5 dollar margaritas in de VS

Bestemming: A. San Francisco (Verenigde Staten) , B. Las Vegas , C. Phoenix
Periode: juli 2016
Vervoer: vliegtuig, huurauto, trein,
Accommodatie: hotel, lodge, ranch
Organisatie: Jan Doets

23 dagen, één overstap, één spiksplinternieuwe Ford Focus, liters sodapop, 5 nationale parken, honderden neonreclames, ieder een fiets, 53 graden, een handjevol hamburgers en een stuk of 5 margaritas.


We hadden er lang voor gespaard, mijn lief en ik, en deze zomer was het eindelijk zover: onze reis door de Verenigde Staten ging er nu echt van komen. We hebben bewust geboekt bij Jan Doets, ‘de Amerikaspecialist’, en ze hebben zeker bewezen dat te zijn. Jan Doets zit in Heerhugowaard, maar mensen uit het hele land laten zich door hen inspireren en voorbereiden op Amerikareizen. De medewerkers van Doets zorgden voor persoonlijke begeleiding, de nodige voorpret en alle informatie die je maar kunt wensen – inclusief gedetailleerde routebeschrijvingen. Het resultaat was een uitermate soepel verlopen reis.

San Francisco met een jetlag is prima te doen, maar als je je hamburger gaat snijden met je lepel, is het tijd om je hotel op te zoeken. Gelukkig hadden we drie dagen in San Francisco. Het was er fris en zonnig en er was zoveel te zien! De beroemde cable cars brachten ons naar Fisherman’s Wharf, dat een soort permanente kermis is, en met de fiets over de Golden Gate Bridge is lastig navigeren maar wel een unieke ervaring. Toen we daarna onze huurauto mochten ophalen (14 mijl op de teller, het is heerlijk om te weten dat jouw rug de eerste is die tegen de bekleding zweet) waren we echter ook blij om de stad achter ons te laten en de natuur in te trekken. Yosemite Park: America’s backyard. Een mierenhoop aan mensen en eekhoorns, wereldberoemd vastgelegd door natuurfotograaf Ansel Adams (nee, wij hadden er nooit van gehoord) en nu ook door ons natuurlijk.
Yosemite National Park
Yosemite National Park


Vanuit Yosemite reed ik ook een stukje in de auto. Ik ben een notoire angsthaas wanneer het gaat om autorijden, maar 86 mijl rechtdoor moest zelfs ik kunnen. Zal je altijd zien dat ik de haarspeldbochten voor mijn kiezen krijg. ‘Langzamer, ik kan prachtige foto’s maken,’ zei mijn vriend enthousiast. We kwamen in eindeloos Death Valley. Rotsen, zand, kleuren: wat is het daar prachtig. En 53 graden Celsius, een soort van föhn in je gezicht zodra je de autodeur opendoet. Daarom is airco dus zo belangrijk. Het betekent wel dat je om elf uur ’s avonds nog in het buitenbad kunt springen, met de enorme, uitgestrekte sterrenhemel boven je hoofd.

Ook in Las Vegas was het heet. Wij, grote Hangoverfans, logeerden in Caesar’s Palace en zeiden zachtjes (alsof ze dat niet vaker te horen krijgen) tegen elkaar dingen als: ‘There’s a tiger in the bathroom,’ en natuurlijk: ‘So long, gayboys!’. We stonden samen met een heleboel andere mensen om 22 uur een kwartier te wachten op de uitbarsting van de vulkaan bij The Mirage, bleek dat die op donderdagen alleen om 20 uur en 21 uur spuwde. Stond gewoon op een bordje in het gras, waar iedereen blijkbaar overheen keek. Zonde! Gelukkig spelen de beroemde fonteinen van The Bellagio (Ocean’s 11, anyone?) gewoon elk kwartier. Wij werden getrakteerd op een watershow op het ritme van The Pink Panther. Lekker! We zijn trouwens ook nog even uit de bus gestapt bij de Gold and Silver Pawn Shop, van het televisieprogramma Pawn Stars. Niet bij iedereen even bekend, maar het was hilarisch – het wemelt er van de toeristen en je kunt er Chumleesokken kopen. Helaas geen van de bekende gezichten gezien.

Ook op onze volgende locatie hadden we een hotel upgrade, net als Caesar’s Palace is ook Zion Lodge een tikje aan de dure kant maar het voordeel hier is dat je midden in het natuurgebied logeert. Na een hike naar een waterval – waar midden in de hete zomer bijna geen water vanaf komt, maar toch – en terug rolden we zo onze eigen douche/airco/bed in. Zion is prachtig: hier zijn de beroemde rode rotsen en ’s avonds wemelde het van de herten en hertjes op het gazon voor de lodge.

Een volgende hoogtepunt van onze reis is Bryce Canyon, waar bijzondere rotsformaties staan: hoodoos (soort torenhoge, rode stalagmieten) die in een vallei op een kluitje staan. Je kunt afdalen, steil zigzaggend naar beneden. Omhoog is een uitdaging, maar wat mooi! Hierna kwamen we in Page, de enige plek waar we een vooraf geboekte excursie deden. Hier vlakbij ligt namelijk, in het Navajoreservaat, de wereldberoemde Antelope Canyon (trust me, hiervan heb je een screensaver gezien). De lichtinval in deze kloof is rond het middaguur het allermooist en gelukkig hadden wij een plekje die eerste augustus, want de eerstvolgende vrije plek was op 8 oktober… Omdat het zo’n populaire plek en zo’n gewild tijdstip is, werden we als vee de kloof in geleid. Onze gids nam 13 mensen mee en wij waren niet de enige groep, ik denk dat er zo’n 15 jeeps bij de ingang stonden. En dat in een kloof die zo’n 100 meter lang is en waar je op veel plekken niet eens met z’n tweeën naast elkaar kunt lopen! De Navajogidsen, die hierin natuurlijk experts zijn, navigeerden de groepen zo dat iedereen foto’s heeft kunnen maken waar niemand op staat. Die zijn dus best een beetje nep vergeleken met de eigenlijke ervaring, maar wauw, wat zijn ze mooi!
Bryce Canyon
Bryce Canyon
Antelope
Antelope


We reden richting Grand Canyon toen we al twee weken van onze reis erop hadden zitten. Grand Canyon is machtig, wij hadden enorme onweerswolken en regen boven de kloof – een uniek uitzicht. We kozen niet voor een helikoptervlucht maar gaven ons geld enkele dagen later uit aan een eersteklas treinreis door Verde Canyon. Ze noemen dit de ‘kleine Grand Canyon’, al vonden wij het er niet op lijken, maar deze benaming trekt vast mensen. Een oude, hybride locomotief (laat ik nu niet doen alsof ik er verstand van heb) trok een aantal dichte en open wagons door het prachtige natuurgebied richting een spookranch en weer terug. Het is fascinerend dat de VS nog dorpjes kent die verlaten zijn en waar niemand meer naar omkijkt. De huizen raken in verval, oude landbouwmachines roesten langzaam weg en daar reden we langs met de trein. Er is geen andere manier om er te komen, het is geen bestemming, niemand gaat ernaartoe. Onvoorstelbaar. In de trein zakten we weg in versleten Chesterfieldbanken en we kregen champagne en snacks onderweg. Best goed toeven!
Met de trein door Verde Canyon
Met de trein door Verde Canyon


Onze laatste overnachtingen brachten mij in Lucky Luke stemming. Eigenlijk behoren alle plekken waar wij tijdens deze reis zijn geweest tot het oude Wilde Westen, maar nergens was dit me zo duidelijk als in Tucson en Phoenix. Het wijkt af van de standaardreis die Jan Doets biedt – wij kozen ervoor om via Phoenix naar huis te vliegen en overweldigend Los Angeles over te slaan. Uiteraard weten we niet wat we hebben gemist, maar nooit hebben we hier spijt van gehad. In Tucson zagen we machtige Saguarocactussen, vogelspinnen in het wild (fijn), een toeristisch mijnwerkersstadje: Tortilla Flat (inwonersaantal 6) en verbleven we op een echte ranch.

Ik heb er geen foto’s van, want ik durfde de teugels niet los te laten, maar we gingen op een paard! De benaming walking tour bracht mijn vriend, van zijn leven nooit op een paard gezeten, in de veronderstelling dat iemand zijn paard aan de teugels zou leiden. Nou, mooi niet. De wrangler ging voorop. Aan hem zag je dat hoeden met brede rand, jeans en cowboylaarzen echt een functie hebben. Onze paarden volgden vanzelf en wat was het prachtig! Door de woestijn, via smalle, rotsige paadjes, heuvels op en af, rakelings langs cactussen en dwars door ondiepe stroompjes. We reden wel anderhalf uur en ik keek mijn ogen uit!

Onze laatste stop was Phoenix. We zouden de volgende dag, 10 augustus, naar huis vliegen en zochten een plek waar we lekker konden zitten en nagenieten. We vonden een Mexicaans restaurant/sportsbar waar we heerlijk hebben gegeten en af en toe een stukje Olympische Spelen konden zien. Hier hadden ze margaritas in allerlei smaken voor 5 dollar. Ik wilde blijven.

Geschreven door Kim Effern

Vakantieverhalen / reisverslagen