de Teide op Tenerife zien.

Bij Agaete sloegen we af naar de kust naar Puerto de las Nieves. De naam komt van het uitzicht dat men vanaf hier heeft op de in de winter met sneeuw (Spaans: Nieve) bedekte top van de vulkaan Teide op Tenerife. Vlak voor de boulevard stond iemand te wenken dat we daar konden parkeren, dat kostte 2 euro per dag. We liepen over de boulevard tot de brug die over de boulevard was gebouwd. Daar kwam je bij de haven waarlangs aan een zijde een kiezelstrand lag waar goed gebruik van werd gemaakt. We hadden een mooi kerkje gezien en liepen die richting op toen we het bordje met El Dedo de Dios (de vinger van god) zagen. Om deze te zien moest je een pier op lopen waar opnieuw veel mensen zaten te zonnen en langs de pier aan het zwemmen waren. We vroegen ons af waar de vinger van god was en zagen toen de rots waar hij op had gestaan. Tijdens een storm in november 2005 was de rots afgebroken. Via het kerkje gingen we terug naar de auto. Bij Galdár lagen overal bananenplantages. De meeste in kassen, maar sommige ook in open lucht. Op het uiterste puntje van Gran Canaria, bij Sardina, stond een mooie rood-wit geschilderde vuurtoren. Via de snelweg langs de oostkust waren we snel bij ons appartement. We gingen nog even zwemmen en voor je het wist was het alweer donker.

Van laag naar hoog

Na het ontbijt en een kop koffie vertrokken we via de oostkust naar het noorden. Voorbij Las Palmas gingen we richting Arucas. De parochiekerk San Juan Bautista is al van verre te zien en bij de parkeerplaats naast de kerk lopen twee mannetjes hard heen en weer om je een plaatsje te geven en je daarna daar 1 euro voor te vragen. De kerk zelf wordt gerestaureerd. Een zijingang is wel open dus je kan de kerk van binnen ook bekijken. Het interieur is heel sober wat je niet zou verwachten als je de kerk van buiten ziet.

In een leuk Spaans cafeetje met mooie Spaanse achtergrond muziek (popmuziek op zijn Spaans) dronken we koffie en we liepen nog even het stadje door dat er ook al niet spectaculair uitzag. De weg begon snel te stijgen en je kreeg mooie uitzichten te zien over Las Palmas en het noordelijke deel van Gran Canaria. Opvallend was hoe groen het hier is en de vergelijking met Madeira is snel gemaakt. Via kronkelige wegen kwamen we aan in Teror. Dit is de plaats met de meest oorspronkelijke architectuur op het eiland. De huizen zijn veelal gekleurd en de meesten hebben een prachtig houten balkon. Voor de basiliek de Nuestra Senora del Pino staat een eeuwenoude laurierboom. Er stonden twee eettentjes aan het plein waarvan de een bijna twee keer zo duur was als de ander.

Teror
Teror


Vlak voor Valleseco was een mooi uitzichtpunt “El Balcon de Zamora” waar je nu een groene vallei inkeek. Via Lanzarote (het plaatsje) reden we naar Tejada dat op 1.450 meter hoogte ligt. Hier begon het vulkanisch gedeelte van het eiland met vreemd gevormde rotsen, hoge pieken en diepe dalen.

We vervolgden we onze weg richting San Bartolomé de Tirajana. Je passeert dan de Roque Bentayga, een bijzonder door de natuur gevormde steen en landschap waar in de bergen woongrotten, graanschuren en andere openingen met tekeningen en schilderingen zijn gemaakt.

Daarna volgt de Roque Nublo op 1.732 meter hoogte, een enorme basaltrots van 67 meter hoog, ontstaan als gevolg van de vulkanische activiteit in dit gebied. De rots ernaast wordt “El Fraile” (de broeder) genoemd omdat deze rots doet denken aan een in gebed verzonken monnik. Overal heb je hier uitzichtpunten op deze rotsformaties met daarnaast ook nog uitzicht op het hoogste punt van het eiland de Pico de las Nieves (1.949 meter).
Roque Nublo
Roque Nublo


Bij Fataga kom je in een omgeving waar veel palmbomen groeien en deze streek staat dan ook bekend als de vallei van de 1.000 palmbomen. We zagen zelfs een groep kamelen en even verderop kon je een kamelensafari maken.
Fataga
Fataga

Maspalomas en Meloneras

Vandaag stond het strand van Maspalomas, Meloneras, op het programma. De route was simpel maar het vinden van een parkeerplaats niet. We vonden toch nog een mooi plekje vlakbij de boulevard maar voor de zekerheid vroegen we of we daar mochten staan. Nee dus. Verderop vonden we eindelijk een plekje en we liepen naar de boulevard. Daar stonden we precies tussen twee stranden in en na eerst naar rechts te zijn gegaan waar als levend beeld een zeemeermin stond liepen we toch maar richting de vuurtoren. Onderweg liepen we langs hele dure hotels (350 – 1.000 euro per nacht) waar bij één hotel de kamers op de benedenverdieping hun eigen zwembad voor het terras hadden! Voorbij de vuurtoren begon het strand. Bij dit gedeelte van het strand lagen nog wat rotsen die ook hier en daar in zee lagen. We gingen zwemmen in de oceaan en de watertemperatuur viel goed mee. Het water was heerlijk en zo af en toe waren er redelijk hoge golven. Bij een winkelcentrum langs de boulevard dronken we een kop koffie. Terug in het appartement was het alweer lunchtijd. Daarna nog even naar het zwembad geweest en gezwommen. Vandaag aten we weer in het Italiaanse restaurant van het park.

Playa del Inglés

Het was nog lekker vroeg en koel, dus we gingen naar het strand van Playa del Inglés. In plaats van op het grote parkeerterrein te gaan staan besloten we bij de rotonde bij de boulevard linksaf te slaan, het doodlopende gedeelte van de boulevard op. Het leek vol te staan met auto’s maar het één na laatste plekje was nog vrij. We hoefden alleen de boulevard maar over te steken om op het brede strand te komen. Het was laag water en bij het lopen naar de oceaan zagen we pas hoe druk het al was op het strand. Veel stoelen waren al verhuurd en langs het water liepen al veel mensen langs of door het water. Het bedrijf dat waterscooters verhuurde was nog druk bezig om de bananen en banden naar de waterlijn te rijden. Ook moesten de gele boeien waar de waterscooters langs scheurden nog op hun plaats gelegd worden. Na redelijk afgedroogd te zijn liepen we naar een strandtent en dronken daar koffie. Het bleek dat deze tent aan het begin stond van een minimarkt en we maakten dus een rondje.

Agüimes

Om 10.45 uur vertrokken we naar Agüimes. Na wat zoeken vonden we de weg eindelijk. Ondertussen waren we een aantal rotondes voorbij gekomen met daarop leuke beeldengroepen van het dagelijkse leven zoals dat vroeger was op Gran Canaria, standbeelden van diverse sporten en dieren, etc. Voor het zwembad lag een reuze zwemmer die de borstcrawl deed en waarvan je de helft van zijn roze bovenlichaam boven de stoep uit zag komen met iets verderop een stuk van zijn hiel.

Standbeeld
Standbeeld


Via de Cruce de Arinaga reden we noordwaarts naar Agüimes. Langs deze weg stonden weer allerlei kinderspelen uitgebeeld: knikkeren, voetballen, skaten etc. ook weer erg leuk om te zien. We moesten omhoog de bergen in en bij een haarspeldbocht stonden salamanders in diverse kleuren op de muur geschilderd.

In Agüimes stond aangegeven waar je kon parkeren, maar dat bleek niet te kloppen. We reden door de smalle straatjes van het dorp en vonden uiteindelijk een parkeerplaats langs de doorgaande weg. Toen we het dorp inliepen kwamen we al snel langs een parkeergarage en even verder kwamen we bij de straat waar we het centrum van het dorp waren ingereden. Daar dronken we koffie en bekeken we een tentoonstelling over de geschiedenis van Agüimes, waarna we verder het dorp inliepen. Ook hier stonden overal beelden van bijvoorbeeld een violiste (waarbij dan ook viool muziek klonk), een geitenhoeder, een kameel, een verliefd stelletje, een ezel, een pastoor etc. Veel huizen hadden ook weer salamanders op de muur staan.
Aguimes
Aguimes


Even verderop een volgend pleintje bij de Iglesia de San Sebastian. In de kerk was men druk bezig met het aanbrengen van een lichtblauw met wit gekleurd kleed dat schuin omhoog werd aangebracht zodat het net de zee leek. Op het plein voor de kerk stonden een paar mannen met 3 Duitse herders die allerlei kunstjes konden. Zo konden ze tellen, zich dood voordoen, rondjes draaien en wellicht nog wel meer. De huizen in het centrum van Agüimes zijn allemaal wit geschilderd waarbij op sommige stukken enkele stenen niet wit geschilderd zijn wat zo een leuk effect heeft. Bij de diverse cafés zijn op de gevel wandschilderingen aangebracht met taferelen van vroeger die in dit café plaatsvonden.

Hierna reden we door naar Guyadeque, een plaats in een prachtig ravijn waar men in grotten woont. Voor je daar bent is er ook nog een museum met meer achtergrondinformatie over de eerste grotbewoners. Op de plaats waar de meeste grotbewoners nog steeds wonen was een parkeerplaats en een restaurant dat ook voor een groot gedeelte in de rotsen was uitgehakt. Voor de entree stonden twee grote beelden met een mannelijke en een vrouwelijke aboriginal (oorspronkelijke bewoners). Er liep een pad langs de grotwoningen en bij sommige woningen kon je naar binnen. De kamer was niet zo groot. Er stond een tafel met een paar stoelen, een bed en een kast. Soms was er een keuken of een tweede (slaap)kamer of was er een grot naast het huis waar de keuken was. De woningen waren van alle gemakken voorzien: water, elektriciteit en antennes of schotels voor de TV- en radio ontvangst.
Huisje in Guyadeque
Huisje in Guyadeque


Onderweg naar het vliegveld reden we door het Aloë Vera gebied. Van het sap van de Aloë Vera kan een drank gemaakt worden en in de gel zitten veel mineralen en vitaminen. Deze zorgen voor o.a. een goede spijsvertering, een gezonde en verzorgde huid en is goed voor het immuunsysteem. Donderdag blijkt de rustigste dag te zijn op het vliegveld en wordt het pas na 18.00 uur een stuk drukker. Om 15.45 uur melden we ons op het vliegveld om de auto in te leveren. Het vliegtuig begon exact om 19.00 uur te taxiën maar kon nog niet opstijgen omdat er nog een ander vliegtuig moest landen. Het toestel was niet helemaal vol.

Om 00.15 uur kwamen we aan op Schiphol. Een mooie reis, voor herhaling vatbaar!

Geschreven door Jan van den Bos

7,3 in 107 reviews
2 consumentenawards:
KLM won in 2016 de Reisgraag award KLM won in 2017 de Reisgraag award
Lees meer
6,6 in 28 reviews
Lees meer

Vakantieverhalen / reisverslagen

Gerelateerde artikelen